Home>Politiek>Een huiskamer op de tippelzone

Een huiskamer op de tippelzone

Terwijl ChristenUniekamerlid Gert-Jan Segers naar manieren zoekt om misstanden in de prostitutie aan te pakken, helpt stichting Terwille in Groningen vrouwen om uit het vak te stappen. ‘Als we vanavond een telefoontje krijgen, kunnen we diegene direct plaatsen op een veilige plek.’

tekst Jurgen Tiekstra beeld Maarten Boersema

Irene (44) schuift haar mouw omhoog en wrijft onrustig over haar arm. “Ik krijg er kippenvel van”, zegt ze. Het is een zondagavond begin maart. Ze zit in de koffiebar van de Stadskerk, een Vrije Baptistengemeente in Groningen die sinds een paar jaar is gevestigd in een pand wat eerst van een bouwmarkt was.

Vanuit de hal klinkt het gegons van stemmen door. In de kerk is net een themadienst over prostitutie afgelopen. De honderden bezoekers verlaten het gebouw en lopen de avondlucht in. Even daarvoor vertelde een hoogzwangere Jojanneke van den Berge op het podium over haar schrijnende conclusies nu ze voor de EO-reportageserie Jojanneke in de prostitutie twee jaar in de wereld van sekswerkers heeft rondgelopen. “Wat mij tegenviel is hoe moeilijk het is om een happy hooker te vinden”, zei ze. “Als ik er één gevonden dacht te hebben, bleek ze toch door een pooier te zijn geslagen.” En over de felle discussie over hoeveel prostituees nou gedwongen hun werk doen: “Zelfs al is het maar tien procent, dan zijn er duizenden mannen en vrouwen die dagelijks worden verkracht.”

De vrouwen die uit het vak stappen vaak weten niet wat een ‘normaal leven’ is. Juist dat normale leven kan hun schrik aanjagen na jaren van prostitutie en drugsgebruik.

Het podium in de kerk werd ook bevolkt door hulpverleners en vrijwilligers. Die laatsten vertelden over hun pogingen om in gesprek te komen met prostituees en hoerenlopers, in zowel het raamgebied als op de tippelzone van Groningen. “Ik ben geschrokken van de omstandigheden waaronder zij werken”, beschreef een vrijwilligster van Hope for Groningen die wekelijks praat met prostituees in de Muurstraat en de Nieuwstad, de twee plekken in de stad waar raamprostitutie plaatsvindt. “Ze zitten in een kleine kamer, zonder daglicht, vaak geen keuken, maar moeten wel veel huur betalen. Dat geeft hen veel stress. Je komt vrouwen tegen aan wie je ziet dat het slecht met ze gaat, zoals laatst een jong meisje met anorexia dat toch dit werk doet.”

Heroïneverslaving

De verhalen kwamen hard binnen bij Irene, want precies een jaar geleden stapte ze zelf uit de prostitutie, met hulp van de christelijke GGZ-instelling Terwille Verslavingszorg. “Het deed mij heel veel vanavond. Het kwam heel dichtbij.” Ze werkte jarenlang op de tippelzone in Groningen aan de Bornholmstraat, die een bedrijventerrein doorkruist met vestigingen van IKEA, Praxis en Saturn. “Ik heb bij mekaar denk ik twintig jaar gewerkt, waarvan dertien jaar op de Bornholmstraat.”

Ze woonde nog in Rotterdam toen ze het vak instapte, aangespoord door haar heroïneverslaving. “Ik had een vriendin en die was ook verslaafd. Die verdiende geld ’s avonds. Ik wist helemaal niet hoe. Ik ben dus met haar meegegaan naar de tippelzone in Rotterdam, die je toen nog aan de Keileweg had. Er stopte een auto en ik vroeg haar: ‘Wat moet ik nou doen? Hoeveel moet ik vragen?’ Dat was de eerste keer. Dat zal ik nooit vergeten. Ik was toen twintig. Zij zei mij de prijs en ik ben ingestapt. Zo is het begonnen. Daarna dacht ik: dit gaat snel, dit is makkelijk verdienen. Het ging ook allemaal heel gemakkelijk. Maar ja, als je nog verslaafder wordt, ga je er niet meer zo mooi uitzien. En dan is het echt niet zo makkelijk meer om geld te verdienen. Het is echt… Het is een hard gelag.”

Ook Erik de Vos, directeur van Terwille Verslavingszorg, schuift aan in de koffiebar. Vijf jaar geleden begon hij een uitstapproject voor prostituees. Met een klein team van medewerkers lukte het hem om 27 vrouwen uit het vak te halen. In totaal begonnen 92 prostituees aan het uitstapprogramma, waarvan een aantal nog steeds in behandeling is. Dankzij een rijkssubsidie van 1,2 miljoen euro kan het programma nu worden uitgerold over de provincies Groningen en Drenthe.

Het is essentieel om onmiddellijk te handelen als een prostituee aangeeft dat ze uit het vak wil stappen, benadrukte hij even daarvoor op het podium: “Als we vanavond een telefoontje krijgen, kunnen we diegene direct plaatsen op een veilige plek.” Omdat het gros van de vrouwen op de tippelzone verslaafd is, is er goed contact met verschillende opnameplekken waar vrouwen kunnen afkicken. “Zo kunnen ze daar à la minuut geplaatst worden.”

Verkracht

Zo verging het ook Irene. Verkrachting was de reden dat ze een jaar geleden besloot dat ze na ruim twintig jaar moest stoppen. “Er is altijd gezegd: als je op de baan werkt, zo noemen wij de tippelzone, dan moet je die nooit afgaan. Maar als je op een avond slecht verdient, en er komt toevallig een klant, dan ga je van die baan af. Nou, en die man heeft wat in mijn cola gedaan. Waarschijnlijk ghb, ik weet het niet. Ik weet wel dat ik ineens bijkwam en dat ik in Groningen liep en helemaal onder het bloed zat. Toen dacht ik: dit is het einde. Nu moet ik stoppen. Dat heeft bij mij de ogen geopend. Ik ben gelijk weggegaan uit het huis waarin ik woonde en nooit meer teruggegaan.”

Ze kwam onmiddellijk in een detox-programma terecht, waar ze methadon kreeg en met een psychiater van Terwille sprak. Daarna verbleef ze kort bij een gezin in Noord Nederland om vervolgens met de auto naar Frankrijk te worden gereden naar weer een andere veilige opvangplek. Daar verbleef ze drie maanden. Erg belangrijk, zegt Erik de Vos, is dat elk contact met de oude omgeving resoluut stopt. “Als er bij ons vrouwen uitstappen, dan wordt het internet afgesloten, de telefoon ingeleverd en zorgen we dat er geen contact met buiten gemaakt kan worden. Daarin beschermen we de vrouwen tegen zichzelf.”

De vrouwen die uit het vak stappen vaak weten niet wat een ‘normaal leven’ is. Juist dat normale leven kan hun schrik aanjagen na jaren van prostitutie en drugsgebruik. De Vos noemt dat ‘onveilige veiligheid’. Om die reden kunnen ze terug verlangen naar hun oude bestaan. “Ik ben bijna 23 jaar verslaafd geweest”, zegt Irene. “Kijk, het is iedere dag nog een gevecht, iedere dag dat ik clean ben is meegenomen. En zelfs de prostitutie blijft een gevecht. Want het is een bepaald soort mensen dat daar komt, het is een bepaald soort wereld. Voor mij is die wereld juist heel veilig, omdat ik er alles van weet, omdat die voor mij bekend is.” En dan begint ze onrustig over haar arm te wrijven en zegt ze: “Ik krijg er kippenvel van.” Waarvan? “Als we het over prostitutie hebben.” Ze wil nooit meer in de Bornholmstraat komen, waar ze elke avond stond. “Nee, het is beter voor mij van niet. Nee. Nee. Ik kom er niet meer.”

Hulpverleenster Lica, wiens achternaam vanwege veiligheid niet in dit stuk vermeld wordt, is ook aan tafel komen zitten. Al een aantal jaren werkt ze in dienst van Terwille in het raamgebied van Groningen en sinds het begin van dit jaar komt ze ’s avonds ook op de tippelzone. Daar werkt ze vanuit een keet die ‘de huiskamer’ wordt genoemd, met daarin een team medewerkers van het Leger des Heils, Verslavingszorg Noord-Nederland en Terwille. Hier kunnen de prostituees tv kijken, koffie drinken of een gesprek aanknopen.

Ze kent Irene niet, maar wel haar verhaal. “Als ik zie hoe ver jij bent: pétje af”, zegt Lica. “Dank je wel, dank je wel”, lacht Irene. “Dat je de moed hebt genomen om gewoon te zeggen: Wacht eens even, hoe ik er nú bijloop… Het is kláár. Dat je jezelf ziet als een waardevol mens, na al die ellende, en dat je hulp bent gaan zoeken. Jij hebt het op eigen wilskracht gedaan. Er zijn weinig vrouwen die zo ver komen, en die kunnen volhouden. Want nu is de kunst om…” “Om het vól te houden”, vult Irene aan, “en dat is nog iedere dag een gevecht. Ik heb daar nog steeds de hulp voor. Ik heb dus bij dat gezin in Noord-Nederland gezeten en ik heb nog steeds contact met die mensen. Ze doen iedere vrijdag boodschappen met mij en dan eet ik er. Als er wat is, kan ik altijd bij hen terecht. Dat is zo fijn. Want eigenlijk al mijn kennissen en vrienden van vroeger, daar heb ik geen contact meer mee. Je bent in feite helemaal alleen.”

Pooierverbod

Het is nu vijftien jaar geleden dat in Nederland de prostitutie werd gelegaliseerd en het pooierverbod opgeheven. De discussie hierover woekert elk jaar weer voort, met name omdat de misstanden zo groot zijn. Ruim de helft van alle prostituees is (mogelijk) slachtoffer van seksuele uitbuiting, schatte de politie in 2012 in haar Criminaliteitsanalyse Seksuele Uitbuiting.

Een prominente kritische stem de laatste jaren is Gert-Jan Segers, Tweede Kamerlid namens de ChristenUnie. Hij wil meer repressie, maar vindt veel tegenstand op zijn weg. Hij reisde naar Zweden om te kijken naar de effecten van het verbod op hoerenlopen daar. Hij pleitte ervoor om het bezoek aan gedwongen prostituees strafbaar te stellen, waarna de Raad voor de Rechtspraak eind februari een negatief advies hierover gaf. En hij pleitte eind januari voor een pooierverbod, dat al meteen door de Nationaal Rapporteur over Mensenhandel en Prostitutie als ‘niet nodig’ werd weggezet.

Irene weet niet of een pooierverbod helpt. Zelf heeft ze geen ervaring met souteneurs. “Ik wil mijn lichaam verkopen, dus ik heb recht op al mijn geld. Dat wil ik aan niemand afgeven”, beschrijft ze haar oude aanpak. Maar frisse jongens zijn het niet, zag ze. “Dat is echt schofterig, hoe dat gaat. Dan zijn die meisjes nog geeneens uit de auto en dan wordt het geld ze al afgepakt. En ze moeten een bepaald bedrag verdienen. Want als ze dat niet hebben, dan worden ze total loss geslagen. Ik zag de Bulgaarse en Roemeense meisjes – die werden in een Mercedes gebracht. Dan kwamen er drie of vier meiden uit de auto, en dan moesten ze maar zien hoeveel geld ze die avond verdienden. Want zo niet, dan was het niet goed, hoor. Dat heb ik met eigen ogen gezien.”

Ook Erik de Vos vraagt zich af wat een pooierverbod kan doen. “De rijkste pooiers zitten in Bulgarije. Maak het strafbaar; het enige wat er dan gebeurt, is dat er meer in de illegaliteit plaatsvindt, en niet dat het aantal pooiers afneemt. En sommige vrouwen vinden het ook gewoon veilig om een man in de buurt te hebben. Ook daar zie je die onveilige veiligheid weer. De prostitutie is wel een heel ‘crimi’ wereld. Niet alle prostituanten zijn aardige jongens.”

Hij gelooft met name in het opbouwen van de weerbaarheid van vrouwen, dankzij voorlichting over loverboys en de ware aard van de prostitutie. Dus: voorlichting aan de voorkant en een uitstapprogramma aan de achterkant. “Voor prostituees zie ik één oplossing, en dat is: uitstappen. Dus hoe ze erin gekomen zijn, en of dat vrijwillig of niet-vrijwillig is gebeurd, vind ik zelf eigenlijk niet zo’n interessante vraag.” Want, zegt hij: “Er is altijd een vorm van dwang of afhankelijkheid.” Als er geen sprake is van mensenhandel dan is er wel de dwang van een drugsverslaving of van grote schulden. “Als je de vrouwen beter kent, dan zie je dat er een zeer gebroken wereld achter zit.”

Reacties

Samenvatting

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *