Toont de coronacrisis dat we ten diepste goede mensen zijn?, zoals historicus Rutger Bregman stelde? Misschien, zeggen Rikko Voorberg en Moria-vrijwilliger Tawab Khairkhaw, maar corona drukt ons ook met de neus op de harde feiten van onze onmenselijkheid.

tekst Rikko Voorberg (Amsterdam) en Tawab Khairkhaw (Lesbos)

Enige weken geleden spraken we elkaar over de mens, over Europa, over vluchtelingen, corona en wat ons te doen staat als mensen. Tawab is 19, Afghaan, werkte in Iran als loodgieter en moest vluchten. Nu woont hij met zijn familie in het beruchte kamp Moria en is hij vrijwilliger bij een Nederlandse hulporganisatie. Rikko is 39, kerkpionier, woont met zijn vrouw en kinderen in Amsterdam. Tawab belt met Rikko vanuit een vrijwilligershokje midden in het kamp. Het is nacht, rondom hem leven 20.000 mensen in verschrikkelijke omstandigheden. Rikko zit in een sfeervol verlichte kamer, drie hoog. Zijn kinderen slapen, de straten zijn coronastil. Het contrast kan niet groter zijn.

Het is oneerlijk verdeeld in de wereld. Dat is al heel lang zo en het gaat niet veranderen. Je kunt erover stampvoeten als een kind, maar helpt dat? Toch wel, zo blijkt. Het onrecht benoemen is onmisbaar, zo zeggen de vluchtelingen in kamp Moria, maar ook de dertiger die maar geen partner kan vinden, de moeder met een onvoldragen zwangerschap. Onrecht benoemen maakt van de hel een paradijs, zo zegt Tawab.

Er is onrecht, het is niet eerlijk. Dat is niet anders. Wat ons rest, is de keuze. Ofwel je bent aan het einde van de dag je zorgen vergeten – in kamp Moria gaat dat het makkelijkst door de drank en de drugs. Ofwel je hebt aan het einde van de dag iemand even geholpen om zijn zorgen te verlichten.

Natte deken

In de verte hoor je mensen harde woorden schreeuwen. Wie er in kamp Moria op af stapt, ziet dat de vlam in de pan slaat om een beetje eten of een stuk van een pallet. Alles is er zo gruwelijk onmisbaar en iedereen is mentaal gebroken. Er grijpt iemand een mes, dus je begint te schreeuwen en grijpt in. Anderen helpen, geen gewonden dit keer. 

En de mensen komen klagen. Dat gaat zo als je net als Tawab vrijwilliger bent bij een hulporganisatie. Ze klagen over het eten, want je kunt er je kinderen niet mee voeden. Er is geen elektriciteit, de rijen voor de medische kliniek zijn eindeloos. Je kunt het niet oplossen. Aan jouzelf dan de keuze: wegwezen of luisteren. En als je luistert, blijkt dat mensen zonder daadwerkelijke hulp soms toch geholpen zijn. Dat ze kunnen terugkeren naar het tentzeil, de honger niet kunnen stillen, maar wel de energie hebben voor een extra knuffel aan het kind dat onrustig ligt te slapen op een natte deken op een pallet. 

Rutger Bregman schreef in De Correspondent onlangs dat de coronacrisis naar boven brengt dat we ten diepste goede mensen zijn. Hij hamert met succes al tijden op dit aambeeld: vertrouw de mens, hij of zij is beter dan je denkt. Bregman staaft deze gedachten met gedegen onderzoek en we zien het in deze tijden om ons heen gebeuren. Mensen willen elkaar graag helpen. Zo zitten we in elkaar, of meer spiritueel gezegd: zo zijn we in elkaar gezet. Tegelijkertijd zien we hoe het vaak niet gebeurt. Tussen alle lofzangen over balkonserenades en hulpbriefjes in trappenhuizen door, sijpelt de harde realiteit van kamp Moria en zo veel andere plekken waar vluchtelingen samenkomen ook ons huis binnen. Iedereen weet dat als corona de vluchtelingenkampen raakt, er geen graven, doodskisten en plaatsen genoeg zullen zijn voor iedereen die zal overlijden. Met alle goede wil, geschiedt het kwaad. 

Tussen alle lofzang over balkonserenades en hulpbriefjes in trappenhuizen door, sijpelt de harde realiteit van kamp Moria

De crisis brengt niet alleen de goedheid in de mens naar boven – het drukt ons ook met de neus op de harde feiten van onze onmenselijkheid en de gevolgen van ons onvermogen. Wat rest ons?

Negen jaar videobellen

De Syrische kunstenaar Khaled Akil uit Aleppo schreef op zijn Instagram: ‘Kun je je voorstellen dat je de komende negen jaar je vrienden en familie alleen maar kunt videobellen? Je ziet ze nooit in het echt, alleen maar zo, door dit kleine scherm, met angst en onzekerheid. Dat is wat miljoenen mensen de afgelopen negen jaar hebben ervaren door de oorlog in Syrië. Dit is in elk geval waar: het virus geeft ons iets van een kans op wederzijds begrip.’

Rutger Bregman heeft gelijk. Het is niet dat de mens niet goed wíl zijn. Het lukt ons vaak gewoon bijzonder slecht. Het is aan ons om daarover niet de schouders op te halen. Je hebt altijd een keus. Of je nu in Amsterdam woont op drie hoog en je huis niet uit kunt, of in het ellendigste vluchtelingenkamp ter wereld en omwille van je familie niet kunt en wilt vertrekken. Zoek elkaar op. Houd afstand, maar blijf elkaar nabij. Ook als de waarheid wrang smaakt, er is geen andere weg. Het is niet gemakkelijk, maar uiteindelijk is het ook niet moeilijk. De wil is er al.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *