Al een paar maanden voordat wereldwijde cyberaanvallen als Petya onze systemen platgooiden, sprak boer en filosoof Jan Huijgen zijn zorgen uit over de kwetsbaarheid van onze voedselvoorziening. Hij houdt serieus rekening met een collapse. Weg brood, weg beleg, weg zuivel, weg groenten, weg fruit. “Er hoeft maar iets te gebeuren.”

Hij heeft het niet zelf bedacht, verzekert Jan Huijgen in zijn kantoor op de Eemlandhoeve bij Bunschoten. De term ‘collapse’ in relatie tot het voedselsysteem komt in de officiële documenten van de Europese Unie geregeld terug. In de vergaderkamers houden ze rekening met de kans dat het helemaal misgaat, weet hij.

Wie al een vaag gevoel van onbehagen koesterde over de manier waarop ons voedselsysteem vandaag functioneert, is na een gesprek met Huijgen zonder twijfel écht bezorgd. In de rust van de vrijdagmiddag – het meeste werk van de week zit erop – slaat de boer de benen over elkaar en plaatst zijn vingertoppen nadenkend tegen elkaar. Om hem heen staan boeken, veel boeken. Een dreigende titel als Farmageddon springt in het oog, maar ook wat ideologischer ogende boeken als Weet wat je eet, Liever lokaal en Sterven voor een idee vullen de ruimte. Op een mestvork op standaard prijkt de tekst ‘Boeren hebben een oplossing’. “Ons voedsel komt steeds grootschaliger op een paar plekken bij elkaar. Heel veel onderdelen van het voedselsysteem zijn gedigitaliseerd. Als er een storing komt, gaat het systeem plat. Er hoeft maar iets te gebeuren en het brood belandt niet meer in de supermarkt.”

De Nieuwe Koers proberen? Sluit hier een proefabonnement af: drie nummers voor €10,-

Maar dat is een dag later gelukkig weer opgelost.
“Dat is de vraag. Vooral in zijn grootschaligheid en de afhankelijkheid van hightech is onze voedselvoorziening kwetsbaar geworden. Denk aan terreurdreiging. Stel dat een aantal logistieke centra van de Jumbo en Albert Heijn het doelwit zijn. De dag erop is de aanvoerlijn gestopt en kun je geen boodschappen meer doen. Denk aan politieke ontwikkelingen: wat als hackers in Rusland of Noord-Korea hun pijlen richten op onze voedselvoorziening? Moet je eens kijken wat die kunnen aanrichten. De vrachtwagens rijden niet meer, winkels blijven leeg. Hoe ver weg is dat?”

Wat als hackers in Rusland of Noord-Korea hun pijlen richten op onze voedselvoorziening?

Dat klinkt allemaal nogal apocalyptisch. Speelt u niet te veel op angsten in?
“Als er onzekerheden zijn, denk dan uit voorzorg na over oplossingen. Er zijn goede Bijbelse voorbeelden. Farao’s droom ging over voedselvoorziening. Hij blikte vooruit en nam maatregelen. Laten wij ook eens tien jaar vooruitkijken. In Brussel wordt nu gerekend met drie scenario’s: voedselvoorziening gebaseerd op hightech, een regionaal voedselsysteem waarin burgers en boeren samen verantwoordelijkheid nemen en de collapse: de boel dondert in elkaar. De landbouw van nu heeft trekken van alle drie: de ontwikkeling gaat vooral richting hightech, in de marge ontwikkelen zich alternatieven. Maar het collapse-scenario voltrekt zich ook voor onze ogen: elke dag zijn er boerenbedrijven die het opgeven. Boeren kampen met te hoge leningen en te lage prijzen voor hun producten. En de natuur op boerenland is gedecimeerd. Dat is toch ook een vorm van collapse?”

tekst loopt door onder afbeelding

‘Er hoeft maar iets te gebeuren en het brood belandt niet meer in de supermarkt’, zegt boer en filosoof Jan Huijgen.

Vervelende ontwikkelingen. Maar zijn het voortekenen van een totale ineenstorting?
“Hightech is dé trend van dit moment. Daar zetten we al onze kaarten op. Voor de landbouw komen de nieuwste technieken in beeld, zoals nu bijvoorbeeld drones om te monitoren wat er op je land gebeurt. Daarbij maken een paar grote ketens de dienst uit. Ik vind dat een kwetsbaar systeem en vraag me af of het op lange termijn houdbaar is. Ik zou er graag een ander systeem naast ontwikkelen. Ik noem het Communities 2 feed de world. Het komt erop neer dat burgers en boeren in regio’s en steden samen verantwoordelijkheid nemen voor voedsel. Nu komt 95 procent van ons voedsel vanuit de hele wereld, 5 procent uit de regio. Zouden we dat kunnen ombuigen naar een verhouding van 80/20 of zelfs 70/30?”

Wat als dat niet lukt?
“Als het echt fout gaat, staat Amersfoort hier bij de Eemlandhoeve op de stoep. En dan is de vraag: wie geef ik als boer het eerste te eten? Misschien klinkt dat overdreven, maar denk eens aan de V&D. Dat leek ook een stabiel bedrijf, en toen viel het toch omver. Ik voel me medeverantwoordelijk voor ons voedselsysteem. Laten we uit voorzorg werken aan risicospreiding. Laten we een breder, robuuster en veerkrachtiger systeem maken dat meer regionaal georiënteerd is en de burger weer laat participeren in het voedselsysteem.”

Hoe ziet u die omslag voor zich?
“We moeten van een modernistisch systeem naar een postmodernistisch systeem. Het draait om gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers en boeren. Hier op de Eemlandhoeve heb ik een model uitgeprobeerd. Ik had er honderdduizend euro voor nodig, een serieus bedrag. Daarvan zette ik een participatiesysteem op: ik zocht honderd mensen die voor duizend euro wilden meedoen en daarmee hun geld inlegden als investering. Met een jaar had ik het bedrag binnen. Ze krijgen nu rendement in de vorm van lokaal geteeld voedsel zonder tussenkomst van de supermarkt. Dat is dus rendement in natura.”

Er is kennelijk markt voor.
“Ik had een mazzeltje: het geld brengt bij de bank niks meer op. Bij mij vijf procent in natura. Maar er speelt meer. Mensen willen weer lokaal. En ze maken zich zorgen over hun eten: wat zit er allemaal in? Daar komt bij dat ze voedselzekerheid belangrijk vinden, ze houden graag een boer achter de hand. En het laatste argument: oudere generaties geven hun kinderen participaties zodat de kleinkinderen weer weten waar het eten vandaan komt. Ze ervaren het als een verantwoordelijkheid om dat besef door te geven. Ik vind dat een geweldige ontwikkeling.”

De burger die meedoet hoeft dus in zijn drukke bestaan niet eens per week te komen schoffelen bij de boer?
“Nee. Laat het boeren over aan de boeren. Maar neem als burger iets van de last van ze over. Veel boeren zitten in de overleefstand. Ze hebben vaak grote schulden bij de bank en de producten leveren onvoldoende op. Door rechtstreeks in boeren te investeren en zonder tussenkomst van de grote ketens producten af te nemen, ontstaan er nieuwe businessmodellen en nieuwe keteninitiatieven met betere marges voor de boer zelf. En als je een drukke burger bent, leveren die nieuwe ketens gewoon aan huis. Stel dat die collapse er echt komt, dan krijgen mijn participanten als eerste de bieten, de kolen en een lekker stuk vlees. Zij hebben hun voorzorgsmaatregelen genomen. Ik vergelijk ze met de tien wijze meisjes uit de gelijkenis van Jezus. Zij hebben hun lampen brandende gehouden.”

Als die collapse er komt, krijgen mijn participanten als eerste de bieten, de kolen en een lekker stuk vlees

Hoe reëel is dit? Staat de burger die niet meedraait in een lokaal voedselsysteem straks achteraan in de rij voor zijn dagelijkse maaltijd? Of moeten we de noodkreet van Huijgen eerder lezen als doemscenario van een surrealistische onheilsprofeet? Neem voorvechters van innovatie in de voedselsector als Aalt Dijkhuizen en Louise Fresco, die juist veel vertrouwen in technologie hebben en een optimistisch geluid laten klinken.

Zij zeggen: we doen het heel goed qua export, de Nederlandse landbouw is een sector om trots op te zijn.
“Ik ken ze allebei. Ze hebben een schat aan kennis en ervaring op landbouwgebied, en daar heb waardering voor. Maar ik ben ook kritisch. Van Louise Fresco heb ik eens een overdonderend verhaal gehoord, waarbij ik moeite moest doen om niet in de ban te raken van haar verlichtingsdroom vol maakbaarheidsgeloof, onkwetsbaarheid en technologische zuiverheid. Het zijn fascinerende dromen, waarin de macht van de ratio wordt gekoppeld aan de macht van geld en organisaties. Maar het kan ook heel anders lopen. Ik zie de voortekenen: boeren die geen droog brood meer met hun bedrijf verdienen, het boerenland waarop alle leven van insecten en vogels verdwijnt, waar geen bijenvolk meer kan leven. Bodems die uitgemergeld worden. Willen we dat? Zitten we niet aan de grenzen van wat mogelijk is en wat goed is?”

Elke boer een eigen participatiesysteem, zegt u.
“Mijn eigen buurman is de grootste boer van het dorp en zijn bedrijf is gebaseerd op de modernste technologie. Maar zijn melkprijs ligt al aantal jaren onder de kostprijs. Wat ga je doen als het zo blijft?, vroeg ik hem kort geleden. Hij zei: dan bouw ik een melkfabriekje en ga ik met jou Amersfoort van melk voorzien. Ik ben niet uit op een stammenstrijd tussen boeren, maar de verschillende paradigma’s mogen wat mij betreft wel een beetje schuren. Ik denk dat bouwen aan een regionaal voedselsysteem ook nieuwe kansen creëert voor mijn buurman.”

In uw regio hebben de mensen dan in ieder geval melk. Maar hoe zit dat met de rest van Nederland?
“Ik wil stap voor stap opschalen. Ik ben een boer alleen. De volgende stap zou zijn dat we dit met honderd boeren gaan doen en met tienduizend burgers. Als die er allemaal weer tien meenemen, hebben we een netwerk van duizend boeren. En als ze er dan nog eens allemaal tien meenemen, zijn we met tienduizend boeren en wat mij betreft 500.000 tot een miljoen burgers. Het is ambitieus: dan zitten we op een derde van de sector en hebben we een nieuw voedselsysteem ontworpen dat wordt gedragen door burgers en boeren. Dat zou toch prachtig zijn?”

tekst loopt door onder afbeelding

‘Boeren zitten in de overleefstand, de sector zit in de verdrukking.’

Een interessant privé-initiatief van Jan Huijgen. Maar wat schiet het hele Nederlandse voedselsysteem er mee op?
“Nee, dit is geen privé-initiatief; het begon allemaal bij de Verenigde Naties en wereldvoedselorganisatie FAO. Zij hebben nieuwe richtlijnen ontwikkeld op het vlak van klimaat, grondstoffen, dierenwelzijn en eerlijke prijzen. Boeren moeten antwoord kunnen geven op de vraag waar de soja vandaan komt. Of er eerlijke prijzen betaald worden. Of het klimaat niet te zeer lijdt onder de bedrijfsvoering. Nederland moet bij die richtlijnen aanhaken. Normaal gaat dat via het ministerie van Buitenlandse Zaken, die dat regelt met de Sociaal Economische Raad en met boerenorganisatie LTO. Maar de LTO zei: wij doen nu al zoveel op dit vlak, het is wel genoeg geweest, wij pakken dit niet meer op. Daar lag dus een groot probleem voor Buitenlandse Zaken. En toen dachten ze: zou die boer bij Bunschoten ons niet een handje kunnen helpen? Ze kwamen langs en vroegen of ik wil proberen de sector weer mee te krijgen.”

Hoe moeilijk is dat?
“Het gaat om verbinding tussen boeren en overheid. Maar ook tussen boeren en maatschappelijke organisaties als vertegenwoordigers van burgers: het gaat dan over thema’s als voedsel en groen, voedsel en smaak, voedsel en fair, voedsel en gezondheid. Boeren zitten in de overleefstand, de sector zit in de verdrukking. Iedereen verdient aan voedsel, behalve de boer. Er is heel veel boosheid onder boeren en ik snap goed waarom. Ik noem het onrecht. We werken nu aan een convenant tussen sector en overheid en maatschappelijke organisaties. Convenant is een prachtig Bijbels woord. Je spreekt vertrouwen in elkaar uit en stelt een aantal basisregels op.”

Iedereen verdient aan voedsel, behalve de boer. Dat noem ik onrecht

Als dit convenant er komt, verdienen boeren weer een goede boterham en kunnen burgers hun eten kopen. Maar de kans is groot dat de weilanden dan nog steeds zonder bloemen, bijen en grutto’s zijn.
“Nee, het wordt een integraal convenant. Stel dat mijn buurman met zijn melkfabriekje wil meedoen, dan is mijn voorwaarde dat hij ook aan de slag gaat met bodem, biodiversiteit en dierenwelzijn. Er komen dus goede selectiecriteria waaraan boeren moeten voldoen. Het zal niet alleen om een ander verdienmodel draaien.”

Volgens u zijn veel mensen volop bezig met voedsel en bewuste keuzes op dat vlak. Is dat wel zo?
“Misschien loop ik vijf jaar voor de muziek uit. Maar als de pleuris een keer uitbreekt, moet je klaar staan met de oplossingen. Ik voel en beleef de urgentie. De tijden zijn in Gods hand, maar ik wil ontvankelijk zijn voor de weg waarvan ik geloof dat Hij die wijst.”

tekst Embert Messelink beeld Niek Stam

De Nieuwe Koers proberen? Sluit hier een proefabonnement af: drie nummers voor €10,-

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *