Alain Verheij is geen vriendelijke dominee in zijn nieuwe boek, Ode aan de verliezer. Hij vertelt bijbelverhalen die je confronteren met je ‘duistere ik’. “Het is opluchtend om je schaduwkanten hardop te kunnen benoemen.”

tekst Tjerk de Reus beeld Leonard Walpot

Alain Verheij (1989), publiekstheoloog, praat in de media over allerlei actuele kwesties, vaak natuurlijk gerelateerd aan zijn professie: theologie. Maar als je hem vraagt naar zijn dagelijkse bezigheden, gaat het meteen over bijbelverhalen. En dat gaat al snel over in preken, wat tenslotte neerkomt op vertellen.

In zijn nieuwe boek, Ode aan de verliezer, vertelt Verheij een lange reeks bijbelverhalen na, van Kaïn en Abel tot Jezus Christus. En er zit een duidelijke focus in. Dat merk je bijvoorbeeld als hij schrijft over de moord van Kaïn op Abel. God vraagt of Kaïn wel hoort dat het bloed van de dode Abel ‘uit de aarde naar Mij schreeuwt’. Verheij noteert: ‘Nee, dat hoort Kaïn niet. Niemand hoort bloed schreeuwen; bloed droogt op, sijpelt weg en wordt vergeten. Behalve als het aan de Bijbel ligt.’ Voor ons vandaag is het zaaks om niet ‘zomaar over bruut geweld heen te stappen. We moeten het laten klinken, horen schreeuwen, en doorvertellen, omdat het slachtoffer niet langer voor zichzelf kan spreken.’ Ziedaar Verheijs sympathie voor de verliezer, die zijn hele boek doortrekt. Zijn boodschap luidt: heb nu eens oog voor mensen die sociaal, psychologisch of anderszins aan het kortste eind trekken, die worden onderdrukt of zelfs gemarginaliseerd. Want pas als je je met hen verzoent, daagt er toekomst.

Rare maniertjes
Als we elkaar spreken, via Skype, belanden we meteen in een heel avontuurlijk deel van zijn boek: het bijbelboek Rechters. Gideon, bijvoorbeeld, voert succesvol oorlog met een leger van ‘mannen met rare maniertjes’, vertelt Verheij. Die zijn uitgekozen omdat ze als een hondje water drinken: slurpend, zonder handen dus. “Het zijn vreemde figuren, die richters”, zegt Verheij. “Sommigen van hen kennen we goed, zoals Simson en Gideon, anderen minder, bijvoorbeeld Abimelech, aan wie toch heel wat pagina’s zijn gewijd. Sowieso is het boek Rechters een obscuur, onbekend bijbelboek. Er zit veel chaos in. Maar juist daarom is het een spiegel voor ons.”

Het valt op dat jij wijze morele lessen trekt uit de avonturen van de richters, terwijl het bijbelboek zelf niet met zulke lessen op de proppen komt. 

“Nee, dat is niet helemaal zo. Het refrein is steeds: ‘Er is geen koning, ieder doet wat goed is in zijn eigen ogen.’ Het is dus een getuigenis tegen anarchie. Wat ontbreekt, is religieuze eenheid en leiderschap. Rechters is de opmaat naar Saul en David, daar zit de moraal in.”

Maar de afwezigheid van die morele orde resulteert in ruigheid en duisternis. 

“Klopt, die ongeordende wereld fascineert mij, al heel lang. Mijn tweede of derde preek ging al over Rechters. Ik vind hun verhalen intrigerend, omdat ze laten zien welke machtsdynamieken er opduiken als de beschaving of een sociale structuur wegvalt. Dat zie je in Rechters, en je ziet het ook nu. Wij maken een tijd mee met technologie die alles een ander gezicht geeft, er zijn verschuivingen in de wereldpolitiek, er is onzekerheid. In sommige groepen komt dan het slechtste naar boven. De chaos slaat toe, steeds weer eigenlijk.

Dat zie je heel goed op internet. Ik ben actief geweest op sociale media, nog steeds wel, en dan zit je echt in het Wilde Westen. Haat en boosheid zijn er bijna onbegrensd. Het rijmt een beetje op de tijd van de rechters. Er is nog geen orde. We proberen samen te leven, maar slagen daar niet goed in. De strijd om dominantie gaat ten koste van minderheden en zwakkeren.” 

Dit is 30 procent van het artikel. Verder lezen? Neem een abonnement? Of koop dit nummer digitaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *