Als een man opeens met plezier de vaatwasser inruimt en ontbijt op bed maakt voor zijn vrouw waardoor zij spontaan zin krijgt in een tête-à-tête, is dat dan geen win-winsituatie? Zeker. Toch ligt de explosief groeiende mannenbeweging die dit voor elkaar krijgt, De 4e Musketier, opeens onder vuur. Wat is de kritiek, en hoe reageert de mannenbeweging? Een debat.

tekst Wilfred Hermans beeld Eljee

Kampvuur, regen, zelfgetimmerde steigerhouten banken, bier en plassen in de bosjes. Wat betreft de setting is het alvast 1-0 voor de musketiers. Oprichter en voorganger Henk Stoorvogel en geestelijk leider Jaap Boersema zijn koud terug van een kleddernat karakterweekend in de Ardennen. Nu zitten de ‘kerels’, zoals Henk mannen steevast noemt, alweer hier, op boerderij De IJsselhoeve van fotograaf Eljee. Ze zijn blij met de geboden ruimte om op de ontstane kritiek te reageren. Dat doen ze door te debatteren met pedagoog en theoloog Jos de Kock, en coach-counselor Arie de Rover.

“Veel mannen hebben moeite om uit zichzelf een laag dieper te komen”

De 4e Musketier is natuurlijk veel meer dan een beweging die mannen stimuleert tot een ontbijt op bed maken of het inruimen van de vaatwasser. Anders was de organisatie sinds de oprichting in 2008 niet zo snel gegroeid en overgewaaid naar Duitsland, Amerika, Noorwegen en Zwitserland. Dit jaar bezochten vierduizend mannen de landelijke musketierdag, en de inschrijving voor de survivalweekenden was nog niet geopend of de servers begonnen te roken. Door tijdens de survival- of ‘karakterweekenden’ de uitputtingsslagen te combineren met een geestelijke boodschap, ‘leggen levenslessen de langste afstand ter wereld af: die van het hoofd naar het hart’, lezen we in het boek De Vierde Musketier. Bij thuiskomst zijn de mannen veranderd, en hun vrouwen zijn dankbaar voor hun ‘nieuwe echtgenoot’. Henk: “Het geheim is denk ik dat God er op een bepaalde manier in blaast; ik zie het als het werk van de Heer. En het appelleert bij veel kerels aan iets wat ze hebben gemist.” Kritiek zoals ‘Waar is ruimte voor singles, homo’s en gehandicapten?’ neemt de mannenbeweging graag aan. Aan nieuwe initiatieven wordt gewerkt, en er gebeurt al veel goeds. Jaap: “Afgelopen weekend was een bijna blinde man met blindengeleidehond mee; en iemand die worstelt met homofiele gevoelens had het karakterweekend als zeer veilig ervaren.” Henk: “We hadden ons taalgebruik al aangepast en spreken vaak over ‘je geliefde’ of ‘je vrienden’, in plaats van ‘je vrouw’ of ‘je gezin’. De nabrander van het artikel in het Nederlands Dagblad van Miranda Klaver – vooral op sociale media – vind ik wel naar, vooral vileine opmerkingen als ‘Henk is een misleider’ of ‘Henk brengt jullie naar de hel’. Soms bel ik zo iemand op, en dan is diegene opeens wat minder stoer.”

De kritiek van Miranda Klaver dat zijn mannenbeweging terug zou willen naar een traditionele rolverdeling – de vrouw achter het aanrecht, de man als superieure machthebber in huis – is volgens Henk een grote misvatting. “In ons onderwijs zeggen we niets over hoe de vrouw zou moeten zijn of doen, alleen dat wij mannen haar moeten hoogachten, eren en liefhebben. We zeggen zelfs dat een vrouw een karakterweekend beter zou doorstaan dan een man, omdat zij op veel vlakken sterker en capabeler is. Mannen moeten dus een inhaalslag maken om op gelijk niveau te komen. De man kan zich buitenshuis prima redden, maar geloofsopvoeding of bidden met zijn vrouw vindt hij lastig. Net als omgaan met tegenslagen, daarin zijn vrouwen veerkrachtiger.”

De 4e Musketier wil mannen dus iets leren, hen ergens brengen waar ze nog niet zijn. Maar is er wel een kwaal waarvan de man genezen moet worden? Valt mee, zegt Jos. Vóór het gesprek twitterde hij: ‘Motieven zijn lovenswaardig maar het medicijn is erger dan de kwaal.’ Jos, bedachtzaam: “Jullie stellen dat mannen zoeken naar acceptatie, de controle willen houden en thuis afwezig zijn. Maar ik zie niet veel mannen die hierop nat gaan. En het is maar goed dat er mannen zijn die uit zijn op controle, anders zou de wereld er niet best uitzien.” Jaap: “Ik heb juist gemerkt dat mijn controledrang in de weg stond om tot mijn bestemming te komen.” Jos: “Wie zegt dat iemand daarvóór niet aan Gods bestemming voldoet? Jullie retoriek is: ik zie in dat wat ik deed niet klopte en ik ga het anders doen. Alsof de oplossingen tot nu toe rommel waren. Is dat niet hoogmoedig, alsof je het ei van Columbus hebt uitgevonden? En wat zeg je daarmee eigenlijk tegen God?” Henk stelt een wedervraag: “Hoe kijk jij dan tegen bekering aan, Jos? Want daar gaat het hier om.” Jos: “Bekering is nodig, maar ik vind het heel moeilijk om voor iemand uit te maken of hij bekering nodig heeft.” Henk: “Het probleem is zonde, en bekering is nodig, maar die is er in alle soorten en maten: in huwelijken, in ouderschap, in vriendschap, in de kerk. Na zo’n weekend ontstaat daar een nieuwe dynamiek.”

Arie de Rover heeft moeite met het activistische karakter van De 4e Musketier. De karakterweekenden doen hem denken aan de survivalachtige Outward Bound-trainingen; ook daar hoor je van levensveranderende ervaringen, mensen die hun gezinnen gaan redden, beren van kerels die breken. “Dat De 4e Musketier wérkt, geloof ik dus direct. Ik constateer net als Miranda Klaver dat jullie de mannelijke identiteit verbinden aan kracht en prestaties. Als God doorbreekt, wordt een man sterk, en een vrouw mooi. Maar God zegt volgens mij: vind rust in mijn genade, en ga van daaruit niet presteren, maar vrucht dragen.”

Henk: “Juist wanneer een man zich gesteund voelt door Gods genade, gaat hij in zijn kracht staan. Met mooie vrouwen bedoelen we dat vrouwen, die wereldwijd vaak een sloofje zijn of zelfs misbruikt worden, hun schoonheid weer terugkrijgen. Niks Rambo of Miss World, maar vanuit genade komen tot kracht en schoonheid.” Jaap vult aan: “Sterven aan je ego is daarbij cruciaal.” Arie: “Maar dat kun je niet op eigen wilskracht”, waarop volgens hem wel wordt aangestuurd tijdens de karakterweekenden. “Daarvoor ben ik té geraakt door het bizarre van genade.”

Henk: “Ieder weekend beginnen we door te bidden: hier staan we met lege handen; wilt U het doen, want zelf kunnen we het niet. Wat er zo’n weekend gebeurt is genade.” Jaap ondersteunt zijn collega door te vertellen over de Jabbok-worsteling, een onderdeel van het karakterweekend waarbij mannen een zware tocht maken door een rivier en met God mogen vechten. “Daarmee verwijzen we naar Jakob. Hij wilde alles zelf doen. Toen we afgelopen weekend na de Jabbok-worsteling bij het kruis aankwamen, vertelden we dat God aan Jakob vroeg: ‘Wat is je naam?’ Dat kwam zó binnen bij een deelnemer! Hij zei: ‘Ik was altijd zo gefocust op presteren, maar nu weet ik: God is geïnteresseerd in wie ik ben.’” Arie: “Een Jabbok-worsteling nadoen, vind ik bijna schofferend naar Jakob toe, want dat was een helse worsteling. Elke methodiek die drijft op trots of angst is per definitie egoversterkend, en die visie mis ik bij jullie. Petrus – ik noem hem de eerste musketier – trok in de nacht waarin hij Jezus verraadt zijn zwaardje; hij wilde voor de Koning strijden! Maar hij besefte niet dat de strijd plaatsvindt door overgave. Zeer moeilijk voor mannelijke ego’s.”

Het biertje en de kou doen ondertussen hun werk. “Welk bosje mag ik hier pakken?”, vraagt Arie. Terwijl hij in het donker verdwijnt, betoogt Jos dat de mannenbeweging door hun presentatie in de valkuil stapt die ze wil bestrijden: ze creëert een nieuwe identiteit. “Ik zie rode polo’s met een blauwe 4 erop, ik zie mensen die iets zijn: musketier. Ondertussen moeten ze voor hun nieuwe identiteit wel 300 euro plus reiskosten cashen. Ik denk dan aan gewone mensen die al ploeterend het gewone leven leiden waarin God zichzelf net zo goed openbaart.” Jaap deelt Jos’ zorg. “Zowel deelnemers als medewerkers kunnen hun identiteit gaan ontlenen aan de rode polo of hun taak bij De 4e Musketier. Daarom zeggen we soms: het lijkt me goed dat jij nu even niet meedoet.”

Ook Henk begrijpt de zorg, maar is bovenal dankbaar. “Over de polo: rood staat voor Jezus’ bloed, en de blauwe kleur van de 4 staat voor het leven. Het dragen ervan betekent dat je staat voor de vier G’s: God, gezin, gemeente en gerechtigheid. Ik juich het dus toe dat men de polo met trots draagt.”

Jos houdt ook van survivallen, maar dan voor de lol, niet met het oog op kerk en gezin. Hij wil weten in hoeverre survivallen een verbinding met de gemeente creëert, zoals de derde G impliceert. Henk: “Juist vanuit de weekenden ontstaan massaal eigen initiatieven vanuit kerken op het gebied van gerechtigheid; musketiers bouwen het huis van een kerel in nood of knappen de tuin van een arme buurvrouw op. Ook besluiten veel kerels die aan de rand van de kerk stonden ouderling te worden, of ze gaan iets met de jongeren doen. Met onze marathon, de muskathlon, werven we fondsen voor gerechtigheid, maar we stimuleren kerels om het vooral ook zelf te doen. Na zo’n marathon gaat het niet over de marathon, maar over hoe die kerels geraakt zijn door onrecht; we zijn zeker niet alleen met onszelf bezig.

Maar waarom survivallen? Je kunt toch ook met vrienden in de kroeg hangen? Jaap: “Zeker, als je daar van hart tot hart met elkaar spreekt en kunt reflecteren op de rol van God in je leven. Maar ik merk dat veel mannen moeite hebben om uit zichzelf een laag dieper te komen, moeiten te delen of zonden te bekennen. Wij sturen daar door de setting juist op aan.”

“Jezus komt bij wie zichzelf niet meer kan redden”

Jos is ook niet blij met de retoriek van de mannenbeweging. “Een ‘held voor de Koning’? Dat ben ik absoluut niet. Zo’n term legt de druk bij jezelf, en daar willen we allemaal juist vanaf. Waarom kan die retoriek niet weg? Dan gaan we gewoon net als vroeger met de jeugdvereniging op kamp.” Henk: “In de beeldspraak van de drie musketiers zit al het beeld van strijden voor de koning. Maar wij zien de held als een met littekens, een gebroken held.” Jaap noemt de nadruk op het strijden voor de Koning ‘de andere kant van genade’. “Wie gaat leven van genade, start een nieuw leven. Je mag met Jezus regeren, held zijn voor de Koning. Bij de viering aan het eind zeggen we: straks zit je weer naast je collega die je een etter vindt, of kom je thuis waar niks veranderd is. We leven in een gebroken realiteit, maar er is wel iets vernieuwd.”

Jos: “Ik merk dat jullie het ingewikkeld vinden om van de 4e-Musketierbeeldspraak te komen tot de bijbelse visie. Je zegt: het gaat wel om een held, maar een gewonde held…” Henk, opeens fel: “Wat je nu doet, vind ik niet fair. Voor de duizenden musketiers is onze bijbelse visie volstrekt helder. Dan moet je niet zeggen: jullie geven te ingewikkeld antwoord op mijn vraag en daarom klopt je verhaal niet.” Jos: “Ik geloof direct dat die mannen de kern snappen, maar mijn open vraag is: waarom die beeldspraak? Ik kan me voorstellen dat mannen denken: als ik dan toch christen moet worden, dan liever als held, als musketier en krachtige man, dan in het doodnormale leven met alle verantwoordelijkheden en shit, zonder uitdagingen. Ik vind het mooi te horen dat ze bij jullie niet de held hoeven uit te hangen, maar zo verkópen jullie het niet.” Henk: “Sorry, maar dan luister je echt selectief. Als je in ons magazine de verhalen van authentieke, gebroken mannen leest, dan weet je dat er zóveel zachts in onze beweging zit. De filmpjes zijn rauwdouwerig, maar we kunnen niet met een camera boven een kerel gaan staan die zijn leven binnenstebuiten keert.”

De 4e Musketier zet de held te veel in het zonnetje, meent Arie, terwijl navolgers van Jezus juist oog zouden moeten hebben voor de zwakken. Arie zet de boel op scherp en stelt: je bent pas een held voor de Koning als je, wanneer aan het begin van een karakterweekend vier mannen afhaken, tegen de groep zegt: we stoppen ermee, want we laten deze vier zwakke broeders niet in de steek. “Dát is Jezus. Jezus komt bij wie zichzelf niet meer kan redden.” Henk: “Je suggereert dat stoppen in zo’n geval meer Jezus’ manier is dan doorgaan. Dat denk ik dus niet. Jezus ging ook met elf mannen door toen Judas afhaakte.” Arie: “Die vergelijking gaat niet helemaal op.” Henk: “Die van jou ook niet.” Arie: “Ik ben blij dat we dit ontdekken, want hier zit het verschil in visie.” Henk: “Als tijdens een mannendag iemand tegen jou zegt: ‘Dit verhaal pruim ik niet, ik ben weg’, dan zeg jij: ‘Jongens, we gaan allemaal naar huis’?!” Arie: “Als ik zou suggereren dat ik ze opleid tot held voor de Koning, tot discipel, dan wel.” Henk, licht geïrriteerd: “Dat wij alleen het heldendom preken en navolging van de gekruisigde Christus achterwege laten, kan alleen maar gezegd worden door mensen die nooit mee zijn geweest.”

Arie houdt aan. “Mijn grote zorg blijft dat alles wat de schijn van maakbaarheid heeft, niet tot echte navolging leidt. Ik counsel mensen die al 25 keer hun leven oprecht aan Jezus hebben gegeven. Dat maakt me ten opzichte van activisme heel timide. Zo’n karakterweekend is toch gericht op een bekeringsmoment, misschien zelfs breken.” “En daarin weten we ons volkomen afhankelijk”, antwoordt Henk. Arie: “Maar kun je dat breken vergelijken met het breken van Paulus, die uitroept: ‘In mijn zwakheid ben ik sterk’? Henk: “Wij zeggen niet: je ligt hier in de modder te janken – dit is jouw Paulus-ervaring. Nee, je bent op reis met de Heer.”

Bij het geleidelijk dovende kampvuur ontdekken de discussiërende mannen dat ieders visie op de mannenbeweging gekleurd wordt door zijn eigen levensverhaal. Zo ook Arie, die op de vraag of hij weleens gevochten heeft, antwoordt: “Ik heb te veel gevochten, juist daarom ben ik een maakbaarheidsmannetje bij uitstek. Klein, maar door mijn grote bek toch ver gekomen…” Niet de houding die Jezus voorstaat, meent hij zelf. “Vandaar mijn gevoeligheid, allergie en dus ook mijn zorg bij alles wat pretendeert maakbaar te zijn.” Dit inzicht verleidt Henk tot een uitnodiging. “Ik denk dat jij als spreker een heel mooie rol zou kunnen vervullen bij de karakterweekenden; er zijn daar veel kerels waarin ik jouw tederheid en gevoeligheid herken.” Jos, de avond overziend: “Ik neem mee dat de personen achter de beweging een stuk veelkleuriger zijn dan de communicatie doet vermoeden.” Gelach. Jaap: “Wat ik meeneem van jouw bijdrage is dat God oneindig veel groter is dan wij beseffen. We kunnen Hem niet pakken, ook niet in een beweging.”

One thought on “De keurtroepen van de Koning

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *