Volgende week opent het internationale filmfestival Film by the Sea met Dorsvloer vol confetti, de verfilming van het succesdebuut van Franca Treur. Een film over gereformeerd leven in de Zeeuwse klei, over puberen in een gesloten milieu. Regisseur Tallulah Schwab heeft er een respectvolle en poëtische film van gemaakt. 

tekst Arie Kok

Het geloof hangt er aan de hanenbalken, dichtte Gerrit Achterberg. Dat gevoel krijg je ook bij Dorsvloer vol Confetti. De film is dichtbij het boek gebleven. Belangrijk is dat niet, het mag een eigen product zijn en vergelijken levert weinig zinvols op. Maar in dit geval betekent dat ook dat de gereformeerde wereld respectvol en herkenbaar wordt neergezet. Dat is bijzonder knap, want het luistert precies in ‘praat, daad en gewaad’. Ik ben zelf opgegroeid in een reformatorisch milieu, had vrienden in alle kleuren zware kerken, maar heb eigenlijk geen foutjes gezien.

Het geheel is poëtisch en moet het niet hebben van een spannend plot.

De film zweeft ergens tussen lichtvoetigheid en melancholie. We volgen Katelijne, een intelligent en creatief meisje, aangekomen in de laatste klas van de basisschool en enige dochter in een boeren gezin. Ze is wat vroeg wijs, een beetje jongensachtig en stoer, en bijna net zo zwijgzaam als haar omgeving. Hendrikje Nieuwerf zet de rol zeer overtuigend neer. Het bevindelijke geloof is vanzelfsprekend voor Katelijne, het is haar vertrouwde wereld, die op punt van openbreken staat. Alles wat ‘buiten’ gebeurt is spannend, doet verlangen naar de grote wereld: de kermis in het dorp, een poster van Canada aan de muur, een logeerpartij in de grote stad, verkleedpartijen en gerommel van haar broers met meisjes. De spanning die ze ervaart verwerkt ze in verhalen en fantasieën. Ze gaat haar eigen weg, tilt niet zwaar aan de dingen, denkt over alles na, maar blijft speels. Dat geeft de film wat lichtvoetigs.

De melancholie zit hem in de zwijgzame Zeeuwen, het kneuterige dat de refowereld soms heeft, de zware klei en de wuivende graanvelden, de ruwe manieren op de boerderij, extra aangezet door de sfeervolle muziek. De sfeer van de late jaren tachtig is akelig precies getroffen. Het geheel is poëtisch en moet het niet hebben van een spannend plot. Naar het einde toe gaat het verhaal wat kabbelen. Wie weinig met symboliek, verfijnde karakters en sfeervolle plaatjes heeft, zal deze film saai vinden.

Doordat het verhaal vanuit een twaalfjarige wordt verteld, gaat het nergens echt diep. Existentiële vragen blijven wat in de lucht hangen. Als opa overlijdt maakt de familie zich vooral zorgen over zijn eeuwige zielenheil, want hij leefde zo oppervlakkig. Dat hij stierf omdat hij zijn eigen kleinzoon uit de gierput redde is een prachtig messiasmotief waar niet meer over gesproken wordt. Dat ik daar meer van had willen zien, laat onverlet dat Dorsvloer vol Confetti een geslaagde boekverfilming is, waarvan niet zomaar gezegd kan worden dat het boek beter was. En dat is bij zo’n subtiel verhaal een grote prestatie.

Dorsvloer vol confetti is vanaf 18 september te zien in de bioscoop. Een uitgebreide versie van deze bespreking verschijnt in het oktobernummer van De Nieuwe Koers.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *