Lof voor de moeite met de moeite met de kerk

Tijdens de laatste Lazarus 7keer7 tour gooide spreker Anton de Wit de knuppel in het hoenderhok. ‘Ik heb moeite met de moeite met de kerk die hier vanavond aan de orde is’, zei hij. Hoe zinvol is zijn kritiek, vraagt Wim Vermeulen zich af.

Wie moet er nu eigenlijk veranderen? De kerk of wijzelf? Anton de Wit, bekend als blogger, columnist en hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad, bestond het de vraag op te werpen in een gezelschap waar andere sprekers met verve hun moeiten met de kerk vertolkten en zich het hoofd braken over de vraag ‘hoe we als progressieve christenen nog enthousiast kunnen zijn over de kerk’.

Zompig moeras
Zijn tegengeluid deed me, eerlijk gezegd, weldadig aan en ik heb me afgevraagd waarom. Was het omdat ik me als dominee van een weliswaar stadse, maar toch ook gewoon redelijk traditionele protestantse kerk bevestigd voelde in mijn eigen comfort? Dat zou natuurlijk kunnen – een mens heeft zo z’n zwaktes – maar vooralsnog ga ik ervan uit dat er meer aan de hand was. De Wit gaf woorden aan wat ik al langer ervaar. Waar seculiere podia als Trouw en de Volkskrant – misschien wat schoorvoetend, maar toch – iemand als Stephan Sanders gewoon de ruimte geven om verslag te doen van zijn beweging naar de kerk toe, blijft veel christelijke pers maar rondstappen in het zompige moeras van de moeite. Onder het mom van progressiviteit wordt het land der ellende eindeloos doorkruist en blijven verlossing, laat staan dankbaarheid, ver buiten zicht. Ik kan er niets aan doen, maar het voelt allemaal zo salonfähig.
Mag je dan geen moeite hebben met de kerk? Natuurlijk wel. Sterker nog, volgens De Wit hoort moeite hebben met de kerk er helemaal bij. Hij zegt: ‘Waarom trekken de mensen uit de constatering dat ze moeite hebben met de kerk de conclusie dat de kerk moet veranderen? Waarom zeggen we niet: “Ik moet veranderen?” Een hippe kerk zonder moeite zal een kerk zijn die smetvrezig en allergisch is voor moeilijke begrippen als zonde, boete, hel, lijden, kruis en verrijzenis. En wat je overhoudt, is een kerk van gelijkgestemden, waarvan de vrome leden elkaar op zondag feliciteren met hun eigen ruimdenkendheid.’

Benauwend conservatisme
Die kant moet het dus volgens Anton de Wit bepaald niet op. Is zijn pleidooi daarmee een betoog voor een benauwend conservatisme vanuit de gedachte dat anders per definitie niet beter kan zijn? Wie dat wil, zou het erin kunnen horen, maar doet, denk ik, De Wit daarmee geen recht en zichzelf en de kerk geen goed. Hoe dan wel?
In mijn eigen kerk heb ik de afgelopen maanden onder de titel ‘Help, ik ben het kwijt’ geprobeerd een platform te creëren om moeite met de kerk bespreekbaar te maken. Opvallend: al pratend en analyserend blijkt moeite met de kerk heel vaak moeite met God te zijn en pijn, verdriet en teleurstelling te verraden. En ja, het daarover hebben is op zichzelf al weldadig. Maar gek genoeg komen we al pratend toch weer uit bij de vragen die de kerk altijd al probeerde te stellen: over wie God dan eigenlijk is, wat je nu van Hem mag verwachten en wie wij zijn. We hebben het over dogma’s en komen erachter dat er in feite maar twee dogma’s zijn en dat die niet eens willen vertellen ‘hoe het zit’ maar vooral duidelijk maken hoe het in ieder geval niet zit. Het zijn intense, maar plezierige avonden vol Entdeckersfreude. En zo doen we de ervaring op die Chesterton al beschreef: dat je via een lange omweg waarbij je denkt een nieuw werelddeel te moeten ontdekken toch weer in good old England terugkomt en dat als het nieuwe werelddeel ervaart.

Hefted
En nu we het toch over Engeland hebben: in het weliswaar niet zo hip getitelde maar toch fascinerende boek Het herdersleven beschrijft James Rebanks zijn leven als schapenboer in het Lake District, in het noordwesten van Engeland. Een groot deel van het jaar bevolken hun kudden de grasvlakten op de heuvels, zonder toezicht en zonder afgrenzing. Ze zouden dus in principe aan de wandel kunnen en heel Engeland doorkruisen. Maar dat doen ze niet. In het dialect van die streek bestaat daarvoor het woord ‘hefted’. Een ‘heft’ is een stuk weiland en ‘hefted’ betekent dat een schaap instinctief aan dat stuk weiland gehecht is.
Ik gun het iedereen: (opnieuw) ‘hefted’ raken aan de kerk. Conservatieven en progressieven die samen ontdekken dat je wel weg kunt maar niet meer weg wilt. Met wat oprechte ruimte voor moeite-hebbers en de tegenstem van een moeite-met-de-moeite-hebber is wellicht een eerste stap gezet.

Wim Vermeulen is missionair predikant in de Protestantse wijkgemeente Jacobikerk in Utrecht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *