Home>Algemeen>Darwin heeft een punt en God is zijn schepper

Darwin heeft een punt en God is zijn schepper

Christelijk geloof en evolutietheorie zijn niet strijdig, vindt Gijsbert van den Brink. Zijn boek En de aarde bracht voort zal zijn ‘tegenstanders’ onrustig maken, want hij komt hen dicht op de huid.

In het grootste deel van de Nederlandse kerken noemt men het gesprek over schepping en evolutie een achterhaalde discussie. Immers: die twee gaan toch prima samen? In de meer orthodoxe kerken en in evangelische kring, zeg de achterban van het Reformatorisch Dagblad en de Evangelische Omroep, bekijkt men het debat vanuit een heel ander vertrekpunt: wie de evolutietheorie aanvaardt, pleegt verraad aan de heilige Schrift en is niet langer ‘bijbelgetrouw’. Deze geladen atmosfeer maakt de missie van Gijsbert van den Brink, hoogleraar aan de Vrije Universiteit, best lastig. “De discussie wordt vergiftigd door polarisatie, over en weer”, zegt hij. “Je wordt al snel verdacht gemaakt in de kerkelijke orthodoxie als je evolutie serieus wilt nemen. Het blijkt lastig echt met elkaar in gesprek te raken.”

Je wordt al snel verdacht gemaakt in de kerkelijke orthodoxie als je evolutie serieus wilt nemen

Zelf bewandelt Van den Brink een andere route. In zijn net verschenen boek En de aarde bracht voort vraagt hij zich hardop af: wat betekent de evolutietheorie, gesteld dat die klopt, voor het christelijk geloof? Hij gaat nauwkeurig in op vragen als: Kunnen we niet meer geloven in Gods leiding als we ‘natuurlijke selectie’ aanvaarden, op basis van toevallige mutaties? Als Genesis een symbolisch verhaal is, is er dan ook geen ‘historische Adam’ en ook geen ‘historische zondeval’? En als we gemeenschappelijke voorouders hebben met de apen, zijn wij mensen dan nog wel uniek? Theologisch gezegd: zijn we dan nog wel ‘beelddragers Gods’? De manier waarop Van den Brink dit heeft uitgewerkt, is zonder meer uniek. Er bestaat in het Nederlandse taalgebied geen boek dat op een vergelijkbare manier de essentiële vragen stelt en die vervolgens uiterst geduldig en ook evenwichtig van een antwoord voorziet.

De Nieuwe Koers proberen? Sluit hier een proefabonnement af: drie nummers voor €10,-

Van den Brink toont zich het hele boek door loyaal aan de orthodox-christelijke, gereformeerde theologie. “Daar ligt ook echt mijn loyaliteit”, benadrukt hij. “De gereformeerde geloofstraditie is mij dierbaar, en ik zie het als mijn missie om mij als gereformeerd theoloog te verantwoorden met het oog op de in onze tijd zeer dominante visie op het ontstaan van mens en wereld.” Dat hij dit zo nauwgezet doet, op zo’n driehonderdvijftig zeer doorwrochte maar zeker ook helder geschreven pagina’s, komt mede voort uit gedrevenheid om het gesprek te zoeken, en zich te verantwoorden. “Goede relaties zijn van groot belang”, vindt Van den Brink. “Dat houdt in: goed naar elkaar luisteren. Als ik wil dat mijn werk zoden aan de dijk zet, moet ik geen bruggen ophalen, en mij zeker niet laten wegzetten in het kamp van de vrijzinnigheid.”

Een zwaarwegend punt in de discussie is de letterlijke lezing van de eerste hoofdstukken van Genesis. U zegt: we moeten dit ‘perspectivisch’ lezen. Wat is dat?
“Het gaat erom dat je bij het lezen van de Bijbel onderscheid maakt tussen wat ons inhoudelijk gezegd wordt, dus als boodschap, en het wereldbeeld waarin die boodschap is gevat. Allerlei elementen in Bijbelpassages laten zien welk wereldbeeld mensen toentertijd hadden. Daarvan moet je je afvragen in hoeverre ze de kern van de boodschap raken. Zo kom je in Genesis het idee tegen dat de wereld uit drie ‘lagen’ bestaat: het hemelgewelf, de aarde en het onderaardse. Zo zien wij dat vandaag niet meer, en dat is ook geen probleem, want we richten ons op de strekking van Bijbelgedeeltes waarin dit wereldbeeld ter sprake komt. Perspectivisch Bijbellezen betekent dat je beseft: God heeft zich in zijn openbaring aangepast aan het oud-Oosterse wereldbeeld. In hun context hebben de bijbelschrijvers Gods boodschap ontvangen, en dat merk je in de teksten die zij schreven. Op basis hiervan kun je onderscheid maken tussen het theologische perspectief, dus de inhoudelijke boodschap, en de vorm waarin het tot ons komt.”

God heeft zich in zijn openbaring aangepast aan het oud-Oosterse wereldbeeld

En dan zeggen de critici: nu zitten we op een hellend vlak!
“Je kunt er niet onderuit dat het wereldbeeld van destijds een rol speelt in de Bijbel. Het is alleen de vraag hoe je ermee om wilt gaan. Ik zou willen kiezen voor een principiële openheid om hierover na te denken. En daarbij geloof ik niet zo in dat ‘hellend vlak’. Denk bijvoorbeeld eens aan de opstanding, een van de meest cruciale heilsfeiten. Als je het Nieuwe Testament leest, kun je er niet onderuit dat de opstanding van Jezus tot de kern van de boodschap behoort. Dat is geen inkleding van de boodschap in termen van het toenmalige wereldbeeld, want ook toen al wisten mensen dat als je dood was, dat je dan ook echt dood was. De boodschap van de evangelisten en van Paulus is nu juist dat er iets ongehoords was gebeurd. Ik wil de ‘domino-theorie’ dus van tafel halen: alsof het hele rijtje geloofswaardheden vanzelf zal omvallen, als je tegen één steen een tikje geeft. Zulke redeneringen komen een eerlijk gesprek niet ten goede.”

U veronderstelt dat de eerste mensen zo’n 45.000 jaar geleden leefden. Dat zijn de Adams en Eva’s. Kunt u eens schetsen hoe dat eraan toeging?
“Nou, niet eigenlijk. Ik ben bewust niet gaan speculeren over deze eerste mensen. Onze kennis over hen is beperkt, nieuwe vondsten stellen soms het beeld weer bij. Ik ben daarom terughoudend, maar ik zeg wel: als je het begin van de mens zoals wij die vandaag kennen wilt plaatsen in de geschiedenis, dan kom je uit bij de zogenoemde ‘culturele explosie’ die zich zo’n 45.000 jaar geleden afspeelde. Wat Genesis vertelt over het ontstaan van muziek en over handwerkslieden past in dat beeld. In de archeologie vinden we rond die tijd de eerste tekenen van religiositeit. Er ontstond in de mensvormige wezens die er toen al langer waren een wijder bewustzijn. Dat is cruciaal geweest, voor communicatie en voor moreel besef bijvoorbeeld. Buitengewoon opzienbarend trouwens, dat dit gebeurt. Dat wij nu met elkaar praten en reeksen klanken produceren, en op basis daarvan elkaar feilloos begrijpen, dat vereist een enorm complex bewustzijnsniveau.”

tekst Tjerk de Reus beeld Sjoerd Mouissie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *