‘De grootheid van de mens bestaat daarin dat hij weet dat hij ellendig is.’ Aan deze uitspraak van Blaise Pascal moest ik denken toen ik begin vorige maand las over de lancering van Walden: The Game. Dit computerspel is gebaseerd op het gelijknamige boek van de Amerikaanse filosoof, schrijver en natuuronderzoeker Henry David Thoreau uit 1854, dat verhaalt over Thoreaus tweejarige verblijf in de natuur bij het Waldenmeer in de staat Massachusetts.

Om te overleven, moet de speler voedsel en brandhout verzamelen, de eigen hut onderhouden en zelf kleding maken. Het is hard werken, maar in tegenstelling tot vele andere games draait het in Walden niet om snelheid, behendigheid en adrenalinekicks. Punten verdien je namelijk door langzaam te zijn. Wie te hard werkt en niet genoeg de tijd neemt zich verbazen over de natuurlijke rijkdom van de plek, krijgt van het spel een waarschuwing: ‘Je inspiratie-niveau is laag. Dit kan worden verhoogd door te lezen, geluiden in de verte te observeren, te genieten van je eenzaamheid en te communiceren met bezoekers.’ Maak je er toch een uitputtingsslag van, dan worden de omgevingsgeluiden zachter, het licht doffer en uiteindelijk val je flauw. Festina lente.

Moderne verwerking

Het spel is een moderne verwerking van wat in de Verenigde Staten bekend staat als het Walden-effect: de bewondering voor eenzame avonturiers die vanuit afkeer of onvermogen de moderne maatschappij de rug toekeren en de natuur intrekken, op zoek naar iets wezenlijkers. Veel van deze negentiende-eeuwse natuurschrijvers, zoals John Muir, Ralph Waldo Emerson en Thoreau, stonden bovendien sceptisch ten opzichte van technologie. ‘Onze uitvindingen zijn gewoonlijk bedoeld als leuk speelgoed om onze aandacht van serieuze zaken af te leiden’, schreef Thoreau. ‘Het zijn slechts verbeterde middelen tot een allerminst verbeterd doel.’

Wie er zijn antennes op afstelt, ziet dat het Walden-effect steeds meer wortel schiet

Wie er zijn antennes op afstelt, ziet dat het Walden-effect steeds meer wortel schiet, en niet alleen binnen natuurorganisaties. Zo kreeg Walden twee jaar geleden een Nederlandse vertaling, ruim 160 jaar (!) na publicatiedatum. Ook boeken en films als Into the Wild en het onverwacht grote succes van de Nederlandse documentaire Down to Earth laten zien dat we graag fantaseren over een rustig, fysiek leven, dichtbij de ‘essentie’. Wist u dat het aantal particuliere kloosterbezoeken nog nooit zo hoog is geweest als nu? Ik niet, maar het verbaast me niet.

Verstillingscursussen, offlineweekenden, retraites, mindfulness, zelfhulpboeken tegen stress, het lopen van de Camino of het organiseren van silent reading party’s – al deze initiatieven tonen aan dat een technocratie velen inmiddels eerder dystopisch dan utopisch in de oren klinkt. Voorheen heiligde het doel van vooruitgang de middelen. Nu is het doel diffuus en voelen die middelen toch niet helemaal lekker aan.

Hoe ziet de wereld er over honderd jaar uit? Viert de technocratie hoogtij met het risico dat natuur, dieren en emoties alleen nog maar worden beleefd via virtual reality en games? Of keren we terug naar een leven in houten hutjes, wat met haar gezondheidsproblemen en fysieke arbeid een tikje romantischer klinkt dan het daadwerkelijk is? Veel recente films lijken er duidelijk over: het is of het één of het ander, er is geen tussenweg.

Ons verlangen naar rust en natuur is geen wanhopige eindsprint, maar brengt de paradox weer in balans

Hoewel ook ik genadeloze technologische vooruitgang vrees, denk ik niet dat het zal leiden tot een desastreuze ondergang. Ja, de mensheid gaat vaak te ver, maar ze herstelt zich, keer op keer. Dit zag zelfs de zestiende-eeuwse Pascal. ‘De uitvindingen der mensen gaan van eeuw tot eeuw vooruit; de goedheid en de slechtheid der wereld blijven in ‘t algemeen onveranderd.’ Ons verlangen naar rust en natuur is geen wanhopige eindsprint, maar brengt de paradox weer in balans. Gelukkig maar.

tekst Robin van Deutekom

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *