Nooit in de geschiedenis was het lijden van christenen wereldwijd zo bitter. Desondanks, zeggen pleitbezorgers, neemt de internationale gemeenschap vervolging van religieuze groeperingen niet serieus genoeg. ‘Het Westen heeft stelselmatig gefaald.’

Zelfs onder de gruwelpraktijken waarmee het Romeinse Rijk de zweep legde over het nog jonge christendom waren christenen beter af dan vandaag. Dat klinkt sterk, maar er kwamen dit jaar al drie onderzoeksrapporten uit die juist deze boodschap schragen.

De Jaarlijkse Rapportage aangaande Mensenrechten en Democratie in de Wereld van het Europees Parlement, bijvoorbeeld. Deze stelt dat christenen vandaag de dag wereldwijd de meest onderdrukte religieuze groepering vormen. Het zwaartepunt van dit leed ligt in Azië, Afrika en het Midden-Oosten, waar het vaak levensgevaarlijk is om christen te zijn of te worden. Maar ook in Europa gaan christenen niet aan onderdrukking voorbij, zeggen de rapporteurs; “vluchtelingen hebben in Europa stelselmatig met onderdrukking te kampen”, aldus het rapport. Duitsland valt daarbij in negatieve zin op. Aartsbisschop Ludwig Schik liet in gesprek met de Frankfurter Algemeine weten dat er in 2017 honderd aanvallen tegen christenen werden gerapporteerd; één ervan met een dodelijke afloop.

 

Ook Open Doors zag in 2017 een wereldwijde toename van het geweld tegen christenen. De organisatie constateert dat christenen in Azië lijden aan religieus nationalisme en dat IS in het Midden-Oosten weliswaar is verslagen, maar dat de beweging groeit. Net als de rapporteurs van het Europees Parlement signaleert ook Open Doors dat een aantal van de oudste christelijke gemeenschappen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika dreigt te verdwijnen.

 

In één bisdom werden in vijf jaar tijd 988 mensen gedood, 2712 huizen verwoest en 20 kerken vernietigd

 

Het derde rapport is dat van Aid to the Church in Need (ACN) dat eind vorig verscheen. De organisatie deed twee jaar lang onderzoek in dertien landen: China, Egypte, Eritrea, India, Iran, Irak, Nigeria, Noord-Korea, Pakistan, Saudi-Arabië, Sudan, Syrië en Turkije. In al die landen, zo schreven we ook vorige maand, verslechterde het lot van christenen. Behalve in Saudi-Arabië, omdat het er daar eenvoudigweg niet slechter op kon worden. De lijst van wandaden is lang en huiveringwekkend; van opsluiting, executie en vernietiging van kerken tot gedwongen abortussen, ophanging en kruisiging van christenen. De cijfers zijn schokkend. In één bisdom, dat van Kafanchan in Nigeria, werden in vijf jaar tijd 988 mensen gedood, 2712 huizen verwoest en 20 kerken vernietigd.

IJdele hoop
De grote vraag die veel activisten en organisaties al geruime tijd bezighoudt: waarom onderneemt de internationale gemeenschap zo weinig actie? Eén van hen is de Britse mensenrechtenadvocaat en journalist Ewelina Ochab, ze schrijft er bijna wekelijks over als blogger voor het Amerikaanse tijdschrift Forbes en online nieuwsmedium The Huffington Post. “Toen de IS-genocide in 2014 losbarstte, was er hoop dat de wandaden tegen religieuze groeperingen, met name die tegen religieuze minderheden, eindelijk de aandacht zouden krijgen die ze verdienen. Maar dat bleek, na verloop van tijd, ijdele hoop.”

Ochab stelt in Forbes dat vervolging van christenen en andere religieuze groeperingen onvoldoende serieus wordt genomen. Religieuze vervolging wordt door de internationale gemeenschap als een “sub-kwestie” beschouwd, altijd in relatie tot een groter probleem, en niet als een dossier op zichzelf. Typerend is volgens Ochab een relatief nieuwe screeningstool van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties UNHCR waarmee landen kunnen bepalen hoe kwetsbaar individuen zijn in hun land van herkomst, zo schrijft ze in de Huffington Post. “Hierin zijn minderjarigheid, gender, genderidentiteit, seksuele geaardheid, veiligheid, gezondheid en welvaart als ‘kwetsbaarheidsdomeinen’ geïdentificeerd en sinds kort is daar ‘anders’ aan toegevoegd.” Echter, de handleiding geeft geen handvatten ten aanzien van overlevenden van genocidale praktijken of religieuze vervolging. “Deze screening tool, maar ook soortgelijke richtlijnen, slagen er niet in te onderkennen dat geloofsovertuiging in landen als Syrië, Irak en andere delen van het Midden-Oosten gelijkstaat aan identiteit.” Het is voor hen niet los van elkaar te zien. Dat verklaart volgens Ochab ook mede waarom yezidi’s en christenen stelselmatig weigerden zich tot de islam te bekeren. “Wie zijn geloof afzweert, verliest niet alleen de verbondenheid met z’n sociale netwerk, maar ook zijn identiteit.” Volgens Ochab wordt dit aspect in de westerse wereld, waar religie grotendeels uit de publieke ruimte is verbannen, maar nauwelijks begrepen.

tekst Felix de Fijter beeld AP

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *