tekst Alain Verheij beeld Myriam Keijzer

Alain Verheij is getrouwd. En gescheiden. En getrouwd. En christen. In dit persoonlijke essay laat hij zien hoe daarop gereageerd wordt in de kerk, en betoogt hij dat dit anders zou moeten kunnen. “De kerk moet geen museum vol heiligen zijn, maar een veldhospitaal voor gewonde schepselen.”

Toen een vriend onlangs mijn naam intypte bij Google, deed de zoekmachine automatisch een paar aanvullende suggesties. Behalve de naam van mijn boek en van een recent overleden familielid, verschenen de woorden ‘getrouwd’ en ‘gescheiden’. Dat is al jaren zo. Het geeft aan dat veel internetgebruikers in de loop der jaren nieuwsgierig zijn geweest naar mijn relationele status. Sinds deze zomer is er nieuws voor hen: ik ben voor de tweede keer getrouwd.

Ik herinner me nog hoe mijn maag zich omkeerde toen ik voor het eerst in mijn leven bij dezelfde zoekmachine het woord ‘echtscheiding’ moest invoeren. Scheiden was iets voor onfortuinlijke zielen, iets waar ik meewarig of soms zelfs afkeurend over sprak, maar nu trof het mijzelf. Mijn kersverse echtgenote heeft hetzelfde meegemaakt, iets meer dan acht jaar geleden. Allebei groeiden we op als idealistische christenen die over de liefde een vrome variant van de maakbaarheidsgedachte aanhingen: als je er samen voor gaat (en bidt), kan je huwelijk alles overleven. Totdat het leven een streep door onze sprookjeswereld haalde.

Zoals uit het vervolg moge blijken, beleef ik niet per se plezier aan het delen van dit verhaal. Details over mijn echtscheiding heb ik nooit gegeven aan journalisten of nieuwsgierige buitenstaanders die ernaar vroegen. Bij een scheiding is altijd een ex betrokken, soms kinderen, altijd (schoon)familieleden, soms nieuwe partners. Allemaal bezitten ze een stukje van het hele verhaal, en het ligt gevoelig en is niet chic om eenzijdig jouw kant te belichten. Dat betekent echter niet dat het thema maar helemaal moet worden verzwegen. We hebben niet meer mensen nodig die over hun scheiding spreken, maar wel meer mensen die over scheiden spreken. Graag ook vanuit ervaring. En als ik dat al niet durf, als bevoorrecht hertrouwd theoloog die zijn plekje in de kerk al heeft gevonden, wie durft het dan wel? Volgens mij is het nodig om diverse scheidingstaboes te doorbreken, zodat we vervolgens over genezingsprocessen kunnen gaan spreken. Juist in de kerk.

Dol op gezinnen

Want in de kerk is men dol op gezinnen en op het huwelijk. Er zijn cursussen voor jonge ouders, voor jonge stellen die willen gaan trouwen, en voor getrouwde stellen die het samen leuk willen houden. Na een onverhoopt slechte afloop van de liefdesverbintenis is er echter beduidend minder begeleiding beschikbaar. Jammer, want onderzoek toont aan dat er onder westerse christenen bepaald niet minder gescheiden wordt dan onder hun atheïstische landgenoten. Sommigen zeggen dat je als christen een grotere kans hebt om te trouwen, maar ook om te scheiden. De koude statistiek kan ons zomaar een gemiddeld scheidingspercentage van 33% onder de neus wrijven.

Dit is 30 procent van het artikel. Verder lezen? Neem een abonnement? Of koop dit nummer digitaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *