De Groene Bijbel verschijnt deze maand. Opmerkelijk, want kerk en groen, dat was nooit een gelukkig huwelijk. Zeker in reformatorische kring kwamen de aardse implicaties van de zielsbekering er veelal bekaaid vanaf. Of niet? Recent onderzoek geeft refo’s het voordeel van de twijfel. Tijd om het beeld bij te stellen?

tekst Embert Messelink beeld bldsprk

Rinie van Reenen (33) is predikant van de hersteld hervormde kerk in Oldebroek, op de Noord-Veluwe. Hij staat bij sommigen bekend als het ecologisch geweten binnen zijn kerken. Met volle overtuiging pakt hij de fiets en de trein, wat hem eens een kletsnat zwart pak opleverde tijdens een zondagse regenbui. Achter het huis is een forse moestuin – “daar kunnen we als gezin met vier jonge kinderen drie maanden per jaar van eten” – en hij is groot voorstander van tweedehandskleding. Kleding is immers niet om te showen, maar om af te dragen, stelt de predikant. Zijn boodschappen kiest hij met zorg uit de biologische en eerlijke schappen en overbodige verpakkingsmaterialen komen het huis niet in, “al heb ik vaak het gevoel dat het consequenter moet.”

De duurzaamheid die we vandaag bij refo’s aantreffen is een restant van de vroegere soberheid en matigheid

In een interview zei u onlangs dat “matigheid ten aanzien van onze omgang met het stoffelijke de hoofdlijn moet zijn in de kerk”. Waar komt uw betrokkenheid op het welzijn van onze leefomgeving vandaan?

“Ik ben al in mijn vroege jeugd gevormd. Mijn vader stond voor de klas en ging met zijn groep 7 ieder jaar vogels luisteren. Ik zat in groep 3 en mocht mee. Voor zonsopgang uit bed en met z’n allen het bos in. Dat blijft je altijd bij. Ik kreeg oog voor vogels, kende de wielewaal en de veldleeuwerik. Maar ik weet nog dat ik een jaar of tien was en wachtte op de veldleeuwerik, die niet meer kwam. De intensivering van het platteland ging snel in de Gelderse Vallei, veel weidevogels verdwenen.

Mijn moeder benadrukte vanaf mijn jongste jaren dat alles in het leven met God te maken heeft. Wij waren daardoor op veel punten anders dan de rest. We leefden sober en zuinig, zonder auto. Het besef dat alles van God komt en dat we daar zuinig op moeten zijn is in mijn leven steeds geprononceerder geworden. Ik werd predikant en zie het nu als mijn roeping om mee te doen aan meningsvorming over duurzaamheid en rentmeesterschap.”

Ik denk dat de werkelijke motivatie om duurzaam te leven alleen kan voortkomen uit de ontmoeting met God

Het Reformatorisch Dagblad peilde deze zomer de duurzaamheid van de achterban: refo’s blijken over bijna de hele linie iets beter te scoren dan de gemiddelde Nederlander. Dat moet u goed doen!

“Mijn vader noemt het glas halfvol, ik neig naar halfleeg. Men zegt duurzaamheid belangrijk te vinden, maar er gebeurt weinig mee. We willen wel nadenken over zonnepanelen, maar alleen als het financieel iets oplevert. De bewustwording is toegenomen, daar ben ik blij mee, maar ik zie dat mensen weinig consequenties trekken als het gaat om de opoffering van gemakken. Ik weet dat ik streng ben, ik ben misschien een lastige dominee. De normen liggen bij mij hoog. Ik denk dat de werkelijke motivatie om duurzaam te leven alleen kan voortkomen uit de ontmoeting met God. In die ontmoeting ervaar ik schuldbesef ten aanzien van de schepping, maar ook verwondering dat God mij in die schepping een plek geeft. Ik ervaar dat gewoon aan tafel: daar liggen die aardappels. God geeft ze, ondanks dat ik zoveel van zijn aarde verpruts. Wat is zijn genade groot!”

U bent kritisch. Maar intussen doen refo’s het best aardig qua duurzaamheid. Hoe is dat dan te verklaren?

“Ik denk dat het de restanten zijn van de vroegere soberheid en matigheid. Die zijn geworteld in een geestelijke en sociologische achtergrond. De refo’s waren vijftig jaar geleden ‘kleine luyden’. Ze werkten hard en leefden zuinig en sober, ook vanuit hun geloof en besef van vreemdelingschap. Maar het sociologische aspect drijft weg. Refo’s hebben een meer dan gemiddelde welvaartsgroei achter de rug: de boomkwekers in Opheusden, de vissers op Urk, de tapijtproducenten in Genemuiden. Het gaat veel refo’s goed, maar het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. Gemiddeld genomen heb ik niet de indruk dat het geestelijk leven op het peil is van vijftig jaar geleden. De verwereldlijking zorgt voor verminderde diepgang. Bovendien zijn we niet zo sterk in verbinding tussen het geestelijke en het stoffelijke. De theologie is binnenmenselijk gericht, er gaapt een kloof tussen ziel en lichaam. Ik zeg: de ziel gaat voorop, maar ook het lichaam doet ertoe. Eerst de hemel, maar dan ook de aarde. Ik geloof trouwens dat ook bij een accent op de ziel de prediking wel een juiste omgang met het lichaam kan dienen, door een appel op dat vreemdelingschap. Hier beneden is het niet. Je hoeft dus niet zo in de greep te zijn van bezit. Dat is het reformatorisch antidotum tegen hedonisme.’’

Maar is vreemdelingschap niet een hele lastige? Prediken refo’s daarmee niet een vorm van onthechting, terwijl ze het intussen breed laten hangen? Moet het niet gaan om positieve verbinding met de aarde als Gods geschenk, waardoor je het goede in dankbaarheid geniet en er zo goed mogelijk mee omgaat?

“Vreemdelingschap kan leiden tot dualisme. Maar als je het serieus neemt, leidt het niet tot ‘laat ons vrolijk eten en drinken en morgen sterven wij’. Dat is on-Bijbels. Als je echt leeft bij ‘hier beneden is het niet’, kun je niet meegaan in het hedonisme. Het benadrukken van vreemdelingschap is wat mij betreft mede een geestelijk pragmatische keuze. Ik ben niet zo optimistisch over gelovigen, alsof ze wel goed zullen omgaan met geld en goed. Er zijn zoveel dingen die ons naar de aarde toe trekken. Verder moeten we het rentmeesterschap en het vreemdelingschap samennemen. Het reisdoel ligt hierboven, maar wat je onderweg doet als reiziger is ook van belang. Ook daar heb je iets te doen.’’

Blijft u dan toch niet onderscheid maken tussen aards en hemels? U zegt: eerst de hemel, dan ook de aarde. Al Gods geboden zijn toch een eenheid? Het gaat om liefde voor God en de naaste, die in alle facetten van ons leven betekenis krijgt.

“Het is inderdaad gevaarlijk om te sterk het hemelse als primair en het aardse als secundair te beschouwen. God is schepper van hemel en aarde, in Christus. Maar: God komt je leven binnen in de vragen van de ziel. Geloof je in Jezus Christus? Dat is in de kern iets binnenmenselijks. Is het gekomen tot een ontmoeting met God? Dat is het vertrekpunt en grijpt vervolgens ook in op de zaken van de aarde. Wie Christus niet liefheeft, is een vervloeking, zegt Paulus. En dat zegt hij niet over mensen die niet goed voor het milieu zorgen.”

Ik hoor sommige refo’s wel wijzen op het gevaar van duurzaamheid als nieuwe religie. Wat is een groter gevaar: duurzaamheid als nieuwe religie of verslaving aan consumentisme?

“Ik kringen waar ik me beweeg is consumentisme als verslaving het grootste gevaar. In sommige ‘groene kerken’ geldt misschien het tegenovergestelde. Maar als refo’s hebben we nog een weg te gaan op het pad van duurzaamheid, waarbij we niet moeten vergeten dat God altijd centraal staat.”

Is de Groene Bijbel een mooi hulpmiddel?

“Gemiddeld genomen ben ik niet zo voor al die specifieke bijbels. Als product ben ik er dus niet enthousiast over, als wake-up call wel. Laten we maar inzichtelijk maken dat hier een blinde vlek ligt en laat mensen maar ontdekken hoe vaak het in de bijbel over schepping gaat.’’

Waar staan refo’s over vijf jaar?

“Ik verwacht wel dat duurzaamheid dan meer op de agenda staat. Ik zie dat dit thema binnen de SGP belangrijker wordt, dat gaat invloed hebben op de kerken. Het kan bijna niet anders. Alleen zou ik het erg vinden als het blijft bij ‘hier moeten we ook wat mee’. Door Gods genade is duurzaam leven een zaak van bekering. Ik hoop ook echt dat mensen de schepping ingaan. Juist in de schepping word je bepaald bij wie God is, wat Hij voor jou betekent. Als je God kent vanuit zijn woord, wordt dat in de schepping verdiept.’’


Refo’s en klimaatscepsis

Opvallend in het onderzoek naar duurzaamheid en refo’s door het Reformatorisch Dagblad is de grote klimaatscepsis die erin naar voren komt. Bijna de helft van de respondenten vindt het klimaatprobleem min of meer overdreven. Wim de Vries, hoogleraar milieusysteemanalyse aan de Wageningen Universiteit en bestuurslid van het wetenschappelijk instituut van de SGP, herkent dat beeld. “Het heeft deels te maken met het debat tussen schepping en evolutie. Wetenschappers hebben soms heel stellige uitspraken richting christenen. Dat je idioot bent als je in schepping gelooft. Dat geeft bij veel reformatorische christenen achterdocht en scepsis tegen de wetenschap in brede zin. Klimaatwetenschap belandt dan ook in die categorie.”

Volgens De Vries speelt ook mee dat veel refo’s het als hoogmoedig ervaren als mensen het klimaatprobleem willen oplossen. “Het lijkt een maatje te groot voor ze. Ik hoor dat ook bij Amerikaanse en Australische christenen: ‘The Lord is in control’. We moeten niet denken dat wij als nietige mensen het klimaat op aarde kunnen beïnvloeden. Het vreemde is dat we bij grootschalige luchtverontreiniging geen last hebben van die bedenkingen. Als de regio waarin de problematiek speelt groter wordt, is het kennelijk opeens hoogmoedig.” Tot slot speelt volgens De Vries ook Weet Magazine, een populairwetenschappelijk tijdschrift dat in reformatorische kringen veel wordt gelezen, een mogelijke rol. “Daarin krijgen klimaatsceptici veel ruimte.:

De Vries pleit voor een pragmatische benadering: “Wij zijn de oorzaak van klimaatverandering, dat staat als een paal boven water. In de reformatorische wereld is het soms een lastig verhaal. Laten we het dan maar brengen als een probleem als gevolg van het snel uitputten van grondstoffen op aarde. Zoals de gelijkenis van de verloren zoon. Hij gebruikte alles in korte tijd tot er niets meer was. Zo putten wij momenteel de aarde uit. Als je dat zegt slaat het vaak beter aan en is er niets tegen in te brengen.’’


Groene Bijbel

De Groene Bijbel is een initiatief van het Nederlands Bijbelgenootschap en wordt op woensdag 23 november gepresenteerd. In deze Bijbel zijn 1654 passages met groene inkt gemarkeerd. Al deze teksten hebben betrekking op natuur, aarde, dieren, land en duurzaamheid. Directeur Rieuwerd Buitenwerf van het NBG: “In de Bijbel wordt de mens opgeroepen om goed met de schepping om te gaan. Met deze uitgave benadrukken we dit thema, dat in deze tijd steeds belangrijker wordt.” De Groene Bijbel is gemaakt naar voorbeeld van de Amerikaanse Green Bible en wordt gedrukt op grotendeels gerecycled papier, afkomstig van eerder ingeleverde oude Bijbels.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *