Home>Algemeen>Oh my God, tieners hebben geen idee meer van geloven

Oh my God, tieners hebben geen idee meer van geloven

Mijn dochter zit op voetbal en ik moet zeggen: ze doet het heel goed. Ze is een linksbuiten die je niet moet onderschatten. Zomaar ineens kan daar de voorzet komen die de wedstrijd bepaalt, en anders rent ze een keer door en keilt ze hem met haar vervaarlijke linkerbeen zelf in de goal.

Als afsluiting van het seizoen hadden ze een ouder-kindtraining bedacht. Dat is wat het woord zegt: ouders worden uitgenodigd om een keer met hun dochter mee te trainen. Sommige vaders laten het afweten, maar de meeste komen wel opdraven natuurlijk. Meteen valt dan het onderscheid tussen de echte sporters en de neppe op. De eerste komen compleet in outfit, voetbalschoenen, een enkeling zelfs getooid met scheenbeschermers. Een afgetraind lijf. Je ziet zo dat ze eigenlijk weigeren ouder te worden. De laatste komen op gympen en in een gewone korte broek met T-shirt. Bij die groep hoor ik. En dan heb je de buitencategorie, die zelfs geen gympen thuis heeft, in dagelijkse kleding verschijnt en duidelijk nooit meer lichaamsbeweging uitprobeert dan liggen, zitten, liggen. Het kan allemaal.

Na een spelletje voethonkbal (hartstikke leuk, maar het kost driehonderd woorden om het uit te leggen) kwam het hoogtepunt: een potje van de vaders tegen de dochters. Ja, op een heel veld. Ik kan je zeggen: zo’n veld is dan ineens heel groot. Ik ging rechtsmidden staan, dat leek mij voor mezelf de enig mogelijke plaats. En verdraaid, het was hartstikke leuk. Nadat ik door het eerste zweet heen was, begon ik zowaar fanatiek te worden. Rechtsmidden, rechtsvoor, rechtsachter, het kon niet hard genoeg gaan.

Ik ging rechtsmidden staan, dat leek mij voor mezelf de enig mogelijke plaats

Kort nadat ik gescoord had, kwam een groepje meisjes op me af. ‘Meneer, gaat u naar de moskee?’ Lachen. ‘Nou, naar de kerk, dat is wat anders.’ ‘Gaat u echt naar de moskee?’ Weer lachen. ‘Ik ga ook naar de moskee!’, roept er een, en trekt het T-shirt over haar hoofd. Allemaal lachen. ‘Maar houdt u dan van God?’ ‘Nou, ik geloof vooral in God.’ ‘Maar God bestaat toch niet, dat weet toch iedereen?’ Iedereen lachen. ‘God heeft die huizen toch niet gemaakt, dat hebben timmermannen toch gedaan?’ ‘Ik geloof inderdaad dat God die huizen niet gemaakt heeft, nee. Maar het zou wel kunnen dat Hij de wereld heeft geschapen.’ ‘Een God die alles gemaakt heeft? Dat is toch belachelijk?’ Weer allemaal lachen. ‘Toevallig zijn er nog altijd meer mensen op de wereld die in God geloven dan die dat niet doen. Ik weet zeker dat je eigen opa en oma ook gedoopt waren. Waren je opa en oma achterlijke mensen?’ Dan wordt het eventjes stil. ‘Kent u nog meer mensen die geloven?’ ‘Ja, tamelijk veel.’ ‘Écht? En klopt het dat u ook dominee bent?’ ‘Ja, ik geloof het wel.’ ‘Oh my God!’

Ik weet zeker dat je eigen opa en oma ook gedoopt waren. Waren je opa en oma achterlijke mensen?

Ik vond het een vrij bizarre ontknoping van deze vader-kindtraining. Het leek erop dat deze tieners echt nog nooit een christen hadden ontmoet. Het spel met kerk en moskee was natuurlijk gespeeld, maar het bewees ook dat ze geen enkel idee meer hebben wat de woorden ‘geloof’ en ‘God’ zouden kunnen betekenen. Maar vooral viel me de minachting van enkelen – niet van allen – op. God is allang geen vraag meer voor hen en zal dat hoogstwaarschijnlijk ook nooit meer worden. Het is gewoon achterhaalde bullshit. Oh my God!

tekst Willem Maarten Dekker

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *