De Amerikaanse schrijfster Rachel Held Evans overleed vorige week op 37-jarige leeftijd. Haar plotselinge overlijden maakte veel los. Vijf jaar geleden interviewde Karel Smouter Evans voor De Nieuwe Koers, waarvoor ze nadien enkele jaren columnist was. Lees het verhaal hier terug.

tekst Karel Smouter beeld De Nieuwe Koers

Midden op de bijbelgordel die dwars door het zuiden van de Verenigde Staten loopt, ligt het plaatsje Dayton, Tennessee. “Als je die bijbelgordel bekijkt, dan is Dayton de gesp”, legt Evans uit. “Alles draait hier om de Bijbel.” Ze overdrijft niet. In 1925 liepen er journalisten uit het hele land door het bescheiden stadje. Ze waren daar om verslag te doen van een geruchtmakende rechtszaak tussen de staat Tennessee en leraar John Scopes. De laatste werd ervan beschuldigd de evolutieleer te onderwijzen. Dat zou tegen een wet uit de staat Tennessee zijn, die stelde dat het onderwijs aan openbare scholen niet in tegenspraak mocht zijn met de Bijbel. De zaak staat symbool voor het debat tussen de modernisten, die de christelijke godsdienst niet in tegenspraak met evolutie achten, en de fundamentalisten, die menen van wel. “Het was een groot kooigevecht tussen religie en wetenschap.”

Hier groeide Evans op. “Aan de zijde van de fundamentalisten, zoals verder bijna iedereen hier. De universiteit waar mijn vader werkte en waar ik zelf mijn onderwijs genoot, is vernoemd naar William Jennings Bryan, die als theoloog de vervolgende partij bijstond met allerlei argumenten tegen evolutie.”

De rest van het land mag deze zogenoemde ‘Scopes Monkey Trial’ inmiddels als niet meer dan een opmerkelijke historische voetnoot beschouwen, in Dayton is de erfenis ervan nog springlevend. In haar debuutmemoires, Evolving in Monkey Town – verschenen op haar 28e – beschrijft ze tot wat voor klimaat dit leidde. “Gedurende mijn hele jeugd leek het alsof ‘evolutie versus schepping’ de enige kwestie was die ertoe deed. Als jonge tiener had ik alle argumenten voor de schepping in zes dagen al paraat. Het was kiezen: ofwel het onverdunde, letterlijke geloof in de Bijbel, ofwel ongeloof dat uiteindelijk in een eeuwig verblijf in de hel zou resulteren.”

In het derde jaar van haar verblijf op het fundamentalistische Bryan College verschenen de eerste barsten in dit rigide wereldbeeld. “Ik begon me dingen af te vragen: wacht eens even, geloven we echt dat de hemel alleen voor wedergeboren christenen is? Geloven we echt dat wetenschap en twijfel haaks staan op geloof in de Bijbel? Zijn vrouwen daadwerkelijk ondergeschikt aan mannen? Het was een ouderwetse geloofscrisis, zoals veel studenten die ondergaan. Ik begon erover te bloggen en ontdekte dat ik niet de enige was. Mijn hele generatie bleek de aannamen waarmee we zijn opgevoed te ondervragen.” Een breekpunt was haar keuze voor Obama, in 2008, waar ze openlijk voor uitkwam. “Er waren kringen waarin je dat echt niet kon zeggen. Obama was immers de antichrist die abortus voorstond?” Ze begon zich af te vragen wat er mis was in haar subcultuur dat het er zo heftig aan toeging. “Hebben we wel de juiste kern te pakken als het leidt tot zo veel liefdeloze veroordeling? Wat betekent het eigenlijk om ‘bijbels’ te zijn, om christen te zijn? Met dat soort vragen ging ik aan de slag.”

In Nederland zijn we intussen wel gewend aan verhalen als deze. Al voor Evans geboren was, sloeg hier een hele generatie gelovig opgevoede landgenoten met een klap de deur van kerk en godsgeloof achter zich dicht. We weten ook hoe dit soort verhalen meestal verdergaan: na de geloofscrisis volgt een fase van vrijzinnigheid, waarin alle grote vragen ‘open’ worden gelaten. In veel gevallen is de volgende stap dat je van agnost uiteindelijk ongelovig, of tenminste onverschillig, wordt. 

Evans leek lange tijd precies dit script te volgen. Toen ze naar buiten trad met haar twijfels en vragen, werd er ijverig gebeden dat de twijfel van haar zou mogen wijken. Anderen begonnen zich van haar te verwijderen: “bijna al mijn vrienden uit die tijd ben ik inmiddels kwijt.” Ze werd ‘dat meisje’ dat met haar lastige vragen haar studiegenoten zand in de ogen strooide. 

Hebben we wel de juiste kern te pakken als het leidt tot zo veel liefdeloze veroordeling?

Rachel Held Evans

Hier begint Evans van het script af te wijken. De geloofscrisis leidde bij haar niet tot het verlies van het geloof, maar tot een herontdekking ervan. “Van een meisje dat alle antwoorden wist, veranderde ik in een vrouw die had geleerd de juiste vragen te stellen. Ik leerde dat je aan van alles en nog wat kunt twijfelen, zonder dat dit de kern van je geloof hoeft aan te tasten. En dus ben ik nog altijd wat ik was toen ik opgroeide: een evangelische christen, die in de Bijbel gelooft.”

Dat lijkt haast bedoeld als provocatie. Want het meisje dat zich met haar blog en haar memoires (een New York Times-bestseller) een groot lezerspubliek wist te verwerven, is nooit opgehouden met het stellen van lastige vragen. Onlangs schreef ze op haar blog over een uitspraak van John Piper, die middels een tweet suggereerde dat de tornado die door Oklahoma had gewoed een straf van God zou zijn: ‘Ik kan gewoon niet in de ogen kijken van iemand die zojuist een dierbare heeft verloren en hem vertellen dat het Gods wil is. Terwijl ik zeker weet: het is niet Gods wil, en God is juist een troost voor hen die lijden. God heeft zelf de ergste pijn en het grootste verdriet gedragen, door Christus aan het kruis. Dat is de God van de Bijbel zoals ik die tegenkom.’ 

Dit dispuut is Evans ten voeten uit. Ze is in feite nooit opgehouden fundamentalist te zijn, maar ze vraagt zich telkens af of haar evangelische voorouders en hun geestverwanten wel de juiste essentie uit de Bijbel tot norm hebben verheven. Een fundamentalist met een verschuivend fundament dus, met als opvallend verschil dat ze op haar blogs een open sfeer van dialoog probeert te bevorderen. Als haar onder een blogtekst wordt verweten dat ze Pipers eerder gebruikte argumenten over een toornige God die rampen op het pad van mensen stuurt te gemakkelijk verbindt aan Pipers summiere verwijzing naar de storm in Oklahoma, dan is ze niet te beroerd om in een volgende bijdrage omstandig haar excuses aan te bieden. 

Nog zo’n heet hangijzer dat ze frank en vrij bespreekt is homoseksualiteit. “Als je de bijbelse lijn over dit onderwerp wilt ontdekken, is het maar net waar je verkiest de nadruk te leggen. Leg je de nadruk bij die paar verzen die homoseksualiteit lijken te veroordelen, of bij die duizenden verzen die spreken van liefde, genade en trouw?” Haar insteek lijkt tegelijk strijdlustig en pastoraal. “Ja,” lacht ze, “zo kun je dat wel stellen. Maar de onderwerpen die ik aansnijd zijn veel te belangrijk om er niet over te lachen. Dat probeer ik dan ook met elk heet hangijzer te doen: mensen erover laten lachen.” Niet iedereen begrijpt haar gevoel voor humor. Zo kwam Kathy Keller – deel van het befaamde voorgangersechtpaar uit New York – met een bijzonder kritische reactie op haar tweede boek, A Year of Biblical WomanhoodHow a Liberated Woman Found Herself Sitting on Her Roof, Covering Her Head, and Calling Her Husband “Master”. “Wat zij en veel andere critici niet hebben begrepen, is dat ik op een humoristische wijze het begrip ‘bijbels vrouw-zijn’ probeer te ontleden. Ik maak niet de Bijbel belachelijk, maar mijzelf en de subcultuur waarin ik ben groot geworden. Dat brengt lucht in discussies die anders al gauw veel te zwaar worden. Humor is een onderdeel van de manier waarop ik de strijd aanga.”

Met haar ruimhartige interpretatie van het orthodoxe christendom bevindt ze zich in de voorhoede van een grotere beweging in de evangelische kerk, die bezig is met een herijking. Ze krijgt veel bijval, soms ook uit onverwachte hoek. Maar Amerika zou Amerika niet zijn als in reactie op vrije denkers als Evans niet ook een tegenbeweging zou zijn ontstaan die eveneens haar duizenden verslaat: de ‘nieuwe calvinisten’, die een mannelijk, robuust en hardvochtig Gods- en wereldbeeld bepleiten. Voorganger Mark Driscoll uit Seattle begon als steunpilaar van de zogenoemde Emerging church-beweging, maar ging al snel over naar het andere kamp. Nu is hij de meest uitgesproken criticaster van denkers als Evans, die hij steevast verwijt ‘water bij de wijn te doen’. Evans geeft direct aan geen Calvijndeskundige te zijn, maar verbaast zich over de manier waarop de ‘nieuwe calvinisten’ in haar land met de kerkhervormer aan de haal zijn gegaan. “In feite reageren we allebei op een verschillende manier op de postmoderne tijd. Ik probeer de postmoderne tijd te aanvaarden door te stellen dat de wereld vooral uit grijstinten bestaat. In die complexiteit zoek ik de weg van Jezus. Zij verzetten zich tegen de postmoderne tijd door te stellen dat de wereld wel degelijk te doorgronden valt. Eigenlijk zijn het verlichtingsdenkers met een christelijke jas aan. Voor alles moet een reden zijn. Waarom zijn er vreselijke natuurrampen? ‘God is nu eenmaal soeverein.’ Waarom doen mensen elkaar geweld aan? ‘We zijn nu eenmaal slecht.’ Dat soort helderheid spreekt een bepaald type mensen aan. Alles ziet er op papier zo logisch uit, dat stelt hen kennelijk gerust.”

Twijfel brengt je niet bij de poorten van de hel, maar bij een diepere kennis van de God van de Bijbel

Rachel Held Evans

Met deze groep is ze momenteel het meest in debat. Ze probeert er een andere weg tegenover te stellen, die juist ruimte laat voor onbeantwoorde vragen. “Toen ik als kind mijn ouders bestookte met allerlei vragen, gaven ze me het beste antwoord dat ze konden geven: ‘Dat weet ik niet.’ Die houding probeer ik ook te hebben.” De kritiek die ze hierop ontvangt, zal velen bekend in de oren klinken: ‘Je begeeft je op een hellend vlak. Als je op deze ene vraag het antwoord niet weet, dan zul je straks helemaal niets meer van de Bijbel geloven.’ “Mijn antwoord daarop is: dat klopt, ik begeef me absoluut op een hellend vlak. Maar anders dan jou verteld is, leidt dat hellende vlak slechts tot nieuwe vergezichten en zienswijzen die je daarvoor niet had kunnen vermoeden. Twijfel brengt je niet bij de poorten van de hel, maar bij een diepere kennis van de God van de Bijbel.”

Voor haar tweede boek waarvan dit najaar de Nederlandse vertaling verschijnt, besloot ze een jaar lang alle bijbelse normen voor vrouwen letterlijk op te volgen. Zodoende is ze alleen maar meer van de Bijbel gaan houden. “Dat is dan ook het mooiste compliment dat ik voor mijn boeken ontvang. Dat mensen de Bijbel weer zijn gaan lezen, na het boek soms jarenlang niet eens te hebben durven aanraken. Met nieuwe ogen, en zonder angst voor Gods eeuwige oordeel, blijkt de Bijbel een boek vol verhalen over mensen zoals wij te zijn. Waar nooit één, maar altijd meerdere modellen uit te halen zijn. Zo heb ik lange tijd gedacht dat ik aan een soort perfect plaatje van de deugdzame, christelijke vrouw moest voldoen. Tot ik ontdekte dat er talloze, heel verschillende ‘vrouwen van God’ in de Bijbel te vinden zijn en dat ze vaak niet eens op elkaar lijken. Maar ze waren allemaal waardig, in Gods ogen. Dat geeft mij de ruimte om mezelf te zijn. Ik ben immers niet in de eerste plaats man of vrouw, maar een volgeling van Christus. Dat is wat telt.”

En zo draait alles, ook voor Evans, nog altijd om de Bijbel, ook een kleine honderd jaar na de geruchtmakende rechtszaak over de evolutieleer. Ze woont nog steeds in Dayton, de stad waar ze in haar geloofscrisis belandde, maar deze ook wist te overleven. “Er zijn altijd wel redenen aan te voeren om de kerk te verlaten. Maar het is mijn familie, ik zou niet weten hoe ik erbuiten kan raken. En zoals in elke familie gaat het er soms heftig en emotioneel aan toe. Die meningsverschillen, die horen erbij, zolang we Jezus maar niet uit het oog verliezen.”

U las dit artikel kosteloos. Meer van De Nieuwe Koers? Maak nu voordelig kennis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *