Home>Interview>‘Een selfie met woorden, dat is geen mening’

‘Een selfie met woorden, dat is geen mening’

“Ten onrechte wordt in Nederland elke puberale uiting als een mening opgevat.” Johan Snel, hoofddocent en onderzoeker bij de opleiding journalistiek van de Christelijke Hogeschool Ede, over de vrijheid van meningsuiting, Ebru Umar, Jan Böhmermann en het verschil tussen een mening en een uiting.

tekst Jan Kas beeld Niek Stam

Columniste Ebru Umar en de Duitse komiek Jan Böhmermann hebben de afgelopen weken in elk geval één ding bereikt: dat het begrip ‘vrijheid van meningsuiting’ veelvuldig werd gebezigd. Beiden richtten hun pijlen op de Turkse president Erdogan, volgens Umar ‘de megalomaanste dictator die Turkije sinds de oprichting van de republiek in 1923 kent’. ‘#fuckerdogan’, twitterde de columniste. Het kwam haar te staan op enkele dagen ‘landarrest’ in Turkije. Böhmermann las in een televisie-uitzending een ‘smaadgedicht’ voor waarin hij Erdogan als ‘geiteneuker’ betitelde. Bewust kwetsend, oordeelde bondskanselier Angela Merkel. Veel politici en journalisten namen het op voor Umar en Böhmermann. Volgens hen was de vrijheid van meningsuiting in het geding.

“Ten onrechte wordt in Nederland elke willekeurige puberale uiting als mening opgevat”

Van het belang van vrije meningsuiting hoeft Johan Snel niet meer overtuigd te worden. Hij schreef er eerder zijn boek ‘Recht van spreken’ over. “Zonder de vrijheid van meningsuiting zou er helemaal geen journalistiek zijn”, betoogt Snel nu in zijn nieuwe studie ‘Tien journalistieke idealen’. Een heel hoofdstuk besteedt hij dan ook aan vrije meningsuiting, die hij samen met onder andere objectiviteit, onafhankelijkheid, betrouwbaarheid en betrokkenheid belicht als dragers van ‘de journalistiek van de nieuwe eeuw’.

Umar, Böhmermann, voor iemand die zich beroepsmatig bezighoudt met de vrijheid van meningsuiting, zijn het interessante tijden.

“Mij boeien vooral de culturele aspecten, wat mensen met vrijheid van meningsuiting bedoelen en de vele misverstanden eromheen. Ik zal niet zo gauw uitspraken doen waar nu wel en niet de grenzen van die vrijheid liggen.”

Waarom niet?

“Heel flauw gezegd: dat maakt de rechter wel uit. Mij gaat het om de betekenis van vrijheid van meningsuiting als grondrecht. En natuurlijk om de vrijheid van levensovertuiging en geweten, die wereldwijd veel belangrijker zijn. Dan gaat het ook over grenzen, maar toch anders. De kwesties rond Umar en Böhmermann vind ik geen mooie voorbeelden van vrijheid van meningsuiting.”

Geen mooie voorbeelden?

“Vrijheid van meningsuiting is de vrijheid van burgers om zonder angst voor vervolging hun overtuiging publiekelijk te uiten, ook als het een minderheidsstandpunt betreft. De uitingen van Böhmermann en Umar hebben daar niet zoveel mee te maken. Umars ‘#fuckerdogan’ is geen mening, maar een belediging, bedoeld om te kwetsen. De columniste wordt mogelijk aangeklaagd volgens het Turkse strafrecht. In elk Europees land kun je evengoed om onduldbare uitlatingen, smaad of laster vervolgd worden als in Turkije. Hooguit verschillen per land de finesses van het recht wat.”

Umar wil met haar columns en tweets de dictatoriale neigingen van Erdogan aankaarten, lijkt mij.

“Maar meningen zijn gebaseerd op feiten en argumenten. Umars tweet berust slechts op de behoefte om zich wild te uiten. Dat doen columnisten vaker. Met journalistiek en vrijheid van meningsuiting heeft het weinig van doen.”

“Er is veel mis met de Turkse rechtsstaat, maar Ebru Umar neemt het zicht daarop alleen maar weg”

Umar heeft over Erdogan zeker een mening.

“Ten onrechte wordt in Nederland elke willekeurige puberale uiting als zodanig opgevat. Lang niet elke uiting is echter een mening. Een publieke mening blijft onderworpen aan de eisen van feitelijkheid en verificatie. Mijn bezwaar ligt bij de typisch Nederlandse overschatting van het recht op zelfexpressie – en de daaruit voortvloeiende onderschatting van de betekenis van vrije meningsuiting. Wie zo nadrukkelijk voor Umar in de bres springt, dus voor wonderlijke zelfgerichte zelfexpressie, verdringt de betekenis van de vrijheid van meningsuiting. Die raakt zelfs beschadigd als je er elke willekeurige oprisping mee in verband gaat brengen, of zelfs voorop gaat zetten. Op haar allerbest is zo’n oprisping een uiting.”

De kwestie-Umar ‘raakt direct aan onze kernwaarden vrijheid van meningsuiting en persvrijheid’, twitterde premier Rutte.

“Tot mijn spijt heeft Rutte gebeld met Umar en nooit met journalisten en burgers in Turkije die werkelijk vervolgd worden om de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid. In dat opzicht is er in Turkije sprake van vrij ernstige schending van burger- en mensenrechten. Angela Merkel heeft daar terecht openlijk uitspraken over gedaan, tijdens haar bezoek aan het land. Zulke druk op Turkije en Erdogan zou je meer moeten uitoefenen. Dat kan Rutte beter doen dan opkomen voor iemand die geen belangstelling toont voor het publieke debat.”

Met haar uiting wil Umar toch ook deelnemen aan dat debat?

“Ik betwijfel dat. Beledigen draagt niet bij aan de publieke meningsvorming. Integendeel, het slaat het debat dood. Veel columns in dag- en weekbladen zijn eerder een vorm van zelfexpressie, een selfie in woorden; niet onderbouwd met argumenten. Eigen behoeften staan centraal. Ze duwen ondertussen meningen opzij en ondergraven eerder het debat dan dat ze een bijdrage zijn. Er is geen publiek debat mogelijk als iedereen maar willekeurig gaat roeptoeteren. Een journalist schrikt daarvoor terug. Die committeert zich aan normen als feitelijkheid, betrouwbaarheid en bewijsvoering. Uitroepen zonder argumenten die je met elkaar kunt delen, maken het publieke debat onmogelijk. Kwalijk vind ik dat de premier met zijn openlijke steun aan de columniste de schending van de echte burger- en mensenrechten in Turkije demonstratief negeert. Er is veel mis met de Turkse rechtsstaat, zeker in de grote oorlog tegen de Koerden. Umar staat daar met haar selfie helemaal voor.”

“De vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief voor smaad of andere onwelvoeglijkheden”

Rutte’s adhesiebetuiging is ook een signaal richting Erdogan.

“In mijn ogen een fout signaal. Daarmee maak je Erdogan duidelijk dat de vrijheid van meningsuiting je niet echt interesseert, maar slechts het onbeperkte recht op zelfexpressie. Een premier heeft te staan voor onze democratische rechtsstaat. Hij heeft de eed op de grondwet afgelegd en zou de vrijheid van meningsuiting moeten eren als een fundamenteel grondrecht dat democratie, journalistiek en publiek debat bevordert. In plaats daarvan beijvert hij zich slechts voor een soort pseudo-artistiek recht op expressie, alsof een kunstenaar alles moet mogen.”

Een columnist heeft meer vrijheid dan een journalist, die zich op de feiten moet kunnen beroepen.

“Die vrijheid wil ik niet beperken. Ik verzet me tegen de onterechte opvatting dat de vrijheid van meningsuiting juist hiervoor zou staan. Als een column een selfie is, als een belediging ongefundeerd is en alleen maar wil beledigen, is er geen intentie om een rol te spelen in het publieke debat. Nogal wat columns in Nederland hebben die toon van zelfexpressie en ongeremde uitingsdrift. Gelukkig zijn er ook talloos vele columns die wel een publieke functie hebben omdat ze gefundeerde argumenten bevatten. Als een schrijver van een column uit die laatste categorie gevangen wordt genomen, heeft de premier ook werkelijk meteen iets te doen. Als een Turkse columnist om een kritische, maar onderbouwde bijdrage aan het Turkse publieke debat wordt opgepakt, dán is de vrijheid van meningsuiting in het geding.”

De stellingname van Angela Merkel in de kwestie-Böhmermann spreekt u waarschijnlijk meer aan?

“Böhmermann noemde Erdogan geiteneuker. Als ik jou een geiteneuker noem, hoeft er geen misverstand over te bestaan dat het mijn intentie is om jou te beledigen. Een politicus die durft te zeggen dat Böhmermann blijkbaar beledigt, heeft ook recht van spreken.”

Cabaretier Hans Teeuwen deed het nog eens dunnetjes over door Erdogan uitgebreid als ‘jongenshoertje’ neer te zetten.

“Teeuwen is een typisch humorloze nihilist die ik niet graag met vrijheid van meningsuiting in verband zou willen brengen. Hij is een ultiem voorbeeld van iemand die vrijheid van meningsuiting vrij radicaal verwart met ongeremde expressie zonder enige argumentatieve betekenis, met voelbare agressie en haat.”

Socioloog Ruud Koopmans schreef in reactie op Merkels kritiek in NRC Handelsblad: “Erdogan en zijn aanhangers kunnen nu zeggen: Zien jullie wel, ook in Duitsland is het niet toegestaan onze president te beledigen. De honderden vervolgingen in Turkije, wegens belediging van de president, krijgen zo in de door Erdogan gecontroleerde media een Duits keurmerk.”

“Het is volstrekt normaal dat Merkel een evidente belediging als een belediging typeert. Je moet niet doen alsof daarmee de vrijheid van meningsuiting wordt aangetast. Vorig jaar was dat ook de reflex van velen bij de aanslag op Charlie Hebdo. Terwijl je dat weekblad rustig fout en moreel verwerpelijk kunt noemen. Joden, christenen, moslims, Charlie Hebdo kwetst iedereen. De vrijheid van meningsuiting is echter geen vrijbrief voor smaad of andere onwelvoeglijkheden, maar dient een positief maatschappelijk doel: de vrije uitwisseling van opvattingen en zienswijzen. Dat is de zuurstof van onze democratie. Umar, Böhmermann en Charlie Hebdo zijn niet het hoogste goed, het toppunt van de vrijheid van meningsuiting, integendeel zelfs. Beledigingen en ongewenste uitingen zijn op hun best de prijs die je als samenleving bereid bent te betalen om de vrijheid van meningsuiting in stand te houden waarvoor ze bedoeld is: voor meningen en overtuigingen die er wel toe doen en die je niet kunt missen in het publieke debat.”

U neemt Böhmermann, Umar en Teeuwen dus voor lief.

“Ik kwets dus ik besta is blijkbaar een ‘leuke hobby’ van een klein deel van de samenleving met toegang tot de media, van een paar cabaretiers, een paar columnisten en een paar anti-journalistieke media.”

Anti-journalistieke media?

“PowNed en GeenStijl. Die doen zelden of nooit aan journalistiek. Hebben er zelfs een grote hekel aan, zeggen ze zelf. Het meest valt op dat kritische vragen totaal afwezig zijn. Bijna elk interview van PowNed is pseudo, bedoeld om te testen of iemand kan omgaan met puberaal gedrag. Meer niet.”

Zo’n interview kan wel nieuws opleveren. Die aanpak is gewoon een andere aanvliegroute.

“In het allerbeste geval. Ik zie zelden iets inhoudelijks, laat staan iets kritisch. PowNed gedraagt zich bij voorkeur hufterig. Het is typisch Nederlands te menen dat hufterigheid kritisch is. De activisten van GeenStijl en PowNed gebruiken journalistieke middelen en beroepen zich ook met voorliefde op de vrijheid van meningsuiting, maar ze willen uitsluitend het omgekeerde, namelijk de eigen boodschap doorzetten. Rechten van andersdenkenden of van burgers überhaupt zijn niet aan de orde, er is geen plaats voor debat of andere meningen. Zo is het ook met sommige columnisten.”

U bent geen fan van columns?

“Op columns die bijdragen aan opinievorming heb ik niets tegen. Integendeel, ik lees die graag. Journalisten moeten zich wel afvragen waar de vrijheid van meningsuiting eigenlijk voor staat. Is het vooral een bijna heilige plicht om te choqueren? Een kwestie van je zodanig profileren en uiten dat je nog wordt opgemerkt? Nee, de maatschappelijke functie van de journalistiek is de voornaamste reden van haar bestaan. De vrijheid van meningsuiting staat voor een open, democratische samenleving. Ze dient om in het openbaar argumenten en ideeën te kunnen uitwisselen, de basis waarop elke democratie berust. De journalistiek is de professie die zich daar bij uitstek mee bezighoudt.”

‘Journalistiek is een onuitroeibare behoefte van de samenleving’, schrijft u in ‘Tien journalistieke idealen’.

“Journalistiek is er tegenwoordig vooral om context te geven aan het nieuws, voor duiding. Het nieuws ligt op straat en is via internet, Twitter en Facebook veelal gratis verkrijgbaar. Maar hoe komt iets nou en wat betekent dat uiteindelijk? De hoe-, wat- en waaromvragen staan rechtovereind, meer dan ooit. Volgens de kijkcijfers kijken we als consument liever soap en sport, maar als burger willen we evengoed weten wat er in de wereld speelt, om te beginnen in de volgende straat. Dat zijn twee aspecten van dezelfde mens, dat geldt voor ‘tokkies’ net zo goed. De behoefte aan duidende journalistiek neemt eerder toe dan af. Ook omdat de onzekerheid in de wereld toeneemt. De journalistiek is onze constante veiligheidscheck.”

 

Johan Snel

Johan Snel (1961) is als hoofddocent en onderzoeker verbonden aan de opleiding journalistiek van de Christelijke Hogeschool Ede. Sinds 1995 is hij er werkzaam. Hij studeerde vroegmoderne geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en was beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van het CDA en de Protestants-Christelijke Ouderenbond. Als publicist en freelance journalist schreef hij reisreportages en tal van andere verhalen voor dagbladen en tijdschriften, meestal met een historische en culturele spits.

In 2010 publiceerde Snel ‘Recht van spreken: het geloof in de vrijheid van meningsuiting’. ‘Tien journalistieke idealen’ (242 pagina’s, €35,95) verscheen dit voorjaar bij Boom Uitgevers in Amsterdam.

Reacties

Samenvatting

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *