Op zoek naar het goede leven speurt De Nieuwe Koers achter het filmdoek naar voorzichtigheid, rechtvaardigheid, gematigdheid, moed, geloof, hoop en liefde. We bespreken bij elk van deze zeven deugden bekende en minder bekende filmproducties. Deel III: gematigdheid bij Whiplash.

tekst Jaap-Harm de Jong

‘Ik wil de beste jazzdrummer ooit worden en jij zult me daarbij in de weg staan.’ Dit is kort samengevat wat Andrew Neiman in de film Whiplash zijn vriendinnetje vertelt. Hij wil niet langer met haar daten. Hij is de schuchtere jongeman die altijd naar de grond kijkt als hij in de bioscoop komt. Zij het meisje dat de popcorn verkoopt aan Andrew en zijn vader voor de film begint. Hij overwint zijn verlegenheid en vraagt haar uit. Lang zal de relatie niet standhouden. De jonge drummer heeft duidelijke prioriteiten. Als student van het prestigieuze Shaffer Conservatory in New York is het hem gelukt een plekje te bemachtigen in het jazzensemble van dirigent Terence Fletcher. Dit is de gedroomde springplank naar een carrière als jazzmuzikant. De prijs is echter hoog, want Fletcher is een maniakale docent die zijn studenten tot het uiterste drijft. Bloed, zweet en tranen, het is een uitdrukking die werkelijkheid wordt in een schemerige oefenruimte. Sommige studenten knakken als hun leermeester hen raakt met zijn woorden die harder aankomen dan vuistslagen. Andrew niet, hij blijft overeind. Hij wil de beste worden, zelfs als hij daarvoor een egoïstische hufter moet zijn.

Hier is een doel behaald, maar is er ook een deugd gegroeid? Er is in ieder geval niemand om de overwinning mee te vieren.

Fanatisme

Het pad naar een deugdzaam leven is niet zonder valkuilen. Fanatisme ligt op de loer, als het deugdzaam ideaal de positieve stimulans tot groei de kop indrukt. Het is dan niet meer als een voetballend kind dat maar blijft hooghouden om net zo goed te worden als zijn grote voorbeeld; nee, deugdzaamheid wordt een stok om mee te slaan. Het uit zich in gedrag dat zich niet met de ander verbindt, maar zich van hem of haar vervreemdt. Meer dan enige andere deugd draagt gematigdheid dit gevaar in zich.

Gematigdheid zou je kunnen vertalen als afzien van een bepaald genot om daarmee een hoger doel na te streven. In zijn recente boek Het Jezuïetenantwoord op (bijna) alle vragen legt schrijver James Martin de geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid op deze manier uit. Het is een vorm van omdenken. Je kunt de nadruk leggen op het afzien van een bepaald genot, zoals het hebben van seks. Of je benadrukt het hoger doel dat wordt nagestreefd; in het geval van de kuisheid, de beschikbaarheid in tijd en toewijding. Wie kuis leeft, verbindt zich niet slechts aan een mens, maar kan een vriend zijn voor velen.

Voor middelmatigheid is geen plaats.

Voor Andrew Neiman is het duidelijk waar hij van afziet. Nog duidelijker heeft hij voor ogen wat het hogere doel is dat hij nastreeft. De beste zijn. De moordende concurrentie achter zich houden. De offers die hij plengt, brengen hem ook daadwerkelijk verder. En toch gaat er iets mis. Andrew wordt steeds harder en kan zich niet langer verbinden aan de mensen die van hem houden. Deugd kan slechts rijpen in de bedding van de gemeenschap. Anders is het als een plofkip die van een afstandje indrukwekkende omvang lijkt te hebben, maar bij nadere inspectie volgespoten blijkt te zijn, z’n essentie schiet erbij in.

Good job

In de oefensessies die Andrew en het ensemble meemaken klinkt dat door. De zinderende spanning die daar voelbaar is, wordt veroorzaakt door de angst van een groep jonge mannen. Ieder strijdt voor zichzelf, want je plaats is zo ingenomen. Op een zeker moment gaat Andrew de strijd aan met de tweede en derde drummer. Wie mag het stuk spelen? Dirigent Fletcher stuurt de rest van het orkest weg. Hij pakt zijn drie protegés keihard aan. Soms spelen ze nog geen twee maten en is de volgende al weer aan de beurt. Het zweet druipt van hun verwrongen gezichten, hun verkrampte handen bloeden en Fletcher bijt hen erge en nog ergere verwensingen toe. Na uren spelen krijgt Andrew het stuk toegewezen. Hier is een doel behaald, maar is er ook een deugd gegroeid? Er is in ieder geval niemand om de overwinning mee te vieren.

Whiplash is een film over een meester en zijn leerling. De laatste zal de eerste moeten overtreffen. De eerste wil dat, in alle verbetenheid. De laatste ook, misschien nog wel verbetener. In een gesprekje laat Fletcher Andrew weten dat er geen twee woorden in de Engelse taal schadelijker zijn dan good job. Het kan en moet altijd beter. Voor middelmatigheid is geen plaats. Naar zijn mening worden sterren alleen geboren als het uiterste van hen wordt gevraagd. Hij laat zijn leerlingen streven naar een doel voorbij de horizon. Heel af en toe piept een klein straaltje zachtheid door zijn gepantserde buitenkant heen, maar verder is Fletcher eendimensionaal in zijn aanpak. Hard, harder, hardst.  Het maakt de film een indringende en ongemakkelijke kijkervaring. Het is alsof je kijkt naar de negatieven van een fotorolletje zoals je dat vroeger nog had. Iets van het uiteindelijke beeld is wel zichtbaar, maar wat wordt bedoeld is pas duidelijk als zwart-wit verandert in kleur. Fletchers aanpak is het negatief van de omgekeerd evenredige aanpak van een andere Meester. Die legt zijn leerlingen een ander juk op. Een juk dat zacht is, een last die licht is. Dan raak je niet afgemat, maar vind je rust. Dan word je onderdeel van een nieuwe gemeenschap. Met een Meester die niet breekt, maar zich laat breken. Geen kweekschool voor egoïstische hufters, maar leren nederig te zijn als hij is. Slechts wie zachtmoedig is, bemachtigt een plekje in de groep waar hij de muziek bepaalt. Wie zo leeft, streeft pas echt een hoger doel na.

 

In deze zevendelige serie bespreekt Jaap-Harm de Jong zeven films bij zeven deugden. Volgende maand in het vierde deel: Selma, langs de meetlat van de moed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *