Na de dood is er niks meer. Behalve dan een huis dat als een metafoor symbolisch voor de situatie blijft staan. Het huis is van een plek om te wonen ineens veranderd in een soort museum, gewijd aan de dierbare die is overleden. Alles binnen in het huis blijft stilstaan, terwijl de wereld buiten doorgaat. De ziel is uit het stenen lichaam. Op 26 november 2015 overleed mijn vader op 51-jarige leeftijd. Als een politiefotograaf legde ik mijn leegstaand ouderlijk huis vast om deze gebeurtenis te duiden, een ritueel voor mezelf te creëren en een opening tot gesprek te geven.

Sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw zijn (religieuze) rituelen en openlijke rouw steeds meer uit onze samenleving verdwenen. Wel rust er op zaken rond de dood nog steeds een taboe. Verdriet is iets persoonlijks en wordt vooral in de binnenshuis beleefd. Nog slechts een paar rituelen mogen in het publieke domein plaatsvinden: de uitvaart en de condoleance. Daarna is het: ‘Veel sterkte’. Je moet zelf uitvinden hoe je het verlies moet verwerken. Maar rouwen, hoe doe je dat dan?

tekst en beeld Folkert Koelewijn (Goed Folk)

[huge_it_slider id=”4″]

Klik op bovenstaande slider om de serie Aan de erven van te openen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *