Deze maand viert de wereld de geboorte van het joodse jongetje Jezus Christus. Een joods jongetje? Ja, want door te letten op Jezus’ joodse wortels, krijg je een gelaagd beeld van zijn leven. De tien dingen die je moet weten.

tekst Sjoerd Wielenga

Er lijkt steeds meer aandacht te komen voor de joodse identiteit van Jezus Christus. Fik Meijers schreef recent het boek Jezus & de vijfde evangelist, over hoe het werk van de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus meer duidelijk maakt over Jezus’ leven. Het kreeg in tal van media – van De Wereld Draait Door tot de Volkskrant – de nodige aandacht, al zijn de meeste recensies weinig lovend. En onlangs betoogde de joods-christelijke Amerikaanse theoloog Mark Kinzer in maandblad De Oogst dat Jezus ook na Zijn hemelvaart nog steeds Jood is. ‘Er zit een Jood aan de rechterhand van God’, stelt hij en verbindt daaraan de conclusie dat de christelijke kerk een innige relatie moet willen hebben met het Joodse volk.

Dat Jezus als Jood ter wereld kwam is dus onderdeel van Gods ‘Masterplan’

Is het voor ons Jezusbeeld belangrijk om te weten bij welk volk Hij hoorde en welke religie Hij aanhing? We vroegen twee deskundigen om de joodse wortels van Jezus nader te duiden: dr. Bart Wallet is universitair docent jodendom aan de Vrije Universiteit en lid van de Christelijke Gereformeerde Kerken en dr. Eric Ottenheijm – “rooms-katholiek en gelovig, maar niet meer kerkelijk betrokken” – doet momenteel in een team van zeven wetenschappers onderzoek naar de overeenkomsten tussen de parabels van Jezus en de rabbijnse literatuur. Het onderzoek is nog niet afgerond, maar hij licht alvast een tipje van de sluier op.
Wat moeten we weten over Jezus’ joodse wortels om Hem beter te leren kennen?

  1. Jezus en het Masterplan

Wallet: “Op de eerste bladzijde van het Nieuwe Testament blijkt al dat Jezus Jood is. Hij is zoon van Abraham en zoon van David, lezen we. Met andere woorden: de ultieme Jood! Jezus leidt een joods leven: Hij viert de joodse feesten, gaat naar synagoges en zijn dag was ingedeeld volgens de joodse agenda.
Jezus is geen spiritueel concept of een idee, maar Hij is heel bewust geïncarneerd in een historische context. Hij kwam als Jood in Israël ter wereld. Dat is niet toevallig, want in heel de Bijbel lees je dat Israël door God is uitverkoren. Dat Jezus als Jood ter wereld kwam is dus onderdeel van Gods ‘Masterplan’. Ik vind dat dat ertoe doet. Het lijkt mij niet juist als mensen Jezus laten vervluchtigen tot een ideaalbeeld, onthecht van de geschiedenis. Hij verscheen niet als Brit of Nederlander. Jezus zelf zegt: ‘Ik ben gekomen als Messias van Israël, dat is mijn eerste roeping’. Jezus komt allereerst voor Israël, en pas in tweede instantie voor de volkeren van de wereld.”

  1. De verhaaltjes van Jezus

Ottenheijm: “Parabels lijken in deze tijd een beetje op Amerikaanse sitcoms op tv, zoals Friends. Het zijn korte verzonnen verhaaltjes, maar in een realistische setting en ze hebben vaak een moralistische les.
Een parabel is dat ook en wil een bijbelvers uitleggen, of de waarde ervan verduidelijken. Ze waren in Jezus’ tijd een populair middel voor onderricht. Jezus maakte er veel gebruik van, Marcus zegt zelfs dat Hij buiten parabels om geen onderricht gaf, maar dat is een later commentaar dat we niet in de andere evangeliën terugvinden. Ook de rabbijnen, die na de val van de tempel in zeventig na Christus de geestelijk leiders van het Joodse volk werden, vertelden parabels. Er zijn er zo’n 1500 overgeleverd. Er is veel overlap in beeldtaal, motieven en verhaalpatronen tussen de parabels van Jezus en de andere rabbijnse literatuur. Zo vertellen zowel Jezus als de rabbijnen parabels over gezamenlijke maaltijden waar sommigen in hun vuile kloffie en anderen in nette kleding zitten, over kostbare schatten of parels en vader-zoon-parabels, waar de zorg van de vader voor een zoon centraal staat. Rabbijnen vergelijken die intieme relatie ook wel met de wolkkolom die het volk Israël in de woestijn begeleidde. Maar ze vertellen ook over strenge vaders die hun zonen het huis uit gooien, al eindigen ook die parabels doorgaans met verzoening.”

  1. Jezus en de stromingen

Ottenheijm: “Jezus’ tijd kende verschillende joodse stromingen zoals zeloten, farizeeën en sadduceeën. Ook waren er individuele charismatische leiders, zoals Johannes de Doper, en wonderdoeners als Choni de Cirkeltrekker. Jezus was ook zo’n charismatisch leider en wonderdoener. Hij behoorde niet tot een van de stromingen, maar hij staat het dichtst bij de farizeeën. Veel mensen denken dat Hij met hen vaak ruzie had. Maar met ‘twistgesprekken’ wordt gewoon ‘een goede discussie’ bedoeld. Bovendien: de farizeeën zelf waren ook verdeeld, voor mijn promotieonderzoek vond ik 275 onderlinge meningsverschillen. In de discussies tussen farizeeën en Jezus gaat het soms om fundamentele zaken, maar soms ook om details. Een fundamentele vraag is bijvoorbeeld: ‘wat is het belangrijkste gebod?’ Jezus geeft het dubbele liefdesgebod als antwoord: dat je God moet liefhebben als jezelf. Dat heeft Hij niet zelf bedacht, die exegese bestond al. Ook de combinatie van het dubbele liefdesgebod – Deuteronomium 6:5 en Leviticus 19:18 – treffen we aan in Joods-hellenistische bronnen en in een rabbijnse bijbeluitleg die door Perzische Joden was meegenomen op hun vlucht naar de staat Israël. In Marcus lees je dat Jezus en de farizeeën het daarover eens zijn, terwijl Matteüs suggereert dat er irritatie over bestaat. Toen Matteüs het onderricht van Jezus opschreef – na diens dood – waren er spanningen tussen Jezus-beweging en de joden. Hij heeft het debat dus wat scherper opgeschreven om de tegenstellingen te benadrukken.”

Jezus was echt bezig om de Tora toe te passen

  1. Jezus en de Romeinen

Ottenheijm: “Matteüs doet zijn best om de Romeinse bezetter niet tegen het hoofd stoten als hij schrijft over het leven van Jezus. Hij heeft een pacifistische strategie. Jezus zegt bijvoorbeeld dat als iemand je dwingt je hemd af te geven, je hem twee hemden moet geven. Het gaat hier om Romeinse hemden, tunica’s, die ook door Joden in het Romeinse rijk gedragen werden. De boodschap van Jezus is volgens Matteüs: geef geen fysieke weerstand tegen de bezetter. Ook de opmerking van Jezus dat je de keizer belasting moet betalen, past in deze pacifistische strategie.”

  1. Jezus en het joodse recht

Wallet: “Veel christenen lezen in het Oude Testament over het joods recht, de toepassing van de Tora in het dagelijks leven, heen. Maar voor het Jodendom vormt dat het hart van de Bijbel. Wil je Jezus begrijpen – in de Bergrede bijvoorbeeld – dan gaat dat over de toepassing van het recht en de Tora. Hij schuift dat niet zomaar aan de kant. Veel christenen denken: de Tora is met de komst van Jezus passé. Maar nee, hij was echt bezig om de Tora toe te passen. In het gesprek met de farizeeën gaat het echt over de punten en komma’s. Ik bedoel niet dat christenen nu direct iets met het joodse recht moeten doen. Maar wel: wil je Jezus begrijpen, dan moet je oog houden voor dat aspect in het Nieuwe Testament. Dan krijg je een gelaagd beeld van Jezus. Jezus staat niet tegenover het OT en de Tora, maar is het daar volledig mee eens! Toen schrijver Dimitri Verhulst in de talkshow Pauw zijn kritiek uitte op de geweldsteksten in de Bijbel, was de reflex van christenen: ‘Jezus was heel anders, let niet teveel op dat Oude Testament’. Maar dat is een valse tegenstelling. Jezus zegt zelf: ‘ik wil de wet niet vervangen, maar ik wil hem ten volle uitleven’. Jezus legt verbanden tussen zichzelf en het Oude Testament. Mijn waarschuwing voor christenen is: je moet de beide testamenten niet tegen elkaar uitspelen. Dan krijg je een heel dun bijbeltje en verlies je het zicht op hoe Jezus werkelijk was.”

  1. Jezus de Supergezalfde

Wallet: “Jezus leefde in een apocalyptische tijd waarin de Joden de in de profetieën voorspelde Messias verwachtten. Deze man moest de toekomst van het Joodse volk veilig stellen. Messias betekent ‘gezalfde’ en omvat de functies van priester, koning, profeet. Dat zijn alle drie functies waarvoor men gezalfd werd met olie. Een Messias is dus eigenlijk een ‘supergezalfde’ die de toekomst van het Joodse volk een nieuwe wending moest geven en alles goed zou maken voor Israël. In Jezus’ tijd waren er verschillende Messiaspretendenten, mensen die zeiden: Ik ben de Messias! Of mensen die het over iemand anders zeiden: hij is het! Veel leiders van opstanden tegen de Romeinen werden Messias genoemd.”

  1. Jezus de koning

Wallet: “Het Joodse koningschap heeft een politieke lading en was een bedreiging voor Romeinen. Je moet niet te snel zeggen dat Jezus zijn koningschap louter spiritueel opvatte. Bij de hemelvaart vragen de leerlingen nog: ‘Herstelt u nu het koninkrijk van Israël?’ Jezus antwoordt dan niet: ‘Welnee, daar ben ik helemaal niet voor gekomen, hebben jullie het nou nog niet begrepen?’ Nee, hij zegt: ‘Daar gaan jullie niet over, dat is aan de Vader.’ Er zit dus wel degelijk ook een politieke kant aan Jezus’ optreden. Hij presenteert zichzelf niet alleen als spirituele leider, maar ook als politiek leider. Zijn boodschap had een expliciet politieke focus. Wat stond er op het bordje boven het kruis waaraan Jezus hangt? De meest precieze duiding is: ‘Dit is de koning van de provincie Judea van het Romeinse Rijk’. Wie wonen daar? De Joden. De kern van de beschuldiging hangt boven zijn hoofd. Ondanks Jezus’ politieke pretenties, was Hij niet aan een staatsgreep begonnen in Judea. De beschuldiging is dus sarcastisch bedoeld; de uit Galilea afkomstige Jezus was politiek gezien op het eerste gezicht geen bedreiging voor de Romeinse machthebbers in Judea. Pas veel later is het Romeinse Rijk op de knieën gebracht door het rijk van Jezus. De keizercultus is verdwenen en het rijk is gekerstend. Je zou zelfs kunnen zeggen dat Rome nu juist de hoofdstad is van de kerk.”

  1. Jezus de rabbijn

Wallet: “Profeten hadden de taak om de Tora bij de mensen te brengen, die toe te passen en te actualiseren. Johannes de Doper was de laatste die als profeet wordt geportretteerd, daarna nemen de rabbijnen die functie over. Jezus heeft ook een profetische rol, zoals bijvoorbeeld in de Bergrede waar hij als rabbijn les gaf en de Tora toepast en actualiseert.”

  1. Jezus de priester

Wallet: “De priester offert namens het volk en vertegenwoordigt God. In Hebreeën wordt door die bril naar Jezus gekeken. Jezus wordt hier gepresenteerd als kohen gadol, als hogepriester en (be)middelaar. Hebreeën is in het Nieuwe Testament misschien wel de meest joodse brief. Het is geschreven vanuit het drama van het verlies van de tempel in zeventig na Christus en stelt de vraag: hoe kun je zonder de tempel, de cultusplaats, geloven? De joden en Joodse christenen uit die tijd formuleerden daar allebei een eigen antwoord op. De rabbijnen stelden dat de functie van de tempel werd overgenomen door de synagoges waar woorden uit de Tora en gebeden klinken. De tempel is daarmee dus flexibel en dus kun je overal jood zijn. De Jezus-beweging doet eigenlijk hetzelfde, blijkt uit Hebreeën. De functie van de tempel – de offerplaats – is samengebald in het offer van Jezus. Dat is het ultieme offer. Als de christelijke gemeente de eucharistie viert en dat offer herdenkt, is de tempelfunctie opnieuw aanwezig. Zo kan dus ook de Jezusbeweging flexibel geloven. Qua structuur zijn het jodendom en vroege christendom dus sterk aan elkaar verwant.”

  1. Jezus als Gods zoon

Wallet: “Heel veel rabbijnen in Jezus’ dagen verkondigden het koninkrijk van God. Ook komt de term zoon van God wel voor, in de figuurlijke betekenis. In het Evangelie zien we veel overeenkomsten met de rabbijnse literatuur. Jezus opereert in zijn manier van spreken en optreden volledig in de Joodse context. Maar volgens de Bijbel sprak hij wel ‘met gezag’. De bekende Amerikaans-Joodse literatuurcriticus Harold Bloom stelt op basis van tekstonderzoek dat Jezus’ karakter in Marcus erg lijkt op het karakter van God in het Oude Testament: iemand die veel retorische vragen stelt, emotioneel betrokken is en wetgever is. Volgens Bloom leefde Jezus de Tora uit. Dat is een opvallende uitspraak voor een niet-christen.”

6 thoughts on “10 x Jezus de jood

  1. Was Jezus wel een ‘volbloed’ Jood?
    Voormoeders: Tamar, de Kanaanitische.
    Rachab, de hoer, een inwoonster van Jericho.
    Ruth, de Moabitische.
    En dat alles om HEILAND van de WERELD te zijn.

  2. Om te begrijpen wie Jezus was, moeten we Jezus ook vooral zien tegen de achtergrond van de oosterse cultuur.Algemeen gaat de mensheid ervan uit dat alle Joden Israëlieten zouden zijn, en dat alle Israelieten dus Joden zouden zijn. Geen van deze twee uitgangspunten is juist, en de veronderstelling dat alle Joden Israëlieten zouden zijn en omgekeerd, klopt in geen geval.Alle Friezen zijn Nederlanders, maar alle Nederlanders zijn geen Friezen. ..Het gebied rond de stad Jeruzalem heette Judea. Het was een apart koninkrijk met de Tempel van Salomo als middelpunt.De rest vormde het koninkrijk Israël. De landstreken Galilea,Idumea, Samaria en Moab mogen bij Israël worden gerekend.Jesus kwam uit Galilea, wat land van de niet-Joden (Goyim) betekent.De inwoners van het koninkrijk Israël werden Israëlieten genoemd,de inwoners van het koninkrijk Judea, Judeeërs oftewel Joden.De beide Huizen Israël en Juda zijn tot de dag van vandaag gescheiden, hoewel er wel een hereniging voorspeld is….Er is in en onder Israël altijd al veel gemengd volk meegelift….

  3. Er is maar een principieel motief dat Jezus aan het kruis nagelde: de Tempeluitdrijving. De bezoedeling en excessen van geldbeluste woekeraars en kooplui ten koste van pelgrims, dat morele verval daadwerkelijk kritiseren, dat heeft Zijn lot bezegeld. Die boeverij deed apostel Petrus besluiten de wijk nemen naar buiten het Nabije Oosten. Het Romeinse rijk ging ten onder aan de islam terreur. Europa wist grosso modo overeind te blijven, hoewel verzwakt door schisma’s, corrumperende oliedollars in onzalige handen in combinatie met dito politiek correctheid van de cultuur-marxistiese kerk en moshe lijkt funest te worden: de ultieme Beeldenstorm der barbaarsheid. Sectarisme.

  4. Onder de klokkentoren van mekka vind je in de nabijheid van de Kab’aa de meest westerse vreetschuren. Het is daar in die omgeving om van te kotsen. Het is een waar Supergroot Hoog-Catharijne Ga er nimmer heen, muzelmensen! Blijf thuis bij man/vrouw en eventueel kind. Het zij geduid! Vrede zij met u.

  5. In de tekst toegeschreven aan Lucas het volgende: 2:42! Pascha, dus, zojuist twaalf jaren oud geworden.. . (Barmitswa) Let op! Zojuist. Dus geen 25 december als ik zo vrij ben. Ik eindig. Gedag kersemis! Toedeledoki.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *