Met de beste bedoelingen kopen we massaal bio, fair en eko producten. Maar door al die labels en keurmerken raken we massaal in verwarring. Tijd om een keer boodschappen te doen met Eelco Fortuijn. Hij wijst de weg door het oerwoud dat de supermarkt heet.

tekst Eline Kuijper beeld Albert Jan ten Napel

“Kijk, dit is nu de kiloknaller onder de bananen, die moet je echt laten liggen”, zegt Eelco Fortuijn. Hij staat in een krappe Albert Heijn in Amsterdam, net om de hoek van het kantoor van fairfood, de organisatie waar hij directeur van is. De tros in zijn hand zit verpakt in plastic. De bananen hebben geen merk, laat staan een keurmerk. Hij wijst naar een andere tros, die één schap hoger ligt. “Deze van Chiquita zijn al stukken beter, die hebben tenminste het rainforest-alliancekikkertje. Daarnaast liggen de echte fairtrade-bananen, tien cent duurder dan Chiquita, maar wel echt fair.”

“Je kunt met een ruimte zo groot als een gymzaal heel Eindhoven voeden”

Wie boodschappen gaat doen met Eelco Fortuijn komt er niet gemakkelijk vanaf. In de supermarkt is iedere keuze immers moreel beladen. Wij, Westerse, hoogopgeleide consumenten, voelen ons maar al te goed bij het idee dat we ‘bewust’ kiezen. Als je biologisch koopt, ben je goed bezig. Als het dan ook nog eens fairtrade is mag je jezelf met een gerust hart een ‘eerlijke koper’ noemen. De supermarkt speelt daar op in en labelt er lustig op los: puur&eerlijk, fairglobe, rainforest alliance, bio, fairtrade, fairtrade origional. Je wordt er horendol van: hoe maak je nu de juiste keuze?

Neem nou die bananen. Daar staat niet alleen een fairtrade-logo op, maar ook een Europees vlaggetje, het EKO-logo en het puur&eerlijklabel. En als klap op de vuurpijl: het gezonde-keuzelogo. “Tja, gezonder dan wat, vraag je je dan af…”, zegt Eelco licht spottend. “Dat Europese vlaggetje en het EKO-logo staan voor hetzelfde, zij zitten nu in een overgangsfase naar een nieuw logo. EKO gaat over het milieu en fair gaat over de boer, die heeft voor deze tros een eerlijke prijs gekregen. Puur&eerlijk is een overkoepelend logo voor alles wat een keurmerk heeft. Als er puur&eerlijk op staat, staat ergens op de verpakking ook nog of het scharrel, fairtrade, EKO of alle drie is.”

Niet alleen de labels verschillen, de producten zijn ook anders verpakt. Naast de bananen liggen allerhande soorten appels. Los, in grote zakken of met vier tegelijk in kartonnen doosjes met plastic overtrokken. Ook de biologische appels zitten in een zak. “Ja, maar dit is geen plastic, dat moet je maar net even weten. Het is namelijk biologisch afbreekbaar. Het zal wel een soort maïsmeel zijn ofzo. Kijk, het ziet er ook wat minder doorzichtig uit. Dat doen ze natuurlijk expres, voor de duurzame uitstraling. Maar dit..” hij wijst naar de appels per vier in het doosje plus plastic verpakking, “zal ik dus nooit kopen. Plastic is in principe een restproduct van benzine voor auto’s. Het is er dus gewoon. Maar als verpakkingsmateriaal belandt het vaak niet op de goede plek. Terwijl je er zo veel meer mee kunt doen: bouw er plastic auto’s van, of schepen.”

Google glass

Hij duwt zijn karretje verder, van de groenteafdeling naar de pasta’s en de sauzen. “Op e-nummers let ik niet zo. Als ik dat ook nog in de gaten moet houden, raak ik door de bomen het bos een beetje kwijt. Niet alle e-nummers zijn slecht voor je, dus dan moet je zóveel huiswerk doen, daar begin ik niet aan.” Hij glimlacht bij een idee wat hem kan helpen: “Ik hoop echt dat ik nog eens kan winkelen met een google-glass. Daar zou ik dan de analyse van een betrouwbare organisatie op inladen, zodat er rode waarschuwingen oplichten als je op het punt staat een product te kopen dat volgens die club slecht is. Lijkt me ideaal.”

“Het is een mythe, die vrije markt.”

Eelco wijst naar een grote, glazen pot met rode saus. “Deze puur&eerlijk tomatensaus is bij ons thuis favoriet. Hij is biologisch, dus er zijn geen gifstoffen op de tomaten gespoten.” In hetzelfde schap staan ook blikjes biologische tomatenblokjes, maar die laat hij staan. “Blik is echt rommel. Zowel de productie ervan als het afval is ontzettend vervuilend. Glas of karton, dat maakt niet zoveel uit, maar blik is gewoon heel slecht te verwerken.”

Even verderop ligt het vlees. Gevogelte aan de ene kant, rood vlees aan de andere kant van het schap. “Als je vlees wilt kopen, is gevogelte nog altijd de beste keuze. Je hebt voor één kilo kip misschien twee kilo voer nodig. Terwijl je voor één kilo koe wel zo’n acht kilo voer nodig hebt. Maar nog beter is het om te minderen. De opkomst van vleeseters in de wereld moeten we compenseren met vleesminderaars in de vleesetende landen, het Westen. Heel simpel: we eten gewoon twee keer per week vlees. Vroeger wel zes keer.”

Om het ingewikkeld te maken, ligt er kip in vier categorieën: biologisch, scharrelkip, kip zonder label en de supergoedkope: vier euro voor vier kilo. Officieel is de kiloknaller verboden, maar dit komt toch aardig in de buurt. “Wat er verboden is, zijn de meest extreme vormen van ophokken. Maar alsnog is dit veel te goedkoop vlees. Dit grote pak met filé hier… die kip heeft echt geen leuk leven gehad. Je hebt filmpjes op internet waarin je ziet hoe die kippen leven, in een paar weken tijd moeten ze alweer zoveel kilo wegen. Ze kunnen bijna niet op hun eigen poten staan, omdat ze helemaal niet goed zijn doorgegroeid. Ze worden min of meer volgepropt. En ze zijn ook vaak ziek en hebben dus veel antibiotica nodig. Overmatig antibioticagebruik is schadelijk, omdat bacteriën er resistent tegen kunnen worden. Dat is een bedreiging voor de volksgezondheid.”

“Het heeft dus zin om bij in je eigen supermarkt te gaan zeuren om meer eerlijk voedsel”

Oke, de biologische kip is dus de beste. Direct stukken duurder, maar dan weet je ook gelijk dat al het veevoer biologisch is verbouwd. Maar is dat wel zoveel beter? Want die biologische landbouw… dat levert toch veel minder op per hectare? Dan is er dus veel meer grond voor nodig. “Dat is inderdaad een veelgehoord kritiekpunt. Maar de standaard productiemethode is gewoon heel erg vervuilend en die is niet per se nodig voor die hoge opbrengst per hectare. Met de juiste techniek kun je schoon produceren, met een hoge opbrengst. Dat is een soort tussenvorm, niet regulier, niet strikt biologisch, maar wel schoon. Daar ligt de toekomst. Bijvoorbeeld ‘Integrated Pest Management’, heel gedoseerd gebruik van pesticiden, alleen als het echt niet anders kan. Of superefficiënte kassen waarin je efficiënt met water kunt omgaan en weinig gifstoffen hoeft te spuiten omdat er minder ziektes binnenkomen. Er wordt zelfs beweerd dat je met een ruimte zo groot als een gymzaal heel Eindhoven kunt voeden.”

Zeuren bij de supermarkt

Aan het assortiment is duidelijk te merken dat deze Albert Heijn in Amsterdam staat, een stad die vooroploopt in de duurzame trend. Zelfs de pompoenen zijn biologisch. “Dit is een stad waar veel mensen wonen die het leuk vinden om biologische en fairtrade producten te kopen. De supermarkt speelt daar wel degelijk op in. Het heeft dus zin om bij in je eigen supermarkt te gaan zeuren om meer eerlijk voedsel.” En dat is hard nodig, vindt hij. Want bijna alles waar geen keurmerk op staat is unfair. Het probleem zit volgens hem in het geloof in de vrije markt, waar we ons van moeten bekeren. “Het is een mythe, die vrije markt. Boeren krijgen ontzettend weinig betaald per kilo. En niet alleen in de ‘vage’ landen. Vraag maar eens een Hollandse boer of hij het makkelijk heeft. Het probleem zit in de onderhandelingen. Er zijn ontzettend veel boeren en maar een paar bedrijven die hun product kopen. Die afnemers hebben zoveel macht, dat ze de boeren kunnen uitbuiten. Als boer A weigert om zijn product voor een te lage prijs te verkopen, gaat de afnemer gewoon naar boer B. Terwijl boer A niet opeens iets anders kan verbouwen. Hij moet dus wel, want de leverancier van het landbouwgif moet hij nog afbetalen met de opbrengst. En als het land waar hij woont geen fatsoenlijke faillissementsregeling heeft, staat hij al helemaal met zijn rug tegen de muur.”

“Zuid-Afrikaanse wijn, daar zal ik me niet snel aan wagen”

Niet alleen de tussenhandelaar, ook de supermarkt heeft een te grote machtspositie. Hoewel hij midden op het gangpad staat in deze krappe Albert Heijn, vertelt Eelco luid en duidelijk wat hij van de gang van zaken vindt. “Ik ben een keer bij de onderhandelingen van Albert Heijn geweest. Nouja, onderhandelingen… Het ging zo: AH zei doodleuk tegen de leverancier: je maakt al verlies, maar je moet nog meer verlies maken om bij ons in de schappen te mogen liggen. Als je niet in de Albert Heijn ligt, mis je vijfendertig procent van de markt en verlies je als merk je status. Die leverancier had geen keus. Zo zit die ‘vrije markt’ dus in elkaar.”

Ondanks de harde onderhandelingen, krijgt Albert Heijn ook credits. “Ze maken aardig wat reclame voor puur &eerlijk en leggen het duidelijk zichtbaar in de schappen, klasse.” Dat blijkt als Eelco zijn karretje verder duwt richting koffieafdeling. Het is even zoeken tussen het enorme aanbod cups, pads en potten oplos, maar dan staat hij stil bij de degelijke filterkoffie. Op alle pakken van Perla, het huismerk, staat keurig het UTZ-logo. Eelco legt uit: “Bij fairtrade krijgt de boer meer per kilo. Bij UTZ werkt het anders, daarbij krijgt de boer kennis om de opbrengst per hectare te vergroten. Dat is sympathiek, maar helaas ook beperkt. Want op de lange termijn zal door het hogere aanbod de prijs ook weer gewoon dalen. Het zit ‘m dus nog steeds in die beroerde onderhandelingspositie van de boer.”

Verkade

Als hij langs het snoepschap loopt, komt hij een mooi voorbeeld tegen van een bedrijf dat het voortouw nam in fairtrade. “Ik vind Verkade echt zó stoer”, zegt hij met een blik op de chocoladerepen. “Die zijn gewoon als eerste grote merk overgegaan op fairtrade, geweldig. Zij zijn ook onze grootste partner in het convenant voor chocolade; de afspraak dat binnen een aantal jaar tachtig procent van de bedrijven naar fairtrade gaat en later zelfs honderd procent.” En de effecten daarvan beginnen al zichtbaar te worden. Côte d’Or heeft sinds kort een groen kikkertje, het rainforest-alliancekeurmerk. “Dat heeft aardig lang geduurd, maar ze zijn nu toch zover. Mooi.” En opeens roept hij enthousiast: “Ha, wat lache, Mars heeft nu ook UTZ!” Dan moet Eelco even ruimte maken voor een meisje dat een plak chocola uit het schap wil pakken. Haar hand reikt naar voren, blijft daar een seconde hangen en gaat dan omhoog. Daar pakt ze een plak puur&eerlijk. “Je ziet het gebeuren he? De verwarring, de twijfel. Maar blijkbaar is ze er toch gevoelig voor.”

Een rij verderop komt hij bij de frisdrankenafdeling. Erg vrolijk wordt hij er niet van. “Tja, dat is allemaal water met een hoop suiker en nog een hele berg andere toevoegingen.” Frisdrank is niet alleen ongezond, het is meestal ook unfair. “Op de suikerplantages is heel veel te winnen, die zijn the next issue. Bij Coca-Cola moet echt wat gebeuren. Ze voelen de bui wel hangen, maar ze stellen het natuurlijk zo lang mogelijk uit. Fairtrade cola is een gat in de markt.”

Frisdrank laat hij voor wat het is, een goede wijn wil hij nog wel uitkiezen. Helaas staat in deze Albert Heijn nog geen fairtrade wijn, gelukkig wel biologische. “Druiven zijn erg snel ziek, dus er wordt heel veel gespoten. Fairtrade is vooral interessant als de wijn uit minder blije landen komt. Een Franse boer zal niet zo snel doodgaan door armoede. Dat kan in Chili misschien wel gebeuren, in Zuid-Afrika al helemaal. Zuid-Afrikaanse wijn, daar zal ik me niet snel aan wagen.” Hij pakt een grote fles witte wijn uit het schap en leest het etiket. “Over de boer van deze wijn maak ik me oprecht zorgen.”

Als laatste, vlak voor de kassa, loopt hij langs de diepvriesvakken. Daar liggen de goedkoopste vis- en vleesproducten. De AH-basic kip-saté voor vijfendertig cent is geliefd onder studenten. “Klopt, dat at ik toen ook. Maar hierbij weet je wel zeker dat het plofkip is, met een heleboel water.” Een paar vriesvakken verderop ligt vis. Met en zonder keurmerk. “MSC-vis is echt tienduizend keer beter dan niet-MSC. Dat keurmerk is ontstaan om over tien jaar nog steeds vis te kunnen verkopen. Maar daarmee zijn de problemen nog niet opgelost.” Er liggen vier stuks pangasiusfilét voor tweevijftig. De visboer zou in zijn broek plassen als hij het ziet. “Het is waarschijnlijk kweekvis, dat is op zichzelf niet zo erg. Het kweken van vis is heel duurzaam, mits je het goed doet. Je kunt heel gecontroleerd vis ‘produceren’. Dat is hetzelfde verhaal als bij die gymzaalkas. Maar het kan bij kweekvis ook heel erg misgaan: er kan sprake zijn van dierenleed, overmatig antibioticagebruik, etcetera. Maar als het goed gaat, is kweekvis veel beter dan vis uit de oceaan.”

Het wordt er niet eenvoudiger op, maar bewust kiezen heeft effect, weet Eelco. Supermarkten moeten wel mee met de wensen van de consument. Eenmaal buiten steekt hij nog even de loftrompet over de ketens die het in zijn ogen goed doen. “Als je in de lage prijsklasse boodschappen doet, ga dan naar Lidl in plaats van de Aldi. Lidl heeft namelijk ook een duurzame lijn, de fair-globelijn. Onder de gewone supermarkten is Jumbo wel echt de kampioen. Die heeft simpelweg van de meeste producten een fairtrade of biologische variant. ”

 

De labels op een rijtje

Fairtrade/Max Havelaar: de boer krijgt een eerlijke prijs voor zijn product, met een langetermijncontract.

UTZ: de boer leert om de opbrengst van zijn land te verhogen.

Rainforest alliance: ‘een beetje fair en een beetje schoon’

Biologisch: geen gebruik van antibiotica of gifstoffen in het gehele productieproces

Puur&eerlijk(AH)/fair globe(Lidl): een lijn die aangeeft dat er ‘iets’ goed is aan het product: schoner of eerlijker. De keurmerken staan er altijd nog onder aangegeven.

EKO: een keurmerk wat laat zien dat een product biologisch is en gemaakt is door een bedrijf dat zich inzet voor duurzaamheid.

Wie is Eelco Fortuijn?

Oprichter en directeur policy & advocacy van Fairfood international. Een organisatie die zich inzet voor eerlijk en duurzaam geproduceerd voedsel. Dat doet de organisatie door onderzoek te doen naar kwetsbare mensen in de voedselindustrie, door contact te leggen met bedrijven om de problemen aan te pakken, het publieke bewustzijn te vergroten en de lokale partners te helpen hun capaciteit te vergroten. www.fairfood.org

Eelco richtte ook de kledingchecker op, een (mobile) website die je vertelt welke kledingmerken onder duurzame en eerlijke omstandigheden zijn geproduceerd. www.goedewaar.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *