Amorele bankiers. Verdorven graaiers. Een pervers systeem. Het zijn anno 2018 algemeen geaccepteerde kreten om het moreel verval van de financiële sector te duiden. Filosoof Govert Buijsvindt het goedkope praat. “Lange tijd is het christelijke verhaal geweest: ondernemers mogen er eigenlijk niet zijn.”

TEKST Felix de Fijter BEELD Iris Schoonus

Als je een beetje wilt begrijpen in welk moreel krachtenveld politiek filosoof Govert Buijs zich begeeft, dan moet je eerst even terug naar de achttiende eeuw, zegt hij. Aan het begin van die eeuw schreef de Nederlandse filosoof Bernard de Mandeville een befaamd stuk poëzie: The Fable of the Bees.

In het kort gaat de fabel als volgt: Er was eens een florerende bijenkorf. De ijverige populatie ervan was niets menselijks vreemd. De rijke verwierf z’n vermogen over de rug van de gewone bij, juridische bijen vulden hun zakken door het blokkeren van de rechtsgang, politieke bijen manipuleerden subsidieregelingen zodat hun volgelingen ervan konden profiteren, enzovoort. Moraliteit en deugdzaamheid moest je er met een lantaarntje zoeken. Niettemin gaat het de bijen wel: prima raat, goeie honing. Corrupt, schreef De Mandeville, but prosperous.

Maar dan staat er één bij op. Een bevlogen mannetje. Een profeet. Hij begint een kruistocht tegen de corruptie en immoraliteit. En zijn appel vindt weerklank. Eerlijkheid raakt in zwang. Prijzen zakken, rechtszalen blijven leeg. De bijen houden bovendien hun hand op de knip, wentelen zich in soberheid en deugdzaamheid. Maar juist dan gaat het fout. Huizen worden weliswaar goedkoop, maar de bouw zakt in. Werknemers komen op straat te staan. De economie stort als een pudding in elkaar. De eens zo florerende korf is een economische janboel geworden.

Het onderschrift dat De Mandeville aan z’n fabel meegaf, is veelzeggend: Private Vices, Public Benefits. Persoonlijke ondeugden, publieke voordelen. Dat idee, zegt Buijs, heeft zich diep genesteld in ons denken. “Economie, zo werd het mantra, gaat over de vraag hoe individuen moeten handelen om er maximaal beter van te worden. En waar iedereen dat doet, wordt ook de samenleving – als door een onzichtbare hand – met maximale welvaart gezegend. En dan is ook gelijk het lijntje naar de morele rechtvaardiging gelegd: Ja, ik ben puur met mijn eigen belang bezig, maar juist daardoor dien ik het geheel en mág het ook.”

Het hele artikel lezen? Koop hier het juninummer of sluit een abonnement af!

Greed is good

In de tweede helft van de twintigste eeuw zag je dat dat idee breder postvatte en het neoliberale denken voet aan de grond kreeg, legt Buijs uit. De film Wall Street(1987) is er een culturele exponent van. Gordon Gekko, gespeeld door Michael Douglas, zegt het op een zeker moment ronduit: greed is good. Hebzucht is goed; het werkt! Sterker nog: het omvat de kern van de evolutionaire geest. “Die uitspraak typeert de mentaliteit die zich op Wall Street, maar ook daarbuiten ging manifesteren en aanduidt hoe economen de achterliggende decennia zijn gaan denken. Het is kort gezegd het kader waarmee we jaarlijks honderdduizenden studenten de wereld insturen.”

In het Moral Markets-onderzoek dat Buijs leidt, cirkelt de centrale hypothese nou juist om de vraag of dat niet een misrekening is. Misschien klopt die fabel helemaal niet en zijn deugden juist heel essentieel voor het functioneren van een samenleving en een economie. “Dat moraal niet een lastige hinderpaal is voor vooruitgang, maar een voorwaarde.”

Dan gaat het er natuurlijk maar net om hoe je vooruitgang interpreteert?

“Dat is waar. Economie is, ook in Nederland, sterk in het kader van meetbaarheid terechtgekomen. Neem het bruto nationaal product (bnp). Als dat groeit, zo denken we sinds de jaren vijftig, dan doet de economie het goed. Zo niet, dan doe je het slecht. Nigeria met veel olie doet het goed qua bnp, maar toch blijft de bevolking straatarm, is er veel corruptie, slecht onderwijs en slechte gezondheidszorg. Het bnp zegt dus niet zoveel. Hoe je vooruitgang dan wel moet meten, daar wordt veel onderzoek naar gedaan. In Buthan heeft men het Bruto Nationaal Geluk ontwikkeld en in The World Happines Reportwordt geluk gemeten aan de hand van een aantal maatstaven, zoals de mate van corruptie in een land en de aanwezigheid van sociale opvangstructuren.”

Hebt u nu het idee dat er, in vergelijking met tien jaar geleden, meer over dit soort zaken wordt nagedacht?

“Er is een internationale beweging op gang gekomen waarin allerlei mensen over de grondslagen van de economie nadenken. Er is debat ontstaan, ook een intellectueel debat, en dat is heel belangrijk. Je moet bij dit soort zaken altijd naar de lange termijn kijken. Het neoliberale denken was er ook niet van de ene op de andere dag. Daar hebben intellectuelen decennialang in geïnvesteerd. Het kan natuurlijk dat alternatief denken over economie weer allemaal wegebt. Maar als we niks doen, verandert er in elk geval niks.”

U zei net dat er jaarlijks honderdduizenden economiestudenten met het levensmotto ‘greed is good’ de arbeidsmarkt op worden gestuurd. Dat lijkt niet heel hoopgevend.

“Het onderwijs opereert in principe gelukkig onafhankelijk van de markt. Maar onlangs heeft een groep kritische economiestudenten onder de vlag ‘Rethinking Economics’, alle Nederlandse economie-opleidingen tegen het licht gehouden. Wat blijkt: op negentig procent van de opleidingen wordt studenten inderdaad onvervalst neoliberalisme bijgebracht: greed is good. Er worden wel wat vakjes ethiek en filosofie aangeboden, maar dat heeft een marginale rol. Het onderwijs, middelbaar en hoger, moet zijn onafhankelijkheid herwinnen en een nieuw perspectief op economie ruimte geven.”

Op negentig procent van de economieopleidingen wordt studenten onvervalst neoliberalisme bijgebracht: greed is good

Uit een onderzoek waarop een van Buijs’ promovendi binnenkort promoveert, blijkt dat je economiestudenten eigenlijk in twee groepen kunt opdelen, zegt hij. “De eerste groep kenmerkt zich door maatschappelijke betrokkenheid. Het zijn studenten die in de toekomst een werkgever gaan zoeken met een maatschappelijk profiel. De tweede groep heeft primair oog voor z’n eigen carrièreperspectief: hoe krijg ik zo snel mogelijk een dikke bankrekening? Als je goed kijkt naar de curricula, wordt tot nog toe eigenlijk alleen die tweede groep gefaciliteerd.”

Afgelopen voorjaar was in het nieuws hoe de bundeling van zogeheten rommelhypotheken, een belangrijke dominosteen in het ontstaan van de huizencrisis in de Verenigde Staten, weer op z’n retour is. Ook is de VS bezig de regulering van de bankensector terug te draaien. Er lijkt niets veranderd. Is het, samen met die analyse van uw promovendus, gewoon niet een extreem somber plaatje?


Govert Buijs (1964) is bijzonder hoogleraar politieke filosofie en levensbeschouwing aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ook bekleedt hij sinds 2016 de Goldschmeding-leerstoel ‘Economie en civil society’.

“In de Verenigde Staten ligt het anders dan in Europa. Daar is regulering inderdaad weer op z’n retour, maar in Europa zie ik op dit moment andere bewegingen. Dat zou wel veel zelfbewuster moeten. Europa is te bang.”

Die ‘andere bewegingen’ worden in Nederland wel overschaduwd door bijvoorbeeld de bankenfraude bij Rabobank en salarisrel bij ING. De gemiddelde Nederlander is tamelijk sceptisch.

“Dat zie ik ook. Maar ik zie tegelijkertijd positieve ontwikkelingen, bijvoorbeeld bij de Rabobank, waar ze opnieuw proberen te ontdekken wat coöperatief bankieren betekent. De Nederlandsche Bank probeert in z’n toezicht dingen te veranderen. Er komt een breder bewustzijn boven; een nieuw soort denken over economie. Het gaat veel te traag, maar het gebeurt wel.”

Hoe zou u dat nieuw soort denken samenvatten?

“De vrije markt, zoals we die kennen, is daarin nog steeds erg belangrijk, omdat de creativiteit van mensen daarin een plek kan vinden. Tegelijkertijd zul je op allerlei niveaus, van individuele bedrijven tot de samenleving als geheel, de kern moeten pakken van het Europese stakeholdermodel: je moet de belangen meenemen van alle betrokkenen, niet alleen de belangen van aandeelhouders.”

Dat klinkt niet heel revolutionair. Is een fundamentele heroverweging van het systeem, zoals de Britse econoom Kate Raworth voorstelt, ook niet op z’n plaats? We zijn groeiverslaafd, zegt ze. Groei is een doel op zich geworden.

“Maar wat is dan ‘het systeem’? Het ideaal van de grondlegger van de vrije markt, Adam Smith, was heel basaal dat alle mensen gewoon aan de slag gaan, dat ze hun talenten gaan uitwisselen en dat we dat met z’n allen de ruimte geven. Dat is een moreel hoogstaand idee. Een concept bovendien waarbinnen de wereldwijde armoede in een heel hoog tempo is geslonken. Ik groeide op in de jaren zeventig, toen er op een bevolking van 4,5 miljard maar liefst 1,5 miljard mensen structureel waren ondervoed. Dat aantal is, op een wereldbevolking van 7 miljard, nu nog maar zo’n 850 miljoen. Ik had dat nooit voor mogelijk gehouden.”

Het hele artikel lezen? Koop hier het juninummer of sluit een abonnement af!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *