Emma vindt het saai in de kerk. Dominee, wat gaat u daar aan doen?

Als we voor onze kinderen God en geloof vooral leuk maken en ‘het lijden om Jezus’ wil’ wegmoffelen, waar blijven zij als de rampspoed zich in hun leven meldt?, vraagt dominee Joost Smit zich af.

tekst Felix de Fijter beeld Jedi Noordegraaf

Joost Smit is predikant van de vrijgemaakte Ontmoetingskerk in Vinex-wijk Amersfoort-Vathorst. De gemiddelde leeftijd van de kerkgangers schommelt zo rond de 21 jaar. “Aan het eind van de dag”, zegt hij, “moet je jezelf de vraag stellen: heb ik het kind vermaakt, of heb ik het evangelie verkondigd?”

Gepamperde jongeren en curlingouders, zitten die ook bij u in de kerk?
“Ik vind het belangrijk om eerst te zeggen dat ik als predikant aansluit bij de plek en de context die God mij geeft. Daar klaag ik niet over. Dat gezegd hebbend: het is onmogelijk een breed maatschappelijk fenomeen buiten de deur te houden. Natuurlijk steken patronen die breder in de samenleving leven ook in de kerk de kop op.”

Dit artikel verscheen in het februarinummer (2018) van De Nieuwe Koers en vormt mede de aanleiding voor het debat Weet je dat je een prinsje bent? op donderdagavond 4 oktober, 20.00 uur. Bestel hier uw kaarten.

Hoe bijvoorbeeld?
“Je merkt dat ouders vaker moeite hebben met de eerste vraag uit het doopformulier: ‘Erkent u dat uw kind zondig en schuldig ter wereld is gekomen en daarom aan allerlei ellende en zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen is?’ Zondig en schuldig? Dat is toch wel heel stevig voor zo’n lief kindje.
Wat ik ook zie terugkomen, is dat ouders de kerk door de ogen van hun kind gaan bekijken en beoordelen: ‘Sven of Emma vindt het saai in de kerk. Dominee, wat gaat u daaraan doen?’ Er is helemaal niets op tegen om het over ‘saai’ te hebben, maar ik vind het wel wat apart. Alsof er bij die ouders onzekerheid bestaat, misschien ook wel over hun eigen rol of overtuiging, en die onzekerheid krijgt een plek in de observaties van hun kinderen. Vervolgens worden die verwachtingen als een molensteen om de nek van de kerk gehangen.
Ook in het jeugdwerk is er een spanningsveld. We proberen zo goed mogelijk aan te sluiten bij de beleving en de spanningsboog van kinderen en jongeren. Dat is heel logisch en dat is ook goed. Tegelijkertijd bestaat het risico dat de inhoud verwatert, omdat je het de jeugd vooral naar de zin wilt maken en dat God, dat Jezus niet meer vanzelfsprekend in het centrum staat. Een beetje van: ‘Als het kind het niet trekt, moeten we ons aanpassen’. Dat risico zie ik heel duidelijk, ook in onze kerk, en daar gaan we over in gesprek.”

Hoe gaat dat dan?
“Aan het eind van de dag moet je jezelf de vraag stellen: heb je het kind vermaakt, of heb ik ze het evangelie verteld? Je wilt dat kinderen God leren kennen, dat ze zich bekeren en zich aan Hem geven. En niet: we hebben een extra mogelijkheid ontdekt om het leven nóg wat leuker te maken en Hij heet Jezus. Waar dat gebeurt, verliest de kerk z’n geloofwaardigheid.”

Dit artikel verscheen in het februarinummer (2018) van De Nieuwe Koers en vormt mede de aanleiding voor het debat Weet je dat je een prinsje bent? op donderdagavond 4 oktober, 20.00 uur. Bestel hier uw kaarten.

Lijden
Een laag dieper, zegt de predikant, kun je jezelf de vraag stellen welke impact dat pamperen krijgt, als jongeren hun adolescente fase ontgroeid zijn. “Geloven is vaak gewoon volhouden, ‘hopen op wat je niet ziet’ en wat je niet altijd ervaart. Als je te eenzijdig hebt leren geloven in een goede God die jou als parel alleen maar zegent, dan kan alles wat daar op het oog niet bij past, zomaar gaan zagen aan de poten van je geloof.”

Hebt u daar een voorbeeld van?
“Geloven heeft ook met lijden om Jezus’ wil te maken. Als je dat bij kinderen wegneemt, als God en geloof vooral leuk zijn en complementair aan je leven, en als jij als kind alleen maar ‘uniek’ en ‘bijzonder’ bent verklaard, waar blijf je dan en waar blijft je geloof dan als er tegenslagen komen? Als er iemand wegvalt in je familie, als je wordt uitgeloot van een studie?”

Smit wil niet alleen maar kritisch zijn, benadrukt hij. “Dit is zeker niet het hele verhaal. Ik zie, juist bij jongeren, dat God een enorme veerkracht geeft. Dat ze geloof of kracht ontvangen om door te gaan.”
“Wat ons hierbij als gemeente erg geholpen heeft, is dat we in Hart van Vathorst, dat nauw verbonden is aan een zorginstelling, in elke dienst volop geconfronteerd worden met mensen in rolstoelen, met downsyndroom of alzheimer, bijvoorbeeld. Het niet-perfecte leven, als je daar al over kunt spreken, zit naast je in de kerkbank.”

Normatieve context
Wat meespeelt, zegt Smit, “is dat wij, als gereformeerde kerk, uit een sterk normatieve context komen, waarin je al gauw een oordeel had, over elkaar en over wat goed en fout is. Ik merk nu heel sterk dat de slinger de andere kant op is gegaan: ‘Laat het oordeel maar rusten, aanvaard de genade, en accepteer dat het goed is tussen jou en God.’ Enerzijds is dat waar: je bent aanvaard, je bent een geliefde zoon en dochter. Maar de kern van het evangelie is dat je ergens uit gered bent. Uit je middelmatigheid, uit je niet zoeken van God. Je bent opnieuw met je gezicht naar God toe gezet. Dat aspect moet je niet vergeten. Als we allemaal pareltjes zijn, van meet af aan, waarom moest Jezus zijn weg dan afleggen?”

Wat zou u de ‘kerkelijke curlingouders’ adviseren?
“Het is best ingewikkeld als je als ouders van God houdt, als je als gezin een plek inneemt in de kerk, als je deelneemt aan vieringen, en dat je dan toch ziet dat je kind afhaakt. Maar het helpt niet om door de ogen van je kind naar de kerk en het geloof te kijken en je af te vragen hoe het leuker kan. Dan neem je je kind niet bij de hand, maar je laat je door je kinderen bij de hand nemen. Dat is de omgekeerde wereld. Kinderen hebben ouders nodig van wie ze zien dat ze door God gevoed worden, dat ze zijn aangeraakt door het evangelie, dat ze een verlangen hebben om met Hem te leven. Bij doopouders ontdek ik weleens een onzekerheid: ‘Wat moet ik nu straks aan mijn kinderen vertellen? Ik heb nog zoveel twijfels’. Ja, denk ik dan, je kunt je een slag in de rondte twijfelen, je kunt honderd opties openhouden, maar nu is er een kind in je leven. Ga je dat kind over Jezus vertellen? Wat vind en wat geloof je nu eigenlijk? Je moet gaan formuleren en verantwoordelijkheid nemen voor de plek die God je geeft.”

Bent u optimistisch over de jonge generaties?
“Als de Geest is uitgestort, zal hij ook in de kinderen werken. In die zin ben ik altijd optimistisch. Maar we hebben belangrijke vragen te beantwoorden. Wie staat er nu in het centrum? Hoe gaan we om met het lijden? Hoe verhoudt de waarde van de kerkelijke gemeenschap zich tot je eigen individuele voorkeuren? Als het om dat soort vragen gaat, hebben we een uitdagende tijd.”

Dit artikel verscheen in het februarinummer (2018) van De Nieuwe Koers en vormt mede de aanleiding voor het debat Weet je dat je een prinsje bent? op donderdagavond 4 oktober, 20.00 uur. Bestel hier uw kaarten.

One thought on “Emma vindt het saai in de kerk. Dominee, wat gaat u daar aan doen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *