Van alle vormen van verwaarlozing in Nederland is religieuze verwaarlozing het meest verspreid. 

tekst Stefan Paas

Hele volksstammen groeien op zonder dat hun ouders de moeite nemen om hen serieus in aanraking te brengen met God, gebed, de Bijbel of een ander heilig boek, en de gang naar een religieuze samenkomst. Veel Nederlanders vinden het gemakkelijker om met hun kinderen over seks te praten dan over geloof. Voor een deel komt dat omdat zij zelf als kind al religieus verwaarloosd waren en dus geen taal meegekregen hebben om überhaupt iets te kunnen zeggen over de dingen tussen hemel en aarde. Voor een ander deel omdat zij zelf in een omgeving wonen waarin religieuze opvoeding zeer onhip is. Neem bijvoorbeeld Amsterdam: in alle opzichten een atheïstisch Staphorst.

Mensen die op volwassen leeftijd bewust christen worden, zijn bijna altijd mensen bij wie in de kindertijd al zaadjes zijn gezaaid.

Zo is het doodnormaal geworden om in Nederland ontwikkelde mensen tegen te komen wier visie op religie te vergelijken is met de visie van een baviaan op de Franse keuken. Van datgene wat tachtig procent van de mensheid beweegt, weten zij vrijwel niets. En als ze er al iets van weten, is het bedolven onder vooroordelen. In onze tijd zien we hoe weinig moeite het kost om een cultuur van pakweg duizend jaar kwijt te raken: alles wat daarvoor nodig is, zijn twee generaties opvoeders die liever winkelen dan naar de kerk gaan.

Afgezien van het feit dat we ons isoleren van de rest van de wereld en van onze eigen voorouders, maakt die verwaarlozing het ook voor onszelf erg moeilijk om later nog ‘iets te krijgen’ met geloof. Vergelijk het maar met taalontwikkeling: wie als kind niet heeft leren praten, zal het later lastig krijgen om zich nog te leren uitdrukken. Mensen die op volwassen leeftijd bewust christen worden, zijn bijna altijd mensen bij wie in de kindertijd al zaadjes zijn gezaaid. Zoals bij vrijwel alles in het leven (muziek, sport, enz.), geldt ook bij denken en praten over God: de grond moet vroegtijdig bewerkt worden. Menselijkerwijs gesproken is het heel moeilijk (gelukkig niet onmogelijk) om nog te gaan geloven als je opvoeders je dit onthouden hebben.

Voor missionair werk zijn dit soort inzichten belangrijk. Veel missionaire projecten richten zich vooral op volwassenen, in de hoop die tot bekering te brengen. Bijna steeds blijkt dat dit mensen zijn bij wie linksom of rechtsom als kind al een vonkje was overgesprongen. Daarom is kinderwerk cruciaal voor de missionaire uitstraling van een kerk op langere termijn. Recent onderzoek uit Engeland laat zien dat missionaire projecten het wel iets, maar niet veel beter doen dan oudere kerken bij het tot geloof brengen van volwassenen. Zij trekken echter wel veel kinderen. Een aantal van hen zullen de bekeerlingen van overmorgen zijn. Zowel voor een vergrijzende kerk als voor een zichzelf isolerend land is dat cruciaal.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *