“Hij zwoer bij vrijheid, zijn hele leven lang”, zegt historicus Johan Snel over Abraham Kuyper, die dit najaar vol in de spotlights staat. Honderd jaar geleden stierf hij. “We moeten het hebben over Kuyper als staatsman, als journalist, als vader van onze democratie”, vindt Snel. “De theologie deed hij er zo’n beetje bij.”

tekst Tjerk de Reus

Abraham Kuyper is onze grootste democraat, zegt Johan Snel. “Toen de liberalen het gewone volk liever nog een poosje klein wilden houden, streed Kuyper al voor zijn rechten.” Een democraat dus, zonder twijfel, maar ook een nogal avontuurlijk mens, die met graagte de wereld rondreisde en converseerde in vele talen. Hij stichtte een dagblad en een universiteit en schopte het tot premier van Nederland. Dit avontuurlijke karakter komt tot leven in De zeven levens van Abraham Kuyper, het nieuwe boek van Snel dat eind september in de boekhandel ligt.

Snel houdt zich bezig met Kuyper met het oog op zijn proefschrift over ‘Kuyper als journalist’, te verschijnen in 2022. “Voor dit herdenkingsjaar heb ik, min of meer tussendoor, De zeven levens van Abraham Kuyper geschreven”, legt Snel uit. “Het is ‘slechts’ een portret”, benadrukt hij: “Mijn boek is geen biografie, daar is het te schetsmatig voor.” Toch telt het boek, inclusief de noten, zo’n vierhonderd pagina’s. Een eindeloze reeks verhalen over Kuyper wordt hier opgedist, in een heldere verteltrant, rechtstreeks puttend uit de bronnen: van brief en dagboek tot krantenartikel en brochure.

De boektitel met die ‘zeven levens’ maakt lezers nieuwsgierig, maar waarom kies je als ondertitel ‘Portret van een ongrijpbaar staatsman’?

‘Kuyper benoemde de werkelijke wortels van onze vrijheid en gelijkheid. Het christendom, en niks anders’

“Ik noem hem meestal een ongrijpbaar ventje. Maar dat kun je niet op een boek zetten. Het meest verrassend is dat hij een staatsman van formaat was. Dat verwachten mensen vaak niet, als ze over Kuyper horen. Ze denken eerder aan Kuyper als theoloog of kerkstichter. Maar de theologie deed hij er zo’n beetje bij. Daarom besteed ik er wat minder aandacht aan. De man was veel meer dan theoloog. En wat dan het meest in het oog springt, is zijn staatsmanschap. Hij had echt een heel hoge status in ons land. Gedurende een kabinetsperiode was hij premier van Nederland. Decennialang was hij politiek actief.”

Maar waarom noem je hem het liefst een ‘ventje’?

“Kuyper was niet groot van postuur. Hij viel niet op. Dat betekende dat hij vaak incognito rondliep, men herkende hem niet. In Nederland werd hij pas op straat herkend toen hij premier was. Dat vond hij ook fijn, dan werd hij niet gestoord. Wandelen was belangrijk voor hem. Dan ordende hij zijn gedachten, om die later in sneltreinvaart uit zijn pen te laten vloeien. Toen hij premier was, ging hij vaak naar Brussel, om daar van de rust te genieten en te werken. Hij was daar weer de onbekende wandelaar. Hij vond Brussel ook boeiender om te verblijven: een wereldstad, terwijl Den Haag eigenlijk gewoon een dorp was. De Tweede Kamer had toen ook meer recessen. Dan toog Kuyper naar Brussel, maar vaak ook voor een lang weekend. Bijna niemand wist dat hij daar zat.”

Je zet een uiterst boeiend mens neer in je boek, dat staat buiten kijf. Maar waarin zit nu zijn grootheid? Waarom zouden we vandaag nog met Abraham Kuyper bezig moeten zijn?

“Ik noem twee dingen, die mijzelf hebben verrast. Ze gaven mij een beeld van Kuyper dat ik nog niet kende. Allereerst: hij was iemand die al heel vroeg de moderniteit heeft gepeild en doordacht. Zeker ook de seculiere kanten van de moderniteit. Hij heeft in die zin de twintigste eeuw ook zien aankomen, inclusief de radicale vormen waarin seculiere ideologieën zouden kunnen toeslaan. De twintigste eeuw was natuurlijk de eeuw van de seculiere ideologieën, inclusief massaal en totalitair geweld. Tot mijn verrassing had Kuyper daar een voorgevoel van. Maar als jongeman was hijzelf modern, hij kende de moderniteit ook in zijn eigen ziel, van binnenuit.

Het andere wat mij getroffen heeft: hij was een oprecht en vurig voorstander van de democratie. Hij streefde radicaal naar vrijheid en gelijkheid voor alle burgers. Hij opponeerde tegen de machten van deze wereld, in zijn tijd vooral de machten van kapitaal en privilege. De liberale elite noemde hij een kliek van oligarchen. Hij was zeer betrokken bij de zogenoemde ‘sociale kwestie’: de problematiek van de verpaupering van arbeiders sinds de Franse Tijd en het verlies van burgerrechten in de negentiende eeuw. De sociale kwestie stond bovenaan Kuypers politieke agenda.”

Kuyper was veel progressiever dan de liberalen van zijn tijd, die eigenlijk niets wilden weten van algemeen kiesrecht. Ook de architect van onze grondwet van 1848, Thorbecke, was geen voorstander van kiesrecht en andere burgerrechten – Kuyper wél. Snel: “Je mag hem gerust de kampioen van het ‘gewone volk’ noemen, de arbeiders incluis. Kuyper noemde de apostel Paulus de ‘apostel van de democratie’. Hij had op dat punt historisch gewoon gelijk en hij benoemde met die uitspraak meteen ook de werkelijke wortels van onze vrijheid en gelijkheid. Het christendom, en niks anders.”

Als we Kuyper bewonderen als ‘vader’ van onze democratie, is hij dan ook nog een vader voor vandaag?

“Dat zou ik wel denken. Als er ooit sinds de jaren dertig een ‘crisis van de democratie’ heeft bestaan, dan wel nu…

Dit is 40 procent van het artikel. Verder lezen? Neem een abonnement? Of koop dit nummer digitaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *