Het klinkt en het zingt in vele hoeken van christelijk Nederland: ‘Er is meer…’, constateert Otto de Bruijne in De Nieuwe Koers. “Die slogan doet me denken aan het verhaal van de man die een berg beklom en op de top zijn handen ten hemel spreidde en tot God riep: Meer van U! Waarop een paar echo’s volgden: ‘Meer van u… Meer van u…’”

“Wat bedoelen we eigenlijk met ‘er is meer’? Meer van de Heer, mag ik hopen. Het zal toch niet waar zijn dat we meer gevoel, beleving, ervaring, wonderen, tekenen, manifestaties en ministry zoeken? De heidenen zoeken wonderen en de Cargocult verwacht pakjes uit de hemel.

Begrijpt u mij goed. Ik verlang naar Gods nabijheid en ik behoor tot die zoekers die af en toe iets meenden te horen en te ontvangen. Ik ben vanuit de gereformeerd-synodale traditie tot geloofsvernieuwing in de evangelische beweging gekomen en reken mijzelf tot het charismatische deel daarvan. Inmiddels zoek ik al jaren een balans tussen traditie en vrijheid, vorm en inhoud, bevlogenheid en lange adem. Ik noem mij dan ook evangelisch-charismatisch-gereformeerd baptist.

Een halve eeuw geleden, in de zeventiger jaren, werd ik gevormd door strenge dagboeken zoals Oswald Chamber’s ‘Geheel voor Hem’ en lastige boeken als ‘Het normale christelijke leven’ van Watchman Nee. Ik sidderde voor de Romeinenbrief. Dagelijks kreeg ik (van mijzelf?) een plak slaag en moest ik door het stof voor de heilige God. Niet dat ik naar die omstandigheden terug wil of kan, maar ze hebben mij gevormd. Beleving en ervaring volgden op gehoorzaamheid en het was niet andersom. En als ze uitbleven was het ook goed.

Midden jaren negentig kwam de omslag. Je mocht er zijn, je was een geliefd kind van de Vader, en als jij je dromen wilde realiseren stond God aan jouw kant. Na de polariserende en ideologische hypes van de zeventiger jaren, stonden het individu en het gevoel centraal. Het ging om jou!

Sloopkogel
Ik besef dat de geest van God in onze tijd anders spreekt dan een halve eeuw geleden. Hij is dezelfde, hoewel niet hetzelfde. Maar ik vraag mij oprecht af of de roep om ‘meer’ in deze tijd dezelfde is als vijftig jaar geleden, of dezelfde zoals die doorklonk in de puriteinse opwekkingsbewegingen die tegelijk ook een ethisch en moreel reveil waren.

‘Meer’ is in zichzelf niets meer. Sterker: het kan de sloopkogel van het geloof worden. Te veel geloven is, net als te weinig geloven, oorzaak van geloofserosie. Want geloof hoopt op wat wij niet zien en als wij dan soms iets zien, is het de Onzienlijke. Geloof richt zich op liefde, vredestichten, recht en gerechtigheid, op het doen van de Thora, op godsvertrouwen zonder te ontvangen, op lange adem, op volharding, gehoorzaamheid, toewijding, kortom: op meer van u.

Het heilige der heiligen in de tempel was leeg. De naam JHWH werd en wordt niet uitgesproken. Godskennis was in Israël beperkt tot het ‘Hoor Israël, de Heer is God, de Heer is één’. Daar moesten de mensen het mee doen. En: ‘Ik vraag niet meer van u, mens, dan recht te doen, trouw lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God.’

Geloof zoekt eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, en dit alles – meer? – zal u bovendien geschonken worden.”

One thought on “Er is meer! Van wat precies?

  1. Een groeiend probleem wordt (terecht) benoemd maar onderbouwing en uitwerking ervan ontbreekt helaas, terwijl de zin ‘Ik besef dat de geest van God in onze tijd anders spreekt dan een halve eeuw geleden’ op zich goed bedoeld zal zijn, echter een kritische kanttekening verdient. Immers, Gods Geest spreekt ook in onze tijd op dezelfde wijze als daarvoor: Hij overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel, een spreken dat binnen ‘Er is meer’ en aanverwante evangelisch charismatische stromingen veelal uit het oog wordt verloren. De Drie-enig God is nu eenmaal zoals Hij zelf in zijn Woord zegt onveranderlijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *