Home>Kerk>Generatie Z doet wat de kerk niet durft: vragen stellen

Generatie Z doet wat de kerk niet durft: vragen stellen

Wie ben ik? Wat doe ik hier? Waarom ben ik mezelf deze vragen aan het stellen? En waarom biedt het geloof en de kerk me niet langer relevante handvatten? Katie Vlaardingerbroek wroet in onze tijdgeest, op zoek naar antwoorden.

tekst Katie Vlaardingerbroek beeld Studio GK15

Het is zondagochtend: de zon schijnt, de kerkklok luidt, familie en vrienden schudden elkaar de hand voor de ingang van het kerkgebouw. Ik sla ze gade van een afstandje en vraag me af welke kant van mijn haat-liefdeverhouding met de kerk vandaag zal winnen. Het is nu al bijna zes jaar geleden dat ik tot de pijnlijke ontdekking kwam dat ik, als kind uit een missionair gezin, nergens in kerkelijk Nederland een plek kon vinden.

Mijn generatie, generatie Z, maakt al heel vroeg kennis met de midlifecrisis, die een quarterlifecrisis is geworden.

Waar ik ook was, ik was de vreemde eend in de bijt. Ik kon me niet voegen in een context waar ik een dringend gebrek aan bite en kritische zelfreflectie ervoer. Die ontdekking was slechts het begin. Mijn christelijke wereldbeeld verloor zijn vanzelfsprekendheid en hiermee ontrafelde z’n waarheid.

Opeens werd ik geconfronteerd met bestaansvragen en – van tijd tot tijd – een existentiële crisis. Vandaag zit ik er middenin: Er is geen waarde. Er is geen waarheid. Er zijn geen antwoorden. Ik ben niets. Ik ben een cliché, blanke, verveelde student. Niet alleen het leven, maar zelfs mijn worsteling ermee is dus volledig zinloos.

Kip of ei

Ik ben niet de enige. Sinds grofweg tien jaar is geloofstwijfel een onderwerp in christelijke en vooral evangelische kring. Uit een onderzoek van online magazine Lazarus blijkt dat de meerderheid van de jongvolwassenen (54 procent) de kerk verlaat omdat ze ervaart dat er geen goede antwoorden op hun levensvragen te vinden zijn.

Tegelijkertijd is ‘existential anxiety’, de existentiële versie van keuzestress, zo’n beetje tot een officiële aandoening gedoopt. Depressieve en angstige gevoelens en gedachtes blijken vooral onder jongeren een groot probleem. Ofwel: mijn generatie, generatie Z, maakt al heel vroeg kennis met de midlifecrisis, die een quarterlifecrisis is geworden.

Waar komt dat vandaan? Het is een gevalletje kip of ei. Zitten we met onze handen in het haar, omdat we onze handen niet langer vouwen in gebed? Of stoppen we met bidden, omdat God niet langer het antwoord op onze problemen lijkt te zijn?

De omgeving waarin we ons bestaansrecht vinden, is op onvermijdelijke wijze véél groter is geworden

Kijk, daar krijg je nou hoofdpijn van. Vandaar dat ik nu op een muurtje zit te overwegen of ik de stilte van de kerk zal opzoeken. Maar ja, ook de kerk en het christendom in Nederland ervaren, misschien onbewust, de druk om de eigen identiteit te herdefiniëren. Onze tijdgeest doet immers niet anders dan roepen om existentiële zelfreflectie. En de letterlijke kinderen van die tijdgeest, mijn Generatie Z (1991-2011), zijn de verpersoonlijking daarvan. Daarom is het zinnig om mijn generatie eens wat beter onder de loep te nemen en zo zicht te krijgen op de redenen achter al die vragen.

De digitale revolutie

Generatie Z wordt ook wel aangeduid als iGen, een naam die bijna geen uitleg nodig heeft. Tegenwoordig is het internet zo met ons leven verweven dat we er ons bijna letterlijk op blindstaren. Toch is internet slechts een schamele 25 jaar oud. Ik en mijn leeftijdsgenoten zijn de eersten geweest die opgroeiden en zich cognitief ontwikkelden binnen dit nieuwe, digitale tijdperk. En de digitale revolutie heeft de manier waarop we ons wereldbeeld vormen – hoe wij onszelf in relatie tot de wereld zien – volledig veranderd. Ondanks de toen al sterk geglobaliseerde wereld, was het vóór de introductie van internet nog mogelijk voor ene Henriette uit Uddel om haar hele leven binnen een christelijk context door te brengen. De existentiële en religieuze opvattingen, die net als de melkflessen voor de familiedeur werden afgeleverd, paste op die manier volledig en comfortabel in de wereld die ze kende. Maar nu heeft Henriette een smartphone in haar hand en hiermee is die comfortabele bubbel van toen goed doorgeprikt.

Het internet heeft de wereld niet alleen zowel veel kleiner als veel groter gemaakt; het heeft het ook mogelijk gemaakt om in twee werelden tegelijkertijd te zijn. Waar we ons ook bevinden, een virtual reality naar keuze is te allen tijde slechts een swipe van ons verwijderd. Dit alles heeft ertoe geleid dat de omgeving waarin we ons bestaansrecht vinden, op onvermijdelijke wijze véél groter is geworden.

Sinds het internet iederéén een autoritaire stem gaf, is alle autoriteit over de waarheid een beetje weg

Daarbij worden we voortdurend geconfronteerd met het feit dat ons (religieus) wereldbeeld in feite slechts één perspectief geeft. Dat wat ooit vanzelfsprekend was, is een keuze geworden. Dit heeft tot de FOMO-cultuur geleid die mijn generatie kenmerkt: the Fear Of Missing Out. Het gras is altijd groener aan de overkant. Met het internet zijn er nu oneindig veel (existentiële) overtuigingen en overkanten, wat betekent dat je het meest groene stekkie waarschijnlijk nooit zult vinden. Met dit besef neemt onze tevredenheid met dat wat we hebben, en zelfs met dat wat te bereiken is, steeds verder af.

Lekker relatief

Daarnaast is de veelheid aan existentiële antwoorden alleen maar voedingsbron voor meer existentiële vragen. Er worden zoveel diffuse en botsende ideeën tot waarheid en feit verheven, dat ook waarheid en feit tot een mening of een interpretatie worden gedegradeerd.

Met andere woorden: sinds het internet iederéén een autoritaire stem gaf, is alle autoriteit over de waarheid een beetje weg. Alles is relatief, nietwaar? Of in elk geval, iedereen is sceptisch. Iedereen heeft zijn eigen opvattingen, die je elkaar vooral niet moet opleggen.

De autoriteit van deze bronnen is vandaag alleen nog aanwezig als ze in overeenstemming is met onze eigen waarheid

Deze manier van denken, die de geseculariseerde samenleving met haar vaandels van gelijkwaardigheid en vrijheid kenmerkt, is sociaal gezien ook wel zo praktisch. We zijn niet alleen collectief sceptisch over ‘de waarheid’, maar ook pragmatisch in de omgang met ieders opvatting: jij jouw mening, ik mijn mening en samen een bakkie doen. Dat is de sociaal geaccepteerde positie. In de kakofonie van meningen, opvattingen en waarheden die de digitale samenleving ons voorschotelt, komt namelijk maar één boodschap kraakhelder door: het autoritaire geluid van de eigen ervaring. De enige spelregel die iedereen onderschrijft, is het feit dat iedereen zijn of haar eigen overtuiging mag hebben. Waarom? Omdat die eigen overtuiging een individuele beleving reflecteert. En een persoonlijke beleving kan niemand je afpakken. Sinds het internet iedereen een stem en recht van spreken gaf, vertrouwen we alleen nog maar ons eigen geluid. Ons innerlijk kompas. Wij bepalen zelf wat we geloven en wel op basis van wat goed voelt en dus voor ons persoonlijk goed is.

En de kerk dan?

Dit is de context waarin de huidige kerk haar absolute waarheid boven water probeert te houden, terwijl ze tegelijkertijd haar plek binnen de seculiere samenleving probeert te vinden. En dit is een ongelukkige combinatie. Onze (post)protestante samenleving kenmerkt zich namelijk juist door een sterk antireligieus sentiment. We zijn, op lekker protestantse wijze, allergisch voor religieuze instituties die absolute waarheid en macht claimen.

De takken binnen het christendom die zichzelf als progressief en relevant willen identificeren, relativeren die ‘macht’ en die ‘waarheid’ dan ook sterk. Dit zie je terug in de toename van interreligieuze samenwerkingen, het centraal zetten van ‘samen zoeken’, zingeving en spiritualiteit, niet-kerkelijke vormen van geloven en een halfslachtig universalisme: christendom zonder exclusieve verlossing.

Het is zo gemakkelijk om te vergeten dat de kerk niets meer is dan een collectie van gebroken, cultureel gevormde mensen

Maar dit is niet het grootste probleem van de kerk. Dat zit ‘m in het krampachtig proberen ‘relevant’ te zijn. Waarom lukt het de kerk zo’n moeilijk om die relevantie aan te tonen? Dat is omdat zowel haar zelfbeeld als haar wereldbeeld fundamenteel botst met het zelf- en wereldbeeld van ons cultureel denken. Waar de moderne Westerling tegenwoordig vooral zijn of haar eigen gevoel volgt, is het christendom van oudsher gebaseerd op het volgen van een externe autoriteit: de kerk of de Bijbel. De autoriteit van deze bronnen is vandaag alleen nog aanwezig als ze in overeenstemming is met onze eigen waarheid. Zodra dit niet langer het geval is, zie je dat mensen van kerkelijke stroming wisselen of buiten de kerk op zoek gaan naar existentiële antwoorden.

Van de weeromstuit krijgt die eigen beleving ook binnen het christendom een steeds belangrijkere plek. Onze geloofsbeleving blijkt niet immuun voor de veranderlijke tijdgeest, waarbinnen de innerlijke belevingswereld en hiermee ook het idee van de innerlijke zoektocht centraal staat. Die zoektocht botst echter met wat het christendom van oudsher leert: ‘onze menselijke aard brengt ons niet dichterbij de Waarheid, hij leidt ons daar juist van af. Daarom zijn we afhankelijk van Gods openbaring en Jezus’ verlossing.’

Het ‘eigen gevoel’ is in onze tijd zo belangrijk geworden vanwege de opmars van het wereldbeeld en het idee dat alles in verbinding staat; dat alles één is. Alles wat bestaat, heeft iets intrinsieks waardevols, spiritueels of goddelijks in zich. En omdat het ware, goddelijke of spirituele al in ons zit, kunnen we vertrouwen op ons innerlijk kompas.

Mindfulness

Hoewel bijna niemand zich bewust is van dit zogeheten emanationstisch wereldbeeld, is het overal in onze cultuur terug te vinden. De buurman die op mindfulness-retraite gaat met zijn managementteam. Tante Janneke die een boek over innerlijk geluk op haar nachtkastje heeft staan. De huisarts die flyers over homeopathie en accupunctuur tussen de magazines heeft liggen. De vegetarische slager en het flexatarisch dieet.

Maar ook binnen de huidige trends in progressief christendom, vooral vanuit Engeland en Amerika, zie je dit terug. Rob Bell, die het scheppingsverhaal niet als een wereld-gebruiksaanwijzing, maar als gedicht interpreteert, Richard Rohr, die praat over non-dualisme en de eenheid van God die al in ons zit, of platformen zoals Lazarus die de nadruk leggen op geloof als een ‘reisgids voor je ziel’.
Deze progressieve stromingen lopen echter tegen moeilijke vragen op. Want hoe ver kun je gaan? En wat voor waarheid en waarde, authenticiteit en autoriteit heeft een cultureel veranderlijk en cultureel bepaald geloof? In plaats van deze vragen aan te kaarten, gaan veel christenen het probleem uit de weg door hun ogen te sluiten voor de veranderingen die plaatsvinden, ook binnen eigen kring. Door hun zekerheid nog stelliger te verkondingen hopen ze de toenemende onzekerheid en het relativisme buiten te sluiten. Existential anxiety, geloofstwijfel, progressieve denktrends én neofundamentalisme (onder jongeren) gaan op die manier hand in hand. Ze zijn allemaal te verklaren door het feit dat we in een tijdgeest zitten die onze geloofsbeleving onbewust en ten diepste aan het beïnvloeden is.

Ik kijk naar het prachtige kerkgebouw voor me. Het is zo gemakkelijk om te vergeten dat de kerk niets meer is dan een collectie van gebroken, cultureel gevormde mensen. Een christendom dat de existentiële vragen van haar leden verkent, een christendom dat haar eigen existentiële crisis erkent, ja. Dat is een kerk waar ik deel van wil zijn. De eerste stap: zelf weer in de kerkbanken gaan zitten.

Katie Vlaardingerbroek (1996) is behalve columnist voor De Nieuwe Koers, schrijver, singer-songwriter en student Godsdienstwetenschappen en Theologie in Glasgow.

Reacties

Samenvatting

3 thoughts on “Generatie Z doet wat de kerk niet durft: vragen stellen

  1. Katie je hebt me een paar mooie steekwoorden gegeven om verder op te zoeken… Prachtig artikel!

    De autoriteit en relevantie heeft de kerk zelf verprutst. Ze hebben lang niet altijd de waarheid verteld, van katholiek tot evangelisch! Er is machtmisbruik geweest, mensen weghouden, met bangmakerij, het is occult, het is van de duivel . Vaak is de automatische incasso een prachtig en dwingend sluitstuk van onze marketing-denkende christenleiders die zo een lekker leventje hebben zonder hard te werken, want ja moeilijke vragen hoeven ze niet te beantwoorden, want twijfel is zonde. Ik probeer compact te zijn, maar achter deze zinnen van deze 40 tiger gaat een wereld aan telleurstelling schuil helaas.

    Ik denk dat generatie Z zelf wil nadenken… tenminste daar heb ik behoefte aan…. Ja en ! -ook- ! met de woorden van Jezus, elke dag met een app van Bidden Onderweg, die alleen maar vragen stelt, wat een verademing, geen preek, maar alleen Zijn woorden en mijn gedachten. En dan tussen al dit stromen, zoals mindfullnes, non dualisme en anderen, een prachtig antwoord geeft.

  2. Beste Katie,

    Hoe komt het toch dat ik als relatief (of in elk geval van oorsprong) orthodox christen, tot mijn eigen verrassing en niet alleen plezier, sinds kort sterk neig naar een ruim- en niet halfhartig universalisme, en dat ik diezelfde neiging ook zie bij de meerderheid van mijn jonge en iets minder jonge, stedelijke, goed geschoolde, quasi-reformatorische medegelovigen? Omdat het er bij mij uiteindelijk niet ingaat dat iemand die een formule niet uitspreekt en niet bij een bepaalde vereniging hoort, daardoor maar liefst voor ‘eeuwig verloren gaat’, om maar even een gevleugelde term te hanteren. En ‘in Jezus geloven’, wat is dat eigenlijk, na de evangelische oversimplificatie ervan en de reformatorische overcomplicatie? Op dezelfde manier moest ik na mijn lekker stellige christelijke studentenvereniging ook al ten langen leste noodgedwongen afstand doen van mijn vooringenomenheid tegenover LGBT’s, gewoon omdat je die mensen persoonlijk ontmoet en ze deel uitmaken van je vriendenkring. Zo ging op een zeker ogenblik ook mijn letterlijke geloof in een zesdaagse schepping, een ark met alle dieren, en een acute spraakverwarring te Babylon tegen wil en dank uiteindelijk toch overboord. Al met al lijkt 2016 me (mede dankzij de opkomst van het internet) juist voor Henriette uit Uddel, de tijd bij uitstek voor een heroriëntatie op het geloof, want de niet zo religieus onderlegde goegemeente roept natuurlijk ook te vaak maar wat om er kritiekloos je oren naar te laten hangen. Met voor mij, als kind van de eighties en nineties en met het platteland diep in mijn genen, als belangrijke leidraad: kan ik erbij met mijn gevoel en mijn verstand? Misschien klinkt dat postmodern, egocentrisch en leeg, maar als die ‘ik’ er niet bij kan – waar dat heerlijke verstand en dat onvermijdelijke gevoel nu eenmaal bij horen – wie is het dan eigenlijk die gelooft? En ik ben helemaal niet te beroerd om me zo nu en dan laten vervreemden – graag zelfs, overkom mij maar. Waarbij ik zonder weemoed en met een klein beetje liefde terugdenk aan de conservatieve plattelandskerk van mijn jeugd, waar de Waarheid beleden diende te worden, en de van de weeromstuit evangelische fase daarna, die draaide om een ‘persoonlijke relatie met Jezus’ (beide culturen waren overigens even moralistisch), en blij ben dat God zich niet per se laat vinden door religieuze collectieven en organisaties, maar in elk geval wel door kinderlijk zoekende volwassenen die zelf de verantwoordelijkheid nemen voor hun geloof en het er daarbij op aan laten komen, waarbij als het er even inzit bij vlagen alleen de essentie overeind blijft: Liefde. Eenheid. Vergeving. Nederigheid. Die ‘de wereld’ vaak niet biedt, en God wel. Want de Bijbel blijft maar die objectieve ‘ander’ uithangen – maar alleen als ik zelf ook een ‘ander’ ben. Overigens heb ik genoeg historisch gevoel om het verschil te zien tussen de kerk en zomaar een clubje, maar is ‘de kerk’ tegelijk zoveel meer dan een georganiseerde structuur. Met andere woorden: ja, dat verhaal herken ik, al ben ik generatie X of zo.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *