Gelovigen die denken dat christenen vooral heel erg relevant moeten zijn, worden regelmatig aangegrepen door zelfhaat. Ga maar na: als je echt vindt dat christenen ‘eigenlijk’ de beste burgers, ouders, politici of kunstenaars horen te zijn, valt de praktijk al snel tegen. En dan kun je zomaar teleurgesteld doorschieten naar het andere uiterste: het wordt nooit wat met die christenen. Laatst schreef een broeder mij bloedserieus: ‘Waarom kun je met christenen nooit lachen?’ Volgens mij heeft God de gave van humor vrij gelijkmatig verdeeld over de mensheid, zodat er ook onder kerkgangers heus schalkse snaken zijn. Maar ja: als christenen ook nog de lolligste mensen van het land moeten zijn, ligt de lat wel erg hoog.

Het lastige van dit stuiteren tussen hoogmoed en zelfhaat is dat het op die manier niks wordt met christelijke humor. Ik bedoel dan: min of meer professionele pogingen tot humor, zoals cabaret en satire. De EO probeerde ooit een satirisch programma op de buis te krijgen, maar dat viel in het water. Er was het “gristelijk-satirische weblog” Goedgelovig, dat vooral uitblonk in het op de hak nemen van charismatische gekkigheden. En in zaaltjes in de bijbelgordel treden christelijke cabaretiers op, die ook alweer grapjes maken over allerlei vormen van christelijke bekrompenheid. Christelijke humor is vooral humor over een protestantse subcultuur, en zelfhaat is de ondertoon: kijk ons toch eens achterlijk zijn.

Interessant genoeg is zulke gaaphumor tegelijk weer een poging om relevant te zijn. Immers, van grappen over bekrompen gelovigen krijgt seculier Nederland nooit genoeg. De christelijke grappenmaker die nog eens wil doorbreken naar een ‘echt’ podium, weet wat er verwacht wordt: wees satirisch, maar wel in de hoek waar de klappen al vallen. Het is zoals H.J. Schoo in 2004 schreef over het Nederlandse cabaret: ‘Ze vinden tot de laatste man/vrouw precies hetzelfde – dat Balkenende een braakmiddel is en, goede tweede, Bush een lul. Het is allemaal non-conformisme en individualisme naar de sleetse vorm – morsige spijkerbroek, t-shirt met geinige opdruk, brutaal bekkie – en conformisme naar de inhoud.’

Humor schijnt een wapen te zijn van minderheden. Volgens mij is het vaker een wapen van meerderheden, waarmee de machtsverhoudingen er nog eens in geramd worden. Als minderheden daaraan zelf meewerken (kleurlingen die racistische grappen maken, christenen die Youp van ’t Hek napraten) is de indoctrinatie gelukt. In plaats van een slap aftreksel van algemeen gedeelde opvattingen, zou christelijke humor een echte minderheidshumor kunnen zijn – bevrijdend, ontmaskerend, profetisch. Humor is niet christelijk omdat ze christenen bespot. Humor is christelijk wanneer het christelijk geloof haar inspiratie is. Wie zich met Jezus en de profeten niet zo bekommert om relevantie, heeft minder last van zelfhaat, en is meestal veel grappiger.

Stefan Paas

One thought on “Gaaphumor van christenen

  1. Roué Verveer is toch goed bezig, dacht ik zo?

    En inderdaad, ook ik vind regulier cabaret veel scherper dan de christelijke variant, de meeste christelijke romans te voorspelbaar, christelijke kranten te gekleurd.

    We moeten altijd zo nadenken wat onze achterban zal denken van alles wat we doen. Volgens mij is er in Jezus’ ogen veel meer mogelijk dan in ons bekrompen Christen-zijn.

    Leef gewoon en maak plezier!
    Schrijf als Christen eens wat vaker over alledaagse dingen. Schrijf eens een lied zonder Jezus daarin per se te willen aanbidden. En durf ook eens te lachen om wereldse dingen.

    Wees deel van deze wereld.
    Een snufje zout is prima, maar hoeft niet het doel te worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *