In de halve eeuw dat De Nieuwe Koers bestaat, hing het blad vaak aan een zijden draad. Hoe kan het dat het opinieblad nooit ten onder ging? Een essay van historicus Christoph van den Belt over 50 jaar Koers.

‘Uitgever Nederlands Dagblad neemt opinieblad De Nieuwe Koers over’. Dit is de kop van een kort, maar opvallend nieuwsbericht in het Nederlands Dagblad (ND) van 26 april 2019. In het bericht komt onder meer Felix de Fijter, hoofdredacteur van het opinieblad, aan het woord. Hij stelt dat de identiteit van De Nieuwe Koers goed past bij Nedag Uitgevers, tevens de uitgever van het ND. Dat klinkt vanzelfsprekend, want wie het ND en De Nieuwe Koers kent, zal beamen dat beide media ‘christelijk betrokken’ zijn, zoals het motto van het ND momenteel luidt. Toch is deze samenwerking, historisch gezien, opvallend te noemen. De Nieuwe Koers en haar voorlopers bewandelen al die tijd een eigen(zinnig) pad, op gepaste afstand van de twee grotere protestants-christelijke spelers, het ND en het Reformatorisch Dagblad (RD). Voormalig hoofdredacteur Andries Knevel verwoordt het in 2004 in cv•koers als volgt: ‘Er was een enorm ideologisch gat. Je had drie kranten: Trouw, Nederlands Dagblad en Reformatorisch Dagblad, maar die waren alle drie extreem: buitengewoon vrijzinnig, buitengewoon kerkistisch, of buitengewoon bevindelijk. Daartussen zat veel ruimte.’ Een blik op drie historische scharniermomenten waarop de paden van Koers en het ND of RD elkaar kruisten, werpt licht op dat ideologische gat.

De bestaande christelijke media zijn niet te begrijpen zonder de jaren zestig in ogenschouw te nemen. In dit decennium verschiet de gereformeerde wereld van kleur. Zo faciliteert het protestants-christelijke dagblad Trouw discussies over heilige huisjes, zoals werken op zondag, en schrijft het instemmend over theologische veranderingen en oecumenische initiatieven. Hiertegen komen verschillende groepen behoudende protestanten in het geweer. Zo ontstaan de Reformatorische Politieke Federatie en de Evangelische Hogeschool. Ook verschijnen nieuwe mediaorganisaties, zoals het RD, Koers en de Evangelische Omroep (EO). Het Gereformeerd Gezinsblad, dat al langer bestaat, verandert de naam in Nederlands Dagblad om te onderstrepen: hier wordt, anders dan bij Trouw, waarlijk gereformeerde journalistiek bedreven, voor heel Nederland.

Proefnummer in 1969

Behoudende protestanten

Wat wil Koers bij de start, nu vijftig jaar geleden? In de stukken van de oprichters, onder wie de christelijk-gereformeerde predikant Jan Velema, staat dat ze ‘Schriftuurlijke en geestelijke voorlichting’ willen bieden. De eenheid is voor hen niet belangrijker dan de waarheid, maar de nadruk moet wel degelijk liggen ‘op een geestelijke eenheid, geworteld in de liefde tot Christus en Zijn Evangelie’. Naast kerkelijke ontwikkelingen willen ze schrijven over onderwijs, literatuur en beeldende kunst, juist omdat het christelijke geluid over deze onderwerpen ‘nog maar zwak en aarzelend’ is. Maar in diezelfde periode beraamt ook een andere groep, onder wie de latere hervormd-gereformeerde dominee Louis Harm Oosten, plannen om een krant op te richten. Ook deze mannen hebben moeite met de berichtgeving in Trouw. Zij vinden dat er een dagblad moet komen voor mensen die leven volgens de ‘aloude reformatorische beginselen’. Om steun te verwerven, schrijven zij een brief aan prominenten uit de Gereformeerde Gemeenten en aanverwante kerkverbanden. De eerste reacties zijn hoopgevend: velen erkennen het belang van een eigen dagblad.

Eind 1967 krijgen beide partijen lucht van elkaars bestaan en komt het tot een ontmoeting waarin de heren elkaars bedoelingen aftasten. De club rondom Oosten voelt weinig voor samenwerking en oordeelt: de anderen ‘omzeilden voorzichtig en weifelend de kernpunten’. De bijeenkomst zorgt echter wel voor duidelijkheid: de identiteit van het toekomstige RD krijgt gestalte door de confrontatie met de oprichters van Koers. Hier ontstaan de vijf ‘identity markers’ van het RD: de volledige aanvaarding van de Statenvertaling; de onderschrijving van de Drie Formulieren van Enigheid; geen verslagen van radio- en televisieprogramma’s; geen sport en een zeer selectief beleid ten aanzien van advertenties. Deze kenmerken worden in het vuur van de confrontatie met Koers gesmeed.

‘Koers schrijft vooral over thema’s waar het tegen is, zoals het communisme en de secularisatie’

De RD-oprichters vragen de groep van Velema deze standpunten te onderschrijven. ‘Zo niet, dan is er zonder meer aanleiding om het contact af te snijden.’ In maart 1968 volgt een volgende gezamenlijke vergadering. Velema c.s. zijn niet van plan mee te gaan met de vijf standpunten en verlaten de vergadering. Oosten notuleert: ‘De gang van zaken wordt betreurd, doch men is van mening dat het absoluut handhaven van de grondslag der stichting en van de vastgestelde praktische beleidslijnen noodzakelijk is geweest.’ De oprichters van Koers, op hun beurt, schrijven in een brochure dat het de anderen ging om ‘ondergeschikte punten’. Op een dergelijke smalle ondergrond kan volgens hen geen krant tot bloei komen. Het aankomende dagblad mag volgens hen niet ‘de kleur dragen van een bepaalde modaliteit binnen die gereformeerde gezindte’. Beide groepen gaan hun eigen weg en richten afzonderlijke stichtingen op.

Strakke grenzen

Deze confrontatie leidt tot verwarring in kerkelijke kring. Zo zijn in beide groepen leden van de Gereformeerde Gemeenten actief en daarom vragen predikanten van dit kerkverband zich af welk initiatief steun verdient. Dominee Lubertus Rijksen brengt het dilemma in 1969 onder woorden in kerkblad De Saambinder: hij maakt melding van beide initiatieven, maar hoopt op één krant: ‘Wie onzer zou het niet toe juichen, wanneer er een dagblad zou verschijnen, dat enerzijds als een volwaardig dagblad mocht worden bestempeld en dat anderzijds duidelijk voor het ware beginsel naar Gods Woord en belijdenis der vaderen uitkwam en daaraan, wat de bespreking betreft, richting gaf.’ Uiteindelijk geven de vijf principiële punten de doorslag: de predikanten van de Gereformeerde Gemeenten en aanverwante kerkverbanden scharen zich in mei 1969 achter het RD in wording. De mannen rondom Oosten trekken strakke grenzen, terwijl Velema en de zijnen juist zo veel mogelijk gereformeerden bij elkaar willen brengen. Voor de laatstgenoemde groep worden met de vijf genoemde punten onnodig mensen buiten de deur gehouden. In een terugblik, jaren later, noemt Velema deze en andere voorwaarden ‘niet fundamenteel, maar fundamentalistisch’. Koers verschijnt in december 1969, als reformatorisch opinietijdschrift onder leiding van publicist Huib Verweij. Het RD wordt daadwerkelijk een dagblad in 1971, met Chris Janse als hoofdredacteur.

Radicale vernieuwing

Ruim tien jaar later ziet de situatie er anders uit. Koers kan de ambities niet waarmaken, het ND hengelt sinds de naamswijziging nadrukkelijker naar lezers buiten de eigen kring en het RD groeit als kool. Koers schrijft vooral over thema’s waar het tegen is, zoals het communisme en de secularisatie. In deze context, het is juni 1981, meldt een groep mannen, onder wie Velema en EO-medewerkers Ad de Boer en Andries Knevel, zich bij het ND. Ze wensen een ‘Reformatorisch Katholieke krant’, die ‘zonder verenging of versmalling, put uit de bron van het klassiek reformatorisch belijden’ en informeren naar samenwerking. Betrokkenen van het ND zien daar wel brood in en in september 1981 treffen beide partijen elkaar.

‘Het idee is om de de ND-weekendbijlage samen te voegen met Koers’

De ‘groep-De Boer’ heeft moeite met de bestaande protestantse pers. Het RD is ‘te bevindelijk (superrechts)’ en het ND is er slechts voor de vrijgemaakten. Koers noemen ze niet. De bijeenkomst vormt de basis voor het idee om het ND op termijn in twee edities uit te geven: een A- en een B-editie. Alleen de kerknieuws- en opiniepagina’s van de B-editie moeten afwijken, die zijn vooral bedoeld voor Nederlands-gereformeerden en christelijk-gereformeerden. De auteur van deze B-pagina’s moet uit niet-vrijgemaakte kring komen, als ‘een psychologisch positief gebaar in de richting van de groep-Ad de Boer’, zo vinden ze bij het ND. Dit mogen echter geen ‘redacteuren’ zijn, maar ‘redactionele medewerkers’. Volgens de statuten van deze krant moet een redacteur immers vrijgemaakt-gereformeerd zijn. In december 1981 spreken vertegenwoordigers van beide partijen erover door. De Boer vindt het onderscheid tussen redacteuren en medewerkers problematisch. De redacteur van de B-editie mag in geen enkel opzicht minderwaardig zijn, zo benadrukt hij. Ook wijst hij op het vrijgemaakte karakter van de krant: ‘Wegneming daarvan is een noodzakelijke voorwaarde voor een werkelijke doorbraak van het ND in christelijk Nederland en van grote symbolische betekenis.’

Ter gelegenheid van de kroning van Beatrix verscheen Koers
met een oranje omslag

Ondertussen houdt het ND een lezersonderzoek in de beoogde achterban van de B-editie. Hieruit blijkt dat er vooral een markt is voor een magazine. Aanvankelijk leeft het idee om de weekendbijlage, de Variant, samen te voegen met Koers. Maar de naam Koers is hiervoor ongeschikt, zo klinkt het onder de dagbladredacteuren: ‘De naam is te belast en heeft bij een deel van de ND-lezerskring zeker een niet al te positieve klank (te conservatief bijv.).’ Ze denken dus aan een nieuwe naam, met als toevoeging iets als: ‘waarin opgenomen het voormalige Koers en de Variant’. Zover komt het niet. Wel wordt er een ‘werkgroep magazine’ gevormd waarin onder meer Knevel, De Boer en Aad Kamsteeg, buitenlandredacteur en adjunct-hoofdredacteur van het ND, zitting hebben. Tijdens een bijeenkomst van deze werkgroep in september 1982 is Koers het voorbeeld van hoe het niet moet: ‘Anders dan in Koers gebeurt, dienen de lezers niet op iedere pagina met uitgesproken meningen te worden bestookt.’ Meningen moeten daarentegen verpakt worden in leesbare verhalen. Ook mag de start van het nieuwe magazine niet ‘kneuterig’ zijn. ‘De gedachte is dat onder meer deze “kneuterigheid” Koers de das heeft omgedaan.’ Desondanks strandt het plan. Bij het ND en zijn lezers bestaan te veel twijfels over de samenwerking met niet-vrijgemaakten. Eind 1982 is een samenwerking definitief van de baan.

‘Aad Kamsteeg mag van het ND
geen redacteur worden bij Koers’

Jan Velema, die betrokken is bij besprekingen met het ND, maar niet in de ‘werkgroep magazine’ zit, is tevens bestuursvoorzitter van Koers. Hij vraagt – wanneer de gesprekken met het ND erop zitten – Knevel en De Boer voor Koers. Tijdens een bestuursvergadering horen ze dat het opinieblad eigenlijk al opgegeven is. Maar vanwege de afgeketste samenwerking met het ND vraagt Velema hun of ze Koers aan een ‘radicale vernieuwing’ willen helpen. De Boer en Knevel vragen Kamsteeg als redacteur. Hij heeft hier wel oren naar en stuurt in augustus 1983 een brief aan het ND-bestuur waarin hij schrijft dat zij, de vrijgemaakten, zeker na het echec van de B-editie, het gevaar lopen geïsoleerd te raken. Hem is ‘dringend verzocht’ tot de redactie van Koers toe te treden, met als doel het blad ‘binnen de gegeven grondslag / Schrift en belijdenis / naar eigen goedvinden om te voeren en uit te bouwen’. Maar Kamsteeg mag geen redacteur worden bij Koers. Bij het ND leeft nog altijd het idee een eigen magazine uit te geven. Als dat blad er komt, is Koers een concurrent. Bovendien mag Kamsteeg in zijn hoedanigheid als adjunct-hoofdredacteur van het ND niet meewerken aan een interkerkelijk blad. De Boer en Knevel, die hoofdredacteuren worden van Koers, moeten het zonder Kamsteeg stellen, al schrijft laatstgenoemde enige tijd een buitenlandcolumn in het blad – onder pseudoniem.

‘Met vereende krachten blazen
Ad de Boer en Andries Knevel
Koers nieuw leven in’

In het laatste nummer oude stijl beschrijft Velema de vernieuwde redactionele formule. Het blad moet meer inhaken op de actualiteit en meer dan voorheen inzetten op onderlinge gedachte-uitwisseling. Koers ‘zal een gesprekplatform voor de gereformeerde gezindte zijn’. Met vereende krachten blazen De Boer en Knevel Koers nieuw leven in. De oplage groeit langzaam maar zeker. Ook het RD neemt hier notie van. De RD-directeur, Klaas Bokma, gooit daarom in oktober 1984 een lijntje uit. Is een samenwerking tussen Koers en Terdege, de RD-bijlage die stilaan uitgroeit tot zelfstandig familieblad, een idee? Andries Sneep, bestuurslid van Koers, wijst de toenadering van Bokma af en herinnert fijntjes ‘aan onze pijnlijke ervaringen met de groep die in de jaren ’68 en ’69 ons in de steek liet en vervolgens het RD oprichtte’. Koers kiest een eigen weg.

Een evangelische koers

Koers doet het goed onder leiding van Knevel en De Boer. In 1994 – het blad telt dan ongeveer zevenduizend abonnees – geven beide heren hun hoofdredacteurschap op als ze samen toetreden tot de directie van de EO. Het duo wordt in februari 1995 opgevolgd door Paul Meinders. In de jaren daarvoor was hij politiek redacteur van het RD. De overgang van Meinders naar Koers wil niet zeggen dat het RD en Koers naar elkaar toegegroeid zijn. Integendeel: volgens RD-hoofdredacteur Chris Janse, die periodiek aan het bestuur rapporteert over het wel en wee onder zijn redacteuren, is de overstap van Meinders alleen mogelijk vanwege diens ‘verschuivende kerkelijke en politieke opvattingen’. Hij is, zo analyseert Janse, in de loop van de jaren ‘van ons weggegroeid’. Een jaar later brengt Janse Koers weer ter sprake op de burelen van het RD. In zijn ogen schuift dit blad ‘duidelijk op naar links’. Ook wijst hij erop dat Koers zich ten onrechte reformatorisch noemt. Sterker nog, het opinieblad streeft er volgens Janse naar ‘de verschillen tussen reformatorisch en evangelisch en zelfs die tussen reformatorisch en rooms-katholiek weg te werken’.

Meinders deinst er niet voor terug om stevige uitspraken te doen in zijn blad, ook over misstanden in eigen kring. Veel van diens stukken zijn spraakmakend. Maar Koers zit in een lastig parket. De totale oplage van magazines daalt in deze periode. Sinds de jaren tachtig oriënteren dagbladen zich steeds meer op achtergrondverhalen bij het nieuws en neemt het aantal weekendbijlagen toe. Hiermee komen ze in het vaarwater van tijdschriften. Daar komt bij dat Koers in deze periode concurrentie krijgt van andere bladen, waaronder het in 1997 opgerichte Christen Vandaag.

In 1997 richtte ND-journalist Aad Kamsteeg het blad Christen Vandaag op.
Het blad zou al na korte tijd fuseren met Koers.

Dit blad is opgericht door ND-journalist Aad Kamsteeg. Hier ging het een en ander aan vooraf. Ook na de sof van de B-editie verhoudt hij zich kritisch tot zijn eigen kring. Zo hekelt hij de geestelijke luiheid die hij constateert onder vrijgemaakten. In 1986 schrijft hij hierover in het ND. Hij kan de lauwheid plaatsen: veel vrijgemaakten waren in het verleden bang voor een subjectieve denktrant. Hierdoor is de nadruk komen te liggen op de ratio, met als gevolg dat veel vrijgemaakten ‘een bijbels-gezonde “bevinding”, beleving en emotie’ hebben verwaarloosd. Door zijn buitenlandse reizen voor de EO en het ND komt hij in contact met allerlei voorgangers als John Piper en Tim Keller. Grace Invest moet hun gedachtegoed in Nederland verspreiden. Het bestuur en de hoofdredactie van het ND zitten ermee in hun maag. Vrijgemaakten hebben immers altijd afstand bewaard tot invloeden uit evangelische kring. Bovendien is Kamsteeg ‘boegbeeld van een beweging en daarmee is een ongewenste situatie ontstaan’, zo klinkt het tijdens een vergadering in juni 1996.

Ondanks de veelbelovende start van Christen Vandaag – het blad bindt in korte tijd ruim vierduizend lezers aan zich – wordt het blad veelal als ‘braaf’ gekwalificeerd. Ook bij Koers ziet men de toekomst somber in. Veel lezers vinden het blad onder leiding van Meinders soms te uitgesproken. Zodoende komen beide bladen bij elkaar uit: door de sterke eigenschappen van beide bladen te combineren, hopen ze een toekomstbestendig blad te vormen. Dit levert in 1999 cv•koers op, met Meinders en Kamsteeg als hoofdredacteuren. In het eerste nummer zeggen ze dat ze ‘opinievormend’ bezig willen zijn ‘op kerkelijk en maatschappelijk gebied, aandacht schenken aan persoonlijke geestelijke groei en meedenken over de vraag hoe christenen handen en voeten kunnen geven aan het geloof in allerlei verbanden’. Het blad verschijnt maandelijks en telt op dat moment ongeveer 10.000 abonnees. Daar waar ze bij het ND nog niet toe zijn aan al te veel evangelische invloeden op de krant, vinden Koers en Christen Vandaag elkaar.

Hoofdredacteur Ronald Westerbeek bouwt het merk uit door ook congressen en reizen te organiseren

Koers houden in deze eeuw

In 2002 vertrekt Meinders als hoofdredacteur, maar hij blijft als commentator verbonden aan het blad. Hoofdredacteur Kamsteeg blijft het blad maken, samen met eindredacteuren Ronald Westerbeek en later ook Bas Popkema. Tussen 2005 en 2011 is Westerbeek hoofdredacteur en telt de oplage van het blad ruim 11.000 exemplaren. Hij bouwt het merk cv•koers uit door allerlei activiteiten te ontplooien: cv•film, boeken, reizen en congressen. Het blad schrijft veel over missionair gemeente-zijn, kerkplanting en wordt bovendien steeds charismatischer. Zo pleit cv•koers voor aandacht voor de gaven van de Heilige Geest, het spreken in tongen en ziekengenezing. De aandacht voor zulke onderwerpen komt het blad op kritiek te staan. Een voorbeeld is een studiedag over de gaven van de Geest in de christelijke gemeente, in november 2005, georganiseerd door cv•koers en de Christelijke Hogeschool Ede. In een opiniestuk in het ND schrijven theologen van de vrijgemaakte Theologische Universiteit Kampen en de Theologische Universiteit Apeldoorn dat de sprekers ‘zonder uitzondering’ pleitbezorgers zijn ‘van de beoogde doelstelling van Geestelijke vernieuwing waarbij “alle” gaven van de Geest ruimte moeten krijgen’. Een kritisch geluid ontbreekt, stellen de auteurs. Veel oude Koers-abonnees vinden cv•koers te evangelisch worden. Tegelijkertijd slaagt het blad er niet in om veel evangelische abonnees aan zich te binden; daarvoor is het blad weer te gereformeerd.

Met de naamswijziging naar De Nieuwe Koers wil het blad uitstralen
‘twintigste-eeuwse etiketten zoals evangelisch, reformatorisch, seculier, orthodox of vrijzinnig’ achter zich te laten

In 2011 volgen bewogen maanden voor cv•koers. Ronald Westerbeek – die dat jaar nog maar een dag per week als hoofdredacteur werkt – stopt om zich helemaal te kunnen richten op zijn werk als kerkplanter in Amersfoort en zijn theologiestudie. In dezelfde periode gaat de tijdschriftenuitgeverij Inspirit Media, waar onder meer cv•koers onder valt, failliet. Het personeel – waaronder cv•koers-eindredacteuren Bas Popkema en Sjoerd Wielenga, die het blad nu samen maken – wordt ontslagen. Intussen melden verschillende partijen – waaronder Nedag – zich om het blad over te nemen, maar het is uitgeverij Jongbloed die het voltallige personeel en álle tijdschrifttitels over wil nemen, waarmee dus ook het voortbestaan van cv•koers is verzekerd. Intussen wordt gezocht naar een nieuwe hoofdredacteur.

In de zomer van 2011 gaat de tijdschriftenuitgeverij
van cv•koers failliet

Op de vacature solliciteren onder meer Daniël Gillissen en Sjirk Kuijper. Zij worden het niet, maar ze zijn later goed terechtgekomen – in de hoofdredactie van het ND. Deze krant en cv•koers zijn geen werelden van verschil meer. De nieuwe man is Karel Smouter en in 2012 volgt de naamswijziging: De Nieuwe Koers. Hiermee wil het blad uitstralen ‘twintigste-eeuwse etiketten zoals evangelisch, reformatorisch, seculier, orthodox of vrijzinnig’ achter zich te laten. De Nieuwe Koers richt zich voortaan op ‘hoopvolle realisten’. Maar al snel, begin december 2013, neemt Jongbloed drastische stappen. Karel Smouter vertrekt en wordt opgevolgd door Arie Kok. Enkele weken later, daags voor Kerst, laat Jongbloed weten de exploitatie van het blad te stoppen. Kok neemt het blad mee naar de speciaal opgetuigde stichting Christelijke Medianetwerk. In 2017 worden Jasper van den Bovenkamp en Felix de Fijter zowel uitgever als hoofd-eindredacteur van De Nieuwe Koers. Sinds mei van dit jaar is Nedag Uitgevers eigenaar, De Fijter hoofdredacteur en Wielenga weer eindredacteur.

In het licht van deze reeks uitgevers is de vraag wellicht: voor hoelang? Hoe dan ook: historisch gezien is deze overname bijzonder. Anders dan het ND en RD wist het blad zich nooit verzekerd van de steun van een vanzelfsprekende achterban en roeide het tussen de vrijgemaakte en bevindelijke stromen door. Het waren precies de etiketten waar De Nieuwe Koers afstand van neemt – evangelisch, reformatorisch, orthodox – die deze media bij elkaar vandaan hielden. Doordat kerkgrenzen minder belangrijk werden voor veel Nederlandse protestanten – de bevindelijk-gereformeerde wereld daargelaten – kwam De Nieuwe Koers uiteindelijk toch bij Nedag terecht. Anders dan vroeger, kan het blad in de huidige postchristelijke en seculiere samenleving het zich niet meer permitteren om op onderlinge verschillen te wijzen. De uitdaging voor de toekomst is de vraag: hoe blijft De Nieuwe Koers onderscheidend?

Bekijk hier ons jubileumnummer

Christoph van den Belt is historicus en werkt als promovendus aan de Vrije Universiteit en als docent Journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede. Zijn onderzoek gaat over de geschiedenis van het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *