Home>Politiek>Waarom christenen D66 moeten stemmen

Waarom christenen D66 moeten stemmen

Bij de statenverkiezingen zou D66 zich zomaar bij de electorale voorhoede kunnen scharen. Code rood voor het christelijke volksdeel? Dat is nog maar de vraag, vinden Jasper van den Bovenkamp en Felix de Fijter. Zij zien veel goede redenen om op 18 maart voor de democraten te kiezen.

tekst Jasper van den Bovenkamp en Felix de Fijter

In een politiek landschap waarin D66 om de haverklap plannen smeedt met CDA, ChristenUnie en SGP zou je het haast vergeten: het is nog maar een goed decennium geleden dat de partij voor handlanger van de antichrist werd versleten. Voornamelijk op het medisch-ethische slagveld zagen christenen in de democraten hun vijanden. Abortus, euthanasie en embryoselectie bijvoorbeeld, stonden garant voor vuurwerk over en weer.

Als er één partij altijd hamert op het grondbeginsel dat iedereen mag geloven wat hij wil, dan is het D66 wel.

Toen de hersteld hervormde dominee Albert van Andel vorig jaar in zijn kerkblaadje wijlen Els Borst tot engel des doods verklaarde, klonk dat toch vooral als de nagalm van een lang geleden gestaakte noodklok. Heel even keek het paarse trauma om de hoek, maar door het eigen kerkverband werd de predikant naar de bedrijfsarts verwezen en het Reformatorisch Dagblad schreef in een onberispelijk enerzijds-anderzijds-commentaar dat ‘mensen geen finaal oordeel past’. Daarmee was de kous af.

Seculier gummetje

Zo nu en dan schuurt het als vanouds. Bijvoorbeeld als D66 met een seculier gummetje door het Nederlandse wetboek gaat en de aanval opent op het verbod op godslastering of moppert over de koppeling van de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) met kerkelijke kaartenbakken. Zuurdoenerij, vindt Kamerlid Gert-Jan Segers van de ChristenUnie. Christenpesten, aldus collega Roelof Bisschop van de SGP.

Moet de christelijke kiezer zich anno 2015 aan dergelijk klein bier nog veel gelegen laten liggen? Verdient een stem op D66 niet wat meer serieuze overweging? Zelfs al zou de partij haar fixatie op christelijke restjes in onze wetgeving graag botvieren, is dat dan voor de christelijke kiezer reden genoeg om de democraten in het stemhokje zonder pardon te passeren? Sterker nog, zou dat het christelijk smaldeel in ons land wel goed doen?

De angst dat sociaal-liberalen het toch al uitgedunde christendom in Nederland een laatste genadeklap willen toedienen, lijkt op het eerste gezicht gevoed door redelijkheid. Maar wie een kijkje neemt achter de liberale artillerie, komt tot verrassende ontdekkingen. De bommen van D66 konden voor christenen weleens bevrijdend vuur bevatten.

Verfrissende duik

Om die stelling te ondersteunen, nemen we eerst een kleine duik in de geschiedenis van het liberalisme, met historicus Patrick van Schie, tevens directeur van de liberale denktank Teldersstichting. Het kan volgens Van Schie voor christenen best heilzaam zijn zich eens te buigen over de vraag of ‘de correcte politieke betekenis van het christendom niet heel wat liberaler is dan zij meestal doen voorkomen’, zo schreef hij onlangs in dagblad Trouw. Individualisering is geen ‘uitwas’ van antichristelijk liberalisme, maar ‘de vrucht van het ware christendom’.

Van Schie baseert zich op onderzoek van de Brits-Amerikaanse historicus en filosoof Larry Siedentop, die in zijn vorig jaar verschenen boek Inventing the Individual liberale overblijfselen opdiept uit de bodem van de christelijke geschiedenis. Daarmee gaat hij net even een paar eeuwen verder terug dan de reguliere geschiedkundige, die de Verlichting als oerbron van het liberalisme aanwijst. In het vroege christendom, zegt Siedentop, was de gedachte dat ieder individu van gelijke waarde is én over keuzevrijheid beschikt wijdverbreid. Het is vooral de kerk zelf geweest die deze opvatting liet ondersneeuwen.

Wat liberalen met die constatering doen, is aan henzelf. Christenen kunnen in ieder geval even opgelucht ademhalen: liberalisme is niet van de duivel. Integendeel, het liberale denken, dat nu zo rijkelijk door de aderen van partijen als D66 en de VVD vloeit, ontsprong heel lang geleden aan de aorta van het christendom.

Indringende vraag

Maar wat zegt dat over de liberalen van vandaag, die zich de eeuwen door toch meer dan opzichtig hebben losgesneden van die christelijke oorsprong? Zijn uitgerekend zij nu de hoeders van het christelijke erfgoed?

In zekere zin wel. Want als er één stroming in het politieke domein pal voor de individuele vrijheid van personen staat, dan is het de sociaal-liberale wel. Als er één partij altijd hamert op het grondbeginsel dat iedereen mag geloven wat hij wil, dan is het D66 wel. Deze wetenschap zou de christen, voor zover die zich ervan bewust is op te groeien in een multiculturele en multireligieuze samenleving, tot het besef kunnen brengen dat hij juist onder het liberale dak van D66 ultieme bescherming vindt. Zeker als het christelijke volksdeel in Nederland verder uitdunt, kan die bescherming wel eens van vitaal belang blijken te zijn.

Dat is een heel andere boodschap dan die van de twintigste-eeuwse theoloog Arnold van Ruler, die stelde dat de staatkundige werkelijkheid zich laat samenvatten als ‘óf een theocratie, óf christenvervolging’. Het kon niet anders of in een land dat de regering van Christus niet erkende, zou het tij zich vroeg of laat tegen de christenheid keren. Maar laten we dan ook niet vergeten dat Van Ruler zich door ons land bewoog in de jaren zestig van de vorige eeuw. Een stil en gerust leven, waarover Timoteüs schreef, zat voor de Nederlandse christen toen in het ziekenfonds. De huidige maatschappelijke en politieke conjunctuur vraagt om een beetje meer nuance en redelijkheid.

Bommen en granaten

Maar hoe zit het dan met al die bommen en granaten die D66 de voorbije decennia op heilige christenhuisjes deed neerkomen? Duiden die dan niet op Van Rulers vervolging of zelfs maar een voorbode daarvan? Welnee. Ze zijn er enkel en alleen op gericht wat christelijke restjes uit het wetboek te schrappen. En dat lijkt niet meer dan legitiem in een land waarin het christelijke volksdeel nu eenmaal in een gemarginaliseerde onderstroom is beland.

Het liberalisme is in de toekomst misschien wel de enige context waarbinnen die vrijheid voor alle gelovigen geborgd kan zijn.

Historicus Remco van Mulligen schrijft in de essaybundel Van God los dat christelijke partijen, zoals de ChristenUnie, uit eigenbelang D66 bij deze opruiming een handje zouden moeten helpen. En dat gaat wat hem betreft nog verder dan een schoonmaak van het wetboek. Als het aan Van Mulligen ligt, helpen christen-politici hun achterban bijvoorbeeld ook door uit het warme bad van regels, subsidies en privileges te stappen waarvan ze nu nog profiteren.

Zo vallen kerken belastingtechnisch onder de goede doelen, bekostigt de overheid bijzonder onderwijs en is er wél ruimte voor de christelijke eed, maar niet voor een islamitische. Een heel setje exclusieve rechten is overigens al gesneuveld, zoals de gratis postzegels voor de kerk – tot 1993 hoefde zij geen portokosten te betalen. Meer impliciet bleek de bevoorrechte positie van christenen uit de manier waarop seksueel misbruik in de rooms-katholieke kerk tot in de jaren tachtig werd afgehandeld. Een officier van justitie ging toen niet tot vervolging over, nadat hij een gesprek met bisschop Gijsen had gevoerd. De wijze waarop de commissie-Deetman het schandaal afgelopen jaren tot op de bodem uitzocht, laat zien dat de overheid vandaag geen verschil meer maakt tussen een zwemleraar en een geestelijke. Die tijd is voorbij.

Toch leunen sommige christenen nog altijd te nadrukkelijk op de huidige voorrechten, waardoor ze nog steeds niet echt voelen hoe koud de realiteit buiten het bad is. Die kou overviel bijvoorbeeld de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV) enkele jaren geleden, toen de PvdA-wethouder van Rhenen haar een subsidie weigerde wegens het euthanasiestandpunt van de vereniging. Een dergelijk besluit kan voor christenen misschien wat ongemakkelijk voelen, maar binnen de context van de huidige maatschappelijke en politieke verhoudingen is die beslissing best te begrijpen. Immers, waarom zou een organisatie overheidsgeld moeten krijgen als zij dissidente opvattingen huldigt ten aanzien van de euthanasiewetgeving?

De Rhenense NPV-afdeling was onaangenaam verrast en de discussie die daarna tussen de vereniging en het stadsbestuur ontstond, lieten zien dat bij sommige christenen de maatschappelijke barometer nog altijd op mooi weer staat. Ze hadden nog te weinig in de gaten dat de samenleving echt veranderd was en ze gingen er vanuit dat de buitenwereld wel rekening zou houden met hun opvattingen. Volgens Van Mulligen zou het daarom nobel zijn als christelijke partijen hun kiezers preventief leren wennen aan ‘die nieuwe werkelijkheid.’ Dat helpt D66 ‘écht neutraal te zijn’ en hun vermeende christenplagerijen achterwege te laten.

En verder gebeurt er dan niets spannends, want onder die neutrale overheid – wat het bijvoeglijk naamwoord in dat verband ook moge betekenen – kunnen christenen gewoon hun kerkdiensten blijven beleggen en God hun schepper blijven noemen. Ze kunnen volkomen zichzelf blijven.

Enige context

Het liberalisme is in de toekomst misschien wel de enige context waarbinnen die vrijheid voor alle gelovigen geborgd kan zijn. De ChristenUnie en de SGP zullen de nog geldende christelijke privileges graag willen behouden, maar getuigt dat van realiteitszin, in een multireligieuze samenleving als de Nederlandse? Zouden ze niet, met D66, moeten pleiten voor godsdienstvrijheid-ieder-voor-zich?

Een stem op de christenpoliticus lijkt vandaag op een stem van een roepende in de woestijn.

Onder zo’n liberaal bewind zijn alle gelovigen immers vrij. Net zo goed als Gregorius Nekschot mag blijven tekenen, mogen christenen vinden dat de abortus- en euthanasiewetgeving indruist tegen de christelijke boodschap van hoop en leven. En dat weigerambtenaren een punt hebben. Dat kerken best in de Gemeentelijke Basisadministratie mogen rondneuzen. Dat God niet gelasterd mag worden. Dat je ‘s zondags geen openbare vermakelijkheden mag organiseren.

Oké, maar is dat dan reden om de christelijke partijen in het eerstvolgende kieshokje te vervangen voor de liberalen van D66? Niet per se. Maar hoe zinvol is het in de huidige politieke arena het gelijk op klassiek-christelijke thema’s te blijven bevechten? Dat is nu net iets waar christelijke partijen maar moeilijk afstand van kunnen doen en niet zelden leidt die koers tot reactionaire politiek: ‘seculiere’ partijen lanceren de thema’s, christelijke partijen reageren erop. Gevolg is dat de eigen constructieve agenda van christelijke partijen er geregeld bij inschiet, of in elk geval ondersneeuwt.

Typisch orthodox-christelijke thema’s als zondagsheiliging en homohuwelijk mogen voor sommige gelovigen van levensbelang zijn, buiten hun leefwereld doen ze er nauwelijks meer toe. Die seculiere wereld is inmiddels zo groot dat zíj de agenda bepaalt, en niet de christelijke politiek. Zo konden christelijke parlementariërs ondanks hun geploeter en geredeneer niet verhoeden dat in 1984 de Wet afbreking zwangerschap en in 2002 de euthanasiewet werden vastgesteld. Keer op keer is aangetoond dat lang gekoesterde principes en overtuigingen niet bestand bleken tegen een veranderende realiteit.

Geloofwaardiger

Zou het daarom geen aanbeveling verdienen dat christelijke parlementariërs – in navolging van alle christenen die dat reeds deden – de deuren van hun zuil achter zich zouden dichttrekken om zich vervolgens lavend aan de christelijke bronnen te begeven onder liberale, socialistische of democratische collega’s? Binnen die nieuwe politieke samenstelling zouden hun opvattingen over recht en gerechtigheid, goed en kwaad en het welzijn van de naaste mogelijk geloofwaardiger overkomen.

Natuurlijk, ook vanuit hun huidige politieke strijdkampen zeggen christelijke parlementariërs ongetwijfeld zinnige dingen. Dat geldt in het bijzonder als ze zich richten op samenlevingsgerichte politiek, die de fundamentele kwesties als vertrekpunt heeft. Echter, zolang christenpolitici daarover vanachter hun christelijke katheder blijven roepen, zal hun effect gering zijn.

Daarmee lijkt een stem op de christenpoliticus vandaag een stem op een roepende in de woestijn. Christenen die de bewegingsvrijheid voor hun nageslacht willen borgen, zoeken het beter in de sociaal-liberale hoek. De vleugels van een neutrale staat lijken in de toekomst immers de beste bescherming voor de rechten van individuele gelovigen te bieden. Bovendien geven zij hun stem zo niet weg aan volksvertegenwoordigers wiens bijdrage steeds vaker ongemerkt zal opgaan in de kakofonie van een seculiere meerderheid. Wie door de losse flodders van het christenpesten heen kijkt, ziet achter de democratische kanonnen het bevrijdingsvuur al gloeien.

Deze analyse is onder meer tot stand gekomen op basis van gesprekken met voormalig D66-Tweede Kamerlid en voorzitter van het Humanistisch Verbond Boris van der Ham, politiek historicus Ewout Klei en predikant Paul Visser. Voor de inhoud van het artikel draagt geen van allen verantwoordelijkheid. Die komt volledig voor rekening van beide auteurs.  

Reacties

Samenvatting

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *