Na de verschijning van ‘Het geheime logboek van topnerd Tycho’ klom menig creationist verbolgen in zijn pen. God en Darwin als kameraden in een christelijk kinderboek: gekker moest het niet worden. Theïstisch evolutionisten schreven dat het zo gek helemaal niet was. Welke positie moet je als christen in het scheppings- of evolutiedebat nu innemen? Drie reacties op de stelling: Christenen past bescheidenheid; hoe het er in het oerbegin precies aan toe is gegaan, is niet te achterhalen. 

redactie Jasper van den Bovenkamp

‘Scheppingsverhaal is geen journalistiek verslag, maar geloofsbelijdenis’

Corien Oranje is theoloog en schrijver van kinderboek Het geheime logboek van topnerd Tycho.

“Het gaat over God en Gods schepping, en natuurlijk past ons dan bescheidenheid. Tegelijk hebben we van God ons verstand gekregen. We mogen zijn schepping onderzoeken, en proberen meer te weten komen over de manier waarop Hij alles gemaakt heeft. En volgens mij kunnen we dat onbevangen doen, zonder de angst om met wat wij ontdekken tegen de Bijbel in te gaan. Als God alles gemaakt heeft, kun je niets ontdekken wat Zijn bestaan ontkracht.

Wel denk ik dat je de manier waarop je Genesis leest nog eens onder de loep zou kunnen houden. Is de manier waarop wij dat zolang gedaan hebben – vasthouden aan een letterlijke interpretatie van Genesis 1 en 2 – wel de juiste manier? En wat doe je dan met de problemen en tegenstrijdigheden die zo’n letterlijke lezing opleveren?

Genesis is geschreven in een tijd waarin veel scheppingsverhalen de ronde deden. Dat zie je terug in de opbouw van de eerste hoofdstukken. Genesis 1-3 is geen journalistiek verslag, maar een geloofsbelijdenis: God is de grote maker van hemel en aarde. Hij heeft de aarde ingericht tot een huis voor de mens, de zon en maan zijn geen goden, maar zijn door God gemaakt. En: God wil een bijzondere relatie met de mens.

Wat betreft ontstaan van het heelal en het leven: als je naar het heelal kijkt, ontdek je dat alle sterrenstelsels met een bepaalde snelheid uit elkaar bewegen. Als je die snelheid meet, kun je uitrekenen dat het heelal 13,8 miljard jaar geleden vanuit één punt moet zijn ontstaan. En over het ontstaan van het leven op aarde hebben we de afgelopen honderd jaar veel geleerd, helemaal nu we de DNA-code kunnen ontcijferen. Ik zou met Francis Collins en Bill Clinton zeggen: wat bijzonder dat we in onze tijd steeds meer leren over de taal van God, over de manier waarop hij het leven gemaakt heeft. Alle reden tot bescheidenheid.”

‘Je moet iets met feiten die duiden op gemeenschappelijk verleden mens en dier’

Gert Jan Veenstra is hoogleraar moleculaire ontwikkelingsbiologie. Als christelijke wetenschapper is hij tegen wil en dank de evolutionaire schepping gaan omarmen.

“Bescheidenheid is dat je de beperkingen van het eigen weten en begrijpen kent. Een van de grote vragen van de wetenschap is: hoe heeft het eerste leven er uitgezien? Hoe is het ontstaan? Daar weten we hoegenaamd niets van. Over tijd en plaats van de hof van Eden is de Bijbel bijvoorbeeld niet duidelijk. Daar kunnen we alleen maar over speculeren. Dat het ergens tussen het oosten van Afrika en Irak heeft gelegen. En wanneer? Geslachtsrekeningen die uitkomen op 6.000 jaar tot aan het begin van de aarde kun je gerust discutabel noemen. Ze gaan er vanuit dat er geen gaten tussen de genoemde generaties voorkomen. ‘De vader van’ kan in de Bijbel evengoed betekenen: het geslacht van. Zoals Jezus de zoon van David wordt genoemd, terwijl er tientallen geslachten tussen zitten.

Bescheidenheid is ook dat je je laat bijsturen als je met je eigen ideeën fout zit. Dat je er voor open staat dat er misschien dingen zijn die je niet weet en die een ander licht op de zaak werpen. Als de werkelijkheid anders is dan gedacht, dan is bescheidenheid dat je je voorstelling van hoe alles zit bijstelt. Als er feiten zijn die duiden op een gemeenschappelijk genetisch verleden van mens en dier, dan moet je daar iets mee.

De genoomrevolutie van de afgelopen vijftien jaar is voor mij bepalend geweest. Er zijn grote ontdekkingen gedaan over bijvoorbeeld ‘kapotte’ genen. Zo hebben mensen en chimpansees exact dezelfde DNA-beschadiging in een gen dat belangrijk is voor de aanmaak van vitamine C. Beide kunnen ze die niet meer zelfstandig aanmaken, terwijl bij andere dieren dat gen nog wel werkt. Deze, en talloze andere aanwijzingen, gaan in de richting van een gemeenschappelijke historie.

Ik wil verwondering ten aanzien van de schepping niet exclusief claimen voor hen die in een evolutionaire schepping geloven, maar Efeze 1 krijgt voor mij wel een diepere betekenis als ik tot me laat doordringen dat God ons voor de grondlegging van de wereld al heeft bestemd om tot zijn kinderen te worden aangenomen door Christus. Oeps, denk ik dan, al die miljarden jaren heeft Hij ons dus al op het oog gehad. Ja, daar word ik wel stil van.”

‘Bijbel spreekt van historische Adam en zondeval’

Jan van Meerten is woordvoerder van het recent opgerichte Logos Instituut, dat zegt het vertrouwen in de Bijbel als historisch betrouwbaar en gezaghebbend boek te willen bevorderen.

“Hoe het er exact aan toegegaan is, kunnen we niet achterhalen; we moeten het doen met de gegevens die de Schrift ons aandraagt. De Bijbel gaat niet tot het atomisch niveau – het is geen natuurkundeboek – en daarom kunnen wij daar vanuit de Schrift ook geen uitspraken over doen. Hier past bescheidenheid. God heeft ons echter wel een kader gegeven bij hoe Hij hemel en aarde geschapen heeft, namelijk in zes (werk)dagen. Hoe het verder gegaan is, kunnen we in de geschiedenissen van Genesis en de rest van de Bijbel lezen. Er wordt gesproken van een historische Adam en zondeval. De openbaring van God moeten we hierin volledig serieus nemen. Ook Jezus en de apostelen hebben de eerste hoofdstukken van de Schrift opgevat als historische werkelijkheid. Wie zouden wij zijn om daaraan te twijfelen? Wetenschappelijk past ons echter bescheidenheid. De werkelijkheid om ons heen is te complex om in een wetenschappelijk model te gieten. De wetenschapper bestudeert een beperkt deel van de werkelijkheid en kan daarom niet het volledige antwoord geven. De best mogelijke verklaring kan binnen een decennium al weer volledig anders zijn. Wetenschappers moeten niet te pretentieus roepen: we hebben een evolutietheorie ontworpen en nu moeten we de Schrift anders lezen. Maar ook niet: we hebben een zondvloedmodel, zie je wel: de Schrift klopt. Als we de Bijbel lezen naar wetenschappelijke maatstaven, vallen we in dezelfde valkuil als waar de kerk in viel als toen zij het geocentrische wereldbeeld over de Schriftexegese legde. Dat heeft de kerk veel problemen gegeven. Voor atheïsten is het nog steeds een stok om mee te slaan. We moeten geen enkele wetenschappelijke theorie, een creationistische net zo min als een evolutionistische, laten heersen over de schriftuitleg. Laten we Gods openbaring op alle fronten van het leven serieus nemen, ook waar het de (heils)geschiedenis betreft.”

One thought on “Evolutiedebat: reden tot bescheidenheid

  1. De eis tot bescheidenheid is zó arbitrair. We maken de hele dag gebruik van allerlei wetenschappelijke inzichten. Zonder ooit de disclaimer te gebruiken dat het allemaal ‘slechts’ wetenschap is. Alleen bij dit onderwerp vinden we het opeens nodig om de wetenschap op haar bescheiden plaats te zetten. Raar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *