Het imago van het evangelisch onderwijs heeft de afgelopen jaren gevoelige tikken gehad. Verschillende scholen moeten wegens wanbestuur hun deuren sluiten: het onderwijs blijkt ondermaats, financiën zijn niet op orde en leerlingennormen worden niet gehaald. Wat is er precies gebeurd? En hoe staat het evangelisch onderwijs er vandaag voor?

tekst Elleke van den Burg-Poortvliet

Het geschiedboek van de heisa in het evangelisch onderwijs voert de lezer terug naar 2013. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie blijkt dat er op evangelische basisschool Timon in Rotterdam iets helemaal niet in de haak is. Zowel de onderwijskwaliteit als de veiligheid van leerlingen en leraren zijn ernstig in het geding, schrijft de inspectie in een vernietigend rapport. Omdat het schoolbestuur – de Stichting Voor Evangelische Scholen (SVES) in Amsterdam – niet in staat is de problemen op te lossen, wordt Timon acuut, op 1 januari 2014, gesloten.

“De SVES heeft scholen gesticht vanaf de tekentafel, dat moest wel misgaan”

De geconstateerde problemen zijn voor de Onderwijsinspectie aanleiding om de stichting onder de loep te nemen. Want onder de SVES vallen nóg zes evangelische basisscholen, verspreid over het hele land. Hoe bestuurt de stichting deze scholen eigenlijk?

Niet goed, concludeert de inspectie. Het bestuur blijkt niet in control en voldoet niet helemaal aan de wettelijke eisen. Ook is de financiële situatie kwetsbaar, onder andere omdat de groei van leerlingenaantallen achterblijft. De staatssecretaris wil ferm ingrijpen, maar nog voordat hij die kans krijgt, gooit de SVES de handdoek zelf in de ring: het bestuur stopt ermee. Drie van de evangelische basisscholen worden opgeheven, de andere drie zoeken onderdak bij een ander schoolbestuur. Maar ook dat laatste blijkt niet voor alle scholen een oplossing. Twee ervan moeten alsnog per 1 januari 2015 stoppen. Reden: een ondermaatse kwaliteit.

Moeilijke situatie

Jan Boer is locatiedirecteur van de evangelische Tamarschool in Den Haag, een van de basisscholen die onder de paraplu van de SVES opereerde. De Tamarschool weet wél een succesvolle doorstart te maken en blijft overeind. Boer werkt sinds mei vorig jaar op de school en maakt het staartje van de moeilijke situatie mee. “De SVES heeft scholen gesticht vanaf de tekentafel, dat moest wel misgaan. In Den Haag is de norm dat nieuwe scholen binnen vijf jaar driehonderd leerlingen hebben, dat is de hoogste stichtingsnorm van Nederland. Dat de Tamarschool dit niet zou redden, was te voorspellen. In 2009 zijn we gestart en in 2014 hadden we 131 leerlingen.”

Inmiddels is de rust op de Tamarschool weergekeerd. Maar het waren heftige jaren, blikt locatiedirecteur Boer terug. “De spanning is enorm geweest. Steeds was de vraag: gaan we het redden? Om te overleven móésten we groeien, dus namen we alle leerlingen aan. Dit had tot gevolg dat we een te groot aantal leerlingen met veel gedragsproblemen hadden, wat vervolgens weer een wissel trok op het team. We moesten voortdurend brandjes blussen.”

Een aantal ouders verliest het vertrouwen in de school en vertrekt, maar een groot deel blijft trouw. “De toenmalige directeur heeft de boel bij elkaar gehouden. Het team heeft hard gewerkt. We kregen veel ondersteuning en er werd voor ons gebeden.”

Ondertussen durven particulieren links en rechts het nog altijd aan nieuwe evangelische scholen te stichten

De school neemt maatregelen om het onderwijs weer op orde te krijgen. Zo vertrekken leerlingen met heftige gedragsproblemen naar scholen die kunnen bieden wat zij nodig hebben. En met een waarschuwingssysteem wordt kordater opgetreden tegen grensoverschrijdend gedrag van leerlingen.

Daarnaast investeert het huidige bestuur flink in de school. Het heeft tijd gekost om “los te komen van de slechte naam”, maar het vertrouwen in de school groeit, zegt Boer. “Pas zei een ouder tegen me: ik kan weer met trots over de school praten. Ouders zijn de beste ambassadeurs. We zijn dan ook stevig aan het groeien, met name in de onderbouw, dus voor de komende jaren zit het goed.”

Geen overleg

Meer scholen die in het SVES-tijdperk onder de stichting hangen, kampen met lage leerlingenaantallen. Dit komt onder andere doordat scholen uit de grond worden gestampt zonder dat er met ouders wordt overlegd, melden diverse media in die tijd. Aan evangelische scholen geen gebrek, aan leerlingen des te meer.

Hielke Doetjes is woordvoerder van PEON, het Platform Evangelisch Onderwijs in Nederland, en directeur van evangelische basisschool De Rots in Ede, die overigens niet onder de opgeheven stichting viel. Bij dit platform zijn momenteel alle evangelische scholen in Nederland aangesloten. Doetjes geeft aan dat de PEON-scholen ontstaan zijn júíst op basis van initiatieven van ouders, anders dan bij de voormalige SVES-scholen, die gesticht zijn door een kerkelijke gemeente in Amsterdam.

Gedoemd te mislukken

Een school stichten is bepaald geen sinecure, weet Doetjes. “In principe kan iedere Nederlander een school stichten. Maar als je geen verstand van onderwijs, juridische zaken en regelgeving hebt, of geen ondersteuning daarbij, is schoolstichting gedoemd te mislukken.”

De Haagse Tamarschool weet te overleven door zich aan te sluiten bij de Stichting School met de Bijbel, die qua identiteit goed past. Ook al is de leerlingennorm nog niet behaald, de school kan door.

Dat evangelische basisscholen gaan samenwerken met een ander schoolbestuur komt overigens vaker voor. Van de dertien evangelische basisscholen en drie evangelische middelbare scholen die er nu zijn, vallen er zes basisscholen onder de paraplu van een andere schoolvereniging.

Ministerie is kritisch

Dat geldt ook voor basisschool De Rots in Ede, waar Doetjes directeur is. De school werkt samen met een christelijke vereniging voor primair onderwijs in Veenendaal. “Wij hadden op 1 oktober 2014 179 leerlingen, terwijl we er 200 moesten hebben. Het ministerie was kritisch, ook al konden we aantonen dat we in augustus 2015 dit aantal wél zouden bereiken.” De kritische houding van het ministerie is mede het gevolg van wat er bij de SVES is gebeurd, denkt Doetjes. “Dat heeft ons niet geholpen.”

Ook met diverse gereformeerde scholen, opgericht vanuit de gereformeerd-vrijgemaakte kerken, werken evangelische scholen samen. HAAL bijvoorbeeld – een vereniging in Hilversum, Amersfoort, Almere en Leusden die oorspronkelijk alleen uit gereformeerde scholen bestond – neemt in de loop van de tijd twee evangelische basisscholen onder haar hoede. De statuten zijn zo gewijzigd dat ook scholen op evangelische grondslag in de vereniging passen, zegt lid van het College van Bestuur Marco van der Ploeg. “De samenwerking verloopt prima.”

Groeiende basisscholen

Dat sommige evangelische basisscholen de leerlingennorm niet halen, vindt woordvoerder Doetjes van platform PEON niet zo gek, zegt hij. “Het is een klus om die norm te halen. Overal is er sprake van daling in leerlingenaantallen. Daarentegen: verschillende evangelische basisscholen groeien momenteel flink. Dat is dus een hele prestatie.”

Uitwisseling van personeel tussen gereformeerde en evangelische scholen is mogelijk

Ondertussen durven particulieren links en rechts het nog altijd aan nieuwe evangelische scholen te stichten. Doetjes kent twee initiatieven, die door omstandigheden nu weliswaar even op een laag pitje staan. Het valt niet mee om nieuwe scholen te starten, weet hij. “Het ministerie bekijkt nieuwe initiatieven heel kritisch. Alleen een envelop met intentieverklaringen van ouders is niet genoeg.”

Evangelische ouders blijken de overstap naar andere scholen die ‘bijbelgetrouw onderwijs’ willen geven – de gereformeerde en reformatorische scholen – niet per se te maken. Van der Ploeg van vereniging HAAL: “Onze scholen trekken al jaren ouders aan die niet gereformeerd-vrijgemaakt zijn, ook veel evangelische ouders. Zo’n 40 procent van onze leerlingen is niet vrijgemaakt. Maar we hebben niet gemerkt dat evangelische ouders vanwege de ontwikkelingen in het evangelisch onderwijs massaal bij ons aankloppen.”

Pieter Moens, voorzitter van het College van Bestuur van de reformatorische Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS), heeft dezelfde ervaring. Binnen het reformatorisch onderwijs werken scholen juist ook vaker samen, omdat leerlingenaantallen krimpen, zegt hij. “Dat komt doordat gezinnen kleiner worden. Daarnaast verhuizen sommige gezinnen bewust naar gebieden met meer aanbod van reformatorisch onderwijs. In bepaalde regio’s krimpen scholen om die reden.”

Identiteit bewaken

De samenwerking tussen evangelische en gereformeerde of protestants-christelijke scholen brengt uitdagingen met zich mee, weet PEON-woordvoerder Doetjes. Hoe behouden ze bijvoorbeeld hun identiteit? “Veel evangelische basisscholen staan open voor alle leerlingen. Wil je je eigen identiteit bewaren, dan is het personeel een cruciale factor. Maar doordat bij vacatures vaak eerst verplicht binnen het schoolbestuur wordt gezocht naar geschikte kandidaten, kan het zijn dat je leerkrachten moet aannemen die weinig met je evangelische identiteit hebben.” Theoretisch kan het dus bijvoorbeeld voorkomen dat wanneer een evangelische basisschool onder een gereformeerd schoolbestuur valt, de evangelische school bij een vacature een gereformeerd-vrijgemaakte leerkracht moet aannemen.

Om de evangelische identiteit te behouden, is commitment van de organisatie waarbij je hoort nodig. Tot nu toe is dat er steeds, ziet Doetjes. “Onze school heeft afspraken gemaakt met de vereniging waarmee we samenwerken. Bij vacatures wordt eerst intern gekeken, maar alleen mensen met feeling met de evangelische identiteit kunnen reageren.”

Uitwisseling

Ook binnen HAAL worden vacatures eerst intern uitgezet. Van der Ploeg: “Dat is in de cao vastgelegd. Personeelsleden hebben niet een aanstelling bij een school, maar bij een bestuur.” Uitwisseling van personeel tussen gereformeerde en evangelische scholen is mogelijk, omdat HAAL de ‘kerkeis’ in het benoemingsbeleid niet meer hanteert. “Personeelsleden moesten voorheen lid zijn van een gereformeerd-vrijgemaakte, christelijk-gereformeerde of Nederlands-gereformeerde kerk. Dat hoeft niet meer, personeelsleden ondertekenen nu een identiteitsverklaring.”

HAAL stimuleert dat evangelische scholen hun identiteit bewaken. “In Amersfoort bijvoorbeeld is de evangelische basisschool niet de enige school die uitgesproken christelijk is. Er zijn ook drie gereformeerde scholen. Het is daarom belangrijk dat iedere school zich onderscheidt met een duidelijk profiel.”

Reformatorische schoolbesturen hebben geen onderdak verleend aan evangelische scholen, zegt Moens van VGS. Voor zover hij weet, is dat ook nooit gevraagd. Juist die identiteit zou wel eens een struikelblok kunnen zijn. Moens: “Onze grondslag is Gods woord, maar ook de belijdenisgeschriften zijn voor ons fundamenteel. Ik denk dat we op hoofdzaken te veel verschillen met het evangelisch onderwijs.”

 

Hoe doen vrijgemaakte en reformatorische scholen het?

Kwaliteitsproblemen brachten het evangelisch onderwijs afgelopen jaren in verlegenheid. Maar hoe zit het eigenlijk met de kwaliteit van andere uitgesproken christelijke scholen, zoals de vrijgemaakte en reformatorische?

Onderstaande tabel laat zien dat de beide onderwijsniches geen aanleiding geven tot zorg. Overigens is de kwaliteit daarvan ook nooit diepgaand onderzocht geweest, zegt woordvoerder Jan-Willem Swaane van de Onderwijsinspectie. “We weten dat het reformatorisch onderwijs relatief weinig zwakke scholen kent. Op de vraag hoe dat komt, is niet zo gemakkelijk antwoord te geven. Misschien ligt het wel aan de leerlingenpopulatie en is het relatief gemakkelijk lesgeven op deze scholen.”

1 september 20131 september 2014
ZwakZeer zwakZwakZeer zwak
Openbaar2,80,22,50,3
Rooms-katholiek0,80,21,30,1
Protestants-christelijk1,70,22,00,1
Gereformeerd-vrijgemaakt1,80,00,00,0
Reformatorisch1,20,00,60,0
Islamitisch11,60,04,40,0
Algemeen bijzonder2,90,32,60,6
Overig bijzonder3,21,32,71,3
Totaal2,00,22,00,2

Percentages zwakke en zeer zwakke basisscholen, opgesplitst naar denominatie. Het evangelisch basisonderwijs wordt niet genoemd, omdat deze groep te klein is. Bron: Inspectie van het Onderwijs, 2014.

 

Hoeveel evangelische, gereformeerd-vrijgemaakte en reformatorische scholen telt Nederland?

Aantal vestigingenLeerlingenaantal (excl. volwassenenonderwijs)
schooljaar 2004-2005schooljaar 2014-2015schooljaar
2004-2005
schooljaar
2014-2015
Evangelisch
basisonderwijs3124761.480
voortgezet onderwijs239161.765
Gereformeerd-vrijgemaakt
basisonderwijs11611017.53217.151
voortgezet onderwijs16199.6899.756
Reformatorisch
basisonderwijs16416438.33438.063
voortgezet onderwijs252821.65522.679

Aantallen evangelische, gereformeerd-vrijgemaakte en reformatorische scholen. Bron: DUO Informatieproducten.

2 thoughts on “Evangelisch onderwijs krabbelt op na heibel

  1. Beste redactie,

    Toen ik de kop op de omslag van Koers las, was ik zeer geïnteresserd: een analyse(!).
    Bij kezen van het artikel wat ik enigszins teleurgesteld: het was vooral een beschrijving/opsomming van wat er gebeurt/gebeurde en ik miste “de analyse”, de duiding.

    Liefst zie ik dat erbij, maar als dat niet lukt, zou een minder hoog gegrepen kop wel op zijn plaats zijn.

    Vriendelijke groet, Hans Troost

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *