“Ik moet geregeld denken aan de Joden die vlak voor de oorlog zijn teruggestuurd naar Duitsland”, zegt burgemeester Jos Wienen (CDA) van Haarlem als hem naar het migratiedebat wordt gevraagd. “We hadden kunnen weten dat die mensen de dood zijn ingejaagd. Wie nu, in soortgelijke omstandigheden, aan onze deuren klopt, moeten wij zonder weifelen binnenlaten.” 

tekst Jasper van den Bovenkamp beeld Wiebrig Krakau

U krijgt deze longread geheel gratis. Meer van De Nieuwe Koers? Profiteer nu van zeer hoge korting op een jaarabonnement.

Als het gesprek voorbij is, loopt Jos Wienen naar zijn eigenlijke werkkamer. Dat had hij beloofd. Zijn huidige kantoor kun je van buiten zomaar voor een toiletruimte houden, kan uw interviewer uit ervaring delen, maar waar het de échte werkruimte van Haarlems burgemeester betreft, zal niemand een dergelijke vergissing begaan. De rijzige, met ornamenten bewerkte eikenhouten deur kan onmogelijk toegang verschaffen tot het kleinste kamertje. 

Met een sierlijke zwaai gooit Wienen de deur open. Gouden Eeuw-schilderingen pralen aan de wand. “Naar verluidt”, zegt hij met beloken trots, “zijn Filips II, Karel V en Willem van Oranje hier geweest.” Maar goed, behalve een schoonmaker die af en toe de lijsten afstoft, komt hier nu al ruim een halfjaar niemand. En dat heeft een reden, legt de ernstig bedreigde burgemeester uit. De ramen van het vertrek bieden namelijk zicht op de Grote Markt en op dat plein hoeft maar één onverlaat met onzalige ideeën rond te lopen en, afijn, het zal duidelijk zijn. 

Is het een beetje vol te houden, zo’n leven in de schaduw van beveiligers?

“Ach, we moeten er niet te dramatisch over doen. Ik kan gewoon m’n werk doen en ik heb een mooie plek waar ik kan verblijven. Niet in mijn eigen huis nee, dat is niet leuk. En die bedreigingen aan mijn adres, dat is heel naar, maar het zijn incidenten. Ik heb me altijd vrij kunnen bewegen, totdat het nu door zo’n incident even niet meer kan. Laten we het niet te groot maken.”

Nou ja, een incident. Een kwart van de Nederlandse burgmeesters, wethouders en raadsleden heeft met bedreiging en intimidatie te maken, blijkt uit de ‘Monitor agressie en geweld 2018’. 

“Helemaal waar. Maar we moeten niet doen alsof we vroeger nergens last van hadden en dat het nu allemaal ineens heel heftig is. Toen ik wethouder was van Ridderkerk, tussen 1993 en 2001, had ik al te maken met agressie en bedreiging. Dat is in mijn loopbaan meerdere keren voorgevallen, en laatst dus van dien aard dat ik niet meer alleen over straat kan. Dat is heel vervelend, maar het is niet nieuw.”

Wienen staat op, loopt naar z’n bureau en pakt dagblad Trouw erbij. Kijk, wijst hij, een hele artikelenserie vandaag over de bevoegdheden die burgemeesters hebben op het vlak van openbare orde en veiligheid. 

Een jaar of twintig geleden werden de klassieke bevoegdheden, zoals het verlenen van vergunningen voor demonstraties, of ingrijpen als de openbare orde wordt bedreigd, behoorlijk uitgebreid. Burgemeesters mochten vanaf toen ook voetbalhooligans verplichten zich te melden op het politiebureau ten tijde van wedstrijden, een gebiedsverbod opleggen en huizen of horeca sluiten, alles natuurlijk wanneer de openbare orde en veiligheid in het geding waren.

Onder meer vanwege de gevolgen die aan uitbreiding van dit takenpakket kleven (bedreiging, intimidatie), vragen tientallen collega’s zich in de krant nu af of burgemeesters er niet weer van ontheven kunnen worden. Ze reageren daarmee op een andere groep burgemeesters, onder wie de Rotterdamse Ahmed Aboutaleb, die juist wil dat zij een grotere rol als crime fighter in hun gemeenten krijgen. Burgemeesters zouden volgens hen ook verantwoordelijk gemaakt moeten worden voor de preventie en bestrijding van criminele activiteiten.

Wat vindt u? 

“Van mij hoeft de burgemeester niet meer bevoegdheden te krijgen dan hij nu heeft, maar uit mijn eigen ambtelijke praktijk concludeer ik dat het heel nuttig en goed is zoals we het nu geregeld hebben. Als burgemeester van Katwijk heb ik een einde kunnen maken aan vandalisme, onrust, drankmisbruik, vechtpartijen en allemaal toestanden in het uitgaansgebied door in het weekend vanaf één uur ’s nachts een samenscholingsverbod in te stellen. In Katwijk en Haarlem heb ik woningen gesloten van waaruit tot grote overlast van omwonenden drugs werden gedeald. Recent heb ik twee coffeeshops gesloten die ’s nachts werden beschoten, afgelopen week nog met een kalasjnikov. In totaal drie clubhuizen van Haarlemse motorclubs zijn gesloten. In al deze gevallen is sprake van ernstige aantasting van de openbare orde en veiligheid; op basis van een rapportage van de politie neem ik dan het besluit op te treden. Zou ik die bevoegdheid niet hebben gehad, dan was het zeer de vraag geweest of er in de genoemde gevallen iets gebeurd was. De officier van justitie komt pas in actie wanneer er overtredingen begaan zijn. Soms worden er boetes uitgedeeld, andere keren krijgt iemand een gevangenisstraf, maar in principe lang na de betreffende incidenten. In veel gevallen is het bovendien symptoombestrijding; het probleem zelf – overlast in een bepaald gebied – blijft bestaan. Het probleem in Katwijk bijvoorbeeld woekerde al tientallen jaren. Eén van de wethouders toen was ook nogal sceptisch over mijn plan; hij adviseerde me erin te berusten, het ging immers al jaren zo, daar was niks aan te doen. In andere gevallen, zoals overlast door drugshandel in een portiekwoning, oordeelt justitie: te klein spul. Pas als er heel veel meldingen van misbruik zijn, gaat hij bekijken of er misschien een dossier opgebouwd kan worden. Zoiets kan maanden of zelfs jaren duren. En de georganiseerde criminaliteit? Het is voor justitie lastig om bewijslast te vergaren. Kijk naar Willem Holleeder: het is de vraag of hij aan het eind van de rit überhaupt wordt veroordeeld. Justitie maakt simpelweg andere afwegingen en kiest een ander vertrekpunt als het gaat om de openbare orde en veiligheid. Als ik verontruste bewoners aan de telefoon krijg die mij smeken iets te doen aan een onveilige situatie, dan kom ik in actie als dat kan.”

Als burgers het met mij oneens zijn, kunnen ze naar de rechter stappen en zeggen: die burgemeester is gek, kijkt u er eens naar

Collega’s denken natuurlijk: laat maar zitten, die bevoegdheden. Ze hebben helemaal geen zin in bedreigingen en toestanden.

“O, zeker, en daar heb ik alle begrip voor. Maar vergeet niet dat ook officieren van justitie worden bedreigd. En ik vind ik gewoon dat je als burgemeester de verantwoordelijkheid hebt je burgers te beschermen, dat je risico’s zoveel mogelijk moet wegnemen. Als burgers het met mij oneens zijn, kunnen ze naar de rechter stappen en zeggen: die burgemeester is gek, kijkt u er eens naar. Daarnaast is er ook nog de democratische controle: de gemeenteraad kan mij vragen waarom ik doe wat ik doe. Dus: de rechter toetst, de gemeenteraad controleert.”

U krijgt deze longread geheel gratis. Meer van De Nieuwe Koers? Profiteer nu van zeer hoge korting op een jaarabonnement.

Is er een verband tussen deze nieuwe taak van burgemeesters en het toenemend aantal bedreigingen aan hun adres?

“Dat weet ik niet. Zoals ik al aangaf: als wethouder in Ridderkerk, nog voordat van die nieuwe bevoegdheden sprake was, werd ik al bedreigd. In die zin is er niks nieuws onder de zon. Ik zie wel meer criminele connotaties. Vroeger was het vaak een ‘boze’ of ‘verwarde’ burger, nu zijn het ook geprofessionaliseerde criminelen. Door de enorme hoeveelheden geld die in dit circuit rondgaan, zijn mensenlevens voor hen steeds minder in tel. Ik zie gebeuren dat ze niet alleen met mensen in eigen kringen afrekenen, maar ook steeds vaker gram halen bij onschuldige burgers of overheidsmedewerkers.”

Grapperhaus

Minister Grapperhaus beloofde afgelopen maand dat binnen vijf jaar het aandeel burgemeesters dat wordt bedreigd moet zijn teruggebracht van een kwart naar hooguit tien procent. Hij wil dat bereiken door de maximale gevangenisstraf die staat op bedreiging van publieke ambtsdragers te verdubbelen van twee naar vier jaar. Daarnaast onderzoekt hij een voorstel waarmee de overheid veel meer geld en bezittingen kan afpakken van zware criminelen. 

Een tikje repressief misschien? Wienen vindt van niet. “Als mensen verkeerde dingen doen, moeten ze worden aangepakt. Daar is toch niks mis mee? En er gaat ook wel degelijk een preventieve werking vanuit. Justitie zegt met deze maatregelen: mensen, let op, het is niet acceptabel anderen te bedreigen of geweld aan te doen.”

Verschillende burgemeesters, zoals Theo Weterings van Tilburg, maar ook toenmalig Commissaris van de Koning van Noord-Holland Johan Remkes, en diverse raadsleden verspreid door het land, wijzen onafhankelijk van elkaar in verschillende interviews op de verruwing van de samenleving. Volgens hen is die er mede voor verantwoordelijk dat bestuurders vaker te maken hebben met bedreiging en geweld. 

Verruwing? Lees wat katholieken en reformatoren elkaar toewensten in de 16e eeuw; de haren rijzen je te berge

Deelt u die observatie?

“Dat herken ik wel. Door de sociale media krijgt die verruwing tegenwoordig ook veel extra aandacht. Enige relativering past overigens ook wel. Behalve burgemeester ben ik ook historicus, en met name in die laatste hoedanigheid heb ik daar wel een mening over. Ik zou zeggen: lees eens wat schotschriften uit de 16e eeuw, of kijk in de geschiedenisboeken hoe katholieken en reformatoren debatteerden en wat ze elkaar toewensten; de haren rijzen je te berge. Tegelijk zie ik ook wel: in de periode dat ik zelf leef, is de verruwing onmiskenbaar toegenomen. Toch pas ik ervoor op de zeden van deze tijd als verschrikkelijk weg te schrijven. Ooit las ik notulen van een vergadering van een afdeling van de ARP, waarin iemand rapporteert hoe schrikbarend het ervoor staat met de verwildering van de jeugd. We hebben het dan over eind jaren vijftig. Het klagen is van alle tijden. Toename van dreiging en geweld hebben nu ook te maken met nieuwe georganiseerde criminaliteit waar enorm veel geld in omgaat.”

Behalve burgemeester en historicus bent u ook theoloog en kerkganger. Denkt u dat de teloorgang van religie misschien verband houdt de verruwing die u waarneemt?

“Het zou gek zijn als ik zou zeggen dat dit op geen enkele manier invloed heeft. Persoonlijk geloof ik in de heilzame doorwerking van het Evangelie in de samenleving. Dat deze invloed al decennia aan het afnemen is, zie ik als een negatieve ontwikkeling. Maar ook dit verhaal heeft een keerzijde. In de jaren voor mijn geboorte kenmerkte het religieuze klimaat zich ook door een bepaalde vorm van burgerlijkheid waar je nu toch niet meer naar terug wilt.” 

De spruitjesluchttoestanden, bedoelt u.

“Nou, dat u alleen al zo’n woord gebruikt… Er hangt een zweem van negativiteit omheen. En terecht, denk ik. Zo christelijk is het allemaal niet geweest, dat onze belangrijkste zorg was ‘wat de buurvrouw ervan vond’. Wat ik daarnaast wil benadrukken: vergeet niet hoe ontzettend veel religiositeit er nog is in onze samenleving. Ook het geseculariseerde Haarlem zit vol met mensen die vanuit hun geloof bewogen zijn met hun medestadsbewoners.” 

U gaat zelf ook naar de kerk.

“Ik kan me geen zondag heugen dat ik niet ging.”

Kan het liberale Haarlem dat allemaal een beetje bij elkaar begrijpen?

“Nou, toen ik hier net kwam hadden sommige mensen wel zoiets van ‘huh’. Ze vonden het een wonderlijk idee, een burgemeester die ook nog eens uitgesproken christelijk was. Maar ik heb het gevoel dat het wel een beetje over is. Voor gelovige stadsgenoten overigens, zowel christenen als moslims, is het juist fijn, zo’n burgemeester die in een gelovige traditie staat. Mijn voorganger, Bernt Schneiders, is overigens ook meelevend kerklid. Alleen was het minder bekend.”

Op welke manier merken Haarlemmers iets van de traditie waarin u staat?

“Hahaha, tjongejonge, tja, dat heeft natuurlijk met alles te maken. Maar als u me vraagt het concreet te maken: Ik probeer op een integere manier met mensen om te gaan, hen recht te doen. Daarbij laat ik me leiden door belangrijke noties uit het Evangelie; die bepalen mijn blik op de samenleving. De manier waarop het CDA naar de maatschappij kijkt, spreekt mij erg aan, maar ik ben er erg beducht voor om te zeggen dat je voor een christelijke visie maar bij één partij terecht kunt. Ik ken heel oprechte christenen die bij de VVD zitten, bij de PvdA, of GroenLinks. Ik heb er moeite mee als mensen zeggen: dit of dat is de juiste christelijke keus.”

Onlangs zei u tijdens een lezing dat de intentie van het CDA u meer aanspreekt dan de pretentie van ChristenUnie. Logisch natuurlijk dat u dat als CDA’er vindt, maar wat bedoelde u er precies mee te zeggen?

“Ik refereerde aan een quote uit een oude Koers. Vlak voordat het Kabinet-Balkenende IV aantrad schreef Roel Kuiper in een column iets als ‘het ziet er naar uit dat we het nu echt gaan meemaken: er komen christenen in het kabinet.’ Daarmee doelde hij op de waarschijnlijkheid dat de ChristenUnie zou gaan meeregeren. Toen had ik echt zoiets van ‘Roel, dit vind ik écht niet kunnen, écht niet kunnen.’”

Waarom niet?

“In de kabinetten ervoor zaten net zo goed belijdende christenen, alleen wel van een andere partij. Je kunt het christen-zijn in de politiek niet reserveren voor een bepaalde partij. Voor mij is het geloof in het dagelijks werk ontzettend belangrijk. Tegelijk realiseer ik me dat het een groot waagstuk is om in je politieke en bestuurlijke werkzaamheden de naam van Christus te verbinden met jouw politieke standpunten. Zodra daar de pretentie uit gaat spreken van ‘dit is de ware, christelijke kijk op de dingen’, dan denk ik: jongens, kijk nou toch asjeblieft uit!”

De ChristenUnie zegt: stem op mij, want dat is de stem van het geloof. Tja, die suggestie spreekt mij gewoon niet aan

En dat is wat een partij als de ChristenUnie naar uw smaak te veel doet.

“Toen ik nog wat jonger was, werd er binnen de RPF gesproken over hoe onaanvaardbaar het voor een christenpoliticus was verantwoordelijkheid te dragen in een kabinet waarin abortus niet verworpen werd. Nu we een paar jaar verder zijn, zal geen politicus van de ChristenUnie meer zeggen dat je om die reden niet in een kabinet kunt zitten. Daarom zeg ik: wees voorzichtig met te grote pretenties. Het is natuurlijk prima om aan te geven wat jou inspireert, of wat je idealen zijn. Maar probeer niet de indruk te wekken dat een bepaalde partij de christelijke waarheid in pacht heeft.”

Kleven dat soort pretenties nog steeds aan de ChristenUnie, vindt u?

“Tijdens de laatste verkiezingscampagne gebruikte de partij de kreet ‘Geef geloof een stem’. De vervolgvraag die ik dan stel: hoe doe je dat? Het antwoord is kennelijk: door op de ChristenUnie te stemmen, want dat is de stem van het geloof. Tja, die suggestie spreekt mij gewoon niet erg aan. Ik denk dat als je kritisch naar jezelf en naar je politieke bedrijf kijkt, dat je dan voorzichtig wordt dit soort stellige pretenties te hebben. Wat allemaal niet wegneemt dat ik op een heleboel terreinen veel waardering heb voor de inbreng van deze partij, daar gaat het me niet om.”

In 2016 kreeg u van Vluchtelingenwerk Nederland een award omdat u als voorzitter van de commissie Asiel & Integratie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten “waardevolle nuanceringen hebt aangebracht in een verhit debat.” Wat vindt u eigenlijk van de koers van uw eigen partij, het CDA, op het vlak van migratie?

“Ik heb geregeld gezegd dat je in het debat over migratie en integratie twee sporen moet volgen. De eerste is barmhartigheid, voor mij als christen een wezenlijk punt: de vreemdeling moet je liefhebben. Het tweede spoor is haalbaarheid; je kunt simpelweg niet alle problemen oplossen en dus moet je regels stellen. Vervolgde mensen moet je toelaten, altijd; daar moet je heel ruimhartig in zijn. Maar soms moet je ook kunnen zeggen: sorry, u voldoet niet aan de criteria, we kunnen u hier geen plek bieden. Hoewel ik begrijp dat ze hun best doen rechtvaardige criteria op te stellen, heb ik bij de landelijke voorlieden van het CDA het barmhartige spoor de laatste jaren wat gemist. Op lokaal niveau daarentegen wordt er op heel veel manieren wél gestalte aan gegeven.”

In het migratiedebat heb ik bij de landelijke voorlieden van het CDA het barmhartige spoor de laatste jaren wat gemist

Rechtspopulistische stromingen en politieke partijen zijn in Europa (Duitsland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Zwitserland, Scandinavië, België, Polen, Hongarije, Slowakije) en ook in Nederland met PVV en Forum voor Democratie al jaren bezig aan een opmars. Hun agenda in een notendop: eigen volk eerst en stop de integratie. Baart het u zorgen?

U krijgt deze longread geheel gratis. Meer van De Nieuwe Koers? Profiteer nu van zeer hoge korting op een jaarabonnement.

“Wat ik vooral zorgwekkend vind, is de polarisatie die doorzet, zoals ook bij de laatste verkiezingen weer aan het licht kwam: aan de ene kant wint FvD, aan de andere kant GroenLinks. Het verhaal van het midden, waar volgens mij de meest verstandige politieke keuzes worden gemaakt, heeft het moeilijk. Ik zie het als taak van de middenpartijen om, in ieder geval als het gaat over immigratie, het simplisme een weerwoord te bieden en tegelijk die beide sporen – barmhartigheid en praktische uitvoerbaarheid en rechtvaardigheid – te blijven bewandelen. 

Ik moet geregeld denken aan de Joden die vlak voor de Tweede Wereldoorlog ons land zijn uitgezet en teruggestuurd naar Duitsland. Achteraf denk ik – maar dat hadden we ook toen kunnen weten: die mensen zijn de dood in gejaagd. De onbarmhartigheid. De hardheid. Mensen in soortgelijke omstandigheden die vandaag aan onze deuren kloppen, moeten wij zonder weifelen een plek geven. Ik zal er in ieder geval voor blijven vechten.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *