tekst Willem Maarten Dekker

Het christelijk geloof kan niet zonder oordeel, niet zonder eeuwigheid en niet zonder de ‘brede weg’ die ten verderve leidt. “Maar we kunnen wél zonder de hel als plaats van eeuwige pijniging”, stelt predikant Willem Maarten Dekker. “En dat is zelfs beter.”

De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat de weg naar de hel begint dood te lopen, ook onder meer ‘orthodoxe’ en ‘evangelische’ christenen. Nadat niet-gelovigen steeds minder onder de indruk waren van het gevaar van de hel, kregen gelovigen steeds meer moeite met deze voorstelling. Ik heb verhalen gehoord van kinderen die zo’n medelijden hadden met hun niet-christelijke buurmeisje of -jongen, omdat die voor eeuwig zou branden en gepijnigd worden, en ik heb ook wel ouders of leerkrachten meegemaakt die de kerkverlating van hun kind of leerling trachtten te voorkomen door te wijzen op of te dreigen met de hel. Maar zulke verhalen worden minder, simpelweg omdat wij als gelovigen ook steeds meer moeite krijgen met de hel.

Het is niet zo eenvoudig aan te geven waar dit door komt. Komt het doordat wij in het Westen niet meer gewend zijn aan pijniging als onderdeel van straf, en ook met straf zelf steeds meer moeite krijgen? De beul, het martelen en de doodstraf zijn reeds lang afgeschaft, en in de gevangenis word je netjes verzorgd. Als wij kunnen straffen zonder te pijnigen, maar God verbindt straf met pijniging – dan is God eigenlijk minder humaan dan wij. Kan dat wel?

Het onderzoek laat echter ook zien dat er ook predikanten en christenen zijn die juist nu willen vasthouden aan het geloof in en de prediking van de hel. Dat is niet zo vreemd – het een roept het ander op. En hebben zij niet een punt? Gaan we niet iets essentieels missen als we de mogelijkheid van een eeuwige straf uit het oog verliezen?

In dit artikel wil ik oordeel en eeuwige pijniging van elkaar onderscheiden. We kunnen in het christelijk geloof mijns inziens niet zonder het idee dat Christus komt “om te oordelen de levenden en de doden” en ook niet zonder het geloof in “het eeuwige leven” – zoals de Apostolische geloofsbelijdenis stelt. We kunnen ook niet zonder de overtuiging dat er een smalle weg is die ten leven leidt en een brede weg die ten verderve leidt. Maar wij kunnen wel zonder de hel als plaats van eeuwige pijniging, en dat is zelfs beter.

Ananias en Saffira

Als we naar de Bijbel kijken, dan moet voor alles vaststaan dat God oordeelt over het menselijk handelen. De God van de Bijbel is niet iemand die maar een beetje zit toe te kijken bij het aardse gebeuren, maar die er volop in betrokken is, op allerlei manieren. Hij spreekt tot mensen, Hij intervenieert, Hij verlost – maar Hij oordeelt ook. Hij jaagt de Egyptenaren de Rode Zee in, Hij keert Sodom en Gomorra om, en Ananias en Saffira vallen dood neer. Voor de mensen die het betreft heeft dat oordeel, in ieder geval op het eerste gezicht, iets definitiefs, maar in het geheel van de geschiedenis zijn ze juist voorlopig: de oordelen zorgen ervoor dat de geschiedenis kan dóórgaan, en dat de kans blijft bestaan dat het Koninkrijk van God tóch komt. Gods oordelen openen in die zin de toekomst, ze sluiten die niet.

Dat wordt anders als we bedenken dat er ook een láátste oordeel zal zijn. Die overtuiging dringt pas in het Nieuwe Testament helemaal door. Het laatste oordeel veronderstelt het einde van de geschiedenis; het veronderstelt de komst van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Zo radicaal wordt het geloof onder de profeten nog niet. Daar blijft men geloven in de mogelijkheden van verbetering van de mensen. Maar Jezus en de apostelen verkondigen iets anders: “hemel en aarde zullen voorbijgaan” (Marc. 13:31). Het staat er zo beroerd voor dat God het met verbeteringen, met pedagogische maatregelen niet gaat redden.

Het staat er in het Nieuwe Testament zo beroerd voor dat God het met verbeteringen, met pedagogische maatregelen niet gaat redden

Willem Maarten Dekker

Tussen de oude en de nieuwe wereld moet nu een definitief oordeel komen. Een oordeel dat volledig recht doet aan alles wat er in de geschiedenis gebeurd is, zowel in het klein als in het groot. Dat oordeel is gelegd in de handen van Jezus Christus, “die zich tevoren om mijnentwil voor Gods gericht gesteld en al de vloek van mij weggenomen heeft” (Heidelbergse catechismus, antwoord 52). Daarom is het laatste oordeel in het Nieuwe Testament nergens een schrikbeeld, maar iets om je over te verheugen. Het is een enorme troost dat waar de misdaden hier op aarde vaak niet bestraft worden, dat uiteindelijk wel zal gebeuren. Je kunt

zelfs niet leven zonder in zo’n laatste gerechtigheid te geloven, zei Immanuel Kant terecht. Dat is een indirect godsbewijs: gezien het falende rechtssysteem hier op aarde moeten wij wel geloven in een hoogste Rechter, en dus moet God bestaan.

Universalisme

Dus: een laatste oordeel, ja, graag, in Gods Naam. Zonder zou ik niet willen en niet kunnen, ook al weet ik dat ook míjn zonde dan voluit aan het licht zal komen. Ik heb misschien wel liever dat God mijn zonde onthult en bestraft dan dat ik er ten onrechte mee weg kom – net zoals Raskolnikov in Dostojevski’s Misdaad en straf uiteindelijk zichzelf aangeeft, omdat hij weet dat alleen de veroordeling hem kan vernieuwen.

Maar nu wordt het moeilijker. Wat gebeurt er ‘na’ het laatste oordeel, nadat God al onze zonde heeft onthuld? Het onderzoek laat zien dat steeds meer christenen geneigd zijn te denken richting een universalisme: God zal allen redden. Sommigen denken dat omdat ze een beeld hebben van een god die geen vlieg kwaad doet en nog geen deuk in een pakje boter slaat. Zo’n godsbeeld kun je als christen eigenlijk niet serieus nemen. Maar er zijn ook christenen die zeggen: “Is Christus niet voor álle mensen gestorven? En als Hij voor allen gestorven is, dan is Gods toorn toch volledig gestild, dan staat er toch niets meer in de weg om állen te verlossen?” Het laatste oordeel is dan niets anders dan de onthulling van Golgota. Op Golgota stierf Christus voor de schuld van allen, en het laatste oordeel zal onthullen dat dat definitief genoeg was. Zo worden allen behouden.

Aan deze opvatting zit een sterke en een zwakke kant. Het sterke ervan is dat gesteld wordt dat Christus voor állen gestorven is. Er is ook een opvatting die stelt dat Christus alleen voor de uitverkorenen stierf. Deze opvatting is alleen mogelijk als je bij de verkiezing begint en vervolgens alles wat in de Bijbel staat vanuit dat perspectief leest. Het Nieuwe Testament verkondigt dat Christus een verzoening is voor de zonden “van de hele wereld” (1 Joh. 2:2). Het verkondigt bovendien dat “God wil dat alle mensen zalig worden” (1 Tim. 2:4). In dit opzicht moeten wij eenduidig over God spreken en geen God met twee willen of twee gezichten verkondigen. God is helder, mensen niet. Niet omgekeerd.

De vraag is echter: gebeurt ook alles wat God wil? Is het zo dat, omdat Christus voor állen gestorven is, allen ook gered móéten worden? Dat hangt af van de vraag hoe wij denken over onze vrijheid. Zijn wij vrij om Gods genade definitief af te wijzen? Mij dunkt dat we hier ‘ja’ op moeten zeggen, omdat God de vrijheid van zijn schepping respecteert. Dat doet Hij nu voortdurend – daarom láát Hij ons zondigen, omdat Hij onze vrijheid respecteert. Dat zal Hij dan ook definitief doen.

De prijs die we voor onze vrijheid betalen, is deze: niet alles wat God wil, gebeurt

Willem Maarten Dekker

De prijs die we hiervoor betalen, is deze: niet alles wat God wil, gebeurt. Dat is pijnlijk voor God, zoals het ook voor ons pijnlijk is als iets wat wij willen niet gebeurt. Vanuit het beeld van een almachtig God, die geen pijn kan voelen, heeft men dan ook gesteld dat het onmogelijk is dat er iets gebeurt wat God niet wil. Het is echter de vraag of de Bijbel dat ook verkondigt. Laat de Bijbel niet veeleer een God zien die na de ‘zondeval’ voortdurend probeert ‘er het beste van te maken’? Daarom sluit Hij al zijn verbonden; eerst met de hele schepping (Noach), als dat niet lukt met Abraham, enzovoorts. Maar Hij heeft er een heel zware dobber aan. Dat begreep Jezus ook nog, toen Hij – in alle ernst – vroeg: als de Mensenzoon terugkomt, zal Hij dan überhaupt nog geloof vinden op de aarde? Daarom is de geschiedenis een echte, open en spannende geschiedenis, omdat God en wij allebei onze vrijheid hebben. En dat betekent: God en wij kunnen allebei teleurgesteld worden; wij kunnen elkáár teleurstellen. En wij doen het. Het universalisme is geen optie, omdat God onze vrijheid om te zondigen respecteert.

Sadistisch

De brandende hel dan toch? Eeuwige pijniging? Nee. Het lijkt mij terecht dat wij daar moeite mee hebben. Wat mij betreft heeft dat niet zozeer te maken met een cultuur waarin straf en pijniging niet langer samengaan, maar met het beeld dat wij van God schetsen. Als er een eeuwige hel bestaat, dan hebben wij een dubbele eeuwigheid: een eeuwige hemel en een eeuwige hel. De traditie zegt dat God in béíde aanwezig is: in de hemel werkt zijn eeuwige genade, in de hel werkt voor eeuwig zijn straffende gerechtigheid.



De kerk heeft nooit geleerd dat de hel het rijk van Satan is, waar Satan heerst. Satan wordt zélf gestraft in de hel. En tegelijk gebruikt God hem als beul, als middel om de mensen mee te straffen. Maar alleen God is het subject van de straf. Wat is dat echter voor een God, die voor eeuwig een plaats van pijniging in stand

houdt? Heeft dat niet iets sadistisch? Is God iemand die wil dat sommige van zijn eigen schepselen eeuwige pijniging ondergaan? Is God dan iemand die genoegen beleeft aan de kwelling van anderen? Zijn tijdelijke oordelen in de geschiedenis hadden altijd een hoger doel, namelijk de realisering van het Godsrijk. Maar de hel heeft geen hoger doel, en levert daarmee automatisch een sadistisch godsbeeld op. Dat past mijns inziens niet bij de God die zich in Christus zo geopenbaard heeft dat “waar de zonde toenam, de genade steeds overvloediger werd” (Rom. 5:20).

Vernietiging

Het universalisme past dus niet bij de God van de Bijbel, maar de hel als oord van eeuwige pijniging ook niet. Wat dan? Wij zoeken een ontkoppeling van straf en hel. Die vinden we door de straf op te vatten als vernietiging. De goddelozen – en wie dat zijn, daar hebben wij ons totaal niet mee te bemoeien – zullen vernietigd worden, zodat er maar één Rijk overblijft: het Rijk van God. Dat is het éne doel van God en Hij zal dat éne doel bereiken – zowaar Hij God is. Hij gunt Satan en de goddelozen niets – zelfs niet hun voortbestaan in de hel. De weg naar de hel loopt definitief dood.

De Church of England liet in 1996 een rapport (The Mystery of Salvation) verschijnen, waarin deze opvatting onderschreven wordt. Op dit rapport is kritiek gekomen, omdat de visie exegetisch niet helemaal hard gemaakt zou kunnen worden. Dit is juist, maar ook de lijn van de hel als plaats van eeuwige pijniging is een exegetische keuze, waar je niet alle bijbelteksten in kunt onderbrengen. De keuze voor de hel als definitieve dood is bijbels gezien niet de enige mogelijke keuze, maar geloofsmatig gezien wel de meest verantwoorde keuze, omdat zij zowel recht doet aan de liefde van God als aan de ernst van het geloof. We starten dan bij de bijbelteksten over ‘de tweede dood’ (Op. 20:14 e.a.) en begrijpen de andere teksten, zoals die over een ‘eeuwig vuur’ (Mat. 25:41), in dat kader, als uitdrukkingen van de verschrikking zonder God te moeten zijn.

Lukt het de kerk om aan de wereld duidelijk te maken dat zij nú al in de hel leeft, omdat zij zonder God leeft?

Willem Maarten Dekker

Nog een laatste punt. Het Evangelie naar Johannes spreekt nog op een andere manier over eeuwig leven en eeuwig verloren gaan, namelijk als iets wat nú al geldt. Wie Christus kent, leeft nú eeuwig en wie niet gelooft, “ís al veroordeeld” (Joh. 3:18). In onze tijd, waarin mensen helemaal opgaan in het hier en nu, is het een belangrijke uitdaging voor de kerk om dít duidelijk te maken. Lukt het de kerk om aan de wereld duidelijk te maken dat zij nú al in de hel leeft, omdat zij zonder God leeft? Als de kerk dat niet duidelijk kan maken, faalt zij, en kan zij beter over de hel ná de dood zwijgen. Als we niet eens de relevantie van het geloof voor het leven nú kunnen aangeven, moeten we helemaal niet proberen over de eeuwigheid te spreken. Daar trekt de goegemeente zich dan niets van aan – en terecht.

Dostojevski

Schrijvers en kunstenaars zijn vaak beter dan de kerk in staat om de hel nú te verwoorden. Dostojevski zegt dat de hel “het onvermogen is om lief te hebben” – en hij laat in zijn romans meesterlijk zien hoe zo’n hel ‘werkt’. Zulk onvermogen zien we overal om ons heen. Daar “gaat Satan rond als een briesende leeuw”, en daar is nú de hel. Misschien zegt de hervormde theoloog Gunning het nog beter. Hij verbindt de hel niet met het onvermogen om lief te hebben, maar met het onvermogen om je te laten liefhebben. Dat is het grootste én het moeilijkste van het leven: je ongegeneerd te laten liefhebben, de genade van God ongegeneerd tot je toe te laten. Toe te laten dat Hij jouw persoon van jouw daden scheidt, toe te laten dat Hij je niet beloont vanwege je daden, maar jou als persoon liefheeft ondanks je daden. Dat zijn hel en hemel hier op aarde.

Wie zo stilstaat bij zijn of haar éígen onvermogen lief te hebben en zich te laten liefhebben, die zal beseffen dat er alleen redding is ‘door het oog van de naald’ (Mat. 19:24), ‘door de nauwe poort’ (Mat. 7:14), ‘als door vuur heen’ (1 Kor. 3:31), dat wil zeggen: door Jezus Christus. Hij is het oog van de naald, Hij is de nauwe poort en Hij is het vuur. In het circus zag je weleens een leeuw die door een ring van vuur springt. Dat is de verlossing: de gelovige is zo’n leeuw, Christus is de ring met vuur, en het geloof is de móéd om te springen. Andere verlossing is er niet. Dat is altijd de verkondiging van de kerk geweest, en dat moet zij altijd blijven.

One thought on “‘De weg naar de hel loopt dood’

  1. Dit artikel is heilzaam, een verademing, ontroerend, ‘redeeming’ wat mij betreft en gaat me nog wel even bezighouden om het te laten bezinken en een plek te geven.

    De sterke statements van de reformatorische / christelijke traditie over de hel zijn voor mij een groot obstakel geweest om van harte te geloven. Want het voelt hypocriet en innerlijk verscheurend om dit te doen, en ondertussen te geloven dat zij eeuwig gestraft zullen worden. Na een jarenlange worsteling hiermee heb ik met pasen in een persoonlijke crisis een keuze gemaakt. Ik krijg dit niet rond. Ik kan niet leven met een God die zo is. Maar hoe ik God heb leren kennen in de Bijbel, dat is mijn houvast; hij daagt me uit om te geloven, te hopen en lief te hebben en ik vind dat moeilijk. Maar ik wíl dat. Niemand anders daagt me daarin uit. Als Gods Zoon daadwerkelijk uit de dood is opgestaan, dan is Hij ook in staat om mij te helpen. Ik heb Hem nodig. Daarom geef ik Hem het voordeel van de twijfel, en vertrouw ik op zijn rechtvaardigheid. Ik heb besloten het ‘hel’- vraagstuk niet meer op te willen lossen, maar het in Gods handen te leggen. Toch blijft het knagen. En nu lees ik dit artikel. Toch een antwoord.?!

    Ben blij dat De Nieuwe Koers dit onderwerp in the picture gezet heeft, en met dit artikel. Heb het vaak gemist om medegelovigen van gedachten te kunnen wisselen over moeilijke vragen zoals deze. Nu dan toch. En zo raak..

    Bedankt…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *