Tijdens mijn eerste echte baan had ik nog geen rijbewijs. Gezien de belabberde OV-verbinding tussen woon- en werkplaats, was ik aangewezen op meerijden met anderen. Toen heb ik geleerd dat Nederlanders en afhankelijkheid elkaar slecht verdragen. Ochtendhumeur en chagrijn worden rijkelijk over je uitgestort, want ‘hé, anders zoek je maar een ander’.

Toen een van mijn chauffeurs hoorde dat ik leraar godsdienst was, bleek hij een postkerkelijk syndroom te hebben. Hij zocht net zo lang op de autoradio totdat hij een zalvende prediker had gevonden – om vervolgens een uur lang sarcastisch tegen mij leeg te lopen. Vanuit therapeutisch oogpunt heb ik hem vast een dienst bewezen, maar voor het overige heb ik tijdens die ritten hartstochtelijk leren verlangen naar mijn autonomie. Het halen van mijn rijbewijs was een bevrijding.

Mopperen

Onze overheid stimuleert die zelfredzaamheid enorm. Elke wet, elke belastingmaatregel lijkt erop gericht ons op eigen benen te zetten, ons verantwoordelijk te maken voor ons eigen welzijn. Inmiddels zijn we voor niets zo bang als afhankelijk worden van anderen als we oud worden. Dan nog liever dood. Tot die tijd geldt: ieder voor zich en de overheid voor ons allen. En uiteraard mopperen we dat het een lieve lust is op alles wat onze rechten aantast, iedereen die onze zelfontplooiing inperkt.

Door individualisering missen we een hoop plezier

Door al die individualisering missen we een hoop plezier. Mijn meerij-ervaringen maken me niet al te romantisch gestemd over de vreugde van het ontvangen, maar het is wel de realiteit: ook in de bloei van ons leven zijn we op talloze manieren afhankelijk van de inspanningen en goede wil van anderen: de juf van onze kinderen, de schoonmaker op het werk, wegwerkers en conducteurs, politici en diplomaten, vrachtwagenchauffeurs en binnenschippers, verkeersleiders en politieagenten. Zou het leven niet een stuk mooier, minder vanzelfsprekend, worden als we onszelf dat vaker realiseren?

Hartverwarmende reacties

Laatst vroeg ik een Afrikaanse vriend, een theoloog uit Malawi, wat we kunnen leren van Afrikaanse christenen die hier wonen. Hij antwoordde: “Misschien het belang van gemeenschap; weten dat je altijd ergens bij hoort. Een mens die van niemand afhankelijk is, is geen mens”. Ik zat daarover na te denken bij de hartverwarmende reacties van Europeanen op de komst van Syrische vluchtelingen. Je kunt daarover cynisch zijn: jammer dat de foto van een verdronken kind ons eerst moest wakker schudden. Maar toch: kunnen we iets leren van zoveel mensen die afhankelijk zijn van onze gastvrijheid?

Vluchtelingen

Kun je je meer bewust worden van je eigen afhankelijkheid, als je hebt geleerd hoe je anderen op een menswaardige manier afhankelijk van jou kunt laten zijn? Kan het je laten stilstaan bij de onvanzelfsprekendheid van je eigen comfort? Ik hoop dat de komst van vreemdelingen – vluchtelingen, gelukzoekers, zendelingen, en wat niet al – ons vreugdeloze individualisme kan doorbreken. Menszijn is afhankelijk zijn.

Stefan Paas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *