We zitten er slecht in op het ogenblik, zegt psychiater Frank Koerselman. Wanorde in de wereld, polarisatie, wereldleiders die er een potje van maken, eenzaamheid, mensen die elkaar niet meer pruimen. Symptomen van een wereld die God mist, denkt Koerselman. 

tekst Jasper van den Bovenkamp beeld Jelte Bergwerff

Op Twitter en in recensies struikelden verontwaardiging en boosheid de afgelopen maand weer eens over elkaar. Wat had presentator Renze Klamer bij talkshow De vooravond nu geflikt, door tijdens een gesprek over abortus met arts Rebecca Gomperts zich hardop af te vragen: maar wanneer begínt dat leven nou precies, tot wanneer mag je, ethisch gezien, een foetus weghalen, en wie bepaalt dat dan? 

‘We moeten voortdurend schuld bekennen. Over het koloniale verleden, omdat je onwetend racistisch of seksistisch bent, omdat je in Staphorst naar de kerk gaat’

Gomperts zat aan tafel omdat ze zojuist door Time Magazine was uitgeroepen tot een van de invloedrijkste mensen ter wereld, vanwege haar strijd om bij vrouwen wereldwijd veilig abortus te laten uitvoeren. De Volkskrant foeterde: “Opeens werd Matthijs van Nieuwkerk node gemist. Die had zich wel raad geweten met een Nederlander die erkenning krijgt in het buitenland.” NRC: “Door welke tijdmachine waren we in een gesprek beland waarin ‘baas in eigen buik’ als een ‘extreem’ standpunt werd geduid? (…) Wat hier gebeurde was het ter discussie stellen van het recht op abortus zonder dat openlijk te doen.” 

De teneur op sociale media was dezelfde: gereformeerde praatjes bij de EO? OK maar a.u.b. niet via neutrale NPO-frequenties!!! Om het met woorden van de NRC-recensent te zeggen: wat hier gebeurde, was het verbieden van een mening zonder dat openlijk te doen.

Het is niet voor het eerst dat mensen andere mensen dringend adviseren van hun mening af te zien. Staat de vrije meningsuiting onder druk? 

“Dan moet ik even met grove lijnen gaan schetsen. Lang leefden we in een wereld waarin ideologische tegenstellingen bepaalden wie wat vond. Je behoorde tot het vrije Westen óf tot de communistische wereld. Dat eindigde in 1989. Vanaf toen mocht iedereen vinden wat-ie wilde, het maakte niet meer uit. We werden praktisch en pragmatisch en wilden vooral niet meer moraliseren. Nu constateer ik dat we het met z’n allen niet volhouden. We houden het niet vol om niet te moraliseren. Men heeft toch behoefte aan morele ankerpunten.

Hét probleem daarbij is dat mensen het vandaag allemaal niet meer overzien. Er is geen duidelijke afbakening meer van wie bij jou hoort, en wie niet. Daarom willen we dat die groep kleiner wordt. Maar niet iedere groep is even sterk, er ontspint zich een culturele en politieke strijd. De sterkste wint.”

“Een andere ontwikkeling die hiermee te maken heeft, is dat mensen autonomie steeds belangrijker vinden. Vroeger werd een groep gevormd rondom iets wat buiten je stond: iets goddelijks, iets religieus, een orde, een traditie. Autonomie bestaat echter van binnenuit. Maar dat geeft problemen. Want als ik autonoom ben, ben jij het ook; en hoe kun je dan toch een groep vormen? Je moet daarvoor op zoek naar datgene wat autonome mensen bindt. En dat is bijvoorbeeld een gezamenlijke vijand. Er zijn anderen die de autonomie bedreigen, die ons slachtoffer maken. 

Het verdedigen van die autonomie, tegen de verdrukking in, leidt vandaag tot de merkwaardige situatie dat mensen die helemaal geen slachtoffer (meer) zijn, zichzelf dat etiket tóch opplakken.”

‘Dat gekerm dat we niet meer in een café kunnen zitten. Hallo zeg, stel je toch niet zo aan’

Hoe autonoom zijn we vandaag?

“Vanwege het feit dat premier Rutte de verantwoordelijkheid voor naleving van de coronaregels bij burgers neerlegde, werd hij van alle kanten aangevallen. De hoofdcommentaren van de VolkskrantNRC en Trouw waren de dag na Ruttes kritiek op onze houding eensluidend: dit had hij niet mogen zeggen. Ik vind dat bizar. We wéten wat we moeten doen, maar we houden ons niet aan de regels, waardoor het uit de hand loopt en vervolgens zeggen we: ja, maar dat kun je niet van ons vragen. Natúúrlijk kun je het wel van ons vragen, als we maar echt volwassen en autonoom zouden zijn. En dan dat gekerm dat we niet meer in een café kunnen zitten. Hallo zeg, voor horecaondernemers is het vervelend, maar voor klanten niet! Stel je toch niet zo aan. Het is een terugval in een kinderlijke opstelling. We willen van de overheid weer een strenge vader maken. Nou ja, je zou haast zeggen: Wit-Rusland wil van Loekasjenko af, misschien kan hij voor ons aan het werk.”

Dit is 30 procent van het artikel. Verder lezen? Neem een abonnement? Of koop dit nummer digitaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *