Volharding in zijn krankzinnige plan om een zwart gat te fotograferen maakte van Heino Falcke dit voorjaar plotseling een topwetenschapper die alle ogen van de wereld op zich gericht weet. “De mens toevallig uit chaos ontstaan? Oké, maar hoe zit dat dan met geloof, hoop, liefde, toewijding, betekenis? Sommige wetenschappers zeggen: dat is gewoon allemaal illusie. Dat vind ik te kort door de bocht. ‘Leuk dat je van me houdt schat, maar het is allemaal illusie.’”

tekst Jasper van den Bovenkamp beeld Dick Vos

Boven elke twijfel verheven beleeft hij dit voorjaar op het hoofdkantoor van de Europese Commissie in Brussel zijn finest hour. De Nijmeegse hoogleraar Heino Falcke toont er tijdens een drukbezochte persconferentie aan de hele wereld een foto van een zwart gat dat 6,5 miljard keer zwaarder is dan de zon, een lichtring van zo’n 100 miljard kilometer meet, en zich op dat moment om en nabij de 500 triljoen kilometer bij de spreker vandaan bevindt. Voor het idee: om daar te geraken zult u er bij een gemiddelde snelheid van 120 kilometer per uur ongeveer 475.646.879.756 millennia (een millennium is duizend jaar) voor moeten uittrekken. Planeet Aarde wenst u een goede reis en een behouden aankomst.

Heino Falcke (1966, Keulen) is hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica en is verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Zenuwachtig

Terug naar Brussel. De man die daar staat, voor die zwarte foto met in het midden een ring van oranje-geel licht, die man is apetrots. En, zo vertelt hij nadien aan journalisten, een beetje zenuwachtig was hij ook wel.

Geef hem eens ongelijk, het was allemaal ook niet niks. In vogelvlucht: in het jaar 2000 lanceert astronoom Falcke in vakblad The Astrophysical Journal Letters voor het eerst zijn plan om een zwart gat te fotograferen – zwarte gaten zijn, simpel gezegd, plekken in het heelal waar de zwaartekracht zo groot is dat niks eraan kan ontsnappen; ook licht moet eraan geloven. Hetzelfde jaar dient hij een voorstel in en vraagt hij tijd en geld om zijn waanzinnige ideetje te kunnen uitvoeren. Niemand geeft een krimp. ‘Wie is Heino Falcke?’ 

Om zichzelf meer in de kijker te spelen, verbindt Falcke zich aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en gaat hij werken bij de Nederlandse Radiotelescoop LOFAR. In die hoedanigheden vraagt hij tijdens een conferentie in de Verenigde Staten aan collega’s Shep Doeleman en Geoff Bower, die op dat moment met dezelfde plannen rondlopen, of ze met hem willen samenwerken. Doeleman wil er niet echt van weten. In 2012 probeert Falcke het weer, nu met een buideltje geld (2,5 miljoen euro) op zak, dat hij het jaar ervoor meekreeg toen hij de Spinozapremie won, maar opnieuw gooit de Amerikaanse expert de deur voor z’n neus dicht en gaat met een andere groep verder. Pas als Falcke samen met zijn collega’s Luciano Rezolla en Michael Kramer in 2013 14 miljoen euro van de Europese Unie krijgt (en dreigt zelfstandig door te gaan), komen intensieve gesprekken op gang om een globale samenwerking op poten te zetten. In 2014 wordt een principeovereenkomst bereikt, maar pas in 2017 een contract getekend. Dan gaat het snel. In 2017 wordt de foto gemaakt, in 2018 ontwikkeld, in 2019 gepresenteerd. 

In het boek Einstein’s Shadow tekende wetenschapsjournalist Seth Fletcher het verhaal van Doeleman op. Hij schrijft: ‘Het leek wel alsof Heino zichzelf had uitgenodigd voor een expeditie om de Mount Everest te beklimmen door aan te bieden om te helpen met de rekeningen. Terwijl Heino, ondanks zijn onderzoek naar Sagittarius A, nog nooit een berg had beklommen’. 

“Nou ja, ik deel die inschatting helemaal niet. Ik heb zelf VLBI-waarnemingen (het gelijktijdig waarnemen van een object met meerdere radiotelescopen, red.) gedaan en was als projectwetenschapper intensief betrokken bij de realisatie van een grote radiotelescoop als LOFAR; daarnaast heb ik ook nog aan mijn eigen radio-experimenten gebouwd. Goed, het is zoals het is. En een beetje begrijp ik het ook wel. Als je denkt dat je iets zelf kunt, waarom zou je mij er dan bij betrekken? Wetenschap is vaak geen liefdadigheid; het is misschien soms eerder een wedstrijd.”

Bent u zelf competitief?

“Ik wil graag winnen, ja. Lekker voetballen is leuk, maar je wilt toch ook doelpunten maken. Ik vind het leuk als ik die zelf kan scoren.”

Ineens weet iedereen wie Heino Falcke is.

“Door collega’s in het veld word ik nu op een ander niveau behandeld. Deuren zwaaien makkelijker open. En als ik nu lezingen geef, moet ik soms na afloop signeren. Dat vind ik trouwens heel raar. Want ik denk: uiteindelijk zullen mensen zich de foto herinneren, niet de persoon erachter. Maar ik doe het natuurlijk wel als mensen dat leuk vinden.”

Geloof en wetenschap

Behalve wetenschapper (specifieker: hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica) is Heino Falcke ook christen, en hij schroomt niet zich er in het publieke domein over uit te laten. Wanneer de christelijke pers daarnaar hengelt, gaat het meestal over de verhouding tussen geloof en wetenschap. Een vraag die zich ook op dat snijvlak begeeft, is:

Bent u in het heelal op zoek naar God?

“Nee, want die heb ik al gevonden. In gebed, in openbaring, in persoonlijke ervaringen. Ik heb het heelal daar niet voor nodig. Tegelijk zeg ik daarbij: als ik met gelovige ogen naar de ruimte kijk, ontdek ik prachtige dingen over God, over de schoonheid van zijn schepping. In die zin is de wetenschap die ik bedrijf voor mij persoonlijk een verrijking van mijn geloof. Het heelal is van een omvang die het menselijk denkvermogen overstijgt. Als je achter die onmetelijke ruimte dan aan een schepper gelooft, zegt dat ook iets over wie God is. In de natuurwetenschap leer je dat je heel veel dingen kunt ontdekken, maar dat je nooit alles kunt zien; we kunnen slechts kijken zover het licht gaat.” 

Wellicht kunnen we tóch op een dag verder kijken dan we nu voor mogelijk houden?

“Het hangt ervan af hoe snel het heelal uitdijt. Het lijkt mij waarschijnlijker dat er stukken zijn van dit heelal, dat door de oerknal is ontstaan, die wij nooit te zien zullen krijgen. Misschien is de ruimte zelfs wel groter dan ons heelal.”

Misschien is er wel een parallel universum.

“Ik zat eens in Willow Creek met een medewerker een beetje te babbelen over geloof en wetenschap. Ik zei: ‘Wel of geen oerknal, dat is vandaag geen punt van discussie meer. We zouden zelfs heel blij moeten zijn met de oerknaltheorie, omdat die goed aansluit op de Bijbel. Er is immers één oorsprong, één schepping. De vraag naar meerdere heelallen is eigenlijk niet alleen een wetenschappelijke, maar ook een door antireligieuze overtuigingen gemotiveerde kwestie waarbij men de schepper definitief in de doodskist wil stoppen. De achterliggende gedachte luidt namelijk: als er meer heelallen zijn, moet de oerknal van tafel en daarmee ook God. Natuurlijk bepaalt de motivatie uiteindelijk niet uit of iets klopt of niet, maar je moet een theorie ook kunnen testen en ik vraag me dan af of de zogenoemde multiverse-discussie nog onderdeel is van de empirische wetenschap of eigenlijk puur op speculatie berust.” 

U zegt onomwonden dat het heelal zo’n 13,8 miljard jaar geleden uit de oerknal en de aarde ongeveer 4,5 miljard geleden is ontstaan. Er zijn evenwel christenen die zweren bij een jonge aarde. Daarnaast is er een groep gelovigen die zegt: oud of jong, het maakt voor mijn geloof niet uit. Wat vindt u van die reactie?

“Het laatste zou je een agnostische houding kunnen noemen, reversed agnostic. Ik kan er wel mee leven als het van de categorie is ‘Of Feyenoord, Ajax of PSV kampioen wordt, het kan me niet schelen, want ik ben niet in voetbal geïnteresseerd.’ Dat mag. Maar waar ik wél moeite mee heb, is als mensen mij gaan voorschrijven hoe ik mijn vak moet uitoefenen, bijvoorbeeld door stellig te beweren dat de natuurwetenschap het bij het verkeerde eind heeft, omdat het ‘in de Bijbel anders staat opgeschreven’. Dan veeg je honderd jaar wetenschappelijk werk van tafel. Bovendien: iedereen, of hij het nu wil of niet, maakt gebruik van de natuurwetenschap. Mensen die dit stuk lezen, genieten ervan omdat het artikel is getypt met een computer en daarna gedrukt, waarbij in beide gevallen gebruik is gemaakt van de kwantumfysica. Als u op een gps naar Nijmegen bent gereden, hebt u gebruik gemaakt van de algemene relativiteitstheorie (die tevens de ontdekking van zwarte gaten mogelijk heeft gemaakt) en wanneer dat via WiFi was, hebt u geprofiteerd van ontwikkelingen in de radiosterrenkunde. Door in uw auto te rijden, hebt u gebruik gemaakt van de stromingsleer. Oké, als u dan zegt: I don’t care, dan is dat misschien wel een beetje onbeschoft, ja. 

In het huidige wetenschappelijke wereldbeeld zit kortom ongelofelijk veel bloed, zweet en tranen. Je moet elkaar serieus nemen, de natuurwetenschap serieus nemen, zoals we de hele wereld serieus moeten nemen. Eigenlijk is het vrij simpel. Als mensen iets willen weten over auto’s, moeten ze een boek over auto’s lezen. Willen ze de natuur beter begrijpen, dan moeten ze de natuur bestuderen. Willen ze iets leren over de diepste oorzaken van alles, over God, over hun relatie met Hem, dan zal ik ze aanbevelen de Bijbel uit de boekenkast te nemen. Maar ik vind het eerlijk gezegd soms ook een beetje onbeschoft hoe wetenschappers geregeld de Bijbel, meer dan tweeduizend jaar theologisch denken en allerhande geloofservaringen negeren.”

Hoewel volgens u de aarde, het leven, het heelal, de sterren, de natuurwetten en materie weliswaar uit een chaotische oersoep aan het organiseren zijn geslagen, is dat alles niet toevallig en doelloos geweest. “Het idee zat al ingebouwd in de chaos in het begin”, zei u eens in een eerder interview. Wat bedoelde u daarmee te zeggen?

“Wie de natuurwetenschappen volgt, concludeert dat de mens toevallig uit chaos is ontstaan. Oké, maar hoe zit dat dan met abstracte begrippen als geloof, hoop, liefde, toewijding, betekenis? Sommige wetenschappers zeggen: dat is gewoon allemaal illusie. Dat vind ik te kort door de bocht. ‘Leuk dat je van me houdt schat, maar het is allemaal illusie.’ Nee, dat zeg je niet tegen je geliefde. Of, tegen een schrijver: ‘Jouw boek heeft geen betekenis; het is puur in letters en leestekens geordende kwantumfysicachaos.’ Nee, dat is nihilistisch en onfatsoenlijk.

Betekenis bestaat, denk ik, alleen al vanwege het feit dat we ernaar zoeken. Meer wetenschappelijk denkend vraag ik me af: als natuurwetten altijd onveranderd zijn gebleven, en alles is onderhevig aan die natuurwetten, dan móéten er toch ook altijd betekenis, geloof, hoop en liefde zijn geweest? Ze kunnen niet pas door de mens bedacht zijn.”

Wordt u er in het academische circuit weleens op aangekeken dat u al die dingen gelooft?

“Volgens mij worden wetenschappers in de sterrenkunde gelukkig nog altijd afgerekend op hun werk. Als gelovige voetballer moet je nog steeds doelpunten maken, als christelijke bakker zul je nog steeds goede broden moeten bakken. Zelf ben ik terughoudend met mijn geloof, maar als mij ernaar gevraagd wordt, ben ik er open over. Als hoogleraar is het niet mijn opdracht aan de universiteit te missioneren. Mijn houding moet open zijn naar alle studenten, of ze nu agnost, moslim of christen zijn. Dat betekent dus niet dat je niet over geloof kunt praten. Integendeel, ik vind dat dit juist heel gewoon moet zijn. Maar je moet vooral je werk goed doen. Wellicht is de houding in de sterrenkunde iets ontspannener dan in andere disciplines – de sterrenkunde is immers net zo oud als de theologie. Ze zijn gewend naast en met elkaar te leven.” 

Even terug naar het zwarte gat. De foto is gemaakt en aan de wereld getoond. Hoe nu verder?

“Om te beginnen: die foto moet veel beter. Daar gaan we dus aan werken. Daarnaast willen we ook het centrum van ons Melkwegstelsel fotograferen, wat wetenschappelijk veel belangrijker is dan het zwart gat in sterrenstelsel M87, omdat wij in eerstgenoemde de massa veel beter kennen en de theorie van Einstein er beter kunnen testen. Ook hebben we nieuwe telescopen nodig. We zijn bezig om te kijken of we er vanuit de Radboud Universiteit één kunnen bouwen in Namibië. Je hebt een hoge en droge plek nodig; in Nederland heeft zo’n apparaat geen zin. Om al die projecten te realiseren is natuurlijk ook veel geld nodig. Anders dan in de Verenigde Staten, waar filantropen in de rij staan om te doneren aan wetenschappelijk onderzoek, moeten we in Nederland subsidieaanvragen doen bij de Europese Unie en andere instituties. Dat zijn vaak ingewikkelde en langdurige trajecten. Daar zijn wij in het nadeel.”

“Het voelt alsof we kijken naar de poorten van de hel”, zei u op de persconferentie in Brussel over de foto van het zwarte gat. “Je ziet hier het einde van ruimte en tijd.” Hoe kwam u bij die associatie? 

“Ik herinnerde mij een persconferentie van de Amerikaanse hoogleraar natuurkunde George Smoot, die fluctuaties in de kosmische achtergrondstraling heeft ontdekt. Dat is warmtestraling die is uitgezonden kort na de oerknal. Hij zei toen: ‘We’re looking at the face of God.’ Ik vond dat een beetje overdreven, ofschoon het statement tot de verbeelding sprak. Ik dacht: bij een zwart gat kijken we naar het tegenovergestelde, het einde van ruimte en tijd. De oerknal is het beginpunt, zwarte gaten zijn het eindpunt. Vandaar mijn associatie.”

Misschien ook vanwege het gewelddadige karakter van zwarte gaten? Wie erin terecht komt, wordt uit elkaar getrokken.

“Dat ligt genuanceerder. Voor kleine zwarte gaten geldt dat wel, in grote zwarte gaten kun je in principe door de waarnemingshorizon reizen zonder uiteengereten te worden. En juist daar ligt de associatie met de hel: je ‘leeft’ nog en je ziet de wereld, maar je kunt niet communiceren. Dat je – als je binnenvalt – wordt omgeven door gas dat honderden miljarden graden heet is, nou ja… vul maar in.” 

Buitenaards leven

In de natuurwetenschappen is men eraan gewend grote vragen te stellen, zegt Falcke. Een tak van sport die daarin excelleert, is de theoretische natuurkunde, een discipline waar overigens ook de nodige kritiek op is. “Ze dromen maar raak over zaken als parallelle universums en andere oncontroleerbare ideeën”, foeterde Avi Loeb, hoofd sterrenkunde bij Harvard recent bijvoorbeeld nog in de Volkskrant. 

Van de categorie-oncontroleerbare ideeën is misschien ook wel de vraag naar buitenaards leven. Evenwel zei hoogleraar theoretische sterrenkunde Vincent Icke afgelopen maand in het populairwetenschappelijke tijdschrift Quest: vraag duizend sterrenkundigen of er leven buiten de aarde kan zijn, en 999 zullen zeggen: ja. Wat zegt u?

“Zou het kunnen? Natuurlijk! Is het er? Dat moeten we nog bewijzen.”

Staat u ervoor open?

“Waarom niet? Er was ook leven in Amerika, toen Columbus er kwam. Wie weet heeft God meer bewoonbare plaatsen in het laten ontstaan. Ik zie geen probleem.”

Sinds 1995 zijn er al meer dan vierduizend zogenoemde exoplaneten (planeten die om een andere ster dan de zon draaien) geteld. In de Melkweg staan 100 tot 150 miljard sterren. De Melkweg is niet het enige sterrenstelsel; er zijn honderden miljarden sterrenstelsels, waar biljoenen aardachtige bollen zwieren. Puur kansberekenend zou je zeggen: natúúrlijk is daar ergens leven. 

“Nee, want dit zegt allemaal niks als je niet weet hoe waarschijnlijk het is dat alle leven überhaupt ontstaat. Dat weten we namelijk niet. We weten dat het leven één keer is ontstaan, maar wij zijn de enigen die dat kunnen waarnemen. Misschien is het heel onwaarschijnlijk dat leven ontstaat, en leven wij precies op die ene plek in het heelal waar uitgerekend dat is gebeurd: een volstrekte uitzondering. Misschien is leven heel gewoon en ‘gebeurt’ het overal, waar het kan. Jawel, het zóú kunnen. Maar totdat je het bewezen en gemeten hebt, is het slechts een idee.”

Zou de ontdekking van buitenaards leven de christelijke theologie opschudden?

“Wat een flauwekul. Die gedachte is een beetje van het niveau-Dan Brown: als dit of dat bewezen wordt, gaat de hele kerk onderuit en schudt het geloof op zijn grondvesten. Daar lach ik om, eerlijk gezegd. Als God ergens anders leven geschapen zou hebben: fijn! Dat gaat mijn geloof totaal niet veranderen.”

Maar Jezus die naar planeet Aarde komt, om het even sterrenkundig te formuleren, daar zit toch wel iets unieks en eenmaligs in.

“Zeker, maar we hebben het over onze planeet, waar wij als mensen een eigen geschiedenis met God hebben. Wat er ook gebeurt of ontdekt wordt, dat neemt ons eigen verhaal met God niet weg.”

Het verhaal komt op z’n minst in een ander perspectief te staan.

“Je moet je altijd realiseren dat God veel groter is dan je kunt denken.”

Wat zou u doen bij de ontdekking van bewoonde exoplaneten?

“Ik denk dat ik er zendelingen op af zou sturen.”

Heino Falcke (1966) is hoogleraar astrodeeltjesfysica en radioastronomie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. In 2011 was hij een van de winnaars van de Spinozapremie, de hoogste Nederlandse onderscheiding in de wetenschap. Falcke doet onderzoek naar zwarte gaten en kosmische deeltjes. Falcke is van Duitse komaf en woont ook in Duitsland. In zijn vrije tijd is hij lekenvoorganger van de Evangelische Kirchengemeinde in Frechen, ten westen van Keulen.

2 thoughts on “‘De christelijke theologie kan buitenaards leven prima verdragen’

  1. “…Door in uw auto te rijden, hebt u gebruik gemaakt van de stromingsleer. Oké, als u dan zegt: I don’t care, dan is dat misschien wel een beetje onbeschoft, ja.” Als een Boeddhist mij helpt bij het plakken van mijn band omdat hij dat vanuit zijn boeddhistische geloof behoort te doen, hoef ik toch niet zijn geloof aan te gaan hangen. Er is toch niets onbeschofts aan als ik zeg: dank u wel, maar de rest van uw ideeën hoef ik niet. Zelfs als ik zeg: ‘het is goed dat ik ook voortaan banden van een ander ga plakken’, en deze houding over neem, is het nog niet onbehoorlijk dat ik zijn vooronderstelling om tot het plakken van een band te komen niet overneem.

  2. Hallo, hoe kan Heino de oerknal(theorie) aan de schepping door God in Jezus koppelen?
    De onzichtbare Schepper God aan Zijn zichtbare Schepping koppelen is bijbels o.a. in Joh. 1; Rom. 1, Hebr. 11:3
    Hoe zijn, die grote getallen over grootte en tijd te verifieren? Verkregen door inter- en extrapolatie?
    Met dank, voor mij werkt wetenschap opbouwend in m’n bijbels geloof .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *