Veel orthodoxe christenen kunnen de evolutietheorie maar moeilijk met hun godsgeloof verzoenen. Maar waarom eigenlijk? In deze online serie vertellen acht christenwetenschappers, van bioloog tot filosoof, van astronoom tot theoloog, over de evolutie van hun scheppingsdenken.

“Ik geloof dat God de schepper is van alle dingen, naar wiens beeld we geschapen zijn. En dat Hij de onderhouder is van alle dingen, van moment tot moment. Maar ik denk niet dat we een heel precies idee kunnen hebben over hoe God alles nu geschapen heeft, daar aan het begin van de tijd. ‘God sprak, en het was er’, hoe dat exact werkt, is niet makkelijk te begrijpen.

Hetzelfde geldt de verzoening, overigens. Hoe heeft de kruisdood van Christus nu precies verlossing kunnen brengen? Welk mechanisme is daar werkzaam geweest? Soms denk ik dat ik er een beetje zicht op heb, maar dan twijfel ik weer. En dat geeft ook niet; zoals Lewis ooit zei: belangrijker dan het begrijpen van hoe de verlossing werkt, is het aanvaarden van de verlossing.

Genre
Van meet af aan is voor mij duidelijk geweest dat je Genesis niet als historisch verslag kunt lezen. Hoe kan God eerst dag en nacht scheppen en vervolgens pas de zon? Belangrijk vind ik ook de genreoverwegingen. De eerste hoofdstukken van Genesis zijn volgens bepaalde literaire conventies opgesteld; met terugkerende refreinen van de dagen bijvoorbeeld. Het kan niet de intentie van de auteur zijn geweest om een historisch verslag na te laten.
Ik ben heel gevoelig geworden voor een ideologische omgang met de wetenschap; als instrument om bijvoorbeeld een atheïstische of juist theïstische stelling te schragen. Als je dat doet, span je de wetenschap voor het karretje van je eigen waarheidsclaim, terwijl de waarheid uit wetenschappelijk onderzoek zou moeten volgen; niet andersom.

Open einde-onderneming
Wat zeggen de wetenschappelijke data nu werkelijk? En hoe sterk zijn bepaalde theorieën nu precies? Daar moet je eerlijk over zijn. De evolutietheorie is het beste dat we tot zover konden bedenken, maar dat wil niet zeggen dat het de waarheid, of de volledige waarheid is. Wetenschap is een openeinde-onderneming, en je weet niet waarheen het pad zal leiden. Wel kan een goede theorie helpen om dingen te verklaren. Dat is wat ik probeer te doen.
Ik vind het belangrijk dat wetenschappelijke feiten verenigbaar zijn met wat ik als christen geloof, zoals bijvoorbeeld in de geloofsbelijdenis van Nicea wordt verwoord. Ik kan niet zeggen dat bijvoorbeeld de evolutietheorie daar nu een horde voor opwerpt. Dat gebeurt alleen als je uitgaat van de radicale claim dat alleen datgene dat door de wetenschap is gevalideerd, waar en rationeel is. Dat aanvaard ik niet. Mijn moraal, mijn zelfkennis of de dingen die ik over mijn vrouw weet, hebben geen grond in de wetenschap, maar toch zijn ze waar en toch zijn ze rationeel.
Augustinus zei al: alle waarheid is Gods waarheid. Die kan niet innerlijk verdeeld zijn. Vanuit het vertrouwen dat de waarheid één is, kan datgene wat de boodschap is, nooit in tegenspraak zijn met de waarheid. En dus kun je de zoektocht naar waarheid met vrijmoedigheid voortzetten.”

Prof. dr. René van Woudenberg is filosoof en hoogleraar kentheorie en ontologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Deze bijdrage werd in maart 2016 opgenomen in de papieren editie van De Nieuwe Koers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *