Christus is als een glasscherf in je darmen. Christian Wimans weg tot een nieuw geloof is intens en volgt een geheel eigen route. Tjerk de Reus stelt vier vragen bij zijn Mijn heldere afgrond.

1. Waar ligt de schrijver wakker van?

Het klinkt een beetje cru, maar Christian Wiman (1966), schrijver van het boek Mijn heldere afgrond, heeft vermoedelijk vooral van pijn wakker gelegen – letterlijke pijn – vanwege een zeldzame vorm van beenmergkanker waaraan hij lijdt. In Amerika is Wiman een bekende dichter, in Nederland heeft hij nog nauwelijks naam gemaakt. Hoewel, een kleine kring van hartstochtelijke lezers kreeg zo’n twee jaar geleden Wimans boek (Engelse titel: My Bright Abyss) in beeld. Het is geen gedichtenbundel, wel een verzameling religieus-literaire teksten, vaak autobiografisch gekleurd, waarschijnlijk niet beter samen te vatten dan als ‘overpeinzingen van een moderne gelovige’, zoals de ondertitel van de Nederlandse vertaling luidt. Hier en daar waren dan ook al Nederlandse reacties te lezen op de oorspronkelijke Amerikaanse uitgave. Bijvoorbeeld in het christelijke literaire tijdschrift Liter, en ook op de website van de IZB, waar studiesecretaris Kees van Ekris zich diep onder de indruk toont van de levensbeschouwelijke route die Wiman volgde: van het Pinkstergeloof in zijn jeugd via atheïsme naar een nieuwe geloofsoriëntatie. Van Ekris schrijft dat Wimans boek je dichter brengt bij het ‘fascinerende gebeuren’ dat seculiere mensen, ‘die niet teruggedeinsd zijn voor de secularisatie maar er volledig in zijn ondergegaan, Christus ontdekken. Niet door terug te keren naar hun pre-seculiere leven, maar door midden in het vacuüm Hem gewaar te worden.’

2. Wat verrast in dit boek?

Eerlijk gezegd verrast bijna alles. Niet omdat Wiman louter ongehoorde inzichten ten beste geeft, maar wel omdat hij met een eigenzinnige puntigheid formuleert en omdat bij hem een kritisch inzicht in de eerste plaats op zichzelf slaat. Dit geldt ook voor het besef dat je soms existentieel door elkaar geschud moet worden om bereid te zijn Gods stem een kans te geven in je leven. Bij Wiman speelde zijn ziekte een duidelijke rol, toen hij begon met bidden en een kerk binnenstapte. Er is sowieso al een ‘heuse schok’ nodig om ons los te wrikken uit de gebaande paden van ons leven en denken, legt Wiman uit. Hoe groot moet ‘de urgentie dan wel niet zijn, hoe elementair onze angst, om het hart los te schudden uit zijn routine en zijn ruïne?’ Gods stem is er altijd in ons leven, gelooft Wiman, maar ‘voor sommigen van ons is er verschrikking en pijn voor nodig om hem te kunnen horen.’ Overigens was naast zijn ziekte de opbloeiende liefde tussen hem en zijn toekomstige vrouw minstens zo belangrijk. Hij besefte dat er iets veel groters wakker werd in de wonderbaarlijke liefde die hij ervoer.

3. Wie schrikt van dit boek?

Als je vooral houdt van boeken die een duidelijke opbouw hebben en een antwoord geven op een welomschreven vraag – dan is Mijn heldere afgrond waarschijnlijk niets voor je. Wiman zadelt je geregeld op met een vraag waarop een-twee-drie geen antwoord te vinden is, en waarvan je toch beseft: hier wordt de kern geraakt. Maar dit boek serveert niet alleen vragen, het biedt ook tal van stekelige inzichten. De spiritualiteit die Wiman omcirkelt, is er één met scherpe randjes. Er zijn momenten, schrijft hij, dat je van de sokken wordt geblazen door God, die je zelfgenoegzaamheid en je fijnbesnaarde hobbyisme rond het goddelijke mysterie ontmaskert en dan zegt: ‘sodemieter op met je mysterie, ga wat doen.’ Het gaat om het leven, noteert Wiman keer op keer, niet om een vlucht in verre hemelstreken. God presenteert zich in deze werkelijkheid en het geloof zoekt het in het hier en nu, om daar de hemelse dimensie gewaar te worden. En als je ‘het mysterie van de genade’ ervaart, is er niet alleen een besef van vreugde en hoop, maar krijgt ook de ‘omarming’ van je verleden een kans. Wiman bedoelt hier dat je je leven als eenheid aanvaardt: ‘dat je een schepsel wordt dat geschapen is voor en toegesneden op het bestaan, meer dan dat je als een desperaat, gefragmenteerd mens tegen het bestaan in gaat of er voor altijd net buiten gevangen bent.’

4. Heeft de schrijver blinde vlekken?

Dit boek is niet immuun voor kritiek, maar toch ligt het niet voor de hand om over ‘blinde vlekken’ te beginnen. Wiman is een zeer intense denker en dichter die de weg naar het christendom heeft gevonden en wat dit betreft zijn eigen route volgt. Je krijgt al lezend vaker het besef dat bij jouzelf een blinde vlek bestaat dan in de betoogjes en overpeinzingen van Wiman. Of het boek op het niveau staat van de Pensées van Blaise Pascal, zoals de enthousiaste vertaler Willem Jan Otten beweert, moet de toekomst uitwijzen. Voorlopig kunnen we mediteren, schrikken en lachen bij het lezen van Wimans boek, zoals bij het verhaal dat hij ergens in het zonnetje zat te lunchen toen er een smerige zwerver op hem afkwam met uitgestrekte handen. Hij gaf hem zijn brood en ‘sloeg op de vlucht’. Naderhand realiseert hij zich dat Christus ‘een glasscherf in je darmen’ is: ‘Christus is God die “hier ben ik” roept, en hier niet alleen in wat je verheft en vervult en je optilt, maar hier, in wat je schokt, beledigt, en je vernedert, hier, in alles precies datgene activeert en prikkelt, wat je niet-God zou willen noemen.’

Christian Wiman, Mijn heldere afgrond. Overpeinzingen van een moderne gelovige, vertaald door Willem Jan Otten, uitgeverij Brandaan, € 19,95

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *