Home>Interview>‘Ik ben zó blij dat u die pil gaat regelen’

‘Ik ben zó blij dat u die pil gaat regelen’

Eind mei kondigde D66-Tweede Kamerlid Pia Dijkstra een wetsvoorstel aan dat een laatste wil-pil mogelijk maakt. Een 80-plusser die een punt achter zijn leven wil zetten, moet je niet tegenhouden, vindt ze. Ze is er niet bang voor dat ouderen zich veroordeeld gaan voelen tot zo’n pil. “Alsof ik zou zeggen: als u het slecht hebt, neemt u de pil maar. Dat vind ik écht een belediging.”

Drie jaar geleden ondertekenden 117.000 Nederlanders een pleidooi om stervenshulp aan mensen met een ‘voltooid leven’ mogelijk te maken. De Tweede Kamer besprak het, maar kwam er niet uit. Dit voorjaar rapporteerde een commissie onder voorzitterschap van D66-senator Paul Schnabel erover. Hun conclusie: de huidige Euthanasiewet biedt voldoende mogelijkheden. Verruiming is onnodig en onwenselijk.

U wilt een laatste wil-pil mogelijk maken voor ouderen die klaar zijn met hun leven. Dat strookt niet met het advies van de commissie. Waar zit hun blinde vlek, volgens u?

“Ik denk dat zij niet al die e-mails hebben gekregen zoals ik die voortdurend krijg. Op straat word ik door volstrekt onbekenden aangesproken. Die mensen zeggen: ik ben zó blij dat u dit gaat regelen. Heel veel artsen beperken de euthanasiewet tot terminaal zieke mensen.”

“Ik vergelijk het weleens met het messenblok op het aanrecht. Dat kun je ook misbruiken. Dat kan met deze pil ook.”

De commissie-Schnabel zei: het komt zo weinig voor, daar hoeven we geen nieuwe wet voor te maken.

“Míj blijkt dat veel mensen behoefte hebben aan een zekerheid op de achtergrond. Mochten zij in de situatie komen dat ze hun leven willen beëindigen als ze op hoge leeftijd klaar zijn met leven, dan willen ze dat die mogelijkheid er is. Dat is volgens mij wel een grote groep.”

Over het rapport van de commissie is nog niet gedebatteerd in de Kamer. Toch wilt u nu al een stap verder.

“Ik had de hoop dat de commissie met goede handvatten zou komen om hier iets aan te doen. De commissie heeft gezegd: wat we hebben is oké, daar kan het mee. Dat deel ik niet. Het rapport van de commissie heeft mij geen nieuwe inzichten opgeleverd. Dus werk ik nu verder aan mijn wetsvoorstel.”

U wilt dit regelen voor 80-plussers. De Nederlandse Vereniging voor Vrijwillig Levenseinde (NVVE) spreekt over 75-plussers. De Coöperatie Laatste Wil heeft het over 18-plussers voor wie zij deze mogelijkheid wil. Het heeft iets willekeurigs.

“Over de vraag of het 75 of 80 moet zijn kunnen we het met elkaar hebben. Maar het beginsel van ‘klaar zijn met leven’ vind ik passen bij een hoge leeftijd, niet bij 18-plussers. Daar ben ik niet aan toe op dit moment.”

Iemand van 30 heeft toch ook recht op zelfbeschikking?

“Iedereen heeft recht op zelfbeschikking.”

Maar waarom krijg ik van u dan pas na mijn 80e recht op zelfbeschikking rond dit onderwerp?

“Als je op je 30e besluit dat je leven voltooid is, en dat je niet meer verder wilt leven, dan ben je goed in staat daar middelen voor te vinden. Iemand van hoge leeftijd heeft daar vaak hulp bij nodig van anderen. Wat nu nog strafbaar is.

Ik had ook kunnen zeggen: zelfmoord moet uit het Wetboek van Strafrecht. Daarmee ondervang je alles. Dan mag hulp bij zelfdoding ook. Maar dan gooi je wel een deur open waar wij nog niet aan toe zijn, als samenleving.”

Is het uit te sluiten dat een laatste-wil pil misbruikt wordt?

“Daar moet je goed naar kijken. Hoe kun je het zo regelen dat dwang uitgesloten wordt? Dat er goed toezicht is? Ik vergelijk het weleens met het messenblok op het aanrecht. Dat kun je ook misbruiken. Dat kan met deze pil ook. Je moet er dus voor zorgen dat de pil alleen uit vrije wil gebruikt kan worden.”

“Ik vind het lastig als mensen ons verwijten dat we hier lichtvaardig mee om gaan. Dat is niet zo.”

We leven niet in het paradijs. Misbruik is onvermijdelijk. Hoeveel gevallen vindt u acceptabel? Een geval per jaar, tien gevallen?

“Elk geval van misbruik wil je tegengaan. Daarom moet je het zo zorgvuldig mogelijk regelen. Maar deze wet kan niet voorkomen dat er mensen worden omgebracht die helemaal niet aan het einde van hun leven zijn.”

Het maakt het wel makkelijker.

“Niet als je het goed regelt. Als je er persoonlijk voor naar de apotheek moet, en je moet eerst praten met iemand die checkt of het echt je vrije wil is, en het is ook al langere tijd bekend dat je dit wilt… dat zijn zorgvuldigheidseisen. Dat doen we nu ook met de euthanasiewet, dus dat kunnen we.”

De documentaire van februari over de Levenseindekliniek maakte veel los. Er was respect en waardering voor de artsen, maar ook afschuw en verontwaardiging. Waar zit u in dat spectrum?

“Ik begrijp heel goed dat mensen er veel moeite mee hebben. Ik vond het zelf ook wel heftig, moet ik je zeggen. Het levert veel vragen op. Het was beter geweest als de kijker wat meer inzicht gekregen had in de voorgeschiedenis van de drie voorbeelden.”

Er kwam na aanleiding van de documentaire ook kritiek uit niet-christelijke hoek veel kritiek op deze euthanasiepraktijk. Heeft dat iets bij u losgemaakt?

“Nee. Althans, ik zie dat er een beweging terug is bij sommigen. Dat zijn mensen die zich niet gerealiseerd hebben wat de werkelijkheid van alledag is. Dit is een heel moeilijk onderwerp. Je wordt geconfronteerd met het sterven van mensen. Ik vind het lastig als mensen ons verwijten dat we hier lichtvaardig mee om gaan. Dat is niet zo. Ik vind het jammer als er een beweging terug zou ontstaan. Door de medische technologie blijven veel mensen leven, die vroeger overleden zouden zijn. Terwijl ze chronisch ziek zijn. Soms komen ze op een leeftijd of in een manier van leven waar ze echt niet gelukkig mee zijn. Sommigen willen dat beëindigen. Ik vind het goed dat we mensen die gelegenheid geven.”

Na de documentaire was er kritiek op deze ruime euthanasiepraktijk. U zegt juist: we moeten dit verder verruimen. U zegt: we moeten hem niet inperken, we moeten hem juist verder verruimen.

“Ik zeg wat ik vind. Zoals ook gelovigen zeggen wat zij vinden. We hebben een goede euthanasiewet. Zo is die ook geëvalueerd in de Tweede Kamer. Daar moeten we vanaf blijven. Ik zie geen enkele reden om de euthanasiewet in te perken.”

Maar er is ook zoiets als voortschrijdend inzicht. Welk inzicht heeft de kritiek uit niet-christelijke kring op de euthanasiepraktijk u gegeven?

“Ik heb geen nieuwe argumenten gehoord.”

De commissie-Schnabel was onder andere tegen uitbreiding omdat dit het imago van oud-zijn verder zou verslechteren. Dat moet je voorkomen, toch?

“Ik heb altijd gezegd: je moet bij dit soort zaken heel goed regelen dat de samenleving naar je omkijkt. Dat mensen niet vanuit een bepaald imago tot deze beslissing komen. Er moet goede zorg voor ouderen zijn.”

Maar het effect is toch onontkoombaar?

“Als ouderen zelf vinden dat zij de samenleving tot last zijn, en de samenleving doet er van alles aan om ze het gevoel te geven dat ze niet tot last zijn, dan is het uiteindelijk de eigen beslissing van ouderen om dat toch te vinden.”

U richt een kastje in met een laatste wil-pil. U zegt eigenlijk: als het heel slecht met u gaat, dan is hier de laatste wil-pil.

“Zo bedoel ik het natuurlijk niet. Alsof ik zou zeggen: als u het slecht hebt, neemt u de pil maar. Dat vind ik echt een belediging. Dat vind ik écht een belediging.”

Oudere mensen kunnen zo gaan denken.

“Dat kunnen mensen denken, maar ik zal er alles aan doen om dat te voorkomen.”

Het hele uitgangspunt van zelfbeschikking gaat dan wankelen. Omdat je niet meer echt zelf beschikt. Want je betrekt de mogelijkheid van levensbeëindiging erbij.

“Dan beschik je niet meer zelf? Als je besluit om je leven te beëindigen, dan doe je dat omdat je toegeeft aan de druk van de samenleving die zegt: als je het slecht hebt, moet je er maar uitstappen?”

Het gaat om de mogelijkheid die gecreëerd wordt. Die beïnvloedt het denken hierover.

“En dan? Als de mogelijkheid er is, betekent dat dan dat mensen zich ineens massaal van kant gaan maken?”

Niet massaal. Maar net zei u nog: elk geval waarbij dit niet goed gaat, is er een teveel.

“Ik snap niet… weet je… je wilt hier op een bepaalde manier naar kijken of niet. Ik zeg: mensen moeten deze mogelijkheid krijgen. Nu moeten ze voor de trein springen, of illegaal pillen uit het buitenland laten komen. Of zich ophangen, een plastic zak over hun hoofd trekken. Dat gaat om mensen op hoge leeftijd. Ik heb bij het debat over voltooid leven gezegd: ik wil dat niet, dat wil ik voorkomen, ik vind dat geen waardig sterven.”

Een partij als de SP aarzelt ook over verruiming van de euthanasiewet. Zij zegt: breng eerst de ouderenzorg op niveau, ga dan pas praten over dit soort oplossingen.

“Je moet het allebei doen. Naast deze mogelijkheid moet je ervoor zorgen dat de zorg goed is. Zodat oude mensen niet om die reden uit het leven willen stappen. Maar ik ken heel veel oude mensen met kinderen en kleinkinderen die zeggen: het is mooi geweest, het is klaar. Ik zit nu te wachten op mijn dood. En ik wil, vanuit een positieve houding, zelf het moment bepalen waarop ik overlijd. Die mensen wil ik de ruimte geven.”

Hans Becker, tot 2010 voorzitter van de Raad van Bestuur van de verzorgingshuizen van Humanitas in Rotterdam, zei altijd: bij mij is de vraag naar euthanasie minimaal, omdat het zo leuk wonen is bij ons voor ouderen. Kan het ook omgekeerd werken? Dat de vraag naar euthanasie toeneemt vanwege het gebrek aan kwaliteit van de zorg?

“Ik vind dat al onze verzorgings- en verpleeghuizen zo moeten zijn dat mensen zich daar prettig voelen. En dat is op dit moment niet op orde.”

Dan kan het dus gebeuren dat mensen vanwege de omstandigheden waarin ze leven zeggen: ik kan ook nog kiezen voor de laatste-wil pil.

“Dat is wel een vergaande consequentie. Dan ga je ervan uit dat als mensen het niet meer naar hun zin hebben, voor hen de enige andere mogelijkheid is: ik stap eruit. We zijn juist bezig in de Wet Langdurige Zorg te regelen dat mensen de zorg krijgen die ze nodig hebben. Dat is een proces dat gaande is.”

Moet je dan in de tussentijd al een laatste wil-pil introduceren?

“Ik denk dat voor mensen het allerbelangrijkste is dat ze weten dat dit kan. En dat het inderdaad waarschijnlijk heel weinig mensen zullen zijn die er daadwerkelijk gebruik van maken. Want het is een zeer definitieve beslissing.”

Wanneer kunnen we uw wetsvoorstel verwachten?

“Ik probeer het dit jaar af te krijgen. Het moet omgeven worden door zorgvuldigheid. Dat vereist nog veel werk.”

 

Kamerlid Pia Dijkstra over haar eigen levenseinde

Wilt u zelf een laatste wil-pil in uw nachtkastje?

“Niet in mijn nachtkastje, maar ik wil er wel toegang toe hebben als ik oud ben.”

Hebt u een wilsverklaring?

“Uiteraard.”

Wordt daarin iets gezegd over een situatie waarin u dementeert?

“Ja, maar daar ga ik en public niet over spreken. Ik heb het geregeld, mijn huisarts weet dat.”

Dus tegen de tijd dat u dementeert weet hij wat hij moet doen. En als u in die fase dan afwerende bewegingen gaat maken, en zegt: nee, nee. Wat moet de huisarts dan doen?

“Dat ga ik niet afwachten.”

U wilt echt in de fase dat u nog helemaal scherp bent…

“Ja, ik ga niet wachten tot het moment dat ik daar niet meer over kan oordelen.”

En u schat in dat u zelf dat moment heel goed kunt vaststellen?

“Dat schat ik in ja. Er zijn meer mensen die dat hebben gedaan.”

Heeft u een leeftijdsgrens voor uzelf vastgesteld?

“Nee.”

Maar dementie is toch een langzaam voortschrijdend proces?

“Ja…”

Wanneer zegt u dan: dokter, dit is het moment?

“Dat zal ik zelf beoordelen, op een moment dat ik dat nog kan.”

En als u het niet meer kunt?

“Dat moment laat ik niet ontstaan.”

Reacties

Samenvatting

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *