Een duivelskind, dát was hij. De verwensingen die fotograaf Niels Scheurwater (20) vanwege zijn fototentoonstelling Gay in de Biblebelt naar z’n hoofd geslingerd kreeg vanuit de reformatorische wereld, waren bepaald niet mals. Op de vraag van landelijke media wat die negativiteit met hem deed, reageerde hij de afgelopen maanden telkens mild en ruimhartig. Ieder z’n mening, zei hij bijvoorbeeld. Maar diep vanbinnen is hij ook boos, bekent hij nu. “De cultuur ben ik gaan haten.”

tekst Jasper van den Bovenkamp beeld Niels Scheurwater

Vlak voor de zomer staat Niels Scheurwater met zijn expositie Gay in de Biblebelt, waarin hij zijn eigen coming-out in zes stadia fotografeert, even volop in de schijnwerpers van de pers. Want een homo uit het ultrareformatorische Opheusden die zijn strijd in foto’s uitbeeldt, dat klinkt natuurlijk als een fantastische nieuwsformule. NOS, EO, RTL en zelfs vrouwenblad Linda springen er dan ook bovenop.

“Ik deed werkelijk alles om me anders voor te doen dan ik me voelde”

Niels vertelt honderduit. Over pesterijen en eenzaamheid. Zijn moeilijke tijd op het Van Lodensteincollege in Kesteren. Lekker verven en met meiden kletsen bij het vak beeldende vorming, dat hij als enige jongen volgt. Dat klasgenoten tegen hem zeggen ‘Houd je bek, homo.’ Dat-ie zelfs een vriendinnetje heeft, voor de schijn. Zijn twijfel van dit moment: wel of geen relatie? Dat respect het toverwoord is.

Subtiele tattoo

In een hip paviljoen op voormalige scheepswerf De Ceuvel in Amsterdam-Noord doet Niels vandaag nog eens zijn verhaal. Hij woont inmiddels in de hoofdstad. In hot and happening Noord. Niels draagt een zwarte hoed. Hij trekt zijn enkellange overjas uit en gaat zitten. Op zijn beide bovenarmen prijkt een subtiele tattoo.

Opnieuw vertelt hij over zijn ontdekkingsfase. Over dat er in je leven bepaalde dingen kunnen gebeuren die homogevoelens versterken. “Mijn opa was heel erg van het man-zijn. Hij hield van vrachtwagens en van soldaatjespelen. Ik niet. Ik had er niks mee. Maar ik pleasde hem, en ging tóch met die vrachtwagens spelen. Ik denk dat er bij mij op die manier een bepaalde afkeer van deze benadering van mannelijkheid is gegroeid. Binnen in mij schreeuwde alles ‘nee!’”

Over dat hij ontdekt dat hij anders is dan z’n leeftijdsgenootjes. Dat zo de strijd begint. Dat hij op de middelbare school in Kesteren hoort dat homodingen hel en verdoemenis betekenen. “Dat voelde heel beangstigend. Niemand kende mijn geheim.” Bij biologie gaat het over de bloemetjes en de bijtjes, docenten laten zich soms iets als ‘vieze homo’ ontvallen, en als hij met een jongen spreekt, wordt hij verlegen. “In m’n hoofd ging het dan de hele tijd van ‘homo-homo-homo-homo-homo’. En dan daarbij dus het idee dat ik heel zondig was.

Ga weg, homo!

Dat z’n vader hem op vijftienjarige leeftijd vraagt of hij nou op jongens of op meisjes valt. Dat hij ‘meisjes’ antwoordt. “Op dat moment voelde het voor mij als een volstrekt normale reactie. Maar diep in m’n hart had ik pijn, denk ik achteraf.” De vraag zet Niels wel aan het denken. Kennelijk zien mensen iets vreemds aan hem. Oei! Daar moet hij wat aan doen. Hij verwisselt z’n gekleurde pantalons voor stoere G-Star RAW’s, stopt met stickertjes plakken in z’n agenda en gaat met gym bij de jongens zitten. “Maar ja, dat laatste ging juist tegen me werken: jongens stootten me af. ‘Ga weg, homo!’”

Hij vertelt dat de pesterijen heftiger worden. Dat hij wordt nageroepen en uitgescholden, zelfs door brutale eersteklassertjes. “Ik ging vanbinnen verrot. Ik deed werkelijk alles om me anders voor te doen dan ik me voelde; wat ik zei en hoe ik me gedroeg: het was allemaal nep.” Dat hij in de kerk mensen vermijdt, dat het op catechisatie zitten en wegwezen is en hij uit school jankend naar huis rijdt.

“In Amsterdam ben ik geen homo, maar Niels”

Ten slotte dat hij, als de tweeslachtigheid hem bijna doet exploderen, aan een goede vriendin in snikken zijn geheim prijsgeeft. En daarna aan nog twintig mensen. “Het ging als een lopend vuurtje door Opheusden. Ik werd overspoeld met kaarten en mails. Mooie kaarten met bloemetjes. Daar stond dan bijvoorbeeld op: we zullen voor je bidden. Dat was vast lief bedoeld, maar ze bedoelden dan meestal dat ze voor me zouden bidden of ik de last van het homo-zijn zonder een relatie maar zou kunnen dragen.”

En o ja, dat de coming-out op dat moment ondanks alles vooral als een grote opluchting voelt. “Ik heb veel te lang m’n mond dichtgehouden.”

Indringende foto’s

Dat verhaal dus besluit Niels voor zijn afstudeeropdracht aan de fotografie-opleiding in Ede in beelden vast te leggen. Via dating-app Tinder vindt hij een homo-model met wie hij twee weken lang allerlei shoots doet. Het uiteindelijke resultaat: zes indringende foto’s die elk een stadium van zijn homo-ontdekkingsreis vertolken.

En dat verhaal vertelt hij kort voor de zomer ook aan de gretig toehappende media, die in de formule gay plus biblebelt een sappig verhaal ruiken. Maar vertelt hij hun wel het hele verhaal?

In de interviews die je gaf, ben je best wel mild over de reformatorische wereld, terwijl je in je foto’s laat zien dat de zuil het je het ontzettend moeilijk heeft gemaakt. Ben je niet vreselijk boos?

“De geloofsstrijd is absoluut een heel moeilijk stadium geweest. Mijn omgeving – met uitzondering van mijn ouders – was sterk anti-homo. Het was best wel een chaos in m’n hoofd. Ik ging Bijbelteksten zoeken, boeken lezen. En overal las en hoorde ik ‘nee, Niels’. Dat was heel ingewikkeld. Maar nee, ik heb er geen afkeer van gekregen, ik schop ook niet.”

Hoe reageerden refo’s op je expositie?

“Sommigen waren positief, onder wie vrienden uit de Betuwe en mijn familie, maar ik heb ook heel veel anonieme brieven gekregen met hatelijke teksten. Iemand schreef dat ik een kind van de duivel was. En een ander ging helemaal op me los, omdat ik het in m’n hoofd had gehaald in interviews God erbij te halen.”

Hoe reageerde je daarop?

“Ik heb zoiets geschreven als ‘iedereen z’n mening, leven en laten leven.’ Toen schreef ze terug: ‘Hoe kan ik dat nou? Het staat allemaal zo duidelijk in de Bijbel.’ Ze kon niet anders dan mij op m’n flikker geven, dat was een beetje de boodschap van haar tekst.”

Wat vind je van zulke reacties?

“Nou ja, natuurlijk is het walgelijk wat je allemaal over je heen krijgt.”

Maar het is niet zo dat je die mensen bent gaan haten.

“Nee.” Na enig aarzelen: “Wel denk ik dat ik die cultuur ben gaan haten. De SGP, de rokjes, dat soort dingen. Maar ik probeer de mensen in hun waarde te laten. Het is de kunst dat van God los te zien.”

Hoe bedoel je?

“Als ik nadenk over het geloof, is in mijn achterhoofd nog steeds de Opheusdense beleving daarvan leidend. Ik moet die dingen niet aan elkaar verbinden.”

Wat gebeurt er dan als je dat wel doet?

“Hmm, weet je, het is zo’n kleine wereld. Als ik in het weekend vanuit Amsterdam kom en met de trein het dorp weer binnenrijd, denk ik: wow, wat is het hier rustig. Er gebeurt gewoon helemaal niks. Maar ondertussen van alles. En dan ineens kan ik soms heel kwaad worden. Dan denk ik: wat een schijnheilig zooitje, wat een hypocriete shit, wat een oppervlakkig gedoe. Ja, dan kan ik echt heel boos worden.”

Maar waarom word je zo boos dan?

“Misschien wel omdat ik God heb gehaat, omdat ik dacht dat Opheusden representatief was voor het geloof. Snap je wat ik bedoel? Opheusden, waar mannen ’s avonds in het donker op parkeerplaatsen stiekem andere mannen staan te neuken. Waar moeders in lange rokken bij de kassa over je staan te roddelen. Als dat God was, dacht ik, dan ga ik liever naar de hel.”

Ben je naar Amsterdam gevlucht?

“Ik heb hier geen last van sociale controle, en dat vind ik fantastisch. Hier ben ik geen homo, maar Niels. Soms ben ik wel een beetje klaar met al dat geleuter over mijn homo-zijn. Het is hier een stuk eenvoudiger. Ze vragen: heb je een vriend of een vriendinnetje?”

Heb je niet ook fijne en opbouwende gesprekken met refo’s gehad?

“Zeker wel! Allereerst met mijn ouders, die van meet af aan heel erg voor me openstaan. Ze vinden het best heel moeilijk, maar ze zullen me nooit de deur wijzen. Ze hebben gezegd: we houden van je, ook als je met een vriend thuiskomt. Met de predikant in Opheusden heb ik ook veel open gesprekken gehad. Dat waren fijne momenten. Maar op de vraag waarom ik niet van een man zou mogen houden, heb ik uiteindelijk geen antwoord gekregen. Daarmee moet je als homo in die wereld dan kennelijk leven. En helaas heb ik ook heel veel afwijzingen, negatieve reacties en schriftelijke tirades over mee heen gekregen, zowel rondom mijn coming-out als naar aanleiding van de expo.”

Waarom reageren veel mensen negatief, denk je?

“Ze begrijpen het gewoon niet dat sommige mensen andere keuzes maken dan zij, denk ik. Dat je anders kunt zijn, dat je je anders kunt voelen. Dat kan heel frustrerend zijn. Als ik hun vraag wat ze dit weekend gedaan hebben, weet ik van tevoren al ongeveer wat ze gaan zeggen. Het is zo voorspelbaar vaak. Maar mijn leven hier in Amsterdam, mijn homo-zijn, daar snappen ze gewoon geen bal van. Beginnen ze over de Gay Pride en strakke, leren broekjes. Dan denk ik: luister-nou-eens-een-keer! Het liefst zou ik op dat soort momenten met een vriend tongend voor de Albert Heijn in Opheusden gaan staan, met twee middelvingers omhoog, en dan ondertussen roepen: het boeit me geen ruk wat jullie vinden, word lekker gelukkig met je tien kinderen in je rijtjeshuis!”

Waarom doe je dat niet?

“Vanwege m’n familie. Mijn ouders zijn zo ontzettend respectvol en geven me zoveel ruimte. Nee, dat zou ik nooit doen.”

Heb je op het moment een relatie?

“Ik heb contact met een jongen, maar geen vaste relatie.”

Zou je dat willen?

“Ik ben er nog niet over uit. Aan de ene kant heb ik het perfecte familieplaatje op m’n netvlies staan, aan de andere kant hoor ik van vrienden: kom op, Niels, God houdt sowieso van je. Mwah, dat laatste klinkt me te makkelijk. Maar als mensen tegen me zeggen: ‘Niels, ik heb m’n moeder moeten verliezen, jij bent homo, we worden in het leven allemaal beproefd, ik zal voor je bidden’, tja, dan voel ik ook niet echt aansluiting. De Bijbel lijkt homoseksualiteit soms superduidelijk af te wijzen, maar als je daar vervolgens weer een uitleg bij leest, kun je tot een heel andere conclusie komen. Als je mij vraagt hoe ik er over vijf jaar bijloop, dan denk ik wel dat ik een vriend heb.”

Je denkt er nog over na.

“Ik ben veel in gesprek met God en ik probeer echt mijn weg te vinden door verschillende visies naast elkaar te leggen. De laatste foto in mijn tentoonstelling symboliseert niet voor niets een open einde. Het belangrijkste wat ik daarover nu kan zeggen, is dat ik God wil dienen in mijn leven. Dat ik Hem de eer wil geven die Hij verdient. Maar hoe ik dat aan mijn homo-zijn moet verbinden, dat weet ik nu gewoon nog niet. Waar ik al wel achter ben, is dat ik niet gelukkig word als ik alleen blijf.”

De foto-expositie Gay in de Biblebelt van Niels Scheurwater is tot en met 15 november te bezichtigen in Gallerie MooiMan in Groningen.

4 thoughts on “Gay in de Biblebelt

  1. Feitelijk gebeurt in dit artikel precies hetzelfde.
    Verdeeldheid zaaien tussen christenen onderling. Niets opbouwend in dit artikel te lezen. Waarom afgeven op je broeders en zusters die er anders over denken? Laat iedereen in zijn waarde, net zoals je dat graag van hen verlangt.

  2. Respect voor Niels en zijn ouders.
    Het is en blijft moeilijk als kind van God, maar ook daar zal Hij jou een weg wijzen.
    Met bewondering het indrukwekkende verhaal gelezen.
    Veel goeds voor de toekomst!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *