Jongens zijn het, jongens in korte broek. Op zondagen fietsen ze na de mis vloekend hun rondjes om de kerk. Wie het eerst zijn wiel over de streep drukt, wordt gekust door het mooiste meisje uit het dorp. Een keer per jaar, op de dag van De Ronde, bedienen de snelsten onder hen de hoogmis, als het Vlaamse volk op de hellingen staat en de zwart-gele vlaggen het zicht op de groene heuvels wegnemen. Op de gemene kasseien worden de jongens van de mannen gescheiden in een rituele dans om de dood of de gladiolen.

tekst en beeld Arie Kok

Wielerliefhebbers herkennen dit soort taal, neergeschreven door auteurs als Camps, Smeets en Ducrot. Dramatiek hoort bij de sport, maar in het bijzonder bij het wielrennen. Het probleem met een fiets is dat je eraf kunt vallen. Vooral als je bandjes smal zijn en als je je duwend en trekkend naar een goede positie in het peloton manoeuvreert. Tom Boonen, drievoudig winnaar van de Ronde van Vlaanderen, zei ooit: ‘Renner word je met vallen en opstaan. Renner blijf je met opstaan.’ Het vallen hoort erbij. Het opstaan ook. Pijn of geen pijn, een renner gaat door, naar de eindstreep. Je begrijpt dat, of je bent geen wielrenner.

Andere goden

Sport en religie zijn in moderne tijden innig verbonden. Waar de kerken sluiten, zoeken mensen andere goden om te aanbidden. Het liefst goden die je kunt aanraken. Dat geldt voor het voetballen, maar niet minder voor het wielrennen. In het bijzonder in Vlaanderen. Het Wielermuseum in Roeselare is in verbouwing. Daarom heeft het zijn verzameling wielertruien, trofeeën en fietsen uitgestald in de nabijgelegen leegstaande Paterskerk. ‘Koers is religie’ heet de gratis toegankelijke tentoonstelling. Kruis en altaar zijn uit de kerk verwijderd. Tussen de lege wijwaterbakjes, de steile pilaren en het zwijgende orgel kan de bezoeker kiezen uit twee rondes: de pelgrimage of de kruistocht.

Een serie houten bakken met gaas ervoor stelt de kapelletjes van de pelgrimage voor. Een film over De Ronde, posters van kermiskoersen, foto’s van huilende winnaars, het is er allemaal in uitgestald. Het geloof van renners, het bijgeloof van renners, het leven als een pater, wielergoden en ten slotte de biechtstoel met een film van een biechtende Lance Armstrong. Doping als erfzonde en Armstrong als de grootste aller zondaren. Maar ook hij ontvangt absolutie.

De chicste kapel is voor Eddy Merckx, de JC van het Vlaamse wielrennen. Dat hij zojuist in een heus omkoopschandaaltje verwikkeld is geraakt, heeft niet verhinderd dat zijn portret als een ware heilige hoog boven de kerkvloer in de restanten van een altaar troont. Aan zijn voeten de fiets waarop hij De Ronde won. Niet aanraken, want er is camerabewaking. ‘God ziet alles,’ staat er dreigend op een bordje. Middenin de kerk is een kruis gebouwd van resten van gevonden fietsen. Op de plek van het altaar hangen de wielertruien in rijen tegen de achterwand: roze, gele, regenboog-, bolletjes- en nationaal-kampioenstruien. Waar jarenlang het kerkvolk knielde om de hostie te ontvangen, staan de fietsen uitgestald. Van Boonen, Schleck, Maertens en andere helden. Op het middenpad het knoestige rijwiel van Briek Schotte, de godfather van de Flandriens, het oertype van de Vlaamse kasseienbijters.

Kruiswegstaties

In de binnenring de kruisweg, met iconische wielerfoto’s bij veertien staties. Bij statie elf wordt Christus aan het kruis genageld. Op de foto belandt Johnny Hoogerland na een aanrijding door een volgauto in de Tour van 2011 in het prikkeldraad. Het moment waarop je als protestant jeuk achter je oren krijgt. Is dit blasfemie? Wordt het geloof bespot? Of is dit een typisch Vlaams-katholieke manier van kijken?

Waarom beleven warmbloedige katholieken uit het zuiden de wielersport zo religieus? De katholieke cultuurtheoloog Frank G. Bosman schreef er een onderhoudend en vermakelijk boekje over: God heeft ook een fiets, kleine theologie van het wielrennen. Bosman verhaalt over de dingen die ik zag in het kerkje in Roeselare. Hij vertelt over Gino Bartali, misschien wel de gelovigste wielrenner aller tijden, over fietsen als door pastoors aanbevolen remedie tegen seksuele lust, over wielrenners als moderne incarnatie van woestijnvaders, over het besprenkelen van fietsen met wijwater voordat de koers losgaat, over dopingzondaars die vergeving ontvangen, over rodelantaarndragers en winnaars. Ja, zegt Bosman, wielrennen is een katholieke sport. En God heeft een fiets, een tandem.

Het mooiste meisje

Wat nut ons dit alles, vraag je je dan als hervormd-gereformeerd mens af met een oude catechisatievraag. Zou wielrennen kijken of beoefenen een geestelijke oefening kunnen zijn? Is de toewijding van de renner een voorbeeld om na te streven, de strijd een analogie van het menselijk bestaan? Wielrennen is net als het leven. Dat geloof ik. Maar helpt het ook te geloven? Biedt het me als gelovige waardevolle rituelen? Het is een mooie gedachte, die door katholieken niet blasfemisch wordt bedoeld. Maar mijn uit de Hollandse klei getrokken ziel twijfelt.

Jongens waren het, jongens in korte broek. Ze stoempten, snotterden en stierven duizend doden. En sommigen stierven echt. Zij stonden niet op. Nog niet. Ooit komt de dag waarop de rodelantaarndrager wordt gekust door het mooiste meisje uit het dorp.

Naar aanleiding van God heeft ook een fiets, kleine theologie van het wielrennen, Frank G. Bosman, Uitgeverij Berne Media, 128 pag., € 14,90. Informatie over de expositie Koers is religie is te vinden op koersisreligie.be.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *