Veel christenen roepen luidkeels hoe kwalijk abortus is en hoe mooi het leven van iemand met een beperking kan zijn. Maar, zo vraagt Hanna Blom zich af, waar blijft hun betrokkenheid als een gehandicapt kind geboren wordt?

tekst Hanna Blom-Yoo

Ik tel meer dan tien treden. Dat is schrikken. Het gebouw waar onze kerkelijke gemeente naar toe verhuist, is niet rolstoeltoegankelijk. Er is maar één ingang en iedereen moet het gebouw dus betreden via die hoge trap. Onze dochter Jasmijn, die vanwege een meervoudige beperking in een rolstoel zit, kan dus niet zomaar naar binnen. Een oplossing wordt gevonden: er komt een belrooster. Als we bellen dat we voor de deur staan, komen er twee of drie mensen naar beneden en die tillen Jasmijn en haar rolstoel naar boven.

Onze kerk heeft ons en Jasmijn vanaf de zwangerschap ondersteund en ons met open armen ontvangen. Maar ondanks die goede wil verdween in al het enthousiasme over het nieuwe gebouw zo’n belangrijke randvoorwaarde als rolstoeltoegankelijkheid naar de achtergrond. Er werd niet over nagedacht. Het zit nog niet in het systeem van de Nederlandse samenleving dat alle facetten van het leven toegankelijk moeten zijn voor iedereen, dus ook voor mensen met een beperking. Dat geldt voor fysieke gebouwen, maar ook voor informatie, werk en hobby’s.

Hoe vaak heb je meewarig gekeken naar die kwijlende verstandelijk gehandicapte, in plaats van hem een hand of een knuffel te geven?

In de discussie over prenatale onderzoeken tonen christenen zich pleitbezorger voor mensen met een beperking. Ook hun leven heeft waarde; sterker nog, vaak kunnen we veel van hen leren. Dat geluid verdient zeker een plek in het debat, maar het kan niet op zichzelf staan. Want bemoeienis met een gehandicapt kind is niet klaar zodra het kind geboren is en er dus ook geen abortus meer gepleegd kan worden. Het leven begint dan pas. Want ook gehandicapte mensen en hun naasten willen erbij horen; zij willen een arm over hun schouder als ze het moeilijk hebben, een bemoedigend woord als ze het even niet zien zitten en een warme gemeenschap om zich heen die klaar staat om hulp en liefde te geven.

Knuffel

Hoe vaak heb je meewarig gekeken naar die kwijlende verstandelijk gehandicapte, in plaats van hem een hand of een knuffel te geven? En is de website van je kerk wel goed te openen door mensen met een visuele beperking? Veel mensen zetten zich tegenwoordig – terecht – in voor vluchtelingen, maar wie zet zich in voor de gehandicaptenopvang in de buurt? Vaak blijven gehandicapten toch op een afstand staan, terwijl ze zeker in onze buurt zijn. Zeggen dat iemand welkom is, is niet zo moeilijk, maar dat waarmaken is een ander verhaal.

Voor veel praktische problemen is gelukkig een oplossing, waardoor anderen zich soms afvragen waar die ouders van dat gehandicapte kind nu weer over zeuren. De rolstoel kan toch gewoon naar binnen getild worden, al dan niet met hulp van omstanders? Het verschil tussen een gehandicapt kind en een gezond kind is dat een gehandicapt kind en zijn of haar ouders altijd afhankelijk zullen blijven van hulp van anderen.

Het moeilijk kunnen binnentreden van het kerkgebouw is dan slechts een van de vele problemen. Ga maar na: door de vertraging met het OV kan de rolstoel niet op tijd de volgende aansluiting halen, door problemen met de uitbetaling van de zorggelden moet er wekelijks aan de lijn gehangen worden met de Sociale Verzekeringsbank, op het werk kunnen problemen ontstaan omdat er (te veel) zorgverlof opgenomen moet worden, de zorgverzekering weigert een aangepast bed te vergoeden omdat dat nu eenmaal zo in de kleine lettertjes staat en vanwege veelvuldige ziekenhuisopnames van het kind kunnen ouders overspannen raken.

Moeilijke kanten

Vaak zien mensen maar één kant van het verhaal, waardoor ze denken dat het wel meevalt om voor een gehandicapt kind te zorgen. Nu is het ook zo dat er in Nederland ontzettend veel voorzieningen zijn voor (ouders van) gehandicapte kinderen. Maar om de voorzieningen te krijgen waar je recht op hebt, moet er vaak een lange strijd gevoerd worden. Ook zijn de voorzieningen lang niet altijd toereikend voor elke situatie. Verder hebben ouders weinig energie, doordat ze al de zorg hebben voor een gehandicapt kind. Laat staan dat ze energie over hebben voor bijkomende problemen. Er is dus veel in het leven van een gezin met een gehandicapt kind dat verborgen blijft.

Daarom is het essentieel dat ouders van gehandicapte kinderen eerlijk hun verhaal vertellen: over zowel de mooie als de moeilijke kanten. Over de dingen die je hebt moeten opgeven en over de onverwachte geschenken die je krijgt. Ook aanstaande ouders van een gehandicapt kind zouden veel kunnen hebben aan zulke verhalen. Als ouders te horen krijgen dat hun kindje een afwijking heeft, dan zakt de grond onder hun voeten weg. Gaat het kindje het wel redden en zal het veel moeten lijden? Ze weten niet of ze de zorg voor het kind wel aankunnen, of ze nog hun werk kunnen blijven doen en ze zijn bang dat deze zware taak hun relatie onder druk zal zetten. We kunnen niet in de toekomst kijken van het gehandicapte kind, maar andere ouders die deze worstelingen herkennen, kunnen wel hun verhaal daarover vertellen. En soms zijn die vragen al beantwoord in hun eigen leven en dat van hun gehandicapte kind. Het leven met een gehandicapt kind is een leven dat zeker de moeite waard is. Dit te beseffen geeft de ouders hopelijk moed en kracht om bewust te blijven kiezen voor dit leven.

Hanna Blom-Yoo is theoloog. Samen met haar man Rienk heeft ze drie dochters. De oudste, Jasmijn van bijna zes jaar, heeft het Wolf Hirschhorn Syndroom, waardoor ze ernstig meervoudig beperkt is en kampt met epilepsie.

 

2 thoughts on “Christelijk ‘nee’ tegen abortus klinkt veel te makkelijk

  1. Prachtig geschreven, Hanna. Het is absoluut waar. ‘Wij’ de christenen, vinden dat abortus niet kan. Maar wat doen we vervolgens? Food for thought..

  2. Het is zoals je schrijft. Het allermeest ben ik teleurgesteld in ‘de Christenen’ en nog steeds doet me dat veel pijn. Je mag er een Christen ook liever niet op aanspreken bv dit is toch een bijbelgetrouwe school of het gaat toch juist om de naastenliefde …..
    De uitspraak die ik altijd nogal simpel en dom vond klinken vroeger van ‘ze zitten wel vooraan in de kerk maar daarmee houdt het dan ook wel op’ huldig ik nu zelf. Ik heb er zovele ontmoet.
    Zoveel verdriet gehad.
    Hoe Christelijker hoe harder.
    Eigenlijk kan je vrijwel nergens uitrusten of schuilen. Mijn geloof ben ik gelukkig niet verloren maar ik heb bijna een afkeer van elke vorm van (schijn)heiligheid gekregen.
    Maar ik weet dat God in ieder mens schuilt en daarom komen we Hem wel tegen …………… in mensen die ‘geen Christen’ zijn maar het WEL snappen. Dat maakt onze harten dan weer warm.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *