Carin en Peter van Essen verwelkomen iedere week de Syrische vluchtelingen George en Mohammed bij hen aan tafel. ‘Door het contact met hen beseffen de kinderen hoe luxe hun eigen leven in Nederland eigenlijk is.’

tekst Marjon van Dalen beeld Jaco Klamer

Carin van Essen heeft een hectische dag gehad op haar werk. Maar tussendoor is ze erin geslaagd om de boodschappen te halen die de Syrische George (38) haar eerder die dag via Whatsapp had doorgegeven. “Ik kook vanavond voor jullie”, had hij aangeboden. En zo gebeurt het. Vanavond schaft de pot geen andijvie met spek, maar kibeh, een bekend gerecht uit Syrië.

De afgepaste rijst staat in een grote kom met water op het aanrecht te weken. “Zo doe ik het altijd”, zegt George. Van de eindedag-hectiek onder de kinderen in huize van Essen trekt hij zich niets aan. In de achtertuin gaat dochter Elsa van zeven gaat uit haar dak als ze ziet hoe goed haar nieuwe speelmaatje Mohammed (20) is in salto’s op de trampoline. George snijdt rustig en beslist alle stukjes tomaat, paprika, en witte kool in reepjes en blokjes. “Dit is voor de fattoesh”, legt hij uit. Een populaire salade die op een goed gedekte tafel in Syrië niet mag ontbreken. De plechtige toon waarop hij over zijn eten spreekt, verraadt dat deze avondmaaltijd voor hem een erezaak is. George wil graag iets terug doen voor zijn nieuwe Nederlandse vrienden.

Nieuwe vrienden

Sinds begin september een groep van vierhonderd vluchtelingen in de Amerikahal in Apeldoorn is neergestreken, heeft de familie Van Essen er twee nieuwe huisvrienden bij. George en Mohammed zijn na hun eerste kennismaking met Carin en Peter iedere week wel een keer aangeschoven aan de keukentafel in huize Van Essen, voor de gezelligheid. Ze zijn blij dat ze af en toe even kunnen ontsnappen aan de overvolle Amerikahal, en kennis kunnen maken met een gewoon Hollands gezin. George: “Carin en Peter zijn mijn nieuwe vrienden geworden. Als ik hier ben, dan voel ik mij echt thuis.” Carin: “Na onze eerste ontmoeting heb hem gewoon spontaan uitgenodigd bij ons thuis. Het klikte gelijk. Ik ontdekte al snel dat hij dikke maatjes was met George. Die twee delen lief en leed met elkaar. Ze zijn allebei afkomstig uit Syrië, maar hebben elkaar pas in de Amerikahal leren kennen. George is een stuk ouder en heeft zich als een goede vriend over Mohammed ontfermd, als een soort vaderfiguur. Mohammed is als jonge student in zijn eentje uit Syrië weggevlucht, nadat zijn universiteitsgebouw in Damascus was gebombardeerd. Je merkt dat dit een traumatische ervaring voor hem was. George en Mohammed doen bijna alles samen. Het contact met hen is voor ons als gezin een verrijking. De kinderen kijken ernaar uit als ze weer komen. Elsa heeft aan Mohammed alle Nederlandse namen van kleuren geleerd. Zo schattig. Ik merk dat mijn kinderen door het contact met hen beseffen hoe luxe hun eigen leven in Nederland eigenlijk is.”

“We kunnen niet onze handen omhoog heffen in aanbidding als we niet ook ons hart openstellen voor anderen”

Totale waanzin

Carin hoorde eind augustus op het nieuws dat er vierhonderd vluchtelingen naar Apeldoorn zouden komen. In dezelfde week werd die vrachtwagen met zeventig gestikte vluchtelingen langs de snelweg in Oostenrijk gevonden. “Alle nieuwszenders spraken erover, afschuwelijk. Voor mij was die vrachtwagen een iconisch beeld voor de totale waanzin van de oorlog. Het bleef me maar achtervolgen. Toen dacht ik: wat kan ik zelf doen om de vluchtelingen bij mij in de stad te verwelkomen?” Carin is singer-songwriter van beroep en besloot om te doen wat haar hart haar ingaf. “Ik wilde met muziek uitdrukken dat deze mensen welkom zijn in mijn stad.” Ze schreef een speciaal lied. “Met bijna honderd Apeldoorners hebben we de nieuwe vluchtelingen toegezongen. We stonden in twee groepen tegenover elkaar. Toen gebeurde er iets, er ontstond zo’n energie en zo’n positieve sfeer. Het was ontroerend voor beide partijen. We hebben als Apeldoorners toen gezegd: er moet meer gebeuren.”

Korte tijd later besloten de gezamenlijke locale kerken de handen ineen te slaan voor een welkomstkerkdienst. In de Grote Kerk in het centrum van het dorp dromden de zondag daarop niet alleen Apeldoorners samen voor hun traditionele kerkdienst, maar ook een grote groep vluchtelingen die gehoor had gegeven aan de open uitnodiging voor de dienst. Samen hebben ze de zondag gevierd. Het was een dienst waar muziek een belangrijke plaats innam. Carins man Peter speelde een cantate van Bach op zijn viool. “Muziek is een taal die grenzen overschrijdt. Ik heb achteraf gehoord dat de vluchtelingen ook dit stuk van Bach erg konden waarderen.”

Terwijl George het fornuis flink heeft opgestookt, verspreiden de meest exotische geuren zich door de keuken. Peter is ook thuisgekomen uit zijn werk en aangeschoven aan de keukentafel. Bedachtzaam: “Ik ben ervan overtuigd dat we op zondag niet onze handen omhoog kunnen heffen in aanbidding als we niet ook ons hart openstellen voor anderen.” Aanbidding, gerechtigheid en eenheid horen volgens Peter bij elkaar. “Ik heb er begrip voor als mensen afwachtend zijn naar vluchtelingen. Maar angst verlamt. Daar moet je je als christen en ook als mens volgens mij nooit door laten leiden.”

Bommen op de universiteit

Mohammed houdt het trampolinespringen voor gezien, komt met Elsa de keuken binnen en schuift aan bij het gesprek aan de keukentafel. Er moet hem iets van het hart. “We zijn niet hier gekomen omdat we gebrek hadden aan eten of kleding in Syrië. We zijn op de vlucht voor de oorlog!” Mohammed heeft een vol jaar gestudeerd aan de universiteit van Damascus. Afgelopen jaar kwamen hij een bombardement op zijn college zeventien medestudenten om het leven. Dit was voor hem mede aanleiding om te vluchten. “Iedere dag werd er geschoten of gebombardeerd, het was heel angstig soms.” Maar nu hij eenmaal hier in Nederland zit, knaagt zijn geweten. “Mijn vader en mijn twee broers zijn nog wel in Syrië.” De situatie is heel moeilijk voor hen. Uit alles wat hij zegt blijkt dat hij zich grote zorgen maakt en zich erg verantwoordelijk voelt voor hun lot. Hij waagt zich er daarom ook niet aan om herkenbaar op de foto te gaan. “Stel dat ik iets fouts zeg of dat bepaalde mensen mij herkennen. Dat kan mijn asielprocedure negatief beïnvloeden. Daar ben ik bang voor. Ik weet zeker dat jullie je hier in Nederland geen voorstelling kunnen maken van hoe ons leven de afgelopen jaren is geweest. Echt verschrikkelijk. Als je het zelf niet hebt meegemaakt, kun je je niet voorstellen hoe het is om middenin de oorlog te leven.”

Zijn lichaamshouding verraadt dat hij onder spanning staat. “In de Amerikahal hebben ze van die grote schermen neergezet waarop de hele tijd nieuws is te zien. Maar ik word daar zo gestresst van. Altijd maar weer die beelden van de oorlog en iedereen praat maar over de asielprocedure. Ik word er gek van.” Mohammed probeert afleiding te zoeken in de sport. “Ik ga elke dag naar buiten. Vaak ga ik kijken bij de trainingen van WSV, de voetbalclub hier in Apeldoorn, gewoon aan de zijlijn. Pas vroegen ze me of ik zin had om mee te doen met de trainingen. Heel gaaf.” Het is de eerste keer in het gesprek dat zijn ogen vrolijk oplichten. “Maar de competitiewedstrijd op zaterdag is alleen voor clubleden. Officieel kan ik geen lid worden, hebben ze mij verteld.”

Als George klaar is met zijn uitgebreide maaltijd, zet hij de dampende schalen op tafel: rijst en kibeh, saus met balletjes. Een grote schaal met kleurige salade mag volgens hem niet ontbreken. “Dat hoort bij een goede maaltijd.” De beide mannen weten intussen dat er in huize van Essen voor het eten wordt gebeden. Ze reiken elkaar de hand en dochter Elsa zet een gebedslied in om de maaltijd te openen. Moeder Carin heeft het licht uitgedaan en de kaarsen op de eettafel aangestoken. Heel even is het leven gewoon alleen maar gezellig.

 

‘Ik wil een toekomst voor mijn kinderen, zonder oorlog’

Voordat hij bij Carin en Peter van Essen aan tafel kwam, heeft de Syrische George een lange weg afgelegd. Vanuit de verwoeste stad Homs, langs corrupte en criminele grenswachters, via een houten boot naar Griekenland. Ook op het Europese vaste land wilden mensen geld verdienen aan zijn wanhoop.

tekst Marjon van Dalen beeld Jaco Klamer

“Vier jaar lang heb ik de beslissing om te vluchten voor me uit geschoven. Niemand wil weg uit zijn eigen land. Ik hoor in Syrië, het is mijn thuis. Ik ben directeur van een bedrijf voor het inklaren en overslaan van goederen in de haven. Dat laat je niet zomaar achter.” George is niet de echte naam van de vluchteling die bij Carin en Peter van Essen in de keuken staat te koken. “Gebruik voor de zekerheid maar een schuilnaam, want tijdens mijn vlucht door Europa heb ik geleerd dat je niet zomaar iedereen kunt vertrouwen, dit interview kan tegen mij gebruikt worden.”

De oorlogsjaren trokken een zware wissel op zijn bedrijf, maar George bleef zich verantwoordelijk voelen voor zijn mensen. “Vluchten zag ik als een allerlaatste optie. Ik probeerde mezelf telkens nieuwe moed in te praten. Ik keek naar het nieuws, en als ik zag dat er weer een speciale vergadering door de internationale gemeenschap was belegd, hoopte ik dat ze militair zouden ingrijpen. Telkens dacht ik: misschien gaat het morgen beter.”

Kinderen weggestuurd

Sinds het begin van de oorlog in 2011 is er enorm gevochten in Homs. “In mijn stad begon de opstand tegen president Assad. Homs werd het hart van de revolutie. Er zijn heel veel bommen gevallen.” Verschillende van zijn nabije vrienden kwamen daarbij om het leven. De wonden zijn nog vers. Daarom wil hij er liever niet al te veel aan herinnerd worden. Wat hij wel kwijt wil, is dat het verschrikkelijke jaren waren. Vanwege de verslechterde veiligheid heeft hij zijn twee kinderen anderhalf jaar geleden al met zijn ouders weggestuurd naar Turkije, met pijn in het hart. “Het was veel te gevaarlijk geworden.” Trots haalt hij zijn mobieltje uit zijn zak om een foto van zijn kinderen te laten zien. “Een jongetje en meisje, mijn dochter is net zo oud als Elsa.” Ze lachen alsof het een gewone niks-aan-de-hand zomerdag is waarop ze op vakantie zijn. “Iedere dag hebben we contact via skype. Ik hoop dat er ooit een moment aanbreekt dat we weer samen zullen zijn.”

“Ik droom ervan dat mijn dochter ooit samen kan spelen met Elsa”

Op een dag in juni deze zomer is ook voor hem de maat vol. Van de stad is bijna niks meer over. “Alles is platgebombardeerd, er heeft een totale verwoesting plaats gevonden. Homs is alleen nog een naam, verder niks meer. Ik kon het niet meer aan. Ik zat naar het nieuws te kijken en opeens verloor ik alle hoop dat het ooit nog goed zou komen. De Verenigde Naties hebben ons verraden. Ze hebben ons als Syrische burgers gewoon laten vallen. Opeens drong dit besef tot me door: ik moet voor mezelf gaan zorgen, niemand anders zal het doen. Het was net of alle energie om door te gaan uit me wegvloeide. Ik was het gewoon kwijt. Putin en Obama dansen op de dode lichamen van de kinderen in Syrië. Ik weet dat hun legers sterk genoeg zijn. Als ze het echt zouden willen, hadden ze allang een einde kunnen maken aan de oorlog in ons land.”

Hij besluit nog diezelfde week om te vertrekken. Net als zoveel van zijn vrienden al eerder deden. Hij neemt afscheid van zijn huis en al zijn bezittingen, en realiseert zich dat de kans groot is dat hij nooit terug zal keren. Hij neemt spaargeld op van de bank om zijn vlucht naar Europa te kunnen financieren.

Bandieten en smokkelaars

Eerst reist hij met de auto naar de stad Idlib, in Noord-Syrië. Een tocht die hem gelijk al een flinke bom duiten kost. “De weg van Homs naar Noord-Syrië wordt beheerst door bandieten. Het is een vreselijke tocht, je moet overal betalen anders laten ze je niet door.” Dagelijks worden Syriërs die hun land willen verlaten belaagd. Gewapende bendes of individuen doen zich voor als ‘gids’ om hen door een moeilijk gebied te loodsen. Ze zien de stroom wanhopige vluchtelingen als lucratieve business. Als er geen geld geschoven wordt, is het einde verhaal. Dan wordt de weg geblokkeerd of nog erger. De een zijn dood is de ander zijn brood. “Zodra je de grens over bent moet je rennen voor je leven, her en der vliegen de kogels je om de oren.”

Als George de grens eenmaal is gepasseerd, reist hij door naar de Turkse havenstad Mersin. Daar blijft hij tien dagen om op adem te komen, om vervolgens verder te reizen naar Izmir. Hij trekt verder naar de kustplaats Bodrome in Turkije en waagt dan de oversteek naar de Turkse plaats Leros, op een klein eiland. “De mensen op Leros waren heel erg aardig. Echt goede mensen. Ik ben er drie dagen gebleven. Daar ben ik op de boot gestapt naar Griekenland. Ik kon kiezen uit verschillende opties. Ik heb voor een grotere boot gekozen. Dat was wel wat duurder, maar ik vond die kleine opblaasbootjes te riskant. Met tweehonderd personen maakte we de oversteek op een houten boot naar Athene. De tocht duurde een paar dagen.” Van daaruit ging het verder noordwaarts, eerst naar Thessaloniki, en toen verder naar Wenen.

Opgelicht

De hele vluchtroute van Izmir naar Wenen is volgens George bezaaid met mensen die geld proberen te verdienen aan de wanhoop van de vluchtelingen. Hij vertelt dat de maffia vooral rondhangt bij de grensovergangen. “Sommige maffiagroepen sloten deals met de politie, die soms zelf ook een graantje meepikte van de opbrengst.” Op deze route ontmoette hij een groep Syriërs die kort tevoren waren beroofd. “Het ging om twintig man die ieder een bedrag van 1500 dollar cash voor een smokkelaar hadden neergeteld, die hen voorbij de grensovergang zou krijgen. De volgende ochtend zou de groep onder leiding van de tussenpersoon in alle vroegte vanaf een bepaalde plek in het bos vertrekken. Maar toen ze daar klaarstonden, werden ze ingerekend door de politie. Van de tussenbaas is nooit meer iets vernomen. De meesten waren al hun geld kwijt.” Volgens George proberen vluchtelingen zich te wapenen tegen dit soort praktijken door in grote groepen te reizen. “Vanaf Thessaloniki maken ze groepen vluchtelingen van ongeveer vijftig man. Om sterker te staan tegenover smokkelaars. Maar dan nog gaat het vaak mis.”

Zelf is George in totaal ongeveer 5.500 euro kwijt, voor de hele reis vanuit Syrië naar Nederland. “Ik heb geluk gehad, ik weet zeker dat het komt omdat mijn moeder veel voor me heeft gebeden”, zegt hij met een glimlach. Als hij de Nederlandse taal goed genoeg onder de knie heeft om een baan te gaan zoeken, hoopt hij zijn zoon en dochter naar Nederland te kunnen halen. “Voor mezelf heb ik geen dromen meer. Mijn leven is voorbij. Alles wat ik had ben ik had kwijt geraakt. Maar ik droom ervan dat mijn dochter ooit samen kan spelen met Elsa. Mijn droom is dat mijn kinderen in dit land naar school kunnen gaan en een nieuwe toekomst op kunnen bouwen. Zonder oorlog.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *