tekst Willem Maarten Dekker

Corona regeert. Op het moment dat ik dit schrijf, heeft de overheid net een avondklok aangekondigd. Vorige week heeft de Protestantse Kerk haar gemeenten dringend geadviseerd niet meer te zingen in de zondagse diensten, ook niet door enkele voorzangers. De vraag dringt zich steeds meer op: waar ligt de grens? Hoeveel schade mogen we de samenleving en de kerk met onze maatregelen toebrengen? Ik beperk mij tot de kerk.

Het is evident dat deze crisis de zwakke christenheid van Nederland beschadigt. Hoe groot deze schade is, valt nu moeilijk te zeggen, maar in een tijd waarin het geloof al zo geïndividualiseerd was, waarin mensen het al zo moeilijk vonden om erbij te blijven, kan iedereen bedenken dat de kerk dit er eigenlijk niet meer bij kan hebben. Het zou mij niet verbazen als deze crisis voor een aantal gemeenten de genadeklap is. 

Waar ligt de grens? Hoeveel schade mogen we de samenleving en de kerk met onze maatregelen toebrengen?

Daarom is het voor de kerk de vraag hoeveel schade zij zichzelf mag aandoen in deze crisis. Strikt genomen wordt de kerk nu niet beschadigd door het virus zelf. Vanwege de scheiding van kerk en staat wordt de kerk ook niet beschadigd door de maatregelen van de overheid. Het zijn de besluiten van de kerkleiding zelf die de schade toebrengen. Wij hebben als plaatselijke kerkenraad niet alle, maar wel de meeste van hun adviezen overgenomen. Tot nu toe konden we dat doen vanuit de hoop dat deze crisis weliswaar wat langer duurt dan gedacht, maar toch betrekkelijk spoedig voorbij zal zijn. Maar wat als dat niet het geval blijkt? Wat als we ook Pasen en Pinksteren opnieuw in tijden van corona moeten vieren? Wat als het coronavirus gevolgd wordt door een ander nieuw virus – iets wat geenszins ondenkbaar is. Dan komt er toch een moment waarop de kerkleiding zal moeten bepalen hoeveel schade het kerkelijk leven mag lijden.

Mijns inziens moeten dan de adviezen over de erediensten heroverwogen worden. In ieder geval moet men dan theologisch gaan denken over de vraag wanneer er nog sprake is van een kerkdienst, en wat deelnemen aan een eredienst is, en in hoeverre wij als kerk de eenvoudige plicht hebben om samen te komen. Het advies om in het geheel niet meer te zingen in de dienst suggereert bijvoorbeeld dat zonder zang de kerkdienst nog steeds een kerkdienst is. Ik waag dat te betwijfelen. Volgens de katholieke leer kan het ambt ook zonder gemeente een volwaardige mis opvoeren. Volgens de Reformatie is er alleen een kerkdienst als de ambten én de gemeente er zijn. De noodzaak van de aanwezigheid van de gemeente wordt uitgedrukt in de gemeentezang. Als de gemeente, of een vertegenwoordiging van de gemeente, niet meer zélf zingt, dan is er geen sprake van een eredienst. Dan is de vraag: wie of wat geeft de kerkleiding het recht om te adviseren de eredienst tijdelijk op te heffen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *