Afgelopen week ging Silence  in première; een verfilming van het gelijknamige boek van Shūsaku Endō over de gruwelijkheden die katholieke missionarissen weerstonden om in Japan het evangelie te brengen. Kees van der Leer schreef in het februarinummer onderstaande recensie.

Christenen werden gemarteld, gestenigd, doorm idden gezaagd, lezen we in Hebreeën 11. Ik kan me niet herinneren dat dit in een preek ooit onder mijn aandacht is gebracht. Vervolging hoort wel bij het leven van een christen, die wordt hem Jezus zelfs in het vooruitzicht gesteld. Maar de westerse christen van vandaag heeft er relatief weinig onder te lijden. Silence van regisseur Martin Scorsese begint even abrupt als ik, met een scène waarin christenen op een duivels creatieve wijze worden gepijnigd. Waarom, dacht ik, wil ik deze film zien?

Zwijgen van God

In het zeventiende-eeuwse, boeddhistische Japan wagen twee Portugese priesters het zich te mengen onder de bevolking om hen het evangelie te verkondigen, te dopen en de biecht af te nemen. Zij willen bovendien achterhalen wat er met hun padre (Liam Neeson) is gebeurd. Heeft hij, zoals is verteld, zijn geloof verloochend? Vanuit een Portugese kolonie vertrekken de twee naar Japan, daarbij geholpen door Kichijiro (Yōsuke Kubozuka) die hen als gids Japan binnensmokkelt. Is hij te vertrouwen?

We zien de priesters, afwisselend in geloof, twijfel, wanhoop en woede, als ze zich verhouden tot het grote zwijgen van God. Mistflarden onttrekken de priesters Rodrigues (Andres Garfield) en Garupe (Adam Driver) geregeld het zicht op de hemel. Gaandeweg raken ze bekend met de Kakase Kirishitan, de verborgen christenen in de omliggende dorpen. Wanneer aan de Japanse machthebber bekend wordt dat deze dorpelingen christen zijn, dreigt een confrontatie met de fumi-e, een plankje met de beeltenis van Jezus. Christenen wordt onder dreiging van marteling opgedragen de beeltenis, en daarmee hun geloof te vertrappen.

Pousitna

Silence is beklemmend. Het is dat drukkend ongemak dat de kijker een spiegel voorhoudt. Hij ziet christenen die de wereld voor hun God willen veroveren, maar door tegenstand de moed verliezen; Rodrigues die zijn padre Ferreira wil bezoeken, maar steeds opnieuw verzet ontmoet. Teruggeworpen op zichzelf, knaagt aan hem de vraag of hij zijn geestelijke vader zal ontmoeten, en ook hoe dat zal zijn. Hoe treft hij hem aan?

Endo schetst een poustinia, een woestijn, waar niets tastbaars meer rest om je aan vast te klampen. Niets om weg te vluchten van de wreedheid van de Japanse gouverneur en zijn samoerai, de agressor. Wat erdoor wordt bloot gelegd is vreselijke angst, Rodrigues’ diepgewortelde neiging vast te houden aan het leven. Het kwaad is zo tastbaar, te ruiken haast, en niets dat het een halt kan toeroepen.

Zwaartekracht van het kwaad

De fascinatie van Endo lijkt vooral te zitten in de beweging die de ziel maakt in zijn zoektocht naar de Vader, te midden van geweld, te midden van de zwaartekracht van het kwaad in de ziel. Wat is kwaad? Wat doet het in ons? Wat stellen we ertegenover? Hoe kunnen we in die realiteit van angst en geweld staan zonder het perspectief op het Koninkrijk te verliezen? Endo appelleert aan de Judas, de Petrus in ons als Rodrigues onherroepelijk afstevent op het moment dat hij zelf de fumi-e zal negeren of vertrappen, besmeuren met zijn voetstap. En zal dat dan daad van liefde of een daad van verraad zijn?

Parels stralen in de honger en de dorst naar Gods woord, het gebed van het verbrijzeld hart

Soms kieren er bij Endo kleine tekenen door van Christus’ licht, middenin de verdrukking geven ze plots zicht op zijn koninkrijk. Door een getuigenis dat naklinkt als alles is verstomd en tenietgedaan. Martelarenzaad. Het is de schoonheid die je ook tegenkomt in Quator pour le fin du temps, in Brieven aan Lieneke of in Sjostakovitsj’ Leningradsymphonie. Het kwaad krijgt niet het laatste woord.
De film herbergt parels. Ze stralen in de honger en de dorst die de verborgen christenen hebben naar Gods woord, de dorst van de zaligsprekingen, het gebed van het verbrijzeld hart. Is die honger de onze? Als de lichten aangaan en het doek sluit, is dat de vraag die weerklinkt.

Compunctio

Dit was ‘slechts’ een film, ‘slechts’ kunst. De meerwaarde van kunst kan zijn dat het ons optilt boven de werkelijkheid, de werkelijkheid onder ogen brengt, schoonheid bezingt, bewust schokkend, lelijk is, ontspanning brengt. Soms is het universum van een kunstenaar niet het onze, zijn de antwoorden die de kunstenaar geeft onbevredigend, soms stoot het ons af, soms veroordelen we het, soms is er dreiging in de herkenning. Wij zelf geven antwoord op de vraag of dit ons dichter bij God brengt of verder van Hem vandaan.
In één woord is Silence compunctio; het diep doorvoeld besef van het gegeven dat de grote vijand in onszelf zit, en dat we verdreven zijn uit het paradijs, maar, wat meer is: dat we kunnen terugkeren. Dat tussengebied, die drempel, is hier intens verkend. Stilte.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *