Politiek Den Haag maakt zich op voor een verkiezingsseizoen. Hoe hebben CDA, ChristenUnie en SGP zich ten tijde van Rutte II gemanifesteerd? En wat kunnen we tot aan de verkiezingen van maart 2017 van de christelijke drie verwachten?

Tekst Inge Janse en Felix de Fijter

De christelijke partijen hebben de voorbije jaren vanuit de oppositiebanken kunnen constateren dat Rutte II weleens het eerste kabinet sinds Kok I zou kunnen zijn dat de beoogde kabinetsperiode volmaakt. Desondanks, of misschien wel juist dankzij de wankele basis waarop het staat. Immers, met een minimale meerderheid van nog slechts 76 zetels in de Tweede Kamer en een minderheid in de eerste, moesten Rutte en co hun resultaten met wisselende meerderheden behalen.

Door akkoorden met het maatschappelijk middenveld en met een beroep op de ‘constructieve oppositie’ is dat bij tijd en wijle aardig gelukt, en dat geeft ook tevreden gevoelens buiten de coalitie. Het toch wat curieuze trio van D66, ChristenUnie en SGP hielp het kabinet de voorbije jaren aan verschillende belangrijke akkoorden. Het veelomvattende Herfstakkoord van 2013 bijvoorbeeld, maar ook het Woonakkoord (februari 2013), het Pensioenakkoord (december 2013) en ook de begroting van 2014 kwamen met behulp van die drie oppositiepartijen tot stand.

Prem

Niet zonder daar wederdiensten voor terug te verlangen overigens. De SGP zette in op de versterking van de positie van gezinnen en wist (samen met onder meer de ChristenUnie) de bezuiniging op kinderbijslag te voorkomen. Ook stopte de SGP veel energie in het aan de kaak stellen van het belastingnadeel dat eenverdieners (ten opzichte van tweeverdieners) ondervinden.

Buiten de politieke arena om mengt de SGP zich ook almaar nadrukkelijker in het maatschappelijke debat

Daarnaast wilde de partij de aandacht voor veiligheid vergroten. Het thema kwam al in 2012 expliciet aan bod, toen de partij als enige niet wilde bezuinigen op defensie en politie, maar hiervoor juist meer geld wilde vrijmaken. Via de motie-Van der Staaij uit 2014 zorgde ze voor extra geld richting de krijgsmacht, terwijl de partij ook middelen vrijspeelde om jihadisme in Nederland te bestrijden.

De SGP zal daarbij ‘dankbaar’ zijn dat er meer geld beschikbaar kwam voor kwetsbare doelgroepen, zoals ex-gedetineerden, prostituees en ongewenst zwangere vrouwen.

Buiten de politieke arena om mengt de SGP zich ook almaar nadrukkelijker in het maatschappelijke debat. Kopman Van der Staaij schoof zelfs aan bij De Wereld Draait Door waar hij een traditiegetrouw heetgebakerde Prem Radhakishun rustig kon pareren in een debat over de sociale wenselijkheid van vreemdgaan. Prem had er een paar gepeperde Bijbelteksten bij gezocht, om zijn opvattingen over het ‘vrouwonvriendelijke’ en ‘homohatende’ christendom kracht bij te zetten, maar Van der Staaij – oprecht als de duiven en listig als de slangen – hapte niet en na afloop werd blaaskaak Prem door de meute op social media als verliezer bestempeld: ‘Ontrouw is niet cool, Prem.’

Leiderschapswissel

Voor de ChristenUnie stond er bezijden de politieke agenda een leiderschapswissel op het programma. Altijd spannend. Het vertrek van Arie Slob en de komst van Gert-Jan Segers voltrok zich rimpelloos; en dan heb je het goed gedaan. Bovendien kon de ChristenUnie, die met Slob een meer constructieve dan polemische leider had, wel wat peper gebruiken. “De ChristenUnie voelt met haar keuze voor Segers als nieuwe voorman de tijdgeest bijzonder goed aan”, schreef het Reformatorisch Dagblad, die Segers als een “bij uitstek authentiek politicus” kwalificeerde.

Segers ging voort op de ingezette lijn van Slob om waar nodig en handig deals te sluiten met niet zo voor de hand liggende partijen

Zo denken ze er bij de ChristenUnie ook over: na een tijdperk van ‘economische politiek’, waarin het in Den Haag vooral cirkelde om de vraag hoe de economische crisis bedwongen moest worden, is het – gelet op de vluchtelingenproblematiek, de toenemende dreiging van terrorisme en de onrust in het Midden-Oosten en Noord-Afrika – tijd voor een debat over identiteit. Waar willen we met Nederland naartoe? Waar staan we voor? Zo’n debat zit Segers als gegoten.

Segers ging voort op de ingezette lijn van Slob om waar nodig en handig deals te sluiten met niet zo voor de hand liggende partijen. Zo kreeg Segers de meerderheid van de Tweede Kamer achter een initiatiefwet die hij samen met SP en PvdA opstelde om gedwongen prostitutie tegen te gaan. De wet regelt dat klanten, die een ernstig vermoeden hebben of zelfs weten dat ze gebruik maken van een slachtoffer van mensenhandel, aangepakt kunnen worden.

En wie had gedacht dat D66 en de ChristenUnie zich nog eens gezamenlijk zouden sterk maken om de sluiting van monumentale kerkgebouwen te verhoeden? Dat zo’n samenwerking bij Alexander Pechtold voortkomt uit een cultuurminnend hart en bij Segers uit een godvruchtige geest, dat maakt aan het eind van de streep niet uit. Resultaatvoetbal met een open Bijbel, zou je kunnen zeggen.

Achterkamertjes

En dan het CDA; dat speelde de voorbije jaren een beetje monsieur-non, zo willen in elk geval het kabinet en de andere oppositiepartijen doen geloven. Met uitzondering van het Belastingplan wilde het CDA het kabinet bij veel grote akkoorden niet aan een meerderheid helpen. Telkens op basis van de inhoud, stelt de partij. Het Woonakkoord legde te hoge heffingen op de corporaties, in het Herfstakkoord was de belasting voor middeninkomens en gezinnen te hoog en met het het sociaal leenstelsel als vervanger van de basisbeurs was het CDA het simpelweg niet eens.

“Het apocalyptische taalgebruik van Buma kan de ondraaglijke leegte van het CDA niet verhullen”

Monsieur-non? Bij het CDA spreken ze liever van een heel bewust gekozen, ‘eigenstandige oppositierol’. De partij wilde zich naar eigen zeggen niet de achterkamer in laten jagen, maar het debat in de openheid van het parlement voeren. Dat het CDA in de voorbije decennia meermaals heeft geprofiteerd van het zorgvuldig verworven patent op de achterkamer, dat doet er niet toe, vinden de christendemocraten. Als regeringsfractie is het evident dat je onderling overleg en bijstelling nodig hebt, maar als oppositiefractie moet je de regering controleren. Dat moet je niet vermengen met ‘die kamertjes buiten het parlement’, stellen ze bij het CDA.

De vraag rest wat dan wel het verhaal is het van het CDA. Elsevier-columnist Afsin Elian schreef er deze zomer een stevige column over en kon bij het CDA geen ‘geen actuele, ter zake doende wereldbeschouwing’ ontdekken. Hij bespeurde daarentegen ‘totale leegte’ en noemde fractievoorzitter Sybrand Buma een fantast. “Een fantast die denkt dat er nog steeds de negentiende-eeuwse strijd tussen liberalen en christelijke conservatieven gaande is.” Aanleiding was de jongste congresspeech van Buma waarin hij een somber beeld schetste: “Ons land is de afgelopen jaren somber en onzeker geworden. De toekomst hangt als een donkere, dreigende wolk boven ons hoofd. ” Buma wijt het aan het marktdenken en individualisme van rechts en de bureaucratie van links en vindt het de taak van het CDA om met antwoorden te komen. Elian verwacht er weinig van. “Het apocalyptische taalgebruik van Buma kan de ondraaglijke leegte van het CDA niet verhullen.”

In het parlement heeft het CDA niettemin voor diverse thema’s aandacht gevraagd. Het arbeidsmarktvraagstuk en in het bijzonder dat van de zzp’ers bijvoorbeeld. En met de SGP probeerde ze tevergeefs af te dwingen dat teruggekeerde jihadisten preventief in de cel worden gezet. In de periode die nog rest tot aan de verkiezingen zijn er volgens de christendemocraten bovendien nog genoeg problemen over: op het gebied van Veiligheid en Justitie, maar ook Defensie heeft het CDA nog genoeg ambities.

Peilingen

Van de ChristenUnie en SGP moet dat nog worden afgewacht. Achterkamerbesluiten worden met de verkiezingen in zicht almaar minder aantrekkelijk. Immers, het is in de campagne straks een stuk minder eenvoudig je van de coalitiepartijen te onderscheiden, als je medeverantwoordelijk bent voor een groot deel van hun regeringsbeleid.

Resumerend kunnen ChristenUnie en SGP constateren dat ze met bescheiden middelen –achtereenvolgens 5 en 3 zetels – een stevige vinger in pap van Rutte II hebben verworven. En daarmee hebben ze ook belangrijke punten uit hun eigen programma kunnen realiseren. Die constructieve opstelling heeft ze in de peilingen echter geen winst opgeleverd, terwijl het CDA met z’n ‘eigenstandige opstelling’ stillaan is opgeklommen van 13 naar een kleine 20 zetels. Niettemin hebben ChristenUnie en SGP eens te meer duidelijk gemaakt dat er zaken met ze is te doen, en dat kan, als de stemmen straks geteld zijn, weleens van grotere betekenis blijken te zijn.

Dit artikel is mede tot stand gekomen dankzij gesprekken met vertegenwoordigers van de fracties van CDA, ChristenUnie en SGP in Den Haag

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *