‘Al die mensen met stellige meningen verwarren me’

Heeft de christelijke opvoeding het individuele kind te sterk verbijzonderd? Misschien wel, misschien niet, zegt Janneke Burger. Haar zorg is vooral: hoe moet ik nu morgen mijn kinderen aanspreken, opvoeden, richting wijzen?

tekst Janneke Burger beeld Inge Wiersma

Ik kom uit de vrijgemaakte kerk, en ben er ook nog in de jaren ’80 opgegroeid. Tikkeltje sektarisch dus; in elk geval genoeg om nooit meer in gemeenschap te geloven. Zou je denken. Niet dus. De gemeenschap van de kerk is voor mij meestal een warme groep mensen geweest, die ook nog liefde voor God hadden. Ik leef en geloof graag in groepen; wellicht op een wat andere manier dan de vrijgemaakte kerk er ‘vroeger’ uitzag. Maar toch.

Dit artikel verscheen in het septembernummer (2018) van De Nieuwe Koers als opmaat naar het debat Weet je dat je een prinsje bent? op donderdagavond 4 oktober, 20.00 uur. Bestel hier uw kaarten.

Eigenlijk heb ik meer last van iets anders uit mijn jeugd: het dogmatische gedachtegoed. En laat ik dat nu ook bij mezelf en anderen merken in al die gesprekken over geloofsopvoeding. Al die mensen met stellige meningen verwarren mij. Dan zegt zo’n heerlijk intelligent iemand dat we kinderen toch vooral moeten leren vanuit collectiviteit te denken, en dat dit hét kenmerk van countercultural christians is. Tuurlijk, denk ik dan. Daarbij past dan ook een manier van geloven waarbij het belangrijk is om de waarden van de traditie niet zomaar weg te gooien, maar kinderen daarin te leren ingroeien. Niks mis mee om kinderen zich te leren aanpassen aan een gemeenschap en traditie. Dus ik lees weer kerkgeschiedenis verhalen voor op zondagavond en koester warme gevoelens voor een kerk met traditionele liturgie. Een andere, warme liefhebbende vriendin vertelt me juist hoe belangrijk ze het vindt dat kinderen echt met hun hart de Heer toebehoren. En hoe in deze samenleving van geloof achter de voordeur en het einde van alle zuilen het belang juist toeneemt van persoonlijke geloofsbeleving en een persoonlijke keuze. Daarbij hoort dan weer veel aandacht voor de eigenheid van elk kind, en de zoektocht naar het woord van God voor dit kind, zodat die dat kan beantwoorden. Dan ben ik dus weer met plezier op de zomerconferentie van New Wine en geniet ik ervan als mijn kinderen ‘heilige chaos’ beleven in de 10-plustent.

Kind, je bent bijzonderder dan je zelf denkt, maar ook veel gewoner dan je ouders tegen je zeggen

Ik kan me overal wel iets bij voorstellen. Bij de gedachte dat het belangrijk is om je kind tot het uiterste lief te hebben en te vertellen dat je van haar houdt ‘tot de maan en weer terug’. Prima toch om onbekommerd in de taal van deze cultuur onze kinderen voor het christelijk geloof te winnen? Maar dan is daar opeens die totaal andere de gedachte. Dat het toch wat belachelijk is als onze kinderen in de kerk lijken te horen dat de wereld (God?) om hen draait, wat hen inderdaad totaal niet weerbaar maakt voor het leven zelf. Ook al zo waar. Maar hoe moet ik nu morgen mijn kinderen aanspreken, opvoeden, richting wijzen?

Gelukkig zijn er nog paradoxen à la Tim Keller. Soms zou ik ze tegen de tieners willen aanhouden. ‘Kind, je bent bijzonderder dan je zelf denkt, maar ook veel gewoner dan je ouders tegen je zeggen. Je hoort meer bij de kerk dan je wilt, en je moet meer eigen keuzes maken dan je lief is.’ En ik leef, voed, praat, mopper en bid weer verder. Op hoop van zegen.

Janneke Burger-Niemeijer is hoofdredacteur van Jente, een tijdschrift voor christelijke opvoeding.

Dit artikel verscheen in het septembernummer (2018) van De Nieuwe Koers als opmaat naar het debat Weet je dat je een prinsje bent? op donderdagavond 4 oktober, 20.00 uur. Bestel hier uw kaarten.

One thought on “‘Al die mensen met stellige meningen verwarren me’

  1. Beste Janneke,
    19 september j.l. bespraken we op onze leeskring het boek van uw man: ” leven in Christus”. Bij het heilsmoment ‘wedergeboorte’ en de steeds persoonlijker wordende beleving daarvan, kwam de vraag naar onze geloofsbeleving daarvan en vervolgens ook de geloofsopvoeding van onze kinderen ter sprake. Enerzijds het hart en de eigen keuze, anderzijds het geloven in en met een gemeenschap.
    De week daarop werd ik 75 jaar en hield een speechje voor de kinderen en 9 kleinkinderen (11-27 jaar) en aanhang over: “wie ben ik?” n.a.v. de drie vragen die Henri Nouwen stelt en vertelde daarin over mijn leeskring en het gesprek over de centrale plaats van het individue, onze eigenheid en authenticiteit in onze samenleving, ook in onze manier van geloven. Hoe voeden wij onze kinderen op, zodat zij ook de “Ander”, de ander echt zien. ( in de ogen kijken, Levinas). Toch kijkend naar onze kleinkinderen en de tijd waarin zij leven is de vraag naar hun eigenheid en hun ontplooiing daarvan een belangrijke vraag! In onze cultuur moeten veel keuzes gemaakt worden en die moeten ook enigszins bij je passen, je moet weten wie je bent, wat je wilt. De onzekerheid van mijn kleinkinderen gaat mij soms aan het hart. Ze moeten veel en zijn soms bang om te falen.
    “Wie ben ik” en zie ik ook de “ander”? Dat zijn uitdagingen voor ouders van nu en mensen om hen heen om onze kinderen, jongeren te begeleiden en te helpen. Hen serieus te nemen en toch die twee kanten bespreekbaar te houden.
    Mooi dat er met ” De Nieuwe Koers” een bezinning over wordt gehouden en veel wijsheid toegewenst met “Jente”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *