Home>Economie>Ecomodernisten vertrouwen te makkelijk op technologie

Ecomodernisten vertrouwen te makkelijk op technologie

De aarde gaat helemaal niet naar de vaantjes door meer kolencentrales te openen en de inzet van meer technologie is veel duurzamer dan al dat groene gedoe. Aldus betogen zeven auteurs in Ecomodernisme, het nieuwe denken over groen en groei. Bioloog René Fransen vraagt zich af of dat niet al te optimistisch is gedacht.

Tekst: René Fransen

Wie durft het nog aan om voor kolencentrales, gentechnologie en stevige economische groei te zijn? De milieulobby vertelt ons dat het vijf voor twaalf, twee voor twaalf of een minuut na twaalven is en de druk om de klok terug te draaien is groot. Niet nodig, zeggen dus de ecomodernisten. Technologie, dát is de oplossing.

Ecomodernisme, het nieuwe denken over groen en groei, Marco Visscher, Ralf Bodelier (redactie), Nieuw Amsterdam, € 22,99.

We kennen het betoog: de aarde gaat richting de afgrond. Grondstoffen raken op, de temperatuur stijgt door broeikasgassen. De enige remedie die wordt opgevoerd, klinkt inmiddels ook als een bekend mantra: minder fossiele energie, meer zonnepanelen en windparken, en, niet te vergeten: consuminderen. Weg met de grootschaligheid natuurlijk; ons eten moet liefst op fietsafstand verbouwd worden in biologische bedrijven.

Of toch niet? Het ecomodernisme heeft een hart voor de planeet, maar kiest een andere route dan de milieubeweging. Ecomodernisten omarmen de techniek die ons ten slotte heeft gebracht waar we nu zijn, maar opnieuw maken ze afwijkende keuzes: zonnepanelen en windmolens vinden ze zinloos, die leveren geen betrouwbare stroom. Je moet altijd een centrale op fossiele brandstof achter de hand hebben voor als het bewolkt is of niet waait. Bovendien zorgen productie en afbraak van zonnepanelen voor een forse uitstoot van kooldioxide. Kernenergie is eigenlijk de enige CO2-arme bron van energie.

Zure appel

Het broeikaseffect valt ook reuze mee, is de ecomoderne overtuiging. Ja, er is een stijging van broeikasgassen, maar diverse wetenschappelijke studies laten zien dat de gevolgen veel minder ernstig zijn dan voorspeld. Wanneer landen als India nieuwe kolencentrales bouwen, is dat alleen maar gunstig: het verhoogt de welvaart en dat is de beste route naar minder vervuiling. Even door de zure appel heen bijten dus.

De zeven auteurs van de bundel over ecomodernisme schetsen een hoopvolle toekomst. Niet door te consuminderen, maar door de economische groei juist te stimuleren, vooral in landen die nu nog niet de westerse kwaliteit van leven hebben. Een zonnepaneel op een hutje in Afrika is niet voldoende, er moet een betrouwbaar elektriciteitsnetwerk komen zodat bedrijvigheid een kans krijgt en wasmachines gaan zorgen voor meer vrije tijd waarin vrouwen zich kunnen ontwikkelen.

Voor de ecomodernisten is het glas meer dan halfvol; technologie zal de oplossingen brengen. Gentechnologie vergroot de oogsten, intensieve landbouw en veeteelt vergroten de productiviteit zodat er voldoende voedsel komt om de bevolkingsgroei bij te benen. Ook verstedelijking is toe te juichen, want steden zijn broeinesten van creativiteit en ontwikkeling. Zo heeft de mensheid minder land nodig, dus blijft er meer natuur over. Biologische landbouw vergt juist meer landbouwgrond en is daarmee slecht voor de natuur.

Vastgeroeste denkbeelden

De oplossingen van de ecomodernisten wijken vaak radicaal af van die van de traditionele milieubeweging. Hun zienswijze is prikkelend en wijst zeker op een aantal vastgeroeste denkbeelden die misschien moeten sneuvelen. Technologie kan inderdaad een deel van de oplossing zijn, maar de milieubeweging wijst technologische oplossingen veelal op voorhand af.

Toch overtuigt het boek van de zeven auteurs als geheel niet. De ecomodernisten gaan bijvoorbeeld erg selectief om met wetenschappelijke bevindingen. De wetenschap heeft het laatste woord als de conclusies in hun straatje passen, maar het onderzoek naar smart grids, die het wisselende energieaanbod van zonnepanelen en windmolens moeten opvangen, is volgens hen het werk van ‘goeroes’. Terwijl ook dit vorswerk aan respectabele universiteiten plaatsvindt.

De auteurs nemen een grote hypotheek op de toekomst

Gaat het om de gevolgen van klimaatverandering, dan schuiven ze de consensus onder klimaatwetenschappers simpelweg aan de kant. Tal van serieuze problemen worden genegeerd en veel van de oplossingen die ze op andere problemen aandragen, borduren voort op de premisse dat klimaatverandering inderdaad geen ernstige gevolgen heeft. Zo nemen de auteurs een grote hypotheek op de toekomst.

Op de laatste pagina’s erkennen de auteurs dat ook zij – net als de milieubeweging – een kokervisie zouden kunnen ontwikkelen. Met die gedachte moeten ze hun eigen boek nog maar eens doorlezen. Het complete ecomodernistische menu valt tegen, hoewel er best smakelijke hapjes tussen zitten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *