Lev Tolstoj geldt dankzij ‘Oorlog en vrede’ en ‘Anna Karenina’ als een van de grootste schrijvers ooit. Minder bekend is zijn geharnaste visie op christendom en kunst: ‘De kunst van onze tijd is voorbestemd om onze gevoelswereld te laven aan de christelijke waarheid.’

tekst Tjerk de Reus

De oude Tolstoj krijgt weer eens aandacht, dit najaar. Niet vanwege zijn wereldberoemde romans en novellen, maar door twee minder bekende teksten: zijn essay Wat is kunst? (1897) en de roman Opstanding (1899). Allebei verschijnen ze in een nieuwe Nederlandse uitgave. Tolstoj is in beide boeken intensief bezig met het christendom. Het geloof schuift hij naar voren als de grote oplossing. Niet alleen voor kwellende levensvragen, maar ook voor de leefbaarheid in de samenleving, voor solidariteit en gerechtigheid. Opvallend, want in zijn beroemdste boeken vind je dit nauwelijks terug. Wat voor mens en wat voor auteur was Tolstoj precies?

‘Het is het hart dat God waarneemt en niet de rede’

Crisis

Lev Nikolajevitsj Tolstoj (1828-1910) groeide op in een aristocratisch milieu. Grootgrondbezit zorgde voor de inkomsten. Hij mislukte op de universiteit, ging in het leger en vocht in de Krimoorlog. Hij bleek over schrijverstalent te beschikken en publiceerde in zijn militaire jaren zijn eerste novellen. Die maakten indruk. ‘Dat officiertje is ons straks allemaal de baas. We kunnen net zo goed ophouden’, somberde het Petersburgse literaire establishment. De top bereikte Tolstoj op 37-jarige leeftijd, toen verscheen Oorlog en vrede. Zo’n tien jaar later publiceerde hij Anna Karenina. Maar toen raakte hij verwikkeld in een proces van zelfinkeer, een crisis zelfs. Was het grote geluk zijn deel geworden, nu zijn roem ten hemel steeg? In deze crisis worstelde hij met de leegte en de ijdelheid van zijn leven. Hij zocht en vond antwoorden in het christendom, op een eigenzinnige manier. In 1881 zette hij de crisis die hij had doorgemaakt op papier en publiceerde het als Mijn biecht. Dit is ook vandaag nog een aansprekend en aanstekelijk geschrift (in 2009 in mooie Nederlandse vertaling verschenen bij uitgeverij Bijleveld).

Tolstojs crisis resulteerde in een keuze voor het christendom met sociale en anarchistische kenmerken. In Mijn biecht kritiseert hij de decadentie en het heilloze rationalisme van zijn tijdgenoten. Hij begrijpt van invloedrijke filosofen dat het leven zinloos is, de waarheid onkenbaar en het leven een kwelling. Dat gedachtegoed overtuigde hem in rationeel opzicht, lange tijd. Maar het moet wel leugenachtig zijn, want je kunt er toch niet mee leven? Hij walgt ervan als hij dit moderne levensbesef tegenkomt. Natuurlijk staat het iedereen vrij om ‘het leven te ontkennen’, schrijft hij. ‘Maar pleeg dan zelfmoord, zodat je er verder niet meer over hoeft te zeuren. Als je leeft en je kunt de zin van je leven niet begrijpen, beëindig het dan, maar wentel je er niet in rond, terwijl je ondertussen iedereen in geuren en kleuren vertelt dat je het leven niet begrijpt.’

Zelfgekozen gevangenis

Tolstoj lezen is niet saai, dat bewijst het citaat hierboven. Hij was een man met uitdagende, soms extreme stellingnamen. Hij is direct, confronterend en scherp. Stel je een krankzinnige voor, schrijft hij, die zichzelf opsluit in een donker hol, omdat hij meent dat hij buiten zal sterven. Vraag eens aan deze krankzinnige: hoe bevalt het bestaan jou? Je krijgt een somber antwoord. Maar wat ‘indien wij rijke, geleerde mensen allemaal zulke krankzinnigen zijn?’ Het rationalistische wereldbeeld, waarin geen plek is voor God en voor de goddelijke bestemming van ons bestaan, is een zelfgekozen gevangenis, vindt hij.

‘Christelijke kunst brengt de verbroedering van alle mensen dichterbij’

Tolstoj voelde altijd al sterke affiniteit met de armen, met landbouwers en lijfeigenen. Voor het ‘gewone volk’ wilde hij graag iets liefdadigs doen. Nu, in zijn crisis, beseft hij dat de waarheid ‘in het volk’ gezocht moet worden, níét in de hogere kringen, waar rijkdom en geleerdheid de sfeer bepalen. ‘Rationele kennis, in de persoon van geleerden en wijzen, verwerpt de zin van het leven’, noteert hij. Maar ‘de volksmassa’s, de gehele mensheid, ziet deze zin in irrationele kennis. Deze irrationele kennis is het geloof, datzelfde geloof dat ik had moeten verwerpen. Dat is God, één in drie, dat is de schepping in zes dagen, duivels, engelen en nog veel meer, dat ik niet kan accepteren, zolang ik bij mijn volle verstand ben.’

Dit laatste citaat maakt duidelijk dat Tolstoj geen modelgelovige was. Hij bleef moeite houden met de dogma’s van de kerk en kritiseerde de kerkelijke praktijk. De Russisch-Orthodoxe Kerk schrapte hem in 1901 als lid en zou bij zijn overlijden in 1910 geen kerkelijke begrafenis toestaan. Tolstoj was volstrekt vrijzinnig. Het ging hem om de religie van het hart. Hij noteert in de geest van Pascal: ‘Het is het hart dat God waarneemt en niet de rede. Dat is wat het geloof is: God waargenomen door het hart, niet door de rede.’ Het christendom dat hij voorstond oriënteerde zich op de mens Jezus, in wie het goddelijke ideaal van liefde en humaniteit zichtbaar is.

Christelijke kunst

Zijn bekering tot het christendom betekende veel voor Tolstojs kijk op kunst. De kunst zou zich moeten richten op ‘de christelijke waarheid’, want ‘christelijke kunst brengt de verbroedering van alle mensen dichterbij’. In zijn roman Opstanding keren al deze inzichten terug, worden ze vlees en bloed in de personages, de thematiek, de schildering van de armen en ontwortelden. In Wat is kunst? houdt hij een uitvoerig en overdonderend betoog over de voosheid van de moderne kunst en de kenmerken van ware, christelijke kunst.

De boeken van Tolstoj die nu weer in de boekhandel verschijnen, geven alle aanleiding voor een debat over religie en kunst, christendom en literatuur. Dat vindt ook Arnon Grunberg, die in zijn voorwoord bij Wat is kunst? schrijft: de vraag ‘die Tolstoj stelt, of alle kunst niet verwordt tot veredelde kookkunst als wij de religieuze oorsprong ervan ontkennen, kan niemand die zich bezighoudt met kunst negeren’.

Tolstojs beschouwing Wat is kunst? verscheen in oktober bij uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep; de roman Opstanding verschijnt deze maand bij uitgeverij Kok in de reeks Christelijke Klassieken, met een nawoord van Tjerk de Reus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *