Hoe moet een bejaarde de tegenslagen van de ouderdom weerstaan als de nooduitgang van de dood wagenwijd openstaat, vraagt schrijfster Vonne van der Meer zich af.

tekst Jasper van den Bovenkamp beeld Sjoerd Mouissie

Een paar dagen voor het interview was Vonne van der Meer in Utrecht bij het compleet uitverkochte symposium Voltooid leven van de Universiteit voor Humanistiek. Els van Wijngaarden presenteerde er de uitkomsten van haar promotieonderzoek naar de ervaringswereld van ouderen met een voltooid leven. Op een gegeven moment citeerde de onderzoekster één van de dames die ze had gesproken. Het was een oude vrouw met een doodswens, zegt Van der Meer, maar ze wilde ook nog wel een nieuwe heup.

Een moeilijk te begrijpen dualiteit, vindt de schrijfster, maar een aspect in de euthanasiediscussie waar best wat serieuzer naar gekeken mag worden. “Van Wijngaarden prikt in haar onderzoek door dat logge, bijna monolitische begrip ‘voltooid leven’ heen. Ze laat zien dat er een wereld van twijfel achter schuilgaat. De wil van mensen is veel grilliger dan die term suggereert.”

“Ik geloof dat je tot op heel hoge leeftijd in staat bent te veranderen. De veerkracht van mensen is veel groter dan we denken.”

In haar vorig jaar verschenen roman Winter in Gloster Huis wordt duidelijk wat Van der Meer daarmee bedoelt. Op het moment dat de bejaarde vrouw Noor de dodelijke cocktail drinkt, realiseert ze zich: ik wil dit niet! “De fictie is dat ik dat moment, dat zich in de werkelijkheid niet laat vangen, in mijn novelle gedetailleerd uitwerk. Dat je naar beneden valt met een strop om je nek, en dan spijt hebt.”

Genoeg en sterf!

Het idee voor het boek ontstond toen ze naar de voorstelling King Lear keek van William Shakespeare, vertelt de schrijfster in een kamer van uitgeverij AtlasContact, waar haar boek verscheen. De levensmoede Gloster wil van een klif springen, maar zoon Edgar laat dat niet gebeuren. Hij geeft Gloster het gevoel dat hij een ongelofelijke val maakt, terwijl die in werkelijkheid alleen maar voorover valt. In de waan dat de goden hem hebben gered, krabbelt Gloster overeind en verzucht: ‘Voortaan zal ik alle ellende verdragen tot zij zelf uitroept: ‘Genoeg! Genoeg en sterf!’’

Afgrond en vangnet komen in Van der Meers novelle terug in de vorm van het Vaarwelhotel, waar mensen met een doodswens in alle rust kunnen sterven, en een soort escapehotel, Gloster Huis, waar spijtoptanten in een kleine gemeenschap de mogelijkheid krijgen alsnog verder te leven.

Het verhaal speelt zich af in het jaar 2024. Hebt u zich bij de recent opgelaaide discussie over voltooid leven niet achter het oor gekrabd? Nederland lijkt nu al helemaal klaar voor het Vaarwelhotel.

“Zeker niet. Als minister Schippers vandaag begint een wet te ontwerpen, duurt het nog jaren voordat-ie erdoor is. Bovendien gaat het er natuurlijk niet om precies op het jaar af goed te gokken. De clou is dat in dit tijdsgewricht mensen niet alleen openstaan voor een voltooid leven-wet, maar ook in staat zijn om zo’n sterfhotel te bouwen.”

Bent u niet bang geweest anderen op slechte ideeën te brengen?

“Sterker nog, er bestaat al een vergelijkbaar hotel in Zwitserland. Met een geldige euthanasieverklaring kun je daar uit het leven stappen.”

Neerbuigend

Hoewel Van der Meer zich heel goed kan voorstellen dat rouw en depressies mensen naar het ravijn drijven, begrijpt ze niet hoe het kan dat de samenleving twintigers en veertigers en zelfs zestigers eindeloos stimuleert het gevecht met een crisis aan te gaan terwijl bejaarden alle begrip van de wereld wacht als ze er de brui aan willen geven. “Ik vind dat bijna neerbuigend. Alsof er niks meer van ouderen te verwachten is. Ik geloof dat je tot op heel hoge leeftijd in staat bent te veranderen. De veerkracht van mensen is veel groter dan we denken.”

“Paria’s worden het, de mensen die, terwijl ze aan alle voorwaarden voldoen, niet dood willen voor het hun tijd is.”

Kennelijk wordt het niet meer de moeite waard gevonden zich voor de heel ouden in te zetten. Er is geen familie meer, het lichaam is op, de geest moe. Het is dan zo voorstelbaar dat iemand niet meer wil. Laat zo iemand gaan. Toch? “Ik heb in mijn boek niet voor niets een huis ontworpen. Zolang mensen interesse hebben in anderen, zolang er belangstelling is en warmte, ervaren mensen zin. Onze regering heeft ervoor gezorgd dat ouderen zo lang mogelijk alleen thuis wonen. Ik geloof dat het een slechte zaak is. Meer dan eens heb ik oude mensen na een ongelukje ineens zien opleven in een revalidatietehuis. Even een krantje delen, samen koffie drinken, een gesprek aanknopen. Het zijn misschien geen heel diepe contacten en ze kunnen de overleden echtgenoot ook niet vervangen, en toch zijn ze heel belangrijk gebleken.”

De inkt van haar manuscript is amper droog, of Van der Meer krijgt een brief uit Antwerpen. Iemand schrijft dat Gloster Huis in zijn stad allang bestaat. Op uitnodiging gaat de auteur er kijken. Ze treft een kleinschalige woongroep met vijftien kamers, een gemeenschappelijke keuken en huiskamer in het hart van Antwerpen. Jongeren doen er hun maatschappelijke stage, vluchtelingen krijgen er van ouderen taalles. Het hele huis draait op twee betaalde krachten, de directeur en de verpleegkunde, en verder op dertig vrijwilligers. “Er zaten daar mensen, vertelde de directeur me, die het werkelijk niet meer zagen zitten maar na verloop van tijd weer opbloeiden door de contacten. En zeg nu zelf: het is toch veel leuker om met z’n vijftienen te eten dan alleen?”

Paria’s

In haar roman beschrijft Van der Meer hoe de maatschappelijke evolutie van het voltooid leven-debat op een gegeven ogenblik doorslaat. Mensen die ervoor kiezen na hun tachtigste door te leven, mogen nooit meer klagen, noteert ze. ‘Niet over kwalen, niet over eenzaamheid, of armoede. Paria’s worden het, de mensen die, terwijl ze aan alle voorwaarden voldoen, niet dood willen voor het hun tijd is.’

Ligt dat sentiment al op de bodem van de discussie zoals die vandaag wordt gevoerd?

“Zover is het gelukkig nog niet. Wel denk ik dat zodra die laatstewilpil er is ouderen in een verrekte moeilijke positie zullen komen. Want nee, ze hoeven niet door. Wat zitten ze nou te zeuren? Wat me werkelijk zorgen baart: hoe moet de bejaarde die slecht woont of niet voldoende zorg krijgt z’n recht opeisen als de nooduitgang naar de dood wagenwijd openstaan? De opa’s en oma’s die rouwen om een gestorven kind of om de snelle achteruitgang van hun gezondheid: ze zullen hun wens om er nog even te mogen blijven, moeten verdedigen.”

“Mensen zijn het onvoorspelbare, het toeval, steeds enger gaan vinden.”

Volgens psychiater Arthur, die het initiatief voor Gloster Huis nam, willen veel mensen die hun leven voltooid achten ten diepste helemaal niet dood. Hij ziet het aan ‘een blik, een opmerking, een vraag.’ Zijn dat soort mensen niet toerekeningsvatbaar?

“Toen ik het boek al geschreven had, zag ik de prachtige documentaireserie Langs de oevers van de Yangtze van de VPRO. In één van de afleveringen ging het over een brug in China waar veel mensen vanaf springen. Er is een man die zichzelf tot taak heeft gesteld met een verrekijker de brug af te speuren naar potentiële springers. Als hij er één gevonden heeft, gaat hij erop af, en probeert hij ze te lokken. Vervolgens zet hij ze achter op zijn brommer, krijgen ze bij hem thuis soep en een fikse borrel en dan gaat hij met ze praten. Hij vertelde dat het geen enkele zin heeft om op de brug al het gesprek aan te knopen. Eerst moet hij ze naar een warme, veilige omgeving brengen, ze iets te eten en te drinken geven en pas dan komen de woorden.”

In het Nederlandse voltooid leven-debat lijkt de sympathie voor de springer te groeien. Niemand die hem tegenhoudt.

“Er is behoefte aan een Gloster Huis, een plek waar iemand op adem kan komen en zich nog eens kan afvragen of het Vaarwelhotel de enige bestemming is.”

Op meerdere plekken in uw roman beschrijft u hoe vereenzaming van ouderen tot een doodswens kan leiden. Heeft onze samenleving schuld?

“Als we toch de aandacht die we aan het jonge leven schenken ook aan ouderen zouden geven, zou dat al heel wat zijn. In het boek Voltooid leven van Els van Wijngaarden, waarin ze allerlei waargebeurde voorbeelden beschrijft, passeert een oude dame die graag nog eens les zou geven aan Poolse vrouwen. Ze meldt zich aan, maar krijgt geen antwoord. Dat is pure leeftijdsdiscriminatie. Zolang we de ouderdom blijven zien als de levensfase van de achteruitgang van alles, loop je het risico dat mensen zichzelf ook zo gaan zien.”

Steeds meer ouderen geven aan dat hun rol is uitgespeeld. Ze hebben geen functie meer, geen waarde, voelen zich vanbinnen dood.

“Het leven heeft altijd waarde, ook als je zwaar gehandicapt of dementerend bent. Ik sprak eens met een rabbijn over deze thematiek. Hij vertelde me dat je niet kunt spreken over een waardig of een onwaardig leven. Je spreekt over het leven. Punt. Het leven heeft intrinsiek waarde.”

Ook voor mensen die in hun fauteuil wachten op het moment dat de geraniums in Aronskelken veranderen?

“Ouderen hebben op zoveel andere dan economische manieren waarde voor de samenleving. Als mensen die geduldig naar je luisteren, als mensen met een hele berg levenservaring. Ze proberen je niet als vader of moeder bij te sturen, maar zijn vaak vooral belangstellend aanwezig. Ze zijn de constante in je familie, de personen die jouw ouders al zolang kennen.”

Wat heeft ertoe geleid dat onze samenleving de afgelopen halve eeuw zo anders is gaan denken over leven en dood?

“Het idee van de maakbaarheid van het leven. Je kunt ervoor kiezen geen kinderen te hebben. Je kunt je vruchtbaarheid stimuleren. Je kunt kiezen voor de dood, lang voordat hij zich zelf aandient. We nemen het heft graag in eigen hand. Mensen zijn het onvoorspelbare, het toeval, steeds enger gaan vinden.”

Hoe autonoom nemen mensen het besluit om dood te willen?

“Op dit vlak wil ik niet te optimistisch zijn. Hoeveel echtparen hebben geen hekel aan elkaar. Hoeveel mannen en vrouwen hebben geen zin om voor hun demente partner te zorgen. En dan die kinderen, die het financieel moeilijk hebben en wel een erfenisje kunnen gebruiken. Natúúrlijk voelt de oudere hierdoor druk. Van hoeveel grote beslissingen in je leven moet je achteraf bekennen dat ze wel degelijk zijn beïnvloed door mensen om je heen?”

In uw roman schrijft u over de moeder van de broers die kort voor haar zelfgekozen overlijden jaagt op een wesp, omdat een steek haar fataal kan worden. ‘Waarom wel de dokter, maar niet de wesp?’, schrijft u. Kennelijk weegt het idee van zelfbeschikking nogal zwaar.

“Dat lijkt me evident. De dubbelzinnigheid manifesteert zich ook in mensen die op weg naar hun zelf geregisseerde dood nog beducht zijn voor een longontsteking. Die aandoening wordt wel the old men’s friend genoemd; het lijkt mij een heel mooie natuurlijke verzwakking van een broos lichaam. Dat mensen op hoge leeftijd nog een nieuwe hartklep krijgen, kan ik dan ook maar moeilijk begrijpen. Dat hart blijft maar tikken, terwijl de rest aftakelt.”

Maakt u zich zorgen over de toekomst van de maatschappelijke discussie over voltooid leven?

“Misschien komt er een kentering.”

Er lijkt in het debat toch steeds meer ruimte te ontstaan voor het beëindigen van levens die als voltooid worden beschouwd.

“O, zeker. Op het symposium in Utrecht zei iemand in de zaal iets over ‘die onzin van het hellend vlak ook altijd’. Alsof dat hellend vlak niet bestaat! Vijf jaar geleden was het nog ondenkbaar dat die autorijdende vrouw in de documentaire Levenseindekliniek euthanasie zou krijgen. Ik zie geen spoken als ik nu voorspel dat een paar jaar na de introductie van de laatstewilpil psychiatrisch patiënten die nog heel goed behandeld kunnen worden het recht op het dodelijk medicijn ook gaan opeisen.”

Wat is het rampscenario?

“Een Vaarwelhotel waar je na je tachtigste hartelijk welkom bent. Maar daar gaat mijn boek over.”

 

Schrijfster Vonne van der Meer (1952) debuteerde in 1985 met Het limonadegevoel en andere verhalen. Naar het grote publiek brak ze brak eind jaren negentig door met haar roman Eilandgasten. Winter in Gloster Huis verscheen bij AtlasContact. Van der Meer is getrouwd met schrijver en dichter Willem Jan Otten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *