Willem Ouweneel loopt warm voor de Heidelbergse Catechismus. Hét geloofsdocument van het Nederlandse protestantisme, vindt hij. ‘Elke christen in Nederland zou hiervan kennis moet nemen.’

tekst en beeld Tjerk de Reus

Het is een opvallend affiche: Willem J. Ouweneel, boegbeeld van evangelisch Nederland, houdt zesentwintig studieavonden over de Heidelbergse Catechismus. Daarnaast geeft hij in Utrecht lezingen over de Nederlandse Geloofsbelijdenis. “Ik ben bezadigder geworden, minder katterig”, zegt Ouweneel (1944). “Vroeger zou ik vooral de verschillen hebben aangewezen en benadrukt dat ik het beter wist. Maar de afgelopen jaren werkte ik intensief aan een reeks van twaalf boeken over de geloofsleer, en ik heb de gereformeerde belijdenisgeschriften herontdekt. Natuurlijk wist ik wel wat erin stond, maar ik heb nu beter dan ooit ingezien hoe fundamenteel bijvoorbeeld de catechismus is. Wij evangelischen denken soms te gemakkelijk dat je dergelijke geloofsdocumenten niet nodig hebt. Je zou ook zonder prima kunnen geloven. Dat is op zichzelf natuurlijk waar, want ons behoud hangt niet af van de catechismus. Maar die gereformeerden hebben er natuurlijk wel vier tot vijfhonderd jaar over nagedacht. Het belang daarvan moet je niet uitvlakken.”

Zonder een gezond theologisch bewustzijn maak je alle fouten opnieuw die ook vroeger al zijn gemaakt

Is het vooral een persoonlijke kwestie, u bent ouder en wijzer geworden, of zegt uw belangstelling iets over de evangelische wereld?

“Het gaat om meer dan alleen de houding van iemand die ouder en bezadigder wordt. Er zijn parallelle ontwikkelingen. Ik heb zelf minder de neiging uit te halen naar anderen, maar er is ook een bredere ontwikkeling onder protestanten. Evangelischen, reformatorischen, vrijgemaakten, charismatischen – zij hebben veel meer begrip voor elkaar dan pakweg dertig jaar geleden. We hebben onze onderlinge verwantschap ontdekt, we werken veel samen in tal van organisaties. En dan doe je over en weer ontdekkingen. Evangelischen hebben vaak gedacht dat ze zelf het wiel moeten uitvinden, liefst vandaag nog. Ik heb me daar vaak aan geërgerd. Dan hoor je mensen zeggen: ‘Al die ingewikkelde theologie mag in de prullenbak, laten we nu eenvoudig kijken wat de Schrift zegt!’ Theologen zouden elkaar allemaal tegenspreken, en daarom zullen ‘wij’ gewoon de Bijbel lezen, om te zien wat er staat. Ik denk dat de gereformeerde theologie op dit punt de evangelische beweging wel wat te bieden heeft.”

Kan dat dan niet, gewoon de Bijbel lezen?

“Vaak wel, als je bijvoorbeeld getuigt van je geloof, maar niet als je echt dieper wilt begrijpen wat er staat. In ons uitleggen van de Bijbel nemen we allemaal onze eigen cultuur mee, onze opvoeding, het onderwijs dat we genoten hebben. En je leest de Bijbel als mens van de 21ste eeuw, opgegroeid in een Westers land. Dat alles speelt een doorslaggevende rol als je de Bijbel probeert te begrijpen. Als je jezelf een soort zuiverheid aanpraat, alsof je geen vooroordelen hebt, doe je eigenlijk iets heel gevaarlijks. Want dan heb je een leesbril op je neus staan die je je niet bewust bent. Het is veel beter en ook volwassener om te beseffen: ik heb een bril op, maar ik weet tenminste hoe die heet. Dat kan een reformatorische bril, een baptistenbril, lutherse bril of nog een andere bril zijn. Als je dat beseft, kun je ook kritisch kijken naar je eigen leeswijze.”

Toch is het juist erg reformatorisch om te zeggen: de Schrift alleen!

“Klopt, en dat vind ik ook prachtig. Er zijn momenten dat je met Jezus tegen de duivel moet zeggen: ‘Er staat geschreven!’ Elke dominee moet dat kunnen doen, hij moet zijn theologie aan de voet van de kansel laten liggen. Als je preekt, houd je geen theologische lezing, maar verkondig je het Woord des Heren. Maar zelfs het ‘er staat geschreven’ roept vragen op. Want het staat er wel, maar wat betekent dat nu? God spreekt tot ons in absolute zin, Zijn Woord is Zijn openbaring. Maar vervolgens beginnen we het uit te leggen, dat kan niet anders. We moeten wel, want de Bijbel is een oud boek. Er gaapt een brede kloof van tijd en cultuur tussen ons en wereld van de Bijbel. Daarom hebben we uitleggers nodig, leraars van de kerk. Die horen bij de vijf bedieningen uit Efeze 4:11. En er is geen zinvolle theologische bezinning als je niks weet van de geschiedenis van kerk en theologie, gedurende de afgelopen twintig eeuwen. En vergeet ook niet wat door Joden over de Bijbel is gezegd! Dus verbeeld je niet dat je bij nul kunt beginnen. Ik weet wel dat mensen met die insteek te werk gaan, maar ik heb nog nooit gezien dat daar iets zinnigs uit voortkwam. Zonder een gezond theologisch bewustzijn maak je alle fouten opnieuw die ook vroeger al zijn gemaakt.”

U maakt een punt van serieuze theologie en vestigt de aandacht op de gereformeerde belijdenisgeschriften. Heeft uw achterban dit nodig?

“Veel mensen in de evangelische wereld zijn afkomstig uit de reformatorische kerken, en hebben bepaalde frustraties over hun verleden. Ze zetten zich af tegen hun gereformeerde achtergrond, en dat versterkt het idee dat zij vandaag met de Heer en in de kracht van de Geest opnieuw moeten beginnen. Als ze tot bezinning zouden komen, wordt al snel duidelijk dat de evangelische beweging ongelooflijk veel te danken heeft aan de reformatorische kerken. Je moet dat ook historisch bekijken, hoe de dingen gegroeid zijn in de loop der tijd. Ik heb zelf veel genealogisch onderzoek gedaan naar mijn voorouders. Toen bleek dat ik zo’n 15.000 protestantse voorouders heb! Die hebben mij beïnvloed en mijn geloofsbesef gevormd, ik sta op de schouders van het voorgeslacht. Jammer genoeg denken veel christenen vandaag ontzettend a-historisch. Men miskent de geschiedenis, ook de eigen geschiedenis. Dat is jammer, omdat je dan jezelf niet goed begrijpt.”

Historisch besef is één ding, affiniteit met de catechismus nog iets anders. Waarom vindt u dat geschrift zo bijzonder?

“De catechismus heeft ongelooflijke invloed uitgeoefend op het protestantse volksdeel, dus op gereformeerden, maar ook op wie zich vandaag evangelisch noemt. Het is verreweg het meest invloedrijke godsdienstige leerboek dat wij hebben, ik zou geen ander geloofsdocument kunnen bedenken dat hier in de buurt komt. Ook de Nederlandse Geloofsbelijdenis heeft grote invloed uitgeoefend, maar voor de Dordtse Leerregels ligt dat anders. Dat belijdenisgeschrift is van latere datum, en het betreft een intern protestants meningsverschil. Dit geldt nauwelijks voor de catechismus, die vooral samenbindend wil zijn. In de zestiende eeuw wilden de protestanten terugkeren tot de Schrift, die door toedoen van Rome niet meer in de handen van het volk was. Luther vertaalde de Bijbel in de landstaal, zodat iedereen hem kon lezen. Maar let op, de reformatoren zélf zijn niet bij nul begonnen. Ze waren zich er goed van bewust dat dit nogal hoogmoedig zou zijn. Luther en Calvijn zijn beiden buitengewoon gevormd door Augustinus en de vroege kerkvaders: Irenaeus, Tertullianus, Athanasius en anderen. De vraag voor hen was, hoe heeft die alleroudste generatie christenen over de Bijbel gedacht? Die waren er per slot van rekening het dichtste bij, zij leefden relatief kort na het ontstaan van het christendom. Om hen kun je niet heen! Die verwerking van de Vroege Kerk heeft ook de catechismus gestempeld. De catechismus staat dus niet voor een willekeurige mening van een paar eigenzinnige jonge protestanten. In de catechismus hebben we contact met de eeuwenoude traditie van het christendom, tot op de eerste eeuwen.”

Noemt u eens een relevante kwestie uit de catechismus, om mensen die twijfels hebben bij uw betoog te overtuigen.

“Verrassend en ook wel onthutsend is de gedachte dat ik het ‘eigendom van Christus’ ben. Daar begint de catechismus mee, het is het antwoord op de vraag naar ‘mijn enige troost’. Dat riekt naar een slavenmentaliteit, maar de catechismus trekt hier meteen een bijbelse lijn. Dit vind ik relevant, omdat het tegen ons zelfbeeld ingaat. Wij houden onszelf liever overeind. Natuurlijk, we willen met God leven, Hij is belangrijk voor ons! Maar de catechismus graaft nog even wat dieper en zegt Paulus na: ‘Wij zijn gekocht’. Dat betekent: ik ben eigendom van Jezus, en niet: Jezus is van mij. Dit zijn we tamelijk sterk kwijtgeraakt. De mens is nogal belangrijk geworden in onze cultuur en ook in de kerkelijke cultuur. We praten graag over navolging, maar zijn geneigd onszelf te handhaven. Het is veel plezieriger om te zeggen: ‘Ik ben vriend van Jezus’, in plaats van: ‘Ik ben een slaaf van Jezus’. Vriendschap met Jezus is vandaag erg populair. Elke tijd heeft nu eenmaal zijn eigen theologische modeverschijnselen. Natuurlijk heeft Jezus zijn volgelingen ‘vrienden’ genoemd, maar dat is toch nog wel wat anders dan te zeggen: ‘Jezus is mijn vriend.’ We praten graag over de liefde van God, en veel minder over de gerechtigheid van God. Maar let eens op de verkondiging in het bijbelboek Handelingen. Daar wordt vrijwel nooit over de liefde van God gepreekt, maar wel over de goddelijke gerechtigheid. Ik denk dat de catechismus veel scherper is afgestemd op dergelijke bijbelse lijnen dan de hedendaagse populaire geloofscultuur.”

Is er alleen reden voor gejuich bij de catechismus? Veel mensen zeggen, je mist er toch ook een paar thema’s in, zoals Israël of gebedsgenezing.

“Dat is zonder meer juist. Er is alle reden om met dankbaarheid de catechismus te bestuderen, maar je moet niet eenzijdig worden naar de andere kant. Ik heb nooit begrepen waarom in sommige kerken jaar in jaar uit over de catechismus wordt gepreekt. Het is een elementair leerboek, het verwoordt op een inzichtelijke manier de kernen van ons geloof, maar als je die eenmaal onder de knie hebt, zijn er ook nog andere zaken die onze aandacht verdienen. Inderdaad valt dan Israël te noemen, maar ook thema’s als het Koninkrijk van God, discipelschap, geestelijke groei, de gaven van de Geest. De catechismus is daar wel erg beknopt over, en legt soms teveel de nadruk op het zondeprobleem en de oplossing daarvan. Ik prijs graag de catechismus aan, als een geloofstekst die je alleen tot je eigen schade links kunt laten liggen – maar ik houd geen pleidooi voor eenkennigheid. Ons geloofsbesef en ons theologische bewustzijn moeten zich verbreden en verdiepen, en dat geldt zowel voor evangelischen die al tevreden zijn met een blij gevoel, als voor geheide gereformeerden die zweren bij de rechtvaardiging door het geloof als het meest ultieme. De catechismus is een elementair leerboek waar je niet omheen kunt, maar het is geen eindpunt.”

Informatie over de lezingen van dr. Willem J. Ouweneel over de Heidelbergse Catechismus en de Nederlandse Geloofsbelijdenis is te vinden op www.vergadering.nu en www.groeieningeloof.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *